Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Assyrië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Assyrië. Alle posts tonen

donderdag 12 september 2013

Huwelijk!

Morgen trouwen mijn beste vriend en zijn verloofde. Om hen een beetje van dienst te zijn, heb ik eens een contract opgerakeld uit het Assyrisch archief uit de 19e eeuw v.Chr (Contract):
Laqipum heeft Hatala, dochter van Enishru gehuwd. In het land mag Laqipum geen andere vrouw huwen, maar in de stad mag hij een hierodule [heilige prostituée, een aan de tempel verbonden slavin] huwen. Indien zij [Hatala] hem binnen twee jaar geen nageslacht bezorgt, zal zij zélf een slavin kopen en later, nadat ze een kind van hem heeft voortgebracht, mag ze weer afstand doen van de slavin door haar te verkopen aan eenieder die dat wil. Als Laqipum besluit van haar te scheiden, moet hij jaar vijf minas van zilver betalen en als Hatala van hem besluit te scheiden, moet zij hem vijf minas van zilver betalen. Getuigen: Masa, Ashurishtikal, Talia en Shupianika.
Rest mij niets meer dan Martijn en Marilon heel veel geluk samen te wensen en dat Marilon hem maar vele krachtige zonen en schone dochters mag baren. Van harte!

donderdag 28 maart 2013

Assurbanipal meende het!

Bij het luisteren naar The Ancient World Podcast waar ik nu eindelijk helemaal bij ben, kwam de neo-Assyrische koning Assurbanipal (685 - 627 v.Chr.) aan bod en dat blijkt een bijzonder interessante figuur te zijn. Assurbanipal was de laatste grote koning van de Assyriërs, het volk met een reputatie van wreedheid vergelijkbaar met de Hunnen, maar dan met een machtig rijk. Hij voerde aan aantal belangrijke veroveringsoorlogen en bracht met de karakteristieke Assyrische wreedheid grote legers op de knieën. Daarnaast is Assurbanipal de enige Assyrische heerser geweest dit kon lezen en schrijven (ik zoek nog naar de inscriptie waarin hij hierover opschept, dus als iemand me kan helpen...). Onder Assurbanipal werd de Bibliotheek van Nineve opgezet.

Assurbanipal heeft veel kleitabletten achtergelaten, waaronder een inscriptie (artikel is gratis te downloaden als je je aanmeldt bij deze site) ter ere van Ningal, de godin van het rietland die verder ook met koninginnen verbonden lijkt te zijn geweest. Het blijkt dat Assurbanipal houten arken heeft laten vervaardigen voor de godin en daar is de koning heel trots op. Opvallend is dat hij in de gaten heeft dat houten voorwerpen geen eeuwigheid meegaan, dus besluit hij zijn inscriptie met richtlijnen voor het onderhoud van de arken. Volgende heersers moeten de arken repareren als ze versleten maken, maar geen wijzigingen aanbrengen, want daar heeft Assurbanipal een vloek over uitgeschreven (Keerzijde 15-22):
Maar hij die deze arken verandert en hun inhoud in iets anders verandert en de glorie van Ningal, mijn vrouwe, belastert en mijn naam verandert, laat Sin [de maangod], de machtige heerser, er dan voor zorgen dat hij gek wordt en laat de shedu-geest [een monsterlijke god] zijn leven afnemen. Laat Ningal, de machtige heerseres, de paarden van zijn strijdwagen losmaken en zijn juk vernielen!
Assurbanipal meende het.

Boekentip voor vandaag:
George Smith, History of Assurbanipal. Translated from the Cuneiform Inscriptions

woensdag 22 augustus 2012

Hoe ontstaat kiespijn?

Iedereen heeft er wel eens last van gehad: tandpijn. Zo ook in het oude Mesopotamië. Net zo goed als dat wij hier tandartsen hebben om dit probleem te verhelpen, lijkt het zo te zijn dat er in Mesopotamië ook ingegrepen werd als iemand last van zijn tanden had. Dit ging met een pijnlijke procedure waarbij de tand getrokken werd.

Belangrijk is bij medische vraagstukken wel altijd om de theorie te kennen. Gelukkig is er een inscriptie bewaard gebleven waarin de oorzaak van tandproblemen wordt gelegd bij een tandenworm. Deze wilde wat anders eten dan hij van de goden kreeg (Inscriptie pagina 7):
Nadat Anu de hemel had geschapen,
Schiep de hemel de aarde,
De aarde schiep de rivieren,
De rivieren schiepen de valleien,
De valleien schiepen het moeras,
Het moeras schiep de worm.
De worm kwam naar Shamash [zonnengod] en huilde.
Zijn tranen stroomden voor Ea [een belangrijke schepper-god] en hij zei:
"Wat geef je me om te eten?
Wat geef je me om op te sabbelen?"
"Ik geef je rijpe vijgen, abrikozen en appels."
"Wat heb ik aan rijpe vijgen, abrikozen en appels?
Til me liever op en laat me leven tussen de tanden en de kaak!
Ik zal het bloed van de tanden opzuigen!
Ik zal het eten van de kaak opkauwen!"
De goden hadden kennelijk ook moeite met het doorzetten van hun wensen, want de tandenworm kreeg tanden en kaken om tussen de wroeten, met alle gevolgen van dien. Een tandarts moest dit stukje reciteren en vervolgens de tand eruit trekken. De patiënt moest het daarna vermoedelijk doen met rijpe vijgen en abrikozen omdat een worm zo kieskeurig was!

maandag 16 april 2012

Inlichtingendiensten in de Oudheid

Als je de antieke bronnen uit de Oudheid leest, kom je regelmatig gedetailleerde beschrijvingen van het leger van de vijand tegen. Meestal betreffen het legers van honderdduizenden of soms zelfs miljoenen manschappen, maar soms is het realistischer. De vraag is dan hoe de schrijvers aan hun gegevens kwamen. Eén van de manieren om aan die informatie te komen, is door het te vragen aan deserteurs die bij de vijand in de keuken hebben kunnen meekijken. Soms waren die echter niet voorhanden, dus moest er iets anders gezocht worden.


In het Assyrische rijk werden regelmatig tabletten naar belangrijke politieke figuren gestuurd. Aangezien die van klei zijn, heeft men bij opgravingen daar veel van kunnen terugvinden. Eentje daarvan heeft een opvallende inhoud over de stam van de Pukudu (wie dat ook mogen zijn) en hun voorgenomen aanval op de Assyriërs. Ik heb de originele bron niet kunnen vinden, maar wel een interessant artikel waar dit citaat op pagina 63 staat (het artikel begint op pagina 59):
...de Pukudu die de nabijheid van Uruk [een stad in Zuid-Irak] hadden bereikt, voerden tien mensen uit de omgeving weg. toen ik doormarcheerde tegen hen, doodde ik een aantal van hen en vroeg hun commandant, nadat ik hem had gevangengenomen: "Wie heeft je gestuurd?" Hij antwoordde: "Sahdu, de broer van Nabu-uszib stuurde ons met dit bevel: 'Ga en neem een man uit de omgeving van Uruk gevangen zodat ik hem kan vragen uit hoeveel manschappen het leger van Assyrië dat zich daar bevindt, bestaat en wat hun doel is.'"
Als de deserteurs niet naar je toe komen, moet je wat anders bedenken.