Tot 40% extra korting op winters assortiment!

zaterdag 29 september 2012

De keizer mag alles

Keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) is de geschiedenis in gegaan als misschien wel de allergekste persoon ooit. We hebben al eerder gezien dat zij zijn paard hoger achtte dan de senatoren van Rome. In zijn regeerperiode heeft hij het wel vaker bont gemaakt. Misschien het bekendste is zijn seksuele moraal. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) tekent over Caligula op wat hij met de vrouwen van Rome uitspookte (Caligula 36.2):
Hij nodigde hen uit voor het diner met hun echtgenoten en wanneer ze bij de voet van zijn bank [Romeinen en Grieken aten liggend bij diners], inspecteerde hij hen kritisch en bewust, alsof hij slaven kocht, en hij duwde het gezicht omhoog van hen die bescheiden naar de grond keken. Vervolgens zou hij zo vaak als hij wilde de kamer verlaten en degene die hem het meest beviel laten komen en vervolgens snel erna terugkeren met duidelijke tekenen van wat er gebeurd was. Hij bekritiseerde zijn partner openlijk, hun schoonheden en lelijkheden noemend en commentaar hebbend op hun prestaties. Voor sommigen verstuurde hij persoonlijk scheidingspapieren in naam van hun afwezige echtgenoten en liet deze in de openbare documenten vastleggen.
Caligula maakte zich hiermee niet bij iedereen even populair. Dit moet één van de redenen geweest zijn dat hij maar 28 jaar werd.

donderdag 27 september 2012

Geniaal en merkwaardig

Het is opvallend dat misschien wel hét klassieke voorbeeld van de filosoof uit de oudheid, Socrates (±470 - 399 v.Chr.) nog nooit prominent is gepasseerd in dit blog. Het is zelfs zó erg dat we in de antieke filosofie spreken van een waterscheiding tussen de presocratics en de filosofen ná Socrates. Vandaar ook dat ik een verzoeknummertje uithaal en hem bespreek. Socrates heeft zelf nooit iets geschreven en we moeten voor zijn leven en zijn werk terugvallen op latere bronnen als Plato (±427 - 347 v.Chr.), Xenophon (± 430 - 355 v.Chr.) en de onvermijdelijke Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.).

Socrates komt vooral prominent voor in de dialogen van Plato, waaronder het al eens eerder genoemde Symposion. In dit werk laat Plato een aantal mannen opdraven op een drinkfeest, waaronder Socrates. Voor het feest komt Socrates zijn goede vriend Aristodemos tegen en vraagt hem mee te gaan. Socrates was uitgenodigd, maar Aristodemos niet, dus ging hij als gast van Socrates mee. Alleen onderweg raakte Socrates steeds verder in gedachten verzonken en raakte achter. Aangekomen bij het feest kwam hij de gastheer tegen. Plato vertelt verder (Symposion 174e, pagina 5):
En zodra Agathoon [de gastheer] hem opmerkte, riep hij: Beste Aristodemos, ge bent precies op tijd om de maaltijd met ons te nuttigen. Maar als ge om een andere reden zijt gekomen, vergeet die dan maar even, want ik heb u gisteren al lopen zoeken om u voor deze maaltijd uit te nodigen maar ik kon u nergens vinden. Maar waarom is Sokrates niet meegekomen? Aristodemos keek achterom maar Sokrates was in geen velden of wegen te bekennen. Dus moest hij nu zelf het verhaal doen waarom hij met Sokrates was meegegaan en deze hem voor dit feestmaal had uitgenodigd.
Omdat Socrates nergens te bekennen was, liet Agathoon Aristodemos vast plaatsnemen in de zaal en liet een tafeljongen Socrates zoeken. Plato vertelt verder (Symposion 175a, pagina 6)

Toen kwam juist een van de andere tafeljongens binnenlopen met de mededeling, dat die Sokrates die ze 
moesten zoeken, zijn toevlucht had gezocht in het portiek van de buren en dat hij daar maar bleef staan en niet naar binnen wenste te komen, zelfs niet als ze hem riepen.
Merkwaardige figuur, die genie. Valt soms geen pijl op te trekken!

dinsdag 25 september 2012

Je moet meer voor me vragen

Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) is vermoedelijk de eerste persoon die mensen noemen als je om een Romein vraagt. Zelf was hij zich ook zeer bewust van zijn status. Eén van de opmerkelijkste episodes uit zijn lijf was toen hij vroeg in zijn politieke carrière piraten tegenkwam aan de kust bij Cilicië in Zuid-Turkije. De piraten namen Caesar gevangen en probeerden er een slaatje uit te slaan. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat de reactie van de jonge senator was (Caesar 2):
Om te beginnen lachte hij hen uit toen de piraten twintig talenten voor hem vroegen als losgeld, omdat ze niet wisten wie hun gevangene was, en hij ging uit eigen beweging akkoord met vijftig. In de tweede plaats hield hij, toen hij zijn gevolg erop uit gestuurd naar naar de verschillende steden om geld te regelen en toen hij met één vriend en twee Cilicische bewakers, zeer moordlustige mannen, overbleef, hen in zo veel minachting dat hij, wanneer hij ging liggen om te slapen, mensen stuurde om hen te laten stoppen met praten. Achtendertig dagen lang deed hij zorgeloos mee met hun sporten en oefeningen, alsof het niet zijn bewakers, maar zijn koninklijke lijfwacht waren. Hij schreef ook gedichten en diverse toespraken die hij aan hen voorlas en hij schold hen die deze niet geweldig vond in hun gezicht uit voor ongeletterde barbaren en bedreigde hen vaak lachend allemaal op te hangen. De piraten vonden dit geweldig en en schreven zijn vrijmoedigheid om te spreken toe aan een zekere eenvoud en jongensachtige vrolijkheid. Maar toen het losgeld was gearriveerd vanuit Milete [stad in West-Turkije], hij het betaald had en vrijgelaten werd, bemande hij onmiddellijk schepen en trok naar zee vanuit de haven van Milete tegen de rovers. Hij nam ze gevangen, terwijl ze nog voor anker lagen bij het eiland, en kreeg de meesten in zijn macht. Hun geld werd zijn buit, maar de mannen zelf sloot hij op in de gevangenis van Pergamum [ook een stad in West-Turkije] en hij ging persoonlijk naar Junius, de gouverneur van Asia, omdat het aan hem was, als praetor van de provincie, om de gevangenen te straffen. Maar omdat de praetor zijn ogen had laten vallen op hun geld, wat geen geringe som was, en omdat hij bleef zeggen dat hij de zaak van de gevangenen op zijn gemak zou bekijken, liet Caesar hem zijn gang gaan, ging naar Pergamum, haalde de rovers uit de gevangenis en kruisigde ze allemaal, precies zoals hij ze op het eiland had gewaarschuwd dat hij zou doen, toen ze dachten dat hij een grapje maakte.
Deze jongens hebben weinig plezier mogen beleven aan hun gevangene...

zondag 23 september 2012

Supportersrellen lopen uit de hand

Met de gebeurtenissen van eergisteren in Haren in het achterhoofd ga ik het vandaag hebben over rellen in de Oudheid. Dit is zo'n klassiek voorbeeld van het feit dat mensen in al die eeuwen niet veranderd zijn. Er kwamen dit keer geen Facebook-feestjes of voetbalwedstrijden aan te pas in Constantinopel (het huidige Istanbul), maar de grote volkssport van de Romeinse tijd: wagenrennen. Bij het wagenrennen was er sprake van een aantal teams die een supportersschare hadden in de stad. De teams hadden een bepaalde kleur en stonden bekend als De Blauwen of De Groenen. Tussen deze groepen werd regelmatig gereld, net zoals bij voetbalwedstrijden tegenwoordig, maar in 532 n.Chr. liep het volledig uit de hand.

De Byzantijnse filosoof en historicus Procopius (kort voor 500 - na 562 n.Chr.) beschrijft in zijn werk de opstand die binnen de kortste keren uitliep op een volksopstand tegen de keizer. Na gebruikelijke rellen waren leden van de verschillende groeperingen opgepakt voor moord. De reactie was als volgt (Geschiedenis van de Oorlogen I.24.8-13):
Maar deze keer leden de gezagsdragers van de stadsoverheid van Byzantium [Constantinopel] sommige relschoppers naar hun dood. Maar de leden van de twee groeperingen spanden samen, stelden een staakt-het-vuren in met elkaar, pakten de gevangenen af en gingen vervolgens rechtstreeks de gevangenis in, waar ze alle gevangenen vrijlieten, of ze nu beschuldigd waren van relschopperij of opruiing, of voor een andere onrechtmatige daad. En alle toezichthouders in dienst van de stad werden gedood; ondertussen vluchtten de weldenkende burgers naar de overkant van het vasteland en de stad werd in brand gestoken toen het in handen van de vijand viel. Het heiligdom van Sophia en het badhuis van Zeuxippus en een deel van de keizerlijke residentie vanaf de propyleeën tot zo ver als het Huis van Ares werd verwoest door vuur. Verder werden de beide grote zuilengalerijen die liepen tot het marktplein dat de naam van Constantijn droeg verwoest, alsmede veel huizen van rijken en een gigantische hoeveelheid rijkdommen. 
Keizer Justinianus (482/483 - 565 n.Chr.) sloeg de rellen keihard neer en volgens Procopius kwamen meer dan dertig duizend burgers om (I.24.50-56). Een zwarte dag in de geschiedenis. Niet om de gebeurtenissen in Haren te bagatelliseren, maar om aan te tonen dat we soms allemaal net Romeinen  rond een wagenren-wedstrijd zijn.

vrijdag 21 september 2012

World Peace Day

Vandaag is het World Peace Day en een goeie reden om het te hebben over vrede in de Romeinse periode. Hoewel de Romeinen eerder bekend staan om hun legioenen en oorlogsvoering, is Pax Romana (Romeinse Vrede) een begrip dat ook wat bekendheid heeft weten te vergaren en wat ervoor gezorgd heeft dat Europa min of meer dezelfde cultuur heeft.

Wat doe je om na een grote oorlog een Pax Romana te beginnen? Dan sluit je de deur van een tempel. Het was de legendarische tweede koning van de Romeinen Numa Pompilius (716 - 673 v.Chr.) die de tempel aan de tweekoppige god Janus. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) had Numa de tempel een specifiek doel gebouwd (Geschiedenis van Rome I.19):
Nadat hij op die manier de kroon overnam, bereidde Numa voor de stad [Rome] die zo kort geleden middels de kracht van wapens was gesticht, opnieuw te stichten met wetten en gebruiken. Hij zag dat dit onmogelijk was zo lang er oorlog was, want het verdierlijkte mensen. In de veronderstelling dat de wreedheid van zijn onderdanen zou afnemen door het niet gebruiken van wapens, bouwde hij de tempel van Janus aan de voet van de Aventijn [één van de zeven heuvels van Rome] als een teken van vrede en oorlog, om aan te tonen dat het open was als de staat in de wapenen was, en dat het gesloten was als alle omringende landen vrede hadden.
Hoe interessant die oorlogen van de Romeinen ook waren, laten we hopen dat we de poorten van de tempel eens kunnen sluiten.

woensdag 19 september 2012

Zing voor je geliefde

Eén van de grote Romeinse dichters is Publius Ovidius Naso (43 v.Chr. - 17 n.Chr.). Hij is vooral bekend geworden door zijn werk Metamorfosen dat waarschijnlijk in het jaar 1 n.Chr. is voltooid. Rond dezelfde tijd schreef hij echter een zeker zo boeiend werk: Ars Amatoria ("de kunst van de liefde") waarin hij in dichtvorm tips geeft voor het liefdesleven van zijn lezers.

Eén van de tips die Ovidius geeft is: bekwaam je in muziek en leer zingen. In zijn eigen woorden (Ars Amatoria III.VII):
De Sirenen waren zeemonstens die, met hun zingende stem de koers van een schip naar kun wens konden doen afwijken. Ulysses [Odysseus], jouw lichaam smolt bijna toen je ze hoorde, terwijl was de oren van je metgezellen vulde. Een lied is een ding van gratie: dames, leer zingen: want voor velen is je stem een betere koppelaarster dan je uiterlijk. Herhaal wat je gehoord hebt in het theater en de nieuwste liederen in de Egyptische stijl. Iedere vrouw die onder mijn controle is opgeleid moet weten hoe ze haar lier met haar linkerhand vasthoudt en de plectrum met de rechter.
Helemaal mee eens. Geldt ook voor mannen trouwens.

Voor M. 

maandag 17 september 2012

Famous last words (2)

Eerder op dit blog besprak ik de beroemde laatste woorden van keizer Vespasianus. Vandaag een kort stukje over keizer Augustus (63 v.Chr - 14 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) zou de Romeinse keizer vlak voor zijn dood de aanwezigen als volgt hebben aangesproken (Augustus 99.1):
Omdat ik mijn rol heb gespeeld, klap allen in uw handen en begeleid me van het podium met applaus!
Politiek is toch een beetje toneel.