De Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) had geen vaste structuur om zijn heerschappij op te bouwen; hij moest alles zelf opzetten. Augustus was daar zeer succesvol in en dat is één van de belangrijkste redenen waarom hij de geschiedenis in is gegaan als één van de grootste heersers aller tijde. Eén van de zaken die hij moest regelen, was de opvolging van zijn positie voor als hij zou komen te overlijden. De eerste paar keuzes die hij had, stierven voor zijn overlijden en uiteindelijk was het Tiberius Claudius Nero (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) die hem zou opvolgen als keizer Tiberius.
Tiberius had al een naam gevestigd gedurende de regeerperiode van Augustus, met name als een legeraanvoerder. Hij won belangrijke veldslagen in met name de Balkan en kreeg daarmee veel aanzien. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) was het wel een man met een naar karakter. Toch besloot Augustus hem als zoon te adopteren en als opvolger aan te wijzen. In zijn biografie van Tiberius beschrijft Suetonius hoe Augustus zijn mister fix-it-all aanschreef in brieven. (Tiberius 21.6):
[...] "Wanneer ik hoor of lees dat je door je niet aflatende inspanningen verzwakt bent, vaart er een huivering door mijn lichaam en smeek ik je om jezelf te ontzien, want als je moeder en ik moeten horen dat je ziek bent, is dat ons einde en komt de hele positie van het Romeinse rijk in gevaar."
Je kunt ook overdrijven natuurlijk!
Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
De Romeinse senatoren hadden een hele slechte naam, omdat ze er nogal een handje in hadden zichzelf te verrijken door het misbruiken van hun positie. Gouverneurs van de provincies lieten grote sommen belastinggeld in eigen zak verdwijnen en rechters namen steekpenningen aan om hun besluit te beïnvloeden.
De reputatie van de senatorenstand was een zeer bruikbaar wapen voor politici om de steun van de bevolking te krijgen. Het is dan ook weinig verrassend dat deeerder volkstribuun Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.) daar werk van maakte. Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bedacht hij een strategie om ervoor te zorgen dat de senatoren zich niet meer zo zouden kunnen verrijken. Wat hij deed was dat hij een groot deel van de rechtsprekende bevoegdheden van de senatoren overdroeg aan een andere stand: de equites, of de ridderstand. Dit zorgde er inderdaad voor dat de senatoren deze koe niet meer konden melken. Appianus geeft echter aan wat ervoor in de plaats kwam (De Burgeroorlogen I.22):
Zij [de equites] raakten ook verslaafd aan het aannemen van steekpenningen en toen ze deze enorme opbrengsten hadden geproefd, laafden ze zich daar nog lager en met nog minder matiging aan dan de senatoren deden. Zij kochten mensen om die de rijken van dingen beschuldigden en ze schaften de rechtbanken voor het aannemen van steekpenningen volledig af, deels door het onderling met elkaar eens te zijn en deels door open geweld, zodat het uitvoeren van dit soort onderzoek volledig overbodig werd. Op die manier kwam door deze wet een nieuwe klassenstrijd op die een lange tijd duurde en die niet minder verderfelijk was dan de vorige.
Dus we raakten van de regen in de drup...
Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars
In de week waarop het Nederlandse kampioenschap voetbal is beslist, zie je overal supporters uitdragen dat ze voor Ajax zijn. Sommigen lopen er net iets excentrieker bij dan gebruikelijk en soms, als je goed kijkt, krijg je echte hooligans te zien. Goed moment om eens naar het Oudheid-equivalent van de voetbalsupporter te kijken. Een half jaar geleden kwamen we de hooligans tegen die het keizer Justinianus (482/483 - 565 n.Chr.) erg moeilijk maakten. Vandaag komen ze terug. De Byzantijnse geschiedschrijver Procopius (kort voor 500 - na 562 n.Chr.) vertelt hoe deze mensen eruit zagen (De Geheime Geschiedenis VI.8-10):
In de eerste plaats veranderden de leden van de groeperingen hun haardracht naar een nogal nieuwe stijl, want ze knipten het totaal niet zoals de andere Romeinen dat deden. Ze raakten hun snor en baard namelijk niet aan, maar ze wilden altijd dat het haar daarvan heel lang groeiden zoals de Perzen dat doen. Maar het haar op hun hoofd knipten zij af tot aan de slaap, terwijl ze het deel erachter naar beneden lieten hangen met een enorme lengte en een belachelijke stijl, net als de Massagetae dat doen. Daarom noemde men dit de "Stijl van de Hunnen".
Dit doet me denken aan het Duits Elftal en aan New Kids...
Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History
Een paar weken geleden besprak ik een stukje van de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) die de gebruiken van de Perzen beschrijft. Toen kwam de politieke besluitvorming waar drank aan te pas kwam, aan bod. Vandaag vertelt Herodotus over de opvoeding van kinderen bij de Perzen. Hij zegt dat iemand onder de Perzen heel veel aanzien genoot als hij veel zonen heeft. De koning beloonde de man met het grootste aantal zoons zelfs. Opmerkelijk is wel dat deze man zijn kroost alleen niet te zien kreeg (De Historiën I.136.2):
Ze leiden hun jongens van vijf tot twintig jaar oud op en leren hen slechts drie dingen: paardrijden, boogschieten en eerlijkheid. Een jongen wordt door zijn vader niet gezien voor hij vijf jaar oud is, maar leeft met de vrouwen. Het doel hiervan is dat, als de jongen sterft in zijn eerste jaren, de vader hier geen verdriet om zal hebben.
Opvallend is hier dat Herodotus nergens zegt wie de vrouwen zijn. Hoort de moeder of een oudere zus daar bij? Is het als het kind sterft niet zo erg als zij daar verdriet om hebben? Deze paar regeltjes zeggen een hoop over de genderverhoudingen bij de Perzen (of over de vooronderstellingen die Herodotus daar zelf bij heeft; dit kunnen we moeilijk controleren).
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories
Oorlogen worden soms gestart om hele specifieke gebeurtenissen, hoewel er vaak iets achter zit. Dat was met de Eerste Wereldoorlog volkomen duidelijk. De hele wereld stortte zich in een frenzy die feitelijk niets te maken had met de moord op Franz Ferdinand van Oostenrijk. Zo was het ook in de Oudheid. In 200 v.Chr. brak er in Griekenland een oorlog uit tussen Macedonië en Athene (waar snel andere mogendheden bij betrokken raakten) en deze oorlog kwam voort uit een incident rond de Mysteriën van Eleusis, een voor de Atheners belangrijke cultus die onder meer de eerder genoemde kykeon-drank van de godin Demeter bevatte.
Volgens de Romeinse historicus Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) werd het Mysterie opgeschrikt door het bezoek van twee jongemannen (Vanaf de stichting van de stad XXXI.14.7-8):
Twee jonge mannen uit Acarnania [een gebied geallieerd aan de Macedoniërs] hadden de tempel van Demeter gedurende de Mysteriën van Eleusis betreden, hoewel ze niet geïnitieerd waren, zonder dat ze wisten dat ze heiligschennis pleegden en door gewoon de menigte te volgen. Hun woorden hadden hen eenvoudig verraden, want ze stelden domme vragen; en hoewel het duidelijk was dat ze openlijk en per ongeluk waren gekomen, werden ze ter dood gebracht alsof ze een vreselijke misdaad hadden gepleegd.
Dit incident leidde tot een reactie van de Macedoniërs, waarna terug werd geslagen en er was een oorlog. Je ontkomt niet aan de indruk dat dit anders had kunnen worden opgelost, zoals zoveel van dit soort gevallen in de geschiedenis, oud en nieuw.
Boekentip voor vandaag:
Livius, The History of Rome from its Foundation
Een klein halfjaar geleden kwam de dood van de grote Griekse filosoof Socrates (±470 - 399 v.Chr.) al eens aan bod. Socrates stierf door het drinken van gif. Dat was zijn straf omdat hij veroordeeld was voor het niet eren van de traditionele goden, het introduceren van nieuwe goden en het hebben van een negatieve invloed op de jeugd van Athene. Dit verhaal is wel bekend.
Socrates had echter wel een aantal medestanders, waaronder de redenaar Lysias die een speech had geschreven om Socrates vrij te pleiten. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt wat Socrates' reactie op de speech was (Socrates 40-41):
[...] De filosoof [Socrates] las, nadat Lysias een verdedigingsrede voor hem had geschreven, deze door en zei: "Een prachtige speech, Lysias; maar het is niet geschikt voor mij." Want het was simpelweg meer gerechtelijk dan filosofisch. Lysias zei: "Als het een prachtige speech is, hoe kan het dan niet geschikt voor je zijn?" "Nou," antwoordde hij, "zouden een prachtig gewaad en prachtige schoenen niet net zo ongeschikt zijn voor mij?"
Dan niet hè!
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius,
The Lives of Eminent Philosophers
Gek genoeg kwam ik er onlangs achter dat misschien wel de grootste historicus uit de Oudheid, Thucydides (±460 - ±400 v.Chr.) nog nooit aan bod is gekomen op mijn blog. Thucydides beschreef in zijn verbazingwekkend modern en wetenschappelijk overkomend werk de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) waar Athene en Sparta elkaar de tent uit vochten en waarin hij zelf ook een rol speelde. In zijn inleiding geeft hij een aantal disclaimers door, waaronder eentje over toespraken, die een belangrijke rol spelen in de geschiedschrijving in de Oudheid.
Toespraken zijn al eerder aan bod gekomen op dit blog (vorige week en helemaal in het begin) en in die eerste blogpost noemde ik Thucydides al. Eén van de bekendste scenes uit zijn werk is een grafrede die de Atheense politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) zou hebben uitgesproken. Opvallend is dat Thucydides wel 'citeert', maar in de inleiding op zijn werk duidelijk aangeeft wat hij doet (De Peloponnesische Oorlog I.22.1):
Wat betreft de toespraken in deze geschiedenis, sommigen waren gedaan voor de oorlog begon en anderen terwijl die bezig was; sommigen heb ik zelf gehoord, anderen kreeg ik van mijn verschillende informanten; het was in alle gevallen moeilijk om ze woord voor woord te onthouden, dus heb ik er de gewoonte van gemaakt om de sprekers te laten zeggen wat de situatie in mijn mening vereiste van hen, terwijl ik natuurlijk zo dicht mogelijk tegen het algemene gevoel van wat ze werkelijk zeiden, bleef.
Het is wonderlijk je te realiseren dat ik een paar regels terug nog zei dat Thucydides een hele wetenschappelijke aanpak had. Het is altijd goed opletten bij het lezen van deze bronnen. Dat blijkt maar weer.
Boekentip voor vandaag:
Thucydides, The History of the Peloponnesian War