Tot 40% extra korting op winters assortiment!

woensdag 22 januari 2014

Dat is nu mijn vrouw!

We hebben eerder gezien dat de keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) om senatoren te vernederen tijdens diners hun vrouwen naar de slaapkamer begeleidde en uitgebreid verslag deed van wat daar gebeurde. Het gebeurde ook wel eens dat Caligula op zéér eenzijdige wijze aan zijn vrouwen kwam. Dat was dan de beslissing van Caligula zelf en van niemand anders. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) maakte hij het soms erg bont (Caligula XXV.1):
Anderen schrijven dat hij, toen hij uitgenodigd was bij een bruiloftsdiner, aan Piso [de bruidegom], die tegenover hem aanlag een briefje liet overhandigen, waarop stond: "Blijf van mijn vrouw af". Onmiddellijk daarna had hij haar [de bruid] meegenomen en de volgende dag de proclamatie uitgegeven dat hij haar tot vrouw had genomen op de wijze van Romulus en Augustus [die een vrouw van een ander had opgeëist].
Helaas was de keizer niet onder de indruk en volgde kort erop een scheiding. Enige tijd later meende Caligula dat het nodig was zijn ex te verbannen, want wat bleek ze te doen? Ze had mogelijk een relatie met Piso!

maandag 20 januari 2014

Het zwaard en het papierwerk

Het is voor hen die de Romeinse geschiedenis bestuderen moeilijk om mensen uit elkaar te houden en dat is niet in de laatste plaats omdat de Romeinen weinig origineel waren in hun keuze van namen. De keizerlijke familie van de Julisch-Claudische periode hing aan Gaiussen en Agrippina's aan elkaar en ook eerder leverde naamsverwarring problemen op, zoals we hebben gezien bij de onfortuinlijke dichter Gaius Helvius Cinna die toevallig dezelfde naam had als een gehaat vijand van het volk.

Precies dezelfde naam als het toen bedoelde slachtoffer van de lynchpartij had diens vader, de consul uit 87 v.Chr., Lucius Cornelius Cinna (±130 - 84 v.Chr.). Deze Cinna was diep betrokken in de strijd tussen de populares en de optimates waar de laatste fase van de Romeinse republiek grotendeels door bepaald werd. Hij was als popularis als consul verantwoordelijk voor de vervolging van zijn politieke tegenstanders. Aangezien dit er niet lichtzinnig aan toe ging, raakte hij in de problemen toen de optimates bleken te winnen. Een centurion wist de vluchtende Cinna in de kraag te vatten met als doel hem te doden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) was dit wat er gebeurde (Pompeius 5):
Toen de vluchtende Cinna dor een van de centurions die hem met getrokken zwaard achtervolgde, was gepakt, viel hij voor hem op de knieën en overhandigde zijn zegelring die van grote waarde was. Maar de centurion zei met grote onbeschaamdheid: "Ik ben niet gekomen om documenten te verzegelen, maar om een wetteloze en kwaadaardige tyran te straffen," en hij doodde hem.
Dit was wél de goeie Cinna.

zaterdag 18 januari 2014

Weg, goden! Weg!

We hebben inmiddels gezien dat de Perzische generaal Harpagus (6e eeuw v.Chr.) in zijn veroveringstochten over het Westen van het huidige Turkije verschillende volkeren heeft onderworpen. Dit omdat de Griekse Historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) alles in het werk heeft gesteld om ze allemaal te noemen. Herodotus was naast historicus (en fantast) ook bijzonder geïnteresseerd in de eigenheid van verschillende gemeenschappen over de hele wereld.

Zijn eigen gemeenschap, de Cauniërs, moest er ook aan geloven. Herodotus maakt verslag van hun eigen manier van verzet plegen. Het probleem was namelijk niet het vijandige legen (Historiën I.172.2):
Zekere buitenlandse vereringsriten vestigden zich bij hen; maar later, toen ze er anders over dachten en enkel de goden van hun vaders wilden vereren, deden alle Caunische volwassen mannen hun wapens aan en gingen samen zo ver als de grenzen van Calynda [een nabijgelegen streek], waar ze hun speren in de lucht staken en zeiden dat ze de vreemde goden buiten trapten.
Het enige dat over de verovering verder genoemd is, is dat Harpagus de Cauniërs onderwierp. Blijkbaar werkt het niet bij iedereen om de goden ergens naartoe te sturen.

donderdag 16 januari 2014

Als jij zo goed bent, zegt dat niets over anderen

Eerder kwam de redenaar Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) al eens aan bod toen hij tips gaf voor het geven van een goede voordracht. Wat ik toen niet vertelde was dat de tekst die Cicero schreef de vorm had van een gesprek tussen een aantal anderen. Dit hebben we eerder ook bij de filosoof Plato (± 427 - 347 v.Chr.) gezien trouwens. Het gesprek over redenaarskunst gaat tussen twee leden van een belangrijk Romeins priestercollege, Quintus Mucius Scaevola Augur (± 170 - ± 87 v.Chr) en Lucius Licinius Crassus (140 - 91 v.Chr.). Crassus stelt in de discussie dat de redenaarskunst de hoogste kunst is en dat die alles eromheen beheerst. Scaevola is het hier niet mee eens en antwoordt op karakteristieke wijze voor dit soort elite-gesprekken (De ideale redenaar I.44):
Marcus Tullius Cicero
Het is al heel wat, dat je ervoor kunt instaan, dat bij processen de zaak die jij bepleit [redenaarskunst was vooral bruikbaar in rechtszaken; Cicero was boven alles vooral jurist] de beste en geloofwaardigste lijkt te zijn, dat jouw woorden de grootste overtuigingskracht hebben bij het verzamelde volk en bij senaatsoverleg, kortom dat wat jij zegt door verstandige mensen ervaren wordt als goed geformuleerd en door onnozele lieden zelfs als de waarheid. Alles wat je meer kunt dan dit, zal voor mij niet behoren tot het vermogen van de redenaar, maar tot dat van Crassus, en wel door zijn eigen bijzondere vaardigheid, niet door de vaardigheid van de redenaar als zodanig.
Interessant in dit stukje is de verwijzing naar slimme en domme mensen. De Romeinse elite was behoorlijk elitair. De naam Scaevola is eerder als held naar voren gekomen in dit blog en het is geen verrassing dat de Scaevola uit dit stukje diens bijnaam ("de linkshandige") nog steeds droeg, al had hij zelf zijn rechterhand niet laten verbranden. Het is iets om trots op te zijn om uit een belangrijke en roemrijke familie af te stammen en het is zelfs iets dat noodzakelijk is, wil je überhaupt iets snappen van de slimmigheden van dat milieu.

Boekentip voor vandaag:

Cicero, De ideale redenaar

dinsdag 14 januari 2014

Het gewicht in goud

We hebben eerder gezien dat het leven van een sociaal hervormer in de late Romeinse republiek niet over rozen ging. Tiberius Sempronius Gracchus (overleden in 133 v.Chr.) kreeg zijn plannen voor landhervormingen niet door de politieke arena en moest dat bekopen met zijn leven. Zijn jongere broer Gaius  (154 - 121 v.Chr.)  pakte de handschoen op toen zijn broer de Tiber in werd gegooid en kwam een aantal jaar later met zijn eigen voorstellen.

Gaius had niet alleen net even iets radicalere denkbeelden dan zijn broer, maar leek succesvoller te zijn dan Tiberius. Zó succesvol zelfs dat er een prijs op zijn hoofd werd gezet door de conservatieve tegenstanders in de senaat. Wie het hoofd van Gaius Gracchus brengt, krijgt het gewicht ervan in goud. Ik hoef niet uit te kauwen of hij het overleefde, maar de Griekse historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat er gebeurde, een truuk die je alleen van Romeinen kunt verwachten (Gaius Gracchus XVII.4): 
Dus stak Septimuleius het hoofd van Gaius op een speer en bracht het naar Opimius [consul en groot tegenstander van Gracchus] en toen het op een weegschaal werd gelegd, woog het zeventien tweederde pond, omdat Septimuleius zichzelf niet alleen een smeerlap [hij was een vriend van Gaius Gracchus] , maar ook een bedrieger toonde; want hij had de hersenen verwijderd en vloeibare lood op de plaats gegoten.
Er staat nergens dat we niks met het hoofd mochten doen. Romeinse inventiviteit!

zondag 12 januari 2014

Riet: lévensgevaarlijk!

Twee weken geleden besprak ik de dood van de grote Egyptische koning Narmer die door een nijlpaard zou zijn gedood. Vandaag hebben we het over de filosoof Alexinus (±339 - 265 v.Chr.) Wie niet sterk is, zoals een machtige heerser, die moet toch slim zijn, zoals een filosoof. Dat is niet altijd het geval, zoals we eerder hebben gezien. Volgens de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Alexinus een filosofische school opgezet, maar dat werd een zooitje, dus besloot hij met één slaaf in afzondering te leven.

Riet langs de oevers van de Alfeios
Bron: Panoramio, Costas Athan
Wat toen gebeurde, was bijzonder noodlottig (Euclides 110):
Ik [Diogenes] heb de volgende verzen voor hem gedicht:
Het was geen ijdel verhaal dat eens een ongelukkige man zijn voet op één of andere manier met een nagel prikte terwijl hij aan het duiken was; want voordat de grote man Alexinus de overkant van de Alfaios wist te bereiken, werd hij door een rietstengel geprikt en stierf.
Bijzonder noodlottig! 

vrijdag 10 januari 2014

Verwrongen metaal op het Romeinse slagveld

Een belangrijk onderdeel van de vroegere Romeinse legers, in de periode voor de legerhervormingen van Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) waren de velites. Deze lichtbewapende soldaten werden doorgaans opgesteld vóór de zwaarder bewapende troepen van het Romeinse leger. Ze hadden één taak: gooi je speren naar de vijand en zoek dan dekking achter de andere soldaten. Deze tactiek leverde doorgaans geen grote winsten op, maar voor de vijand wat voor elkaar kon krijgen, lagen er alvast een aantal dood en gewond op het slagveld, met alle gevolgen van dien.
Velites in het computerspel Rome Total War

Nu is er een probleem met het gooien van grote hoeveelheden speren naar de vijand: na enige tijd heeft de vijand een grote hoeveelheid speren om te gooien. Dit zorgt ervoor dat niet alleen bij de vijand doden vallen voor de slag echt begonnen is, maar ook bij de Romeinen. Dit gebeurde alleen niet, zo merkt de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op. Dat had te maken met specifieke kenmerken in het design van de werpsperen (Romeinse Geschiedenis VI.22.4):
De houten schacht van de speer mat ongeveer twee cubiti [ongeveer 90 cm] in lengte en was ongeveer net zo dik als de breedte van een vinger. De punt was ongeveer een span van de hand [ongeveer 20 cm] lang en was in een dermate fijne hoek gehamerd dat het onherroepelijk zou buigen bij de eerste impact en de vijand niet in staat is hem terug te gooien. Als dit niet het geval was, zou het projectiel voor beide zijden beschikbaar zijn.
 De oorlogen tegen de Carthagers waren dus letterlijk een slagveld vol verwrongen metaal!

Meer info over de Romeinse legers in die tijd:
Mike Duncan, The History of Rome podcast. aflevering 14a & 14b.