Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Gaius Suetonius Tranquillus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gaius Suetonius Tranquillus. Alle posts tonen

maandag 3 februari 2014

Hitman in de problemen

Soms is het het handigste om een politieke rivaal uit de weg te ruimen. Dit gebeurde graag en vaak in de Oudheid en mag geen nieuws heten. In de meeste gevallen ging dit door middel van executies omwille van één of andere misdaad die het slachtoffer al dan niet gepleegd zou hebben. De tweede keizer van het Romeinse rijk, Tiberius (42 v.Chr - 37 n.Chr.) wist ook een andere manier om zijn rivalen weg te ruimen. Agrippa Postumus (12 v.Chr. - 14 n.Chr.), de kleinzoon van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) overleefde het niet.

Tiberius stuurde een tribuum naar het eiland waar Agrippa woonde. Deze doodde de jongeman. Terug in Rome deed hij verslag bij de keizer. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) vertelt wat diens reactie was (Tiberius 22):
Toen de tribuun hem rapporteerde dat de opdracht was uitgevoerd, antwoordde Tiberius: "Ik heb die opdracht niet gegeven en u dient zich hiervoor bij de senaat te verantwoorden."
Zo ging Tiberius om met zij die zijn vuile werk opknapten, volgens Suetonius.

vrijdag 24 januari 2014

Goedemorgen meester!

De Romeinen konden behoorlijk snobistisch zijn en met name in de elite waren ze zeker van de tradities en de bijzondere procedures voor van alles. Toch hadden de Romeinen ook van die tradities waar ze met een vreemd gevoel op terugkeken. Deden wij dit vroeger? Dit zijn vaak de tradities die bewaard gebleven zijn, want er is altijd wel een onverlaat die zich vasthoudt aan de traditie en dat wordt dan aangedragen als een eigenaardigheid in een historisch werk. We hebben zoiets al gezien bij de wetten van de latere Romeinse tijd.

Vandaag gaat het over de keizer Galba (3 v.Chr. - 69 n.Chr.). Galba was een generaal in hart en nieren die vond dat je soldaten niet hoefde te overtuigen te doen wat hij wilde, maar dat moest bevelen. Hij was ook conservatief en dat leidt ertoe dat de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) over hem optekent dat hij rare tradities naleefde (Galba 4.4): 
Verder hield hij, ook al op jeugdige leeftijd, met grote hardnekkigheid vast aan de oude en in onbruik geraakte gewoonte van onze voorouders, die alleen in zijn familie werd volgehouden, dat vrijgelatenen en slaven twee maal per dag allemaal bijeenkwamen om hem voor een 's ochtends goede morgen en 's avonds goede nacht te wensen.
Goeiemorgen meneer de keizer!

woensdag 22 januari 2014

Dat is nu mijn vrouw!

We hebben eerder gezien dat de keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) om senatoren te vernederen tijdens diners hun vrouwen naar de slaapkamer begeleidde en uitgebreid verslag deed van wat daar gebeurde. Het gebeurde ook wel eens dat Caligula op zéér eenzijdige wijze aan zijn vrouwen kwam. Dat was dan de beslissing van Caligula zelf en van niemand anders. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) maakte hij het soms erg bont (Caligula XXV.1):
Anderen schrijven dat hij, toen hij uitgenodigd was bij een bruiloftsdiner, aan Piso [de bruidegom], die tegenover hem aanlag een briefje liet overhandigen, waarop stond: "Blijf van mijn vrouw af". Onmiddellijk daarna had hij haar [de bruid] meegenomen en de volgende dag de proclamatie uitgegeven dat hij haar tot vrouw had genomen op de wijze van Romulus en Augustus [die een vrouw van een ander had opgeëist].
Helaas was de keizer niet onder de indruk en volgde kort erop een scheiding. Enige tijd later meende Caligula dat het nodig was zijn ex te verbannen, want wat bleek ze te doen? Ze had mogelijk een relatie met Piso!

woensdag 8 januari 2014

Nat brood op je gezicht

De Romeinse geschiedenis lijkt een geschiedenis van krachtige generaals, doortrapte verraders en vrouwen met een zekere morele flexibiliteit te zijn geweest, maar ook in de Romeinse wereld geldt: zoveel mensen, zoveel karakters. Dat ook Romeinen zo hun eigenaardigheden hadden, mag wel duidelijk zijn na bijna twee jaar blogberichten. 

Vandaag gaat het over keizer Otho (32 - 69 n.Chr.), die eerder besproken is en naar voren kwam als een ambitieuze (maar daarin gefrustreerde) man die niet terugdeinsde voor een aanslag op de keizer. Hij slaagde daarin, maar was zelf niet veel later de volgende. Een beeld dat je bij Otho kunt hebben, is dat van een verwend nest die altijd in een gespreid bedje terecht is gekomen en door het lint ging toen het leven niet zijn kan op ging. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) geeft een korte schets van Otho's leven buiten de politieke arena waarin dit beeld ook een beetje naar voren komt (Otho XII):
In zijn uiterlijke verzorging was hij pijnlijk nauwgezet, haast als een vrouw. Hij epileerde zich en droeg, omdat hij weinig haar had, een pruik, die zo goed bij hem paste dat niemand hem opmerkte. Hij had zelfs de gewoonte zich dagelijks te scheren en daarna een masker van vochtig brood aan te brengen. Daar was hij al mee begonnen toen het eerste dons was verschenen, om nooit een baardige indruk te maken.
Niet iedereen die zich scheert en zelfs niet iedereen die nat brood op zijn gezicht smeert is een diva, maar Otho wel, denk ik...

woensdag 11 december 2013

De circuskeizer

Bron: Search Best Cartoons
Vorige week kwam de periode in de politieke carrière van de latere keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.) aan bod. Het ging over een manier van executeren van een moordenaar die Galba uitvoerde. Vandaag kijken we naar een wat luchtigere kant van de later keizer, namelijk zijn organisatie van entertainment toen hij praetor was onder keizer Nero (37 - 68 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) organiseerde hij het Floralia-festival ter ere van de godin Flora. Hierin voerde hij een innovatie door die misschien wel kan wedijveren met de eerder genoemde groots opgezette zeeslag die keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) ooit aan zijn volk voorschotelde (Galba 6):
Als praetor bood hij bij de viering van de Floralia een nieuw schouwspel: koorddansende olifanten.
Dat tot zover, maar Suetonius vertelt ook hoe dit in zijn werk ging (Nero 11.2):
Een bekende Romeinse ridder daalde, gezeten op een olifant op een koord naar beneden.
Dierenuitbuiting en algemene idiotie ten spijt, Galba wist wel hoe je spektakel kon brengen!

Boekentip voor vandaag:

Suetonius, Keizers van Rome

donderdag 5 december 2013

Een hagelwit kruis voor 's moordenaars eer

Een dik jaar geleden besprak ik een incident met de Romeinse politicus Gaius Cornelius Verres (120 - 43 v.Chr.) die een Romeins burger in het openbaar een pak slaag had gegeven. Romeinse burgers mochten niet mishandeld of gedood worden, dat was de regel. Dat sommigen zich daar niet aan hielden, dat is een ander verhaal.

Eén van die sommigen was de keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) kreeg hij in zijn tijd als gouverneur van de provincie Hispania Terraconensis (het grootste deel van het huidige Spanje) een man te pakken die als voogd zijn pupil had vergiftigd om zo als vervangend erfgenaam de erfenis op te strijken. Deze man liet hij aan het kruis slaan. Dit leidde tot wat juridisch geneuzel, zoals Suetonius toelicht (Galba 9.1):
Toen deze [de man die gekruisigd werd] zich beriep op de wetten en verklaarde dat hij een Romeins burger was, liet hij [Galba] hem, zogenaamd om zijn straf te verlichten en hem enigszins te troosten en eer te bewijzen, naar een ander kruis overbrengen, dat hij speciaal voor hem had laten oprichten en dat hoog uitstak boven de andere kruisen die daar stonden en witgekalkt was.
Galba had duidelijk geen tijd voor deze man.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

woensdag 27 november 2013

Stikken in je krokodillentranen

Keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) kwam in 14 n.Chr. aan de macht als tweede keizer van Rome, na de toen al legendarische Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.). Zoals eerder gezien zag Augustus in Tiberius een belangrijke man voor het Romeinse rijk. Het mag daarom niet al te verrassend zijn dat Tiberius de tweede keizer zou worden na het overlijden van de eerste. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) was het Tiberius zélf die na het overlijden van Augustus de senaat bijeenriep om de volgende stappen te bepalen. Suetonius vertelt (Tiberius 23):
Krachtens zijn bevoegdheid als volkstribuun riep hij [Tiberius] de senaat bijeen, maar nauwelijks was hij aan zijn toespraak begonnen, of hij snikte het plotseling uit, alsof het hem te machtig werd, en hij uitte de wens dat niet slechts zijn stem het zou begeven, maar ook hijzelf het leven mocht laten. Hij overhandigde de rede aan zijn zoon Drusus om hem verder voor te lezen.
Tiberius liet munten slaan waarop hij duidelijk aangaf de zoon van de goddelijke Augustus was.
Bron: Wildwinds.com, Roman Imperial Coinage (RIC) 27

So far, so good. Tiberius had het er vre-se-lijk moeilijk mee allemaal, want het was allemaal heel verschrikkelijk wat er gebeurd was. Suetonius vertelt verder:
Vervolgens werd het testament van Augustus binnengebracht [...]. De aanhef luidde: "Aangezien het wrede lot mij mijn zonen Gaius en Lucius ontrukt heeft, bepaal ik dat Tiberius mijn erfgenaam moet zijn voor twee derde van mijn vermogen."
"Omdat mijn eerste en tweede keus dood zijn, moeten jullie het met de derde keus doen." Hopelijk kreeg Tiberius de gelegenheid het testament eerst even te lezen voor het voor de senaat werd gebracht, want anders mogen we trots op hem zijn dat hij niet in zijn krokodillentranen gestikt is...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

dinsdag 5 november 2013

Het regent kippen!

Soms gebeuren er van die dingen die wel iets móéten betekenen. Het zijn van die zaken die het begin of het einde van een tijdperk aankondigen. Soms is al heel vroeg duidelijk dat iemand voorbestemd is om een hele grote te worden. Soms gebeurt er gewoon iets geks waar veel waarde aan gehecht wordt. Zo vertelt de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) dat Livia (59/58 v.Chr - 29 n.Chr.) de vrouw van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) eens buiten liep en wat meemaakte (Galba I.1):
Toen in een ver verleden Livia direct na haar huwelijk met Augustus naar haar verblijf in Veii terugkeerde, liet een voorbijvliegende adelaar een witte kip, die hij met een lauriertakje in de snavel had meegeroofd, neervallen in haar schoot met het takje nog in de bek. Men besloot het dier te verzorgen en het takje te planten. Daar kwam een zo groot nageslacht aan kippen uit voort dat de villa tot op de dag van vandaag 'De kippenren' wordt genoemd [dit is overigens dezelfde villa van het beroemde standbeeld van de keizer]. Het takje groeide uit tot een prachtig laurierbos, waar de Caesares als zij een triomftocht gingen houden, altijd hun lauwerkransen plukten.
Deel van een muurschildering in de villa van Livia
Bron: Wikipedia
De kippen deden het jarenlang uitstekend, maar toen kwam keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) aan de macht. Volgens Suetonius ging het tegen het einde van zijn regering zo slecht met de kippen dat ze allemaal doodgingen en de laurierbonen waren allemaal verdord. Een definitief einde aan een era dat met een vreemd toeval begon.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

vrijdag 18 oktober 2013

Als je wat te bewijzen hebt

Gekke keizers zijn een mooie bron van anekdotes en keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) was daarin zeker geen uitzondering. De keizer stond bekend om zijn bizarre acties. Of de keizer gek was, cynisch, of beide, dat kunnen we nooit weten, maar hij wist wel steeds iets nieuws te bedenken waar iedereen zijn wenkbrauwen bij ophaalde.

In 39 n.Chr. ontstond door één van de fratsen van de keizer een voedselschaarste in Rome. Omdat de keizer ze nodig had voor zijn projectje, waren er onvoldoende schepen beschikbaar om Rome van voldoende graan te voorzien. Caligula had zich namelijk in zijn hoofd gehaald om een weg te leggen over de Baai van Napels. De weg was zo'n 5 km lang en lag op het dek van een dubbele rij schepen. Toen het bouwwerk klaar was, reed de keizer er een paar dagen over op en neer met zijn paard.

De vraag rijst: waarom. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) doet een duit in het zakje. Het waren niet de Germanen of de Britten die hij probeerde onder de indruk te krijgen en het was ook niet zo dat hij Xerxes de loef wilde afsteken. Suetonius had namelijk iets gehoord (Caligula 19.3):
Als jongen heb ik mijn grootvader dikwijls horen vertellen wat de ware reden was. De hofastroloog Thrasyllus had eens tegen Tiberius [(42 v.Chr - 37 n.Chr.)] gezegd, toen die zich zorgen maakte over zijn opvolger en zijn echte kleinzoon [Gemellus (19 - 37 n.Chr.)] daarvoor te kiezen: "Gaius [Caligula] zal net zo min keizer worden als dat hij ooit te paard over de Golf van Baiae zal rijden."
Caligula werd dus wél keizer. En een man die iets te bewijzen heeft, kan soms opvallende dingen presteren!

Boekentip voor vandaag:
Suiteonius, Keizers van Rome

woensdag 2 oktober 2013

Hoe je van schapen belasting heft

De overheid haalt een groot deel van de inkomsten uit de belastingen van de bevolking. Dat is niets typisch Romeins en niets nieuws. Dit gebeurt al vanaf het begin van het bestaan van staten of staat-achtige inrichtingen van samenlevingen.

Waar de Romeinen weer wel bekend om geworden zijn, om om de manier van belasting heffen. Je kon bieden op de rechten om belasting te heffen in een regio. De rechten gingen naar degene die het meeste bood en dan kon je aan de slag om genoeg geld op te halen om winst te maken. Dit leverde een kans voor mensen om door uitbuiting aan zelfverrijking te doen, maar het levert wel sociale problemen op. Het is dan aan de autoriteiten om in de gaten te houden dat het niet meer kost dan het oplevert.

De Romeinse keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) had hier wel wat op te zeggen, zoals de Romeinse geschiedschrijver Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) opmerkt (Tiberius XXXII.2):
Aan de gouverneurs die hele zware belastingen aanbevolen, antwoordde hij schriftelijk dat het de taak van een goede herder is om zijn schapen te scheren, niet om hen te villen.
De basis van hard, maar succesvol belastingbeleid.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

woensdag 4 september 2013

Koningin Caesar en zijn overspelige vrouw

Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) ging scheiden van Pompeia Sulla, de dochter van de eerder genoemde Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeia was namelijk betrokken geraakt bij een schandaal. Caesar was Pontifex Maximus (hogepriester) en er was een rite die plaats had in zijn woning, maar waar geen mannen bij aanwezig mochten zijn. Pompeia leidde de boel daar, maar de eerder genoemde controversiële politicus Publius Clodius Pulcher (±93 - 52 v.Chr.) was daar wel aanwezig en dat er geruchten gingen dat  Pompeia en Clodius een affaire hadden. De Romeinse historicus Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) vertelt wat Caesar deed (Romeinse Geschiedenis XXXVII.45.2):
[M]aar hij scheidde van zijn vrouw, hoewel hij zei dat hij het verhaal niet geloofde, maar dat hij niet langer met haar kon leven, omdat ze eens verdacht was van overspel; want een kuize vrouw moet niet alleen niet over de schreef gaan, maar ze mag niet eens onder boosaardige verdenkingen vallen.
Een harde lijn, dat zeker, maar hier valt wat voor te zeggen als het allemaal gaat om reputaties en, zoals eerder gezegd, huwelijken in de Romeinse tijd iets anders zijn dan tegenwoordig hier. Caesar kon het voor zijn reputatie niet hebben als zijn vrouw een vreemdgangster zou zijn.

Nu had Caesar zelf af en toe wel wat uit te leggen, bijvoorbeeld toen koningin Cleopatra VII van Egypte (69 - 30 v.Chr.) door Rome werd rondgeleid met haar buitenechtelijke zoon Ptolemaios Caesartje (47 - 30 v.Chr.). Een ander voorval betreft de geruchten dat Caesar "zijn kuisheid had neergelegd aan koning" Nicomedes IV van Bithinië (r.±94 - 74 v.Chr.) (zie: Suetonius, Julius Caesar 2). Dit leverde hem nogal wat grappen op. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent even doodleuk op waar hij het allemaal niet over zal gaan hebben (Julius Caesar 49):
Ik spreek niet van de alom bekende versregel van Licinius Calvus: "Al wat Bithynië en Caesars minnaar ooit bezeten hebben." Ik zwijg over de redevoeringen van Dolabella en Curio senior, waarin Dolabella hem "de rivale van de koningin" en "de beste plaats in 's konings bedstee" noemde en Curio sprak van "de stal van Nicomedes" en "het bordeel van Bithynië". Ook ga ik voorbij aan de edicten van Bibulus [de consul samen met Caesar], waarin hij zijn collega betitelde als "de koningin van Bithynië" en verder opmerkte "dat hij vroeger verliefd was op een koning, nu op het koningschap." [...] maar zelfs zei hij [Cicero] tegen Caesar, toen deze in de senaat pleitte voor Nyssa, de dochter van Nicomedes, en van de gunsten sprak die de koning hem had bewezen: "Bespaart u ons dat, wat ik u bidden mag. Wij weten heel goed wat hij u en u hem hebt geschonken." In de Gallische triomftocht ten slotte zongen zijn soldaten bij de spotverzen [een gebruikelijk onderdeel van de triomftocht] die gewoonlijk gedebiteerd worden door de deelnemers aan de optocht ook dit beroemd geworden lied: 
Caesar is 't die Gallië knechtte, Nicomedes knechtte hem.
Zie nu Caesar triomferen, die heel Gallië onderwierp,
maar niet koning Nicomedes, die toch Caesar onderwierp.
Het is dat je niet van jezelf kunt scheiden...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zondag 2 juni 2013

Boeren, Burgers, Buitenlui (géén Soldaten!)

Eergisteren besprak ik een citaat die in een vertaling een groot deel van de betekenis verliest omdat er een woordspeling aan te pas kwam. Vandaag een ander stukje woordspel, maar wel een die zijn betekenis niet verliest in vertaling. Gaius Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) was in de machtsstrijd waar hij bekend door geworden is, verwikkeld. Een deel van het Romeinse leger kreeg muitersplannen die, zoals gewoonlijk, te maken hadden met de wens meer betaald te krijgen. Toen Caesar de soldaten vroeg wat er aan de hand was, dachten ze iets slims gedaan te hebben. De Griekse historicus Appianus schrijft (Burgeroorlog II.93.2-5):
Toen hij [Caesar] hen verzocht om te zeggen wat ze wilden, waren zij zo verbaasd dat ze niet overgingen tot het openlijk spreken over de gift [het extra geld dat ze wilden] in zijn aanwezigheid, maar ze namen een meer gematigde koers aan door te eisen dat ze uit militaire dienst zouden worden ontslagen, in de hoop dat hij zélf over de gift zou spreken omdat hij soldaten nodig had voor zijn niet-afgeronde oorlog. Maar, in tegenstelling tot wat zij allen verwachtten, antwoordde hij zonder aarzeling: "Ik ontsla jullie." Vervolgens, tot hun nog grotere verbijstering, en terwijl de stilte het meest te snijden was, voegde hij toe: "En ik zal jullie alles geven wat ik jullie beloofd heb wanneer ik met andere soldaten de triomftocht hou."
Deze mokerslag sloeg een gat in de eerzuchtige Romeinse soldaten. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) wierp Caesar de soldaten nog het woord Quirites toe, waarmee hij hen als gewone burgers aansprak, niet als strijdmakkers of soldaten (Caesar 70), waarna de muiterij afgelopen was.

Interessant artikeltje over deze muiterij.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
Appianus, The Civil Wars

woensdag 29 mei 2013

De keizer ís niet dood!

De Romeinse keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) stierf. Hij ging door, kassie wijle, hij ging eraan. Dat gebeurde in 68 n.Chr. Ik moet toegeven dat dit niet het beste begin van een blogpost is dat ik ooit geplaatst heb, maar het moet even zo, want anders komt de boodschap niet over. Nero is dood.

Deze boodschap was voor sommigen een feest waarvoor de eerder kort besproken vrijheidsmuts uit de mottenballen gehaald kon worden. Anderen konden de dood van Nero niet echt een plaats geven. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent op wat ermee gedaan werd (Nero 57.1):
Er waren er echter sommigen die zijn tombe lange tijd decoreerden met lente- en zomerbloemen en dan weer standbeelden van hem in jongenstoga op het spreekgestoelte plaatsen, dan weer edicten van hem publiceerden, alsof hij nog steeds in leven was en spoedig zou terugkeren en zijn vijanden zou vernietigen.
Nero was écht dood!

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome 


maandag 13 mei 2013

Overdrijven is ook een vak!

De Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) had geen vaste structuur om zijn heerschappij op te bouwen; hij moest alles zelf opzetten. Augustus was daar zeer succesvol in en dat is één van de belangrijkste redenen waarom hij de geschiedenis in is gegaan als één van de grootste heersers aller tijde. Eén van de zaken die hij moest regelen, was de opvolging van zijn positie voor als hij zou komen te overlijden. De eerste paar keuzes die hij had, stierven voor zijn overlijden en uiteindelijk was het Tiberius Claudius Nero (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) die hem zou opvolgen als keizer Tiberius.

Tiberius had al een naam gevestigd gedurende de regeerperiode van Augustus, met name als een legeraanvoerder. Hij won belangrijke veldslagen in met name de Balkan en kreeg daarmee veel aanzien. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) was het wel een man met een naar karakter. Toch besloot Augustus hem als zoon te adopteren en als opvolger aan te wijzen. In zijn biografie van Tiberius beschrijft Suetonius hoe Augustus zijn mister fix-it-all aanschreef in brieven. (Tiberius 21.6):
[...] "Wanneer ik hoor of lees dat je door je niet aflatende inspanningen verzwakt bent, vaart er een huivering door mijn lichaam en smeek ik je om jezelf te ontzien, want als je moeder en ik moeten horen dat je ziek bent, is dat ons einde en komt de hele positie van het Romeinse rijk in gevaar."
Je kunt ook overdrijven natuurlijk!

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

maandag 15 april 2013

Hij die de kikkers stil kreeg

De groten uit de Oudheid lieten vaak vanaf het begin al wat van hun indrukwekkende veren zien, zoals we al bij Eannatum, Alexander de Grote en Romulus hebben gezien. De grote Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) was daarin ook geen uitzondering. De opkomst van een heerser die geboren zou worden in het geboortejaar van Augustus, was al besteld en er was een onsuccesvol decreet uitgevaardigd alle in dat jaar geboren kinderen te doden. Augustus werd geboren.

Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) werd bij Augustus in zijn kindertijd al duidelijk dat hij anders was dan andere kinderen en dingen voor elkaar kon krijgen waar anderen niet eens van droomden. Hij schrijft namelijk (Augustus 94.8):
Zodra hij begon te spreken [als klein kind], viel het voor dat de kikkers bij het landverblijf van zijn grootvader heel veel lawaai maakten; hij beval hen stil te zijn en ze zeggen dat vanaf dat daar moment nooit meer een kikker kwaakte. Toen hij aan het lunchen was in een bosje bij de vierde mijlsteen van de Campanische weg [de Via Appia], verraste een adelaar hem door zijn brood uit zij hand te grijpen. Nadat het naar ghrote hoogte was gevlogen, daalde het tot zijn verrassing, rustig af en gaf het terug aan hem.
Het is toch wel opvallend dat van zoveel grote leiders uit de Oudheid dergelijke verhalen bekend zijn.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

dinsdag 26 maart 2013

Oneerbiedige broer en zus

Een hele tijd geleden besprak ik de consul Publius Claudius Pulcher die heilige kippen overboord gooide en vervolgens een zeeslag verloor. Nou, deze man had een zus: Claudia, en Claudia had issues. Volgens de Romeinse historicus Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) had zij het niet zo op het gewone volk in Rome, wat haar op een proces kwam te staan. Suetonius vertelt in zijn biografie van de keizer Tiberius (42 v.Chr - 37 n.Chr.) wat er gebeurde met Claudia (Tiberius 2.3):
[...] Aan de andere kant [keizer Tiberius had twee Claudia's in de familie, een goeie en een andere] de Claudia die voor het volk terechtstond wegens volksvijandigheid, iets ongehoords voor een vrouw, omdat ze, toen haar wagen in een dichte mensenmenigte niet kon opschieten, openlijk de wens had geuit: "Ik wou dat mijn broer Claudius Pulcher uit de doden zou opstaan en nog een vloot verloren doen gaan. Dan zou de drukte in Rome minder groot zijn."
Dit moeten broer en zus zijn geweest!

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

maandag 4 maart 2013

Oorlogstrofeeën van de zee

Het mag een opmerkelijk feit heten dat in een jaar van dit blog twee berichten langsgekomen zijn van heersers die de zee aanvielen. In mijn tweede blogpost zegen we de Perzische koning opdracht geven de zee af te ranselen. Vandaag zien we de man die altijd in staat is tot een merkwaardige actie, de Romeinse keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.). Hij was op oorlogspad in Noordwest-Europa en besloot in de richting van Brittanië te gaan.

Er is veel discussie over wat de significantie is geweest van wat vervolgens gebeurt, maar de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) beschrijft het volgende (Caligula 46):
Tenslotte stelde hij, omdat hij de oorlog wilde beëindigen, zijn troepen in gevechtsformatie op de kust van de Oceaan op, waarbij hij zijn ballista's en andere artillerie opstelde en toen niemand wist of kon bedenken wat er aan de hand was, gaf hij plotseling het bevel op schelpen te verzamelen en hun helmen en de vouwen van hun kleding ermee te vullen, als "buit van de Oceaan, voor de Capitolijn en de Palatijn [twee van de heuvels van Rome]." Als een monument voor zijn overwinning bouwde hij een hoge toren, waarvandaan 's nachts lichten zouden schijnen om de koers van schepen te begeleiden, net als de Pharos [de grote vuurtoren van Alexandrië, één van de zeven wereldwonderen].
Caligula gaf vervolgens een bonus aan zijn soldaten en bereidde de triomftocht voor. Dat kan allemaal als je de keizer bent...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

dinsdag 29 januari 2013

Een gokspelletje met een hoge inzet

De grootmeester van de Romeinse geschiedenis op het gebied van propaganda is zonder twijfel keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.), de eerste keizer. Zoals we eerder hebben gezien ging hij ver in de representatie van zichzelf. Het beeld dat we hebben van Augustus is dat van een goede keizer, goede generaal, een integere en intelligente man waar ook fysiek vrijwel niets mee mis was, want hij werd tenslotte oud. Dat de keizer fysiek hier en daar zijn tekortkomingen had, hebben we ook eerder gezien.

Een andere eigenschap van de keizer die we niet vaak tegenkomen is zijn wreedheid tegenover zijn vijanden. Toen zijn adoptiefvader Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) werd vermoord in de senaat was het Augustus die de leiding nam in het tot de orde roepen van de moordenaars die met hun troepen naar het Oosten waren getrokken. In 42 v.Chr. werden de troepen van de moordenaren van Caesar verslagen in de Slag bij Philippi.

Waar Caesar bekend stond als een grootmoedige winnaar in oorlogen, had Augustus volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) hele andere ideeën over hoe om te gaan met de vijand (Augustus 13):
Toen hij de overwinning behaald had, matigde hij zich niet; integendeel, het hoofd van Brutus [één van de moordenaars van Caesar] zond hij naar Rome om aan de voet van Caesars standbeeld te plaatsen. Juist op de voornaamsten onder de krijgsgevangenen koelde hij zijn woede en overlaadde hen met beledigingen. Zo wordt er verteld dat hij een man die hem smekend vroeg om een behoorlijke begrafenis ten antwoord gaf: "Dat zullen we aan de vogels moeten overlaten."Anderen, een vader en een zoon die om hun leven smeekten, zou hij het bevel hebben gegeven te loten of vingers te raden [een bekend gokspelletje in Rome]. De winnaar mocht blijven leven.
Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
Anthony Everitt, Augustus. De eerste Keizer

woensdag 26 december 2012

Eten in een bodemloze keelput dumpen

De meeste kerstdiners zijn achter de rug voor dit jaar en er zijn vele honderden tonnen voedsel per persoon naar binnen gepompt, zo lijkt het. Mensen die bezig zijn met weegschalen en dergelijken, die kijken na de kerst toch altijd met veel spijt terug op wat de afgelopen dagen (en vanavond, of de kliekjesmaaltijden van de 27e). Dubbele kinnen en dikke koppen liggen op de loer.

Tijdens mijn studie vielen de standbeelden van belangrijke politieke figuren uit de Romeinse tijd heel erg op. Zo heb ik Pompeius de Grote altijd op mijn leraar geschiedenis op de middelbare school vinden lijken. Keizer Aulus Vitellius (15 - 69 n.Chr.) doet me denken aan teveel eten bij het kerstdiner. Grappig is dat ik niet de enige ben die dit beeld van deze keizer heeft. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) wist keizer Galba (3 v.Chr. - 69 n.Chr.) het feit dat Vitellius naar de lucratieve gouverneurspost in Germanië werd gestuurd, te verdedigen met de volgende opmerking (Vitellius 7.1):
Maar omdat Galba openlijk verklaarde dat geen mensen minder gevreesd dienden te worden dan hen die aan niets anders dachten dan aan eten en dat de bodemloze put van Vitellius' keel gevuld zou kunnen worden met de rijkdommen van de provincie, is het overduidelijk voor iedereen dat hij [Vitellius] was uitgekozen uit minachting en niet omdat hij zoveel aanzien genoot.
Galba stond bekend als een humorloze man, maar dit is toch een villein tikje. Niet dat het hem veel plezier kan hebben opgeleverd, want Galba was niet veel later dood. Vitellius ook trouwens. Goed, mensen, morgen maar sporten dan!

Boekentip voor vandaag: Suetonius, The Twelve Caesars

donderdag 20 december 2012

Hij doet wél een vlieg kwaad

Het leven van een Romeinse keizer gaat niet over rozen, zou je kunnen zeggen. Hoewel je bijna grenzeloze macht hebt, is het leven van een keizer een eenzame bedoeling. Zo ook de keizer met de twijfelachtige reputatie, Domitianus (51 - 96 n.Chr.). De jongste zoon van de grote Vespasianus (9 - 79 n.Chr.) was niet opgeleid als keizer, in tegenstelling tot zijn broer Titus (39 - 81 n.Chr.) die net twee jaar keizer was voor hij stierf aan een ziekte. Domitianus'  keizerschap kwam nooit van de grond.

Zoals zo vaak bij de keizersbiografieën van Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) bleek ook Domitianus opmerkelijk tijdverdrijf te hebben (Domitianus 3.1):
Aan het begin van zijn heerschappij besteedde hij elke dag uren in afzondering, waarin niets anders deed dan vliegen vangen en hen steken met een goedgeslepen griffel. Het was daarom dan ook dat toen iemand vroeg of er iemand bij Caesar [Domitianus] was, Vibius Crispus de scherpe opmerking terugwierp: "Nog geen vlieg."