Tot 40% extra korting op winters assortiment!

zaterdag 13 april 2013

"De buit verbergen"... Jaja!

De Byzantijnse historicus Procopius van Caesarea (6e eeuw n.Chr.) wordt vaak gezien als de laatste grote historicus uit de Oudheid (volgens sommige definities leefde hij in de Middeleeuwen). Hij schreef met name over de regering van keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) en diens oorlogen en bouwprojecten. Van Procopius zijn drie werken bewaard gebleven waarvan in dit blog één werk eerder aan bod is geweest: De Geschiedenis van de Oorlogen. Zijn tweede werk betreft een werk over gebouwen, waarin hij het bouwprogramma van de keizer bespreekt. Opvallend in deze twee werken is dat Justinianus hierin als een goede keizer naar voren komt.

Dit staat in contrast met Procopius' derde werk, dat in vertalingen De Geheime Geschiedenis wordt genoemd. In dit werk, dat vermoedelijk ook geheim was gedurende Procopius' leven, bespreekt hij een andere kant van het leven van de keizer en zijn gevolg. Zo komt de generaal Belisarius (505 - 565 n.Chr.), bepaald geen lichtgewicht, aan bod. Belisarius had een vrouw, Antonina en volgens Procopius nam zij het niet zo nauw met de huwelijkse trouw. Antonina kreeg een affaire met een zekere Theodosius. Theodosius en Antonina waren mee op veldtocht met de generaal en dan gebeurt er wel eens wat. Procopius vertelt (Geheime Geschiedenis I.18-20):
[...] Op een gegeven moment betrapte Belisarius hen gedurende de daad in Carthago, maar hij stond toe dat hij voor de gek werd gehouden door zijn vrouw. Want, hoewel hij hen samen in een kelder aantrof en gek van woede was, merkte zij op zonder de lafaard te plegen of te proberen de daad te verbergen: "Ik kwam hier beneden om met de hulp van de jongen het meest waardevolle van onze oorlogsbuit te verstoppen, zodat de keizer er niet achter zou komen." Nu zei ze dit als niets meer dan een voorwendsel, maar hij liet de zaak vallen, als was hij gerustgesteld, hoewel hij kon zien dat de riem die de broek van Theodosius ophield en die zijn private parts bedenkt, los was gemaakt. Want onder de druk van zijn liefde voor de vrouw, dacht hij dat de getuigenis van zijn eigen ogen volkomen onbetrouwbaar was.
Niemand zal ervan staan te kijken dat Antonina hierna nog wat meer uitgehaald had...

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

donderdag 11 april 2013

De man die Hannibal berispte

Eén van de grote vragen rond de veldtocht van de Carthaagse generaal Hannibal Barca (247 - 183 v.Chr.) is waarom hij na de hier reeds besproken Slag bij Cannae in 216 v.Chr. niet direct naar Rome ging om de stad te veroveren. Het Romeinse leger was compleet afgeslacht, alsmede een groot deel van het potentieel aan generaals om opgetrommelde vervangers te kunnen leiden. In zijn uitstekende podcast over Hannibal besteedde host Jamie Redfern al eens een special aan deze opvallende beslissing.

Er was ook een special over de te nemen beslissing in het Carthaagse kamp. Gaan we Rome belegeren? Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) was het geen uitgemaakte zaak wat de Carthagers gingen doen en er kwam een meeting bijeen. Het ene kamp was voorstander van een pauze voor de soldaten om te herstellen en vervolgens een volgende stap te zetten. Hannibal's cavaleriecommandant Maharbal was een grote voorstander van direct handelen. Hannibal stelde voor er een nachtje over te slapen voor hij een definitieve beslissing zou nemen. Dit is wat Maharbal zei volgens Livius (Vanaf de Stichting van de Stad 22.51.4):
Toen zei Maharbal: In alle eerlijkheid geven de goden dezelfde man niet alle talenten. Je weet hoe je een overwinning kunt behalen, Hannibal; je weet niet hoe je er een kunt gebruiken." Die vertraging van een dag wordt algemeen beschouwd als de redding van de stad en het rijk.
Hannibal ging uiteindelijk niet naar Rome en de kansen in de oorlog sloegen langzaam om. Of dat niet was gebeurd als Maharbal Hannibal had kunnen overtuigen, dat zullen we nooit weten, maar misschien is dit wel zo'n moment waar de geschiedenis er heel anders uit had kunnen zien als het net anders was gegaan. Dat maakt Hannibal misschien wel zo interessant.

Boekentip voor vandaag:
Livius, History of Rome

dinsdag 9 april 2013

We gaan toch allemaal dood!

Eerder besprak ik de Oudgriekse kiemen van iets dat op de evolutietheorie lijkt en een opmerkelijk modern overkomende kosmische theorie. Vandaag komt de Griekse filosoof Anaxagoras (5e eeuw v.Chr.) aan bod. Deze filosoof kan gezien worden als één van de vaders van de natuurkunde. Zo stelde hij onder anderen dat wind ontstaat door verschillen in luchtdruk, dat donder ontstaat door botsende wolken en dat bliksem met frictie te maken heeft.

Hij stelde verder dat de zon niet alleen groter was dan de Peloponnesus (het Zuidelijke schiereiland van van vasteland van Griekenland) , maar bovendien bestond uit gesmolten metaal. Dit laatste kwam hem op een proces te staan. In een proces dat sterk op de christelijke processen tegen wetenschappers doet denken, werd de doodstraf tegen de filosoof uitgesproken. Uiteindelijk was het de beroemde politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) die dáár een stokje voor stak. De ellende was echter al aangericht en kort daarna pleegde Anaxagoras zelfmoord.

Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) ging Anaxagoras behoorlijk stoïcijns om met zijn naderende doodstraf. Diogenes vertelt (Anaxagoras 13):
Toen het nieuws dat hij was veroordeeld en dat zijn zonen dood waren, was zijn commentaar op de straf: "Lang geleden veroordeelde de natuur zowel mijn rechters als mijzelf ter dood." En over zijn zonen: "Ik wist dat mijn zonen waren geboren om te sterven."
Deze uitspraak doet sterk denken aan de eerder genoemde Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) die ook op deze kille manier naar de dood van zijn dierbaren kon kijken. Anaxagoras leefde duidelijk een aantal eeuwen te vroeg.

zondag 7 april 2013

De ploeggenoten van Spartacus

Nu het alweer een hele tijd geleden is dat ik het over wielrennen heb gehad, is het weer hoog tijd dat we de sport weer eens noemen. Vandaag is het namelijk de dag van de bekendste eendaagse wedstrijd van het seizoen: Parijs-Roubaix en er is een grote favoriet, Fabian Cancellara. Weinig Oudheid aan, tot je bedenkt wat zijn bijnaam is: Spartacus.

Zoals de meeste mensen wel zullen weten bestaat Parijs-Roubaix voor een groot deel uit kasseienstroken en die doen mij altijd denken aan het bekende Romeinse wegennetwerk door Europa. Deel van dit netwerk is de Via Appia die van Rome naar het Zuiden liep.  Het verleden van deze weg legt wel extra druk op de schouders van de ploeggenoten van Cancellara, want bij de opstand van Spartacus kwamen ze de inmiddels bekende Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v.Chr.) tegen en ze werden in een slag waar Spartacus omkwam, verslagen. De Romeinse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) vertelt wat Spartacus' mannen gebeurde (Burgeroorlogen I.121):
Een groot aantal van zijn [Spartacus'] mannen ontvluchtte het slagveld naar de bergen en Crassus volgde hen daarheen. Zij verdeelden zichzelf in vier delen en gingen door met vechten tot ze allemaal dood waren, op zesduizend na, die gevangen werden genomen en werden gekruisigd langs de hele weg van Capua naar Rome [het eerste deel van de Via Appia].
Ik ga ervan uit dat de troepen van Cancellara het vandaag beter gaan doen.

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars

vrijdag 5 april 2013

De Uomo Universalis van Rome

Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) was architect en daar was hij trots op. In zijn bekende werk Over Architectuur dat ik in de oertijd van dit blog al eens besprak, geeft Vitruvius in het begin van zijn eerste boek aan aan welke eisen de opleiding van een architect moet voldoen. Hij geeft daarin aan dat een architect een heleboel zaken goed moet kunnen. Goede architecten zijn veelzijdige mensen, volgens Vitruvius. Het gaat volgens hem om zowel aanleg als studie van de verschillende gebieden waar de architect kennis van moet hebben (Over Architectuur I.1.3):
[...]Laat hem [de architect] onderricht zijn, bekwaam met het penseel, geïnstrueerd in meetkunde, veel weten over geschiedenis, de filosofen met aandacht hebben gevolgd, muziek begrijpen, enige kennis hebben van geneeskunde, de meningen van juristen kennen en bekend zijn met astronomie en de theorie van de hemel.
Vitruvius legt na deze alinea uit wat hij precies bedoelt met deze eisen. Kennis van muziek blijkt te maken te hebben met het correct kunnen afstellen van catapults (Over Architectuur I.1.8). Wat verder opvalt is dat een architect in Vitruvius' beeld echt een alleskunner. Niet toevallig, denk ik, dat Leonardo Da Vinci ooit de Vitruviusman heeft getekend.

woensdag 3 april 2013

Crassus' gouden keeltje

Ruim een jaar geleden kwam Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v.Chr.) aan bod. Crassus manifesteerde zich als gierige geldwolf en deze reputatie bleek ben vooruitgesneld te zijn. Toen Crassus in Oosten oorlog aan het voeren was met de Perzen, kwam hij om. Zijn lichaam kwam in handen van de vijand en zij wisten wel raad met deze figuur. Volgens de Romeinse historicus Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) staken de Perzen de draak met zijn grote zwakte (Romeinse Geschiedenis XL.27.3):
En de Parthen, zo zeggen sommigen, goten spottend gesmolten goud in zijn mond; want hoewel hij een man van immense rijkdom was, verbond hij zoveel waarde aan geld om hen die geen heel legioen konden onderhouden uit hun eigen middelen zielig te vinden en hen te beschouwen als arme mensen.
Soms is het heel eenvoudig om de Oudheid en moderne populaire cultuur met elkaar in verband te brengen. Bij het kijken naar een scene in Game Of Thrones moest ik aan die arme Crassus denken.

maandag 1 april 2013

Dat lust ik niet!

Gisteren was ik jarig en was de familie op bezoek. Dat is inclusief mijn jongere broertje en zusje. Ik kan me een hoop herinneren van de jeugd van deze twee en dat behelst onder meer dat ze beide geen vis lusten (laatste keer dat ik dat checkte). Mijn broertje had daarnaast ook geen echte liefhebberij voor sperziebonen, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om vis.

Ik ben zelf een groot visliefhebber, maar ik denk niet dat ik sta te springen om wat de Romeinen met hun vis deden. Zij aten namelijk garum, een soort vissaus die een paar maanden moest gisten. Wie ook niet enthousiast werd van dit mengsel, was de filosoof Seneca (± 4 v.Chr. - 65 n.Chr.). In een brief aan zijn vriend Lucilius schreef hij wat hij vond van de meest exquise Spaanse variant van garum (Brief aan Lucilius 95.25):
[...] Denk je niet dat de zogenaamde "Saus uit de Provincie," het dure extract van verrotte vis, de maag opbrandt met zijn gezouten walgelijkheid? Wat? Denk je dat de verpeste gerechten die een mens doorslikt terwijl ze bijna branden van het keukenvuur, gedoofd worden in het spijsverteringskanaal zonder daar schade aan te richten? Hoe afstotelijk en ongezond zijn hun boeren en hoezeer walgen mensen van zichzelf als ze de geuren van de overmatigheid van gisteren uitbrengen! Je kunt er zeker van zijn dat hun eten niet verteerd wordt, maar dat het rot.
Voor lezers met kinderen, als ze niet willen eten, vertel ze dan van Seneca en zijn vissaus.

Boekentip voor vandaag:
Seneca, Letters from a Stoic