Een groot probleem dat regelmatig opduikt als je je verdiept in de Oudheid is dat sommige dingen gewoon niet te weten vallen. Bijvoorbeeld: tempels en inscripties zijn er wel en vaak meldt een schrijver ook wel iets, maar we kunnen nooit met zekerheid te weten komen wat mensen diep van binnen voelden. Een ander voorbeeld is het familieleven aan het hof van een koning. Meestal is wel bekend of de koning kinderen heeft en de namen zijn ook wel te achterhalen (vrijwel alleen bij de allerhoogste mensen), maar het vergt iets opvallends om meer te weten te komen over zo'n kind.
Zo had de eerder genoemde koning Mithradates VI van Pontus (132 - 63 v.Chr.) een aantal kinderen bij zijn verschillende vrouwen. Bij zijn "hoofdvrouw," koningin Laodice, die overigens ook zijn zus was, had hij een dochter. Deze had echter een afwijking, zo meldt de Romeinse historicus Valerius Maximus (1e eeuw n.Chr.). In een terloopse opmerking meldt Valerius (Gedenkwaardige Daden en Woorden I.8e.13.):
Maar Drypertinè, de dochter van koning Mithradates die uit koningin Laodice was geboren, met een dubbele rij tanden erg lelijk, was reisgenoot van haar vader toen Pompeius hem verslagen had.
Dat is alles wat we over deze arme meid weten...
Boekentip voor vandaag:
Adrienne Mayor, The Poison King. The Life and Legend of Mithradates
Er zijn plekken op aarde waar het niet goed toeven is, dus dan kom je daar liever niet. Wanneer deze plekken iets te bieden hebben aan natuurlijke grondstoffen, is er altijd wel iemand die probeert dit te exploiteren en er geld mee te verdienen. Dat was in de Oudheid niet anders. In Pontus, een regio in het Noorden van het huidige Turkije. In de regio stond de berg Sandaracurgium waar arseen werd gewonnen in een mijn. Dit was volgens de Griekse geograaf Strabo (64 v.Chr. - 19 n.Chr.) geen erg lucratieve zaak (Geografika XII.3.40):
De berg Sandaracurgium is uitgehold door de mijnactiviteiten die daar zijn gedaan, want de werkers groeven er diepe grotten onder. De mijn werd bewerkt door zakenlieden [publicani] die als mijnwerkers slaven gebruikten die op de slavenmarkt waren verkocht omwille van hun misdaden; want, naast de pijnlijkheid van het werk, zegt men dat de lucht in de mijnen zowel dodelijk was als moeilijk uit te houden door de vreselijke stank van de ertsen, waardoor de werkers gedoemd waren tot een snelle dood. De mijnen stonden ook vaak leeg omwille van de onprofijtelijkheid ervan, omdat de werkers niet alleen meer dan tweehonderd in getal waren, maar ook steeds weer vervielen vanwege ziekte en dood.
De Romeinse publicani stonden niet bekend om hun aandacht voor het welzijn van de werknemers [meestal slaven]. Dat de mijnen onbewerkt bleven had meer te maken met het feit dat de opbrengsten nauwelijks meer opwogen tegen de kosten van het steeds weer opnieuw aanvoeren van ter dood veroordeelde slaven voor het werk.
Boekentip voor vandaag:
Strabo, The Geography of Strabo
Veel Griekse filosofen waren vooral bezig met het te pas en te onpas wijze lessen leren aan anderen. De Noord-Afrikaanse filosoof Aristippos van Cyrene (5e en 4e eeuw v.Chr.) was daarin geen uitzondering. Onderwijs werd in die tijd nog als zeer belangrijk gezien (dit kun je beschouwen als kritiek op de huidige tijd) en de filosofen speelden hierin een rol. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) beschrijft hoe in de persoon van Aristippos zijn rol als onderwijzen en die als casual lessengever wordt gecombineerd (Aristippos 72):
[...] Toen iemand zijn zoon bracht als een leerling, vroeg hij[Aristippos] een bedrag van 500 drachmae [beduidend meer dan een jaarinkomen van een Athener in die tijd]. De vader bracht hier tegenin: "Voor dat geld kan ik een slaaf kopen". "Dan doe je dat toch," was het antwoord, "en dan heb je er twee." Hij zei dat hij geen geld van zijn vrienden aannam voor zijn eigen doeleinden, maar om hen te leren aan welke dingen hun geld besteed zou moeten worden.
Onderwijs zorgt ervoor dat jongeren de gelegenheid krijgen te ontsnappen aan de slavenrol en zich kunnen richten op vrijere dingen, of het nu filosofie is of een ambacht dat kennis en vaardigheden vereist. Hoewel de situatie in het Griekenland van de 5e eeuw v.Chr. anders is dan de huidige situatie, onderwijs is het waard om veel geld aan te besteden en hier ligt zeker een taak voor de overheid.
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
De afgelopen weken heb ik het regelmatig gehad over de veroveringen van de Perzen onder Cyrus en Cambyses. Vandaag gaat het daar ook over, maar niet zozeer over de oorlogshandelingen, maar de politiek eromheen. Cyrus' troepen veroverden binnen een mum van tijd de Ionische Griekse steden van de Turkse westkust. Deze gebieden vielen voorheen onder Lydische heerschappij en onder de Lydiërs hadden de Grieken een uitstekende positie, zo stelt de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) die ook uit die regio kwam. Daarom stuurden de Grieken gezanten om met de Perzen te onderhandelen. Herodotus vertelt wat gebeurde (Historiën I.141.1-2):
Zodra de Lydiërs waren verslagen door de Perzen, stuurden de Ioniërs en Aetoliërs gezanten naar Cyrus, met het voorstel om op basis van dezelfde voorwaarden door de Perzen te worden overheerst al dat zij door Croesus [de Lydische koning] waren overheerst. Nadat hij het voorstel had aangehoord, vertelde Cyrus hen een verhaal. Eens, zei hij, was er een fluitspeler die vissen in de zee zag en op zijn fluit speelde, denkend dat ze dan naar het land zouden komen. Teleurgesteld in zijn hoop wierp hij een net uit en haalde het binnen en ving een grote hoeveelheid vissen; en toen hij ze zag springen, zie hij: "Je kunt nu maar beter stoppen met dansen; je kwam eerst ook niet naar buiten om te dansen, toen ik voor je speelde."
Het antwoord was dus "nee"
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories
Het grootste rijk uit de Oudheid was dat van de Perzen en het was voor een deel te danken aan de tweede koning van de Perzen, Cambyses (overleden in 522 v.Chr.) dat dat zo is. Zijn grootste wapenfeit was de verovering van Egypte en daarvoor had hij iets bedacht. De Egyptenaren namelijk deden iets waar de hele Oudheid raar van opkeek: zij vereerden goden die een dierlijk gedaante hadden. Dat zorgde ervoor dat ze veel dieren als heilig zagen.
In 525 v.Chr vond de Slag bij Pelusium plaats. De Egyptische troepen stonden tegenover de Perzische. De Macedonische historicus Polyaenus (2e eeuw n.Chr.) vertelt hoe Cambyses de zwakte van zijn vijand open legde. De boden weerstand tegen de opkomst van Cambyses en zijn leger. Polyaenus vertelt (Krijgslisten VII.9):
Toen Cambyses Pelusium, dat de ingang in Egypte bewaakte, aanviel boden de Egyptenaren grote weerstand. Zij brachten geweldige voertuigen op tegen de belegeraars en gooiden projectielen, stenen en vuur naar hen vanuit hun catapults. Om deze vernietigende barrage het hoofd te bieden stelde Cambyses voor zijn frontijn honden, schapen, katten, ibissen en alerlei dieren die de Egyptenaren als heilig beschouwden op. De Egyptenaren hielden onmiddellijk op met hun acties, uit angst om de dieren, die zijn zeer hoog achtten, pijn te doen. Cambyses veroverde Pelusium en opende daarmee de weg naar Egypte voor zichzelf.
Cambyses deed wat veel moderne generaals nalaten: hij gebruikte de specifieke eigenschappen van de vijand tegen hen. De Slag bij Pelusium liep uit op een gigantische overwinning voor de Perzen.
Boekentip voor vandaag:
Polyaenus, Strategems of War
Eerder deze maand las ik dit artikeltje over Romeins beton dat sterker zou zijn dan modern beton. Het Romeinse beton werd opgebouwd uit kalksteen, puin en pozzolaan dat in contact met water keihard wordt. De Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) licht toe waar het spul zijn bijzondere eigenschappen aan te danken heeft (Over Architectuur II.6.1):
De reden hiervoor lijkt te zijn dan de ondergrond op de flanken van de bergen [vulkanen] in deze regio's heet is en vol zit met warme bronen. Die zou zo niet zijn geweest als er onder hen geen enorme vuren van brandend zwavel of aluin of asfalt waren. Dus het vuur en de hitte van de vlammen, die heet van ver binnen door de spleten naar boven komen, maken de bodem er licht en het tufsteen dat daar gevonden wordt, is sponsig en vrij van vocht. Zodoende zorgt het plotseling opgenomen water, wanneer deze drie substanties die allemaal gevormd zijn door een soortgelijk principe door de kracht van vuur, samen gemengd worden, dat ze samenhangen en het vocht verhardt ze snel zodat ze een vorm aannemen die noch de golven, noch de kracht van het water kunnen oplossen.
Het geheim van de Romeinse bouwkunst en waarom de triomfbogen en het Pantheon nog staan.
Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture
De Byzantijnse keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) regeerde tijdens een uitbreek van de Pest en werd getroffen door de ziekte. Gelukkig voor hem herstelde hij daarvan, maar hij is door zijn ziekte toch een lange tijd uit de roulatie geweest. Gedurende zijn ziekte werden de honneurs van het keizerschap waargenomen door zijn vrouw Theodora (±500 - 548 n.Chr.). We hebben eerder gezien dat de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) Justinianus geen bijster geweldige vent vond. Theodora komt er ook niet best vanaf. Procopius schildert de keizeres af als de grootste slet die ooit op de wereld rond heeft gelopen. Het begon al toen ze zeer jong was en haar zus indruk maakte als prostituee. Het kleine zusje mocht mee (Geheime Geschiedenis IX.10):
Voor een poosje was was Theodora, omdat ze nog een kind was, niet in staat om met een man te slapen of gemeenschap te hebben op de manier van een vrouw, maar ze liet zich wel in met gemeenschap van een mannelijk soort van ontucht met de ellendelingen, slaven als ze waren, die, wanneer zij hun meester volgden naar het theater, gebruik maakten van de gelegenheid die hen werd aangereikt om deze monsterlijke zaak uit te voeren, en ze bracht veel tijd in het bordeel door in het onnatuurlijke verkeer van het lichaam.
Het hele hoofdstuk over Theodora puilt uit van de onzedelijkheid van de keizeres. Wat ervan waar is, het is lastig om daar achter te komen, maar feit is dat het beeld van Theodora voor een groot deel bepaald is door anecdotes als deze.
Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History