Tot 40% extra korting op winters assortiment!

woensdag 14 november 2012

Te lui om je dam te onderhouden

De afgelopen dagen heb ik het gehad over de schijnbaar moderne kanten van de Oudheid. Empedocles liet zien dat de Griekse filosofen bezig waren met iets dat een beetje lijkt op de moderne evolutietheorie en het mechanisme van Antikythera heeft in haar complexiteit iets weg van een moderne computer. Vandaag richten we ons op de geschiedenis van het recht, met één van de oudste wetteksten die ooit gevonden is, de prachtig bewaard gebleven Code van Hammurabi die te vinden is in het Louvre in Parijs.

Hammurabi (±1795 - 1750 v.Chr.) was de koning van Babylon, nabij het huidige Bagdad in Irak. Hij kreeg het voor elkaar een aantal concurrerende staatjes onder zijn controle te krijgen en vanuit Babylon te besturen. Daarvoor tekende hij keiharde en strenge wetten op in een stele. De structuur van de wettekst is er één van misdaad en gevolg. Een aantal misdaden, wanprestaties en nalatigheden wordt gekoppeld aan een specifieke straf. Op onderstaande video van de Khan Academy wordt één en ander uitgelegd.


Interessant is hier dat de wetten iets zeggen over de samenleving waarin ze te plaatsen zijn. De Babylonische samenleving was, evenals de andere gevestigde samenlevingen uit die tijd, een agrarische. Een interessant voorbeeld van een wet waar het agrarische karakter van de samenleving en de strengheid van de wetten blijkt, is wat er moet gebeuren als iemand problemen veroorzaakt met de irrigatie (Code van Hammurabi 53-54):
Als iemand te lui is om zijn dam in goede staat te behouden en dat niet doet, als de dam dan breekt en alle velden overstromen, dan zal hij in wiens dam de breuk plaatsvond, verkocht worden voor geld en het geld zal het koren dat hij heeft verpest, vervangen.
Als hij niet in staat is om het koren te vervangen, zullen hij en zijn bezittingen verdeeld worden onder de boeren wiens koren is overstroomd.
Van lamlendigheid zijn we nooit beter geworden. 

maandag 12 november 2012

Editorial: De computer van de Oudheid

Geschiedenis is niet echt een spectaculaire tak van sport, zoals kernfysica en astronomie vaak wel zijn. Eens in de zoveel tijd duikt er echter een tekst of een voorwerp op waarmee het stoffige imago van de geschiedwetenschap wordt opgepoetst. Misschien wel de indrukwekkendste vondst uit de Oudheid is het Mechanisme dat in 1901 werd gevonden vlakbij het Griekse eiland Antikythera, ten Westen van Kreta. Twee stormen zorgden ervoor dat we nu de beschikking hebben over dit voorwerp: eentje die het schip waarin het vervoerd werd tot zinken bracht en eentje die ervoor zorgde dat een stel sponsvissers ergens anders gingen duiken dan ze van plan waren. De sponsvissers kwamen het wrak tegen.

Het Mechanisme van Antikythera staat bekend als de Computer van de Oudheid. De datering is nog niet helemaal duidelijk en het is ook niet geheel bekend waar het vandaan komt, maar er staan Griekse tekens op en geschat wordt dat het voorwerp rond het jaar 100 v.Chr. gebouwd is om de positie van verschillende hemellichamen op verschillende momenten te kunnen voorspellen.


Bron: Wikipedia


Het bijzondere van dit apparaat is dat het uniek is in zijn tijd. Er zijn verder geen apparaten van deze complexiteit gevonden die te dateren zijn binnen een periode van zo'n 1000 jaar ná het Mechanisme. Als die storm die sponsvissers niet uit koers had gebracht, hadden we gedacht dat dit voorwerp niet kon hebben bestaan, maar het is er en dat zet de technologische staat van de Oude Grieken in een ander daglicht.

Eergisteren besprak ik Empedocles en zijn "evolutietheorie". Vandaag maken we kennis met een soort analoge computer met veel radertjes en tandwieltjes die op een specifieke manier zijn afgesteld waardoor de wiebelingen van hemellichamen die destijds nog niet verklaard konden worden, wel konden worden voorspeld. Het zet mij persoonlijk aan het denken over hoe ver we technologisch en wetenschappelijk zijn als we het afzetten tegen de Grieken en het roept bij mij de vraag op hoe het kan dat we vervolgens 1000 jaar geen vergelijkbare voorwerpen of gedachten tegenkomen.

Tegenwoordig kunnen we, gebruik makend van de technologie van de computergame-industrie (wie zegt dat games waardeloos zijn?) een mooi beeld krijgen van het apparaat. Als historicus en geen archeoloog (en zeker geen wiskundige) kan ik verder alleen met veel bewondering voor het werk van specialisten verwijzen naar dit artikel in Scientific American en naar de uitgebreide lijst boeken en artikelen op de Engelstalige Wikipedia.

zaterdag 10 november 2012

Oud-Griekse evolutietheorie

Misschien wel de interessantste figuren uit de Oudheid, zijn de Griekse filosofen van vóór Socrates. De vroegste periode van de Westerse wijsbegeerte brengt ons merkwaardige gedachten. Helaas is van de meeste filosofen uit die tijd alleen maar via-via af en toe een fragment van hun werk bewaard gebleven. Gelukkig zijn er mensen die dit uitzoeken en er een prachtige podcast van maken waar ik voor mijn blog al vaak genoeg gebruik van heb gemaakt.

Vandaag komt de Sicilische filosoof Empedocles (±492 - 432 v.Chr.) aan bod. Van deze filosoof hebben we meer fragmenten dan van de meeste andere filosofen. Dat is maar goed ook, want hij komt met een wonderlijke manier om het bestaan van levende wezens te verklaren (Fragment 57-61):
Er kwam menig hoofd zonder nek op en armen zwierven zonder schouders en kaal rond. En ogen die voorhoofden wilden, dreven voorbij. In isolatie zwierf ieder ledemaat heen en weer en in afwachting van een verbinding. Maar doordat de goddelijkheid verder mengde met de goddelijkheid, vielen deze onderdelen samen waar ze elkaar tegenkwamen en veel geboorten vonden plaats in een lange rij van gevarieerd leven. Wezens met talloze handen en achterblijvende voeten. Velen werden geboren met een dubbel voorhoofd en borst, soms met een menselijk gezicht op een ronderlichaam, ook enkelen met een menselijk lichaam onder een runderkop. Gemengde vormen van wezens met beschaduwde geheime delen, soms gelijkend op mannen en soms op vrouw-groeisels.
Een bijzonder opmerkelijk verhaal en dat dan vooral omdat Empedocles achteraf dichter bij de waarheid blijkt te zitten dan de mens in ruim tweeduizend jaar na zijn dood heeft kunnen denken.

donderdag 8 november 2012

Ze is mooier zonder krokodillenpoep op haar gezicht!

Het vroege christendom kende een aantal toonaangevende theologen en schrijvers die de geschiedenis in gegaan zijn als Kerkvaders. Deze mannen (geen vrouwen) schreven de documenten die tot de dag van vandaag naast de Bijbel een belangrijke rol spelen in de christelijke theologie. Het bekendste werk van deze groep mensen is Over de Stad van God van Augustinus van Hippo (354 - 430 n.Chr.), waar ik het al eens eerder over heb gehad.

Vandaag komt een andere kerkvader aan bod: Clemens van Alexandrië (±125/150 - 215 n.Chr.). In één van zijn werken, de Paidagogos ("de Leraar") besteedt hij een boek aan het gedrag dat mensen dienen te vertonen. Hij beschrijft zijn beeld van schoonheid en heeft niets op met poedertjes, zalfjes en... krokodillenpoep. Kennelijk was het in zijn tijd gebruikelijk dat vrouwen die aanbrachten op hun huid. Clemens geeft onomwonden zijn mening (Paidagogos 3.2; net boven het lange citaat): 
Driemaal, zeg ik, niet één keer, verdienen zij te sterven, die de uitwerpselen van krokodillen gebruiken en zichzelf insmeren met het schuim van verdorven lichaamssappen [?] en die hun wenkbrouwen bevlekken met roet en hun wangen insmeren met witte lood.
Vrouwen die zich zo gedragen, zegt Clemens, ruïneren hun echtgenoot. Laten we zeggen dat mooie vrouwen meestal helemaal geen make-up nodig hebben. 

dinsdag 6 november 2012

Stemmen kopen

Eergisteren besprak ik deze bron al met betrekking tot Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) die zichzelf naar de top van de Romeinse Republiek had gewerkt vanuit een relatief gewone sociale positie (met de nadruk op "relatief". Sulla was geen krantenjongen en niet alleen omdat kranten in die tijd niet bestonden.). Vandaag doen we hem nog een keer, bij hoge uitzondering.

Vandaag is namelijk de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen en deze hebben aardig wat weg van de Romeinse. Een klein aantal kandidaten voor de positie in kwestie gooit met modder naar de concurrent en besteden grote sommen geld aan campagnes van een dubieus karakter. Zo had ook Sulla zijn verhaaltjes. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt over een cynische opmerking van Caesar (niet dé Caesar, die toen 7 jaar was, maar misschien zijn vader) over de manier waarop Sulla aan zijn positie van praetor (één van de hoogste ambten in de Romeinse Republiek) kwam (Sulla 5:2): 
[...] Want het volgende jaar bemachtigde hij de positie van praetor , deels omdat hij het gewone volk goed gezind was en deels omdat hij geld gebruikte om hun steun te bemachtigen. En zo gebeurde het dat hij, toen hij praetor was, boos was op Caesar en hem zei dat hij zijn eigen macht zou gebruiken tegen hem, Caesar lachte en zei: "Je hebt gelijk dat je het ambt het jouwe beschouwt, want je hebt het gekocht."
Villeine verkiezingsretoriek die je de afgelopen dagen vaak genoeg moet hebben gehoord.

zondag 4 november 2012

From paperboy to dictator

De Romeinse Republiek kent een aantal succesverhalen van het type from paperboy to millionaire waar de Amerikanen zo van smullen. In de Romeinse tijd werd door de elite toch anders gekeken naar self made mensen, zoals we bij Marius al hebben gezien. Wie Marius zegt, zegt vaak "en Sulla" er achteraan, want deze twee hebben elkaar in de late Republiek vaak genoeg dwars gezeten.

Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) begon zijn carrière als commandant in het leger onder Gaius Marius (157 - 68 v.Chr.) en richtte zich later in zijn carrière op de politiek waarin hij het uiteindelijk zo ver schopte dat hij tot dictator (niet te verwarren met moderne dictators) werd benoemd en wel voor meer dan één termijn. En dit terwijl Sulla niet uit een bijster indrukwekkende familie kwam. Slechts één van zijn voorvaderen was ooit consul geweest, maar die is toen uit de senaat getrapt, dus daar kon Sulla niet mee opscheppen.

Toch wist hij zich helemaal naar de top van de Romeinse Republiek te werken. Hiermee verwierf hij veel geld en de opschepper die hij volgens de overlevering geweest moest zijn, hield zich dan ook niet stil. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) kreeg hij daarover wel opmerkingen van de elite (Sulla 1:2-3):
"Hoe kun jij een eerlijke man zijn, wanneer je vader je niets heeft nagelaten en je toch zo rijk bent?" Want hoewel de Romeinen van die tijd niet meer de puurheid en rechtvaardigheid van leven van vroeger hadden, en gedegenereerd waren en toegaven aan de drang naar luxe en extravagantie, hielden ze niettemin hen die geërfde rijkdom verkwist hadden en hen die voorouderlijke armoede lieten varen, in gelijke minachting.
Oftewel, rijkdom voor de rijken, armoede voor de armen en zo moet het blijven. Van krantenjogen naar senator was voor een Romein geen eerzame weg.

vrijdag 2 november 2012

Genade voor een moord met een bijl

De Griekse filosoof en policicus Pittakos van Mytilene (±640 - 568 v.Chr.) stond bekend als een uiterst milde man. Hij is met name bekend geworden als één van de Griekse componenten van wat we tegenwoordig de Gulden Regel noemen en wat onterecht vaak in verband wordt gebracht met het christendom als grondlegger. Een bekende uitspraak van Pittakos is "Doe je buurman niet aan wat je hem kwalijk zou nemen" (Fragment 10.3). Hele milde man dus, vooral voor Oudheid-begrippen.

Wat wellicht bekender is over deze man is het verhaal over zijn zoon Tyrraeus. De inmiddels bekende Griekse filosofen-biograaf Diogenes Laërtius (derde eeuw n.Chr.) noemt in zijn biografie van Pittakos het werk van ene Pamphilia over Tyrraeus en Pittakos (Pittakos 3):
Maar Pamphilia zegt in het tweede boek van haar Commentaren, dat hij [Pittakos] een zoon had die Tyrrhaeus heette, die toen hij in de kapperszaak in Cyma zat, werd gedood door een bronssmit die een bijl naar hem gooide; en dat de bewoners van Cyma de moordenaar naarb Pittakos hadden gestuurd, die de man vrijliet nadat hij het verhaal hoorde, en zei: "Genade is beter dan spijt." 
Dat is heel erg mild.