Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Appianus van Alexandrië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Appianus van Alexandrië. Alle posts tonen

maandag 30 september 2013

Dertien tegen ruim honderdduizend

Veldslagen uit de Oudheid komen soms behoorlijk gedetailleerd terug in de bronnen. We lezen hoe de linkerflank zich om de legers van de vijand heen manoeuvreerde en hoe deze een aanval in de rug plaatste terwijl het centrum frontaal op de vijand inrende. Zoals we eerder hebben gezien, ontbreekt er vaak één belangrijk element in de teksten over de veldslagen: aantallen. Soms spreken de bronnen elkaar tegen, soms zijn de cijfers simpelweg belachelijk.

Eergisteren repte ik even over de Slag bij Chaeronea (86 v.Chr.), de geboorteplaats van Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.). Dit is ook zo'n geval waar je je afvraagt of de cijfers wel kloppen. We weten dat er een grote veldslag heeft plaatsgehad en we weten dat de Romeinen onder Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) de troepen van Pontus onder Archelaüs versloeg en het lijkt erop dat dat overtuigend geweest is en er weinig heel gelaten is van de vijand, maar de cijfers slagen er niet in om me te overtuigen. 

Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bestond het leger van Pontus uit ongeveer 120.000 man en had Sulla zo'n 40.000 man onder zijn commando. In de beginfase van de veldslag leken de Romeinen te worden afgeslacht, maar zij raakten niet in paniek en namen het initiatief over. Uiteindelijk vluchtten de vijanden naar hun kamp waar vrijwel niemand veilig wist aan te komen. Appianus geeft de cijfers (Mithradatische Oorlogen VI.45):
Archelaüs en de anderen die afzondrlijk waren gevlucht, kwamen samen in Chalcis. Niet meer dan 10.000 van de 120.000 hadden het overleefd. De verliezen bij de Romeinen waren slechts vijftien en twee van hen kwamen later opdagen.
Een overtuigende overwinning. Drie volle voetbalstadions aan doden voor de ene kant, wat bij mij kwam kijken toen ik voetbalde aan de andere kant. Daar kan ik mee leven!

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Foreign Wars

zondag 2 juni 2013

Boeren, Burgers, Buitenlui (géén Soldaten!)

Eergisteren besprak ik een citaat die in een vertaling een groot deel van de betekenis verliest omdat er een woordspeling aan te pas kwam. Vandaag een ander stukje woordspel, maar wel een die zijn betekenis niet verliest in vertaling. Gaius Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) was in de machtsstrijd waar hij bekend door geworden is, verwikkeld. Een deel van het Romeinse leger kreeg muitersplannen die, zoals gewoonlijk, te maken hadden met de wens meer betaald te krijgen. Toen Caesar de soldaten vroeg wat er aan de hand was, dachten ze iets slims gedaan te hebben. De Griekse historicus Appianus schrijft (Burgeroorlog II.93.2-5):
Toen hij [Caesar] hen verzocht om te zeggen wat ze wilden, waren zij zo verbaasd dat ze niet overgingen tot het openlijk spreken over de gift [het extra geld dat ze wilden] in zijn aanwezigheid, maar ze namen een meer gematigde koers aan door te eisen dat ze uit militaire dienst zouden worden ontslagen, in de hoop dat hij zélf over de gift zou spreken omdat hij soldaten nodig had voor zijn niet-afgeronde oorlog. Maar, in tegenstelling tot wat zij allen verwachtten, antwoordde hij zonder aarzeling: "Ik ontsla jullie." Vervolgens, tot hun nog grotere verbijstering, en terwijl de stilte het meest te snijden was, voegde hij toe: "En ik zal jullie alles geven wat ik jullie beloofd heb wanneer ik met andere soldaten de triomftocht hou."
Deze mokerslag sloeg een gat in de eerzuchtige Romeinse soldaten. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) wierp Caesar de soldaten nog het woord Quirites toe, waarmee hij hen als gewone burgers aansprak, niet als strijdmakkers of soldaten (Caesar 70), waarna de muiterij afgelopen was.

Interessant artikeltje over deze muiterij.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
Appianus, The Civil Wars

zaterdag 11 mei 2013

Van de regen in de drup

De Romeinse senatoren hadden een hele slechte naam, omdat ze er nogal een handje in hadden zichzelf te verrijken door het misbruiken van hun positie. Gouverneurs van de provincies lieten grote sommen belastinggeld in eigen zak verdwijnen en rechters namen steekpenningen aan om hun besluit te beïnvloeden.

De reputatie van de senatorenstand was een zeer bruikbaar wapen voor politici om de steun van de bevolking te krijgen. Het is dan ook weinig verrassend dat deeerder volkstribuun  Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.) daar werk van maakte. Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bedacht hij een strategie om ervoor te zorgen dat de senatoren zich niet meer zo zouden kunnen verrijken. Wat hij deed was dat hij een groot deel van de rechtsprekende bevoegdheden van de senatoren overdroeg aan een andere stand: de equites, of de ridderstand. Dit zorgde er inderdaad voor dat de senatoren deze koe niet meer konden melken. Appianus geeft echter aan wat ervoor in de plaats kwam (De Burgeroorlogen I.22):
Zij [de equites] raakten ook verslaafd aan het aannemen van steekpenningen en toen ze deze enorme opbrengsten hadden geproefd, laafden ze zich daar nog lager en met nog minder matiging aan dan de senatoren deden. Zij kochten mensen om die de rijken van dingen beschuldigden en ze schaften de rechtbanken voor het aannemen van steekpenningen volledig af, deels door het onderling met elkaar eens te zijn en deels door open geweld, zodat het uitvoeren van dit soort onderzoek volledig overbodig werd. Op die manier kwam door deze wet een nieuwe klassenstrijd op die een lange tijd duurde en die niet minder verderfelijk was dan de vorige.
Dus we raakten van de regen in de drup...

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars

woensdag 17 april 2013

Die arme bediende!

Ruim een halfjaar geleden kwam de verruwing van het Romeinse politieke klimaat al eens aan de orde toen de broers Tiberius (gestorven in 133 v.Chr.) en Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.) slachtoffer werden van een politieke moord. Vandaag gaan we een stapje terug in de tijd. De landverdeling-kwestie waar de Gracchen zich sterk voor maakten, was een heet hangijzer in de Romeinse politiek en discussie werd breed gevoerd in de samenleving. Niet alleen met woorden.

Volgens de Griekse historicus Appianus (±95 - ±165 v.Chr.) was een deel van de strategie van de tegenstanders van Gracchus' hervormingsplannen om ervoor te zorgen dat deze niet ter sprake zouden komen in de vergaderingen en al helemaal niet aan stemming onderworpen zouden worden. Eén van de tegenstanders was de volkstribuut Marcus Octavius, die net als Tiberius Gracchus (die ook volkstribuun was) vetorecht had en daarmee de politieke besluitvorming verregaand kon beïnvloeden. Appianus vertelt hoe zij het een bediende behoorlijk moeilijk maakten (Romeinsen Geschiedenis I.11-12):
[...][Gracchus] beval een bediende de voorgestelde wet voor te lezen. Maar Marcus Octavius, één van de andere tribunen die door de landeigenaren was aangewezen om de procedure te stoppen (want bij de Romeinen wint een veto het altijd van een voorstel), beval de klerk zijn mond te houden. Hierop stelde Gracchus, na het uiten van zware verbale aanvallen aan zijn adres, om de stemming uit te stellen tot de volgende bijeenkomst van de vergadering [...gedeelte ontbreekt...] en nadat hij een wachter naast hem had opgesteld die voldoende zou moeten zijn om Octavius te temmen, zelfs als hij zich verweerde, bedreigde hij de bediende en beval hem om de wet aan het publiek voor te lezen. De bediende begon te lezen, maar hij stopte toen Octavius hem dat beval .
Ze zeggen wel eens dat de politiek verruwt. Laten we zeggen dat dit niets nieuws is.

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars

zondag 7 april 2013

De ploeggenoten van Spartacus

Nu het alweer een hele tijd geleden is dat ik het over wielrennen heb gehad, is het weer hoog tijd dat we de sport weer eens noemen. Vandaag is het namelijk de dag van de bekendste eendaagse wedstrijd van het seizoen: Parijs-Roubaix en er is een grote favoriet, Fabian Cancellara. Weinig Oudheid aan, tot je bedenkt wat zijn bijnaam is: Spartacus.

Zoals de meeste mensen wel zullen weten bestaat Parijs-Roubaix voor een groot deel uit kasseienstroken en die doen mij altijd denken aan het bekende Romeinse wegennetwerk door Europa. Deel van dit netwerk is de Via Appia die van Rome naar het Zuiden liep.  Het verleden van deze weg legt wel extra druk op de schouders van de ploeggenoten van Cancellara, want bij de opstand van Spartacus kwamen ze de inmiddels bekende Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v.Chr.) tegen en ze werden in een slag waar Spartacus omkwam, verslagen. De Romeinse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) vertelt wat Spartacus' mannen gebeurde (Burgeroorlogen I.121):
Een groot aantal van zijn [Spartacus'] mannen ontvluchtte het slagveld naar de bergen en Crassus volgde hen daarheen. Zij verdeelden zichzelf in vier delen en gingen door met vechten tot ze allemaal dood waren, op zesduizend na, die gevangen werden genomen en werden gekruisigd langs de hele weg van Capua naar Rome [het eerste deel van de Via Appia].
Ik ga ervan uit dat de troepen van Cancellara het vandaag beter gaan doen.

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars

dinsdag 11 september 2012

Het L-woord en de hypotheekrenteaftrek

Morgen zijn de verkiezingen en de vraag hoe de Nederlandse overheid de financiën onder controle krijgt, is één van de belangrijke vragen waar politici om over elkaar heen vallen. Belastingen omhoog? Uitgaven omlaag? Ontslagen? Gasbaten? En uit de taboesfeer is opgekomen; het H-woord, hypotheekrenteafrek is bespreekbaar.

In de late Romeinse Republiek was er geen H-woord, maar wel een andere taboekwestie, landhervormingen. Veruit het grootste deel van het bebouwbare land in Italië was in het bezit van een kleine groep rijken. Grote groepen mensen waren nauwelijks in staat om hun hoofd boven water te houden omdat ze geen bebouwbaar land bezaten en dus niet eenvoudig aan eten konden komen. Dit leverde vaak onrust op.

Om de zoveel tijd werd voorgesteld om het grootgrondbezit van de rijken aan banden te leggen en de armen de gelegenheid te bieden een stukje grond te verbouwen en zo hun bestaanszekerheid te geven. Probleem was alleen dat de besturende elite juist bestond uit die rijken. Zij waren mordicus tegen het ontnemen van hun land, maar konden moeilijk tegen stemmen, want de Romeinse aristocraten waren voor hun positie voor een groot gedeelte afhankelijk van de steun van het gewone volk en die hadden juist belang bij landhervormingen. Als je niet voor wilt stemmen of tegen kunt stemmen, kun je maar één ding: zorgen dat er niet gestemd werd.

In deze kwestie zijn twee namen zeer belangrijk: de broers Tiberius (gestorven in 133 v.Chr.) en Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.). Zij probeerden de zaak aan het rollen te brengen door grenzen te stellen aan landbezit per persoon. De aristocraten moesten iets doen om ze de mond te snoeren. De Griekse geschiedschrijver Appianus van Alexandrië (±95 - ±165 v.Chr.) beschrijft in zijn boek over de crisis van de Romeinse Republiek hoe Tiberius Gracchus aan zijn einde kwam (Romeinse Geschiedenis I.16)
De eerste van hen [de senatoren], die hen aanvoerde, was de Hogepriester Cornelius Scipio Nasica; hij riep dat zij die het land wilden redden, hem moesten volgen en wierp de kraag van zijn toga over zijn hoofd. [...] Toen hij [Nasica] bij het heiligdom aankwam en op de Gracchen [Tiberius en zijn aanhangers] kwam afstormen, maakten zij plaats omdat ze zo'n voorname man respecteerden en zagen dat de senatoren hem volgden. Maar laatstgenoemden rukten de staven uit de handen van de Gracchen [...] en begonnen hen te slaan en te achtervolgen en van af afgrond te drijven. In het tumult stierven vele Gracchen en Gracchus zélf in de val in de tempel, werd gedood bij de deur vlakbij de standbeelden van de koningen. Alle lichamen werden in de Tiber gegooid.
Het was duidelijk dat landhervormingen niet op de agenda moesten komen. Gaius Gracchus probeerde later een vergelijkbare doorbraak te forceren, maar ook hij overleefde het niet. Na zijn dood besloot de consul Lucius Opimius Rome verder te zuiveren van dit soort elementen. De moord op de gebroeders Gracchus om deze politiek gevoelige kwestie wordt veelal gezien als de eerste politieke moord in de Westerse geschiedenis. Hopelijk roept het H-woord dit soort zaken niet op!