Tot 40% extra korting op winters assortiment!

woensdag 13 november 2013

Marx en de Romeinen

Misschien wel het interessantste uit het werk van de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) is het feit dat hij begrijpt dat er met de Romeinen iets fundamenteel anders is dan met andere volkeren. Dit zit hem in de staatsinrichting van de Romeinse Republiek die anders is dan de verschillende systemen van andere staten. 

Een paar maanden geleden kwam Polybius' idee van staatsinrichting al eens aan bod. Vandaag kijken we een paar regels verder en komt een stuk aan bod waar de 19e eeuwse filosoof Karl Marx (1818 - 1883 n.Chr.) wel wat mee had gekund. Polybius ontwaart namelijk ontwikkelingen van de ene naar de andere vorm van staatsinrichting (Romeinse Geschiedenis VI.4.6-10):
We moeten dus vaststellen dat er zes vormen van staatsinrichting zijn: de drie eerdergenoemden [democratie, aristocratie en koningschap] die op de tong van een ieder liggen en de drie die daar natuurlijkerwijs aan gelieerd zijn. Ik bedoel monarchie [één iemand aan de macht, zonder de koninklijke connotatie], oligarchie en het bewind van het gepeupel. De eerste van deze vormen die ontstaat is monarchie omdat het een natuurlijke staat is en zonder hulp tot stand komt; vervolgens ontwikkelt zich uit deze monarchie een echt koningschap door de hulp van de kunsten en het corrigeren van tekortkomingen. Dit degenereert in haar ondeugdelijke maar gelijksoortige vorm van tirannie en vervolgens geeft de opheffing van beide [tirannie en koningschap] ruimte voor het opkomen van een aristocratie. Het zit in de aard van aristocratie dat het degenereert naar een oligarchie en wanneer het volk uit woede voor de onrechtvaardige regering wraak neemt op de bestuurders, ontstaat democratie een vorm van regering die het bewind van het gepeupel voortbrengt om de serie te vervolmaken [want daarna kan een sterke man de leiding pakken en begint het weer opnieuw].
Het grote verschil tussen de Romeinen en de rest is dat de Romeinen ervoor zorgen dat de drie 'goede' regeermethoden, koningschap, democratie en aristocratie, gecombineerd zijn in één vorm. Consuls spelen de rol van de koningen, de senaat is een aristocratisch orgaan en de volksvergadering zorgt voor het democratisch element. Hierdoor is de Romeinse staatsinrichting veel stabieler dan de rest en kan het zich onthouden van de ontwikkelingen. Polybius juicht dit toe en hier verschilt hij van Marx die meende dat de ontwikkelingen van regeervorm naar regeervorm uiteindelijk zouden leiden tot een perfecte vorm. 

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Karl Marx, Capital

maandag 11 november 2013

De zwerende generaal, de vrouwen en het ongedierte

Eerder kwam de fysieke conditie van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) aan bod. Achter de grote staatsman en meesterdelegeerder (vraag maar aan Gaius Cilnius Maecenas (70 - 8 v.Chr.) en Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.)) schuilde een man met veel fysieke ongemakken. Een andere grote man uit de Romeinse geschiedenis komt er niet veel beter vanaf. We hebben het al vaak gehad over Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.), in zijn hoedanigheid van generaal of politicus, maar ook deze grote man had wat fysieke problemen.

Sulla had grote fysieke problemen, als we de biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) moeten geloven - en dat komt ons hier goed uit. In zijn biografie van de politicus beschrijft Plutarchus dat het niet altijd even goed ging met Rome's eerste dictator voor onbepaalde tijd (gebruikelijk werd een dictator voor een periode van zes maanden aangesteld). Sulla had thuis een vrouw zitten, vertelt Plutarchus, maar dat zorgde er niet voor dat hij zich niet bezig hield met andere vrouwen. Hij vertelt verder (Sulla 36.2-3):
Door deze levenswijze verergerde hij een ziekte die in het begin onbelangrijk was en gedurende lange tijd had hij niet eens in de gaten dat er zweren op zijn darmen zaten. Deze ziekte beschadigde zijn hele vlees ook en zette het om in wormen, zodat, ook al had hij velen in dienst om hen dag en nacht te verwijderen, datgene dat ze van hem afnamen was niets vergeleken met datgene dat er bij kwam bij hem. Zijn kleding, wastafels en voedsel waren geïnfecteerd met de stroom van bederf, zo gewelddadig was datgene dat zijn lichaam afstootte. Om die reden dompelde hij zichzelf vele keren per dag onder in water om zichzelf te reinigen en te schuren. Maar dit maakte niets uit, want de verandering haalde hem snel weer in en de zwerm van ongedierte tartte elke zuivering.
...En toch wilden de vrouwen bij hem in de buurt komen.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV

zaterdag 9 november 2013

Goudlokje's ergste vijand

Theseus doodt Procrustes
Bron; Wikipedia
De Griekse mythologie zit vol met merkwaardige figuren waarvan een aantal bijzonder sadistisch is. Een bijzondere figuur is Damastes Procrustes. Hij was herbergier en hield er een opvallende manier van moorden op na. In een werk dat toegeschreven is aan de Griekse schrijver Apollodorus vam Athene (2e eeuw v.Chr.) maar waarschijnlijk niet van hem is, komt Procrustes aan bod als slechtoffer van de held Theseus (Samenvatting  I.4) :
Als zesde doodde hij Damastes, die door sommigen Polypemon wordt genoemd. Hij had zijn huis aan de weg en had twee bedden gemaakt, een kleine en een grote; en gastvrijheid aan voorbijgangers aanbiedend legde hij kleine mensen op het grote bed en sloeg ze plat met een hamer zodat ze precies op het bed pasten; maar de lange mensen legde hij op het kleine bed en hij zaagde de lichaamsdelen die eruit staken af.
Theseus besloot Procrustes een koekje van eigen deeg te geven. Hij legde de herbergier op zijn eigen bed en doodde hem. Het is niet bekend of hij te groot of te klein was, maar hij was wel dood. Nadat Theseus met Procrustes had afgerekend, kon hij verder op zijn reizen.

Boekentip voor vandaag:
Apollodorus van Athene, The Library II

donderdag 7 november 2013

Imitatie is een vorm van haat

Culturele beïnvloeding reikt vaak verder dan je denkt. Na een kleine twee jaar is het onderhand eens tijd om één van de belangrijkste woorden uit de studie van de Oudheid te noemen:  Romanisering, het Romeins-worden van zij die aanvankelijk niet Romeins zijn, in welke vorm dan ook. Dit proces heeft een zeer brede betekenis en duikt op in verschillende maten. De Picten in het huidige Schotland kregen in een andere mate dingen mee van de Romeinen dan de Grieken en de Galliërs, maar ook zij hadden een zekere mate van romanisering. Dit is op zichzelf voldoende stof voor een blog. Voor nu laat ik het hierbij.

Een interessante episode in dit kader is de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.), niet te verwarren met de Griekse. Een aantal Italische gemeenschappen kwamen in opstand tegen Rome en besloten een machtscentrum op te zetten in de stad Corfinium in de Abruzzen. Volgens de Griekse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) hadden ze een specifieke manier van staatsinrichting in gedachten (Bibliotheek XXXVII.2.4-5):
Verwikkeld in de oorlog met de Romeinen waren de Samnieten, de inwoners van Asculum, de Lucaniërs, de Piceni, de inwoners van Nola en andere steden en volkeren. Hun belangrijkste stad was Corfinium, recent als hoofdstad van de Italiërs ingesteld, en daar hadden ze, naast andere symbolen van politieke macht, een groot forum en raadsgebouw opgericht en een overvloedige opslag van geld en andere benodigdheden voor de oorlog, en een heleboel voedsel. Ze zetten ook een gezamenlijke senaat van vijfhonderd leden op, waaruit mannen voor promotie werden geselecteerd die waardig waren om het land te regeren en te zorgen voor de algemene veiligheid. Zij vertrouwden de leiding over de oorlog aan hen toe en gaven de senatoren volmacht om te handelen. Laatstgenoemden zorgden ervoor dat jaarlijks twee consuls en twaalf praetoren zouden worden gekozen.
Doel was een alternatief te scheppen voor Rome. Opvallend is dat dit alternatief wel verdacht veel lijkt op datgene waar ze zich zo tegen verzetten. Romanisering ging vaak veel verder dan je zou denken, een beetje zoals de filialen van grote Amerikaanse fastfood-ketens in Iran.

Boekentip voor vandaag:
Diodorus Siculus, Library of History
L. de Blois en R.J. van der Spek, De kennismaking met de oude wereld (eerstejaardboek uit mijn studie)

dinsdag 5 november 2013

Het regent kippen!

Soms gebeuren er van die dingen die wel iets móéten betekenen. Het zijn van die zaken die het begin of het einde van een tijdperk aankondigen. Soms is al heel vroeg duidelijk dat iemand voorbestemd is om een hele grote te worden. Soms gebeurt er gewoon iets geks waar veel waarde aan gehecht wordt. Zo vertelt de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) dat Livia (59/58 v.Chr - 29 n.Chr.) de vrouw van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) eens buiten liep en wat meemaakte (Galba I.1):
Toen in een ver verleden Livia direct na haar huwelijk met Augustus naar haar verblijf in Veii terugkeerde, liet een voorbijvliegende adelaar een witte kip, die hij met een lauriertakje in de snavel had meegeroofd, neervallen in haar schoot met het takje nog in de bek. Men besloot het dier te verzorgen en het takje te planten. Daar kwam een zo groot nageslacht aan kippen uit voort dat de villa tot op de dag van vandaag 'De kippenren' wordt genoemd [dit is overigens dezelfde villa van het beroemde standbeeld van de keizer]. Het takje groeide uit tot een prachtig laurierbos, waar de Caesares als zij een triomftocht gingen houden, altijd hun lauwerkransen plukten.
Deel van een muurschildering in de villa van Livia
Bron: Wikipedia
De kippen deden het jarenlang uitstekend, maar toen kwam keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) aan de macht. Volgens Suetonius ging het tegen het einde van zijn regering zo slecht met de kippen dat ze allemaal doodgingen en de laurierbonen waren allemaal verdord. Een definitief einde aan een era dat met een vreemd toeval begon.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zondag 3 november 2013

Tips voor enigszins reusachtige gebouwen

Men zegt vaak dat het grote verschil tussen de Grieken en de Romeinen uit de Oudheid is dat de Grieken theoretisch ingesteld waren en de Romeinen praktisch. Hoewel dit soort generalisaties altijd veel te makkelijk is, zit hier wel degelijk wat in. Iedere bladzijde in het werk van de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio (± 85 - 20 v.Chr) druipt van het praktisch denken. Eén van de eerste berichten op dit blog is daar een mooi voorbeeld van. Het zijn van die praktische slimmigheden die iedereen wel kan bedenken, maar op één of andere manier hebben we dit allemaal van Vitruvius.
Bovenste deel van een zuil met het
dak van de tempel erboven
Bron: Architraaf.nl

Vitruvius legt in zijn werk uit aan welke eisen verschillende types tempels dienen te voldoen. Hij beschrijft de breedte van de ruimten tussen de zuilen, de hoogte van de zuilen en de traptreden ernaartoe en al dat soort zaken. Een ander punt dat de architect aanstipt is de hoogte van de architraaf boven een zuil en hoe deze zich verhoudt tot de dikte en de hoogte van de zuil eronder. Hij besteedt uitgebreid aandacht aan de proporties van de verschillende delen van de tempel en stelt hier zelfs een soort staffel voor op. De reden dat Vitruvius hier onderscheid in maakt, is niet zozeer bouwkundig van aard, maar optisch (Over Architectuur III.5.9):
Want hoe hoger het oog moet klimmen, hoe moeilijker het door de dikkere en dikkere massa van lucht heen komt. Het mislukt dan ook als het hoog gaat, de kracht wordt eruit gezogen en het geeft de geest een verwarde benadering van de dimensies door. Daarom moet er altijd een overeenkomende toename van de symmetrische proporties van de onderdelen zijn, zodat de grootte van de onderdelen altijd in evenwicht lijkt, ook al staat heb gebouw op een ongebruikelijk hoge plaats of is het van zichzelf enigszins reusachtig.
Zoals zo vaak bij Vitruvius is dit geen rocket science, maar misschien juist daarom zo interessant. De Romeinen waren ook gewoon mensen, net als wij. Dat komt het duidelijkste naar voren in het werk van mensen die gewone-mensen-dingen doen, zoals Vitruvius.

Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture

vrijdag 1 november 2013

Kleine of grote dingen afhakken

Tijdens de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) maakten de Atheners zich gereed voor een aanval op Syracuse op Sicilië in 415 v.Chr. toen de nacht voor het vertrek een grote misdaad plaats had in de stad.  De stad stond destijds stampvol met Hermen, standbeelden die aan de god Hermes waren gewijd. Deze waren in één nacht op grote schaal geschonden. Een heiligschennis als deze zorgde ervoor dat de Atheners grote twijfels hadden aangaande de op hande zijnde aanval. 
 Een Herme, bron: Wikipedia

                                                                                     
De Hermen hadden een opmerkelijk uiterlijk en het laat zich raden welke gruwelen met de arme standbeelden zouden zijn uitgevoerd. De Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) maakt melding van datgene dat we allemaal wel in kunnen vullen (De Peloponnesische Oorlog VI.27.1):
Te midden van deze voorbereidingen [voor de aanval op Syracuse], waren bij alle Hermen in de stad Athene, dat zijn de gebruikelijke vierkante figuren die vaak voorkwamen in de toegangspoorten tot privé-woningen en tempels, in één nacht bij de meesten hun gezichten verwoest.
Niet alleen de gezichten blijken doelwit van de vandalen te zijn geweest. Volgens de Griekse Historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) waren ook andere vormen beschadigd (Alkibiades XVIII.3) maar veel concreter dan dat wordt deze opmerking niet. Uiteindelijk volgt een soort proces waar met name Thucydides niet bepaald om te spreken is. Verschillende hooggeplaatsten worden gearresteerd en ter door gebracht om hun vermeende rol in dit schandaal. De aanval op Syracuse werd uiteindelijk doorgezet, maar leverde een gigantische nederlaag op voor de Atheners. Als zij Hermes aan hun kant zouden hebben gehad, zouden ze er een stuk beter voor hebben gestaan. De militaire ramp die volgde wordt algemeen gezien als één van de belangrijkste redenen voor de Atheense nederlaag in de hele oorlog. Het ligt soms aan kleine (of grote) dingetjes...

Boekentip voor vandaag:
Debra Hamel, The Mutilation of the Herms