Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2014

Wie een kuil graaft...

De Perzische generaal Harpagus (5e eeuw v.Chr.) ging volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) verder op zijn veroveringstocht door het huidige West-Turkije. Daarbij kwam hij de Cnidiërs tegen. Uiteraard is wel duidelijk wat er van hun zelfstandigheid overbleef, maar de weg ernaartoe is interessant. Cnidus. zegt Herodotus, ligt aan een landengte. Wat ze deden is het volgende (Historiën I.174.3):
Aan de Noordkant ligt het [Cnidus] aan de Golf van Ceramicus en aan de Zuidkant aan de zee van Simi en Rhodos. Nu, terwijl Harpagus Ionia aan het veroveren was, groeven de Cnidiërs een geul door de smalle landengte die ongeveer tweederde mijl breed is, zodat het land in een eiland zou veranderen. Ze brachten alles [van hun land] binnen de omgrachting, want de grens tussen het Cnidische land en het vasteland was op de landengte waar ze groeven.
Wat een werk om vervolgens veroverd te worden. De boel was namelijk gestopt toen een priester hen daartoe opdracht gaf. Cnidus gaf zich over aan de Perzen.

donderdag 30 januari 2014

Teveel glimmende troep

Soldaten in de Oudheid zijn een merkwaardig slag mensen. Generaals moesten van hele goede huize komen om ze altijd onder de duim te houden. Zoals we hebben gezien konden zelfs de beste generaals niet altijd voorkomen dat de soldaten deden waar ze in feite voor kwamen: proberen rijkdommen bij elkaar te harken. Soms ging het veel verder, dat de soldaten hun eigen ruiten ingooiden. De Griekse historicus Memnon van Heraclea (1e eeuw n.Chr.) vertelt over Romeinse troepen die besluiten wel heel erg veel spullen mee te zeulen als ze stad na stad plunderen in de strijd tegen de Pontische koning Mithradates VI (±119 - 63 v.Chr.). Dit leverde problemen op (Geschiedenis van Heraclea 36):
[de vloot werd met de buit weggestuurd.] Sommige van de schepen die de buit van Heraclea meevoerden, zonken door hun gewicht niet ver van de stad en anderen werden het ondiepe water in gestuwd door de Noordelijke wind en verloren daardoor veel van hun lading.
Typisch weer. Waarom nou niet twee keer varen?

zaterdag 18 januari 2014

Weg, goden! Weg!

We hebben inmiddels gezien dat de Perzische generaal Harpagus (6e eeuw v.Chr.) in zijn veroveringstochten over het Westen van het huidige Turkije verschillende volkeren heeft onderworpen. Dit omdat de Griekse Historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) alles in het werk heeft gesteld om ze allemaal te noemen. Herodotus was naast historicus (en fantast) ook bijzonder geïnteresseerd in de eigenheid van verschillende gemeenschappen over de hele wereld.

Zijn eigen gemeenschap, de Cauniërs, moest er ook aan geloven. Herodotus maakt verslag van hun eigen manier van verzet plegen. Het probleem was namelijk niet het vijandige legen (Historiën I.172.2):
Zekere buitenlandse vereringsriten vestigden zich bij hen; maar later, toen ze er anders over dachten en enkel de goden van hun vaders wilden vereren, deden alle Caunische volwassen mannen hun wapens aan en gingen samen zo ver als de grenzen van Calynda [een nabijgelegen streek], waar ze hun speren in de lucht staken en zeiden dat ze de vreemde goden buiten trapten.
Het enige dat over de verovering verder genoemd is, is dat Harpagus de Cauniërs onderwierp. Blijkbaar werkt het niet bij iedereen om de goden ergens naartoe te sturen.

vrijdag 10 januari 2014

Verwrongen metaal op het Romeinse slagveld

Een belangrijk onderdeel van de vroegere Romeinse legers, in de periode voor de legerhervormingen van Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) waren de velites. Deze lichtbewapende soldaten werden doorgaans opgesteld vóór de zwaarder bewapende troepen van het Romeinse leger. Ze hadden één taak: gooi je speren naar de vijand en zoek dan dekking achter de andere soldaten. Deze tactiek leverde doorgaans geen grote winsten op, maar voor de vijand wat voor elkaar kon krijgen, lagen er alvast een aantal dood en gewond op het slagveld, met alle gevolgen van dien.
Velites in het computerspel Rome Total War

Nu is er een probleem met het gooien van grote hoeveelheden speren naar de vijand: na enige tijd heeft de vijand een grote hoeveelheid speren om te gooien. Dit zorgt ervoor dat niet alleen bij de vijand doden vallen voor de slag echt begonnen is, maar ook bij de Romeinen. Dit gebeurde alleen niet, zo merkt de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op. Dat had te maken met specifieke kenmerken in het design van de werpsperen (Romeinse Geschiedenis VI.22.4):
De houten schacht van de speer mat ongeveer twee cubiti [ongeveer 90 cm] in lengte en was ongeveer net zo dik als de breedte van een vinger. De punt was ongeveer een span van de hand [ongeveer 20 cm] lang en was in een dermate fijne hoek gehamerd dat het onherroepelijk zou buigen bij de eerste impact en de vijand niet in staat is hem terug te gooien. Als dit niet het geval was, zou het projectiel voor beide zijden beschikbaar zijn.
 De oorlogen tegen de Carthagers waren dus letterlijk een slagveld vol verwrongen metaal!

Meer info over de Romeinse legers in die tijd:
Mike Duncan, The History of Rome podcast. aflevering 14a & 14b.

donderdag 2 januari 2014

Vroege smeerlapperij

De Egyptenaren staan bekend om twee dingen: de piramides en de mummies. De piramides zullen vandaag niet verder besproken worden, maar de mummies wel. Bij de Egyptenaren was er een groep priesters verantwoordelijk voor het balsemen en mummificeren van de overledenen. Volgens de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus  (±485 - 425/420 v.Chr.) zijn er verschillende manieren om een lichaam voor te bereiden voor de tocht naar waar-ze-ook-heen-gaan. Wat deze manieren gemeen hebben, is dat ze door dezelfde priesters werden uitgevoerd. Priesters, geen priesteressen. Om deze reden merkt Herodotus het volgende op (Historiën II.89):
De jakhals-god Anubis was betrokken bij het mummificatieproces
Bron: Wikipedia
Echtgenotes van beroemde mannen en vrouwen van grote schoonheid en reputatie, worden niet meteen aan de balsemers gegeven, maar pas wanneer ze drie of vier dagen dood zijn. Dit is zo om de balsemers te ontmoedigen gemeenschap met de vrouwen te hebben. Men zegt dat er eentje was betrapt terwijl hij gemeenschap had met het verse lijk van een vrouw en dat hij om die reden met de nek werd aangekeken door zijn collega's.
Iedere beschaving heeft kennelijk zijn eigen smeerlappen...

dinsdag 31 december 2013

Een tien is te koop

Eerder besprak ik de positie van leraren in de Griekse Oudheid. Leraren waren tirannen, soms zó erg dat soldaten bang waren voor een generaal die zich gedroeg als een schoolmeester. In de Sumerische tijd was dat niet veel anders. De Sumeriërs hadden een uitgebreid schoolsysteem waarvan verschillende kleitabletten met schrijfoefeningen zijn teruggevonden.

Minstens zo interessant zijn de "dagboeken" die door leerkrachten zijn opgetekend. Een schoolmeester (of "schoolvader") tekent zijn dagelijks leven op en dat bevat wat eigenaardigheden, zoals de Oekraïense Sumeroloog Samuel Noah Kramer (1897- 1990) aangeeft. Een leerling is het zat dat hij steeds geslagen en genegeerd wordt door zijn schoolmeester en besluit het tegen zijn vader te zeggen. Die besluit op de PR-toer te gaan om de docent op andere gedachten te krijgen waar het zijn zoon aangaat. Wat volgde was een luxe behandeling (The Sumerians p. 239-240):
[...De vader sprak de leraar aan...] "Mijn kleine jongen heeft zijn handen geopend en u liet wijsheid daar binnen gaan. U toonde hem alle fijne kneepjes van het schrijversvak, je toonde hem de oplossingen van wiskundige problemen, je toonde hem hoe je het spijkerschrift diep moet maken."
Vervolgens draagt de vader zijn slaven op om de leraar goed te verwennen met geurige olieën en dat soort spul, en met extra salaris, kleding en een ring. De reactie van de leraar is ook opgetekend:
"Jongeman, omdat je mijn woorden niet gehaat hebt en ze niet hebt genegeerd, moge je de schriftkunst van begin tot einde afronden. Omdat je alles zonder karigheid hebt gegeven en me meer salaris dan mijn moeite verdient, en me hebt geëerd, laat Nidaba, de koningin van de beschermengelen, jouw beschermengel zijn; laat je puntige pen goed voor je schrijven en laat je oefeningen geen fouten bevatten." 
Met andere woorden: goeie punten zijn te koop!

Boekentip voor vandaag:
Samuel Noah Kramer, The Sumerians

vrijdag 27 december 2013

Spanje ligt ten Westen van Engeland!

De Romeinen hebben een groot gebied veroverd en eeuwenlang onder controle weten te houden. Dit is een bijzondere prestatie en niet alleen in militair en politiek opzicht. Om een gebied te kunnen veroveren is het belangrijk om te weten waar het precies ligt ten opzichte van de andere gebieden die je kent. De Romeinen hadden wel kaarten, maar er was toch iets mis met het geografisch begrip dat ze hadden. Zo schrijft historicus Publius Cornelius Tacitus (±56 - 117 n.Chr.) met een zekere arrogantie in zijn toon waar Britannia ligt (Agricola X):
Voorstelling van de ligging van Britannia ten
opzichte van de andere gebieden.
Bron: Tacitus, Dialoog over de
welsprekendheid, Agricola, Germania

(Baarn 1992) p. 104.
Van Britannia's aardrijkskundige ligging en van zijn volkeren, die reeds door vele schrijvers zijn beschreven, wil ik niet gewagen om mij met dezen te meten op het stuk van vakmanschap of van talent, maar omdat in die dagen [in de tijd van Tacitus' schoonvader Gnaeus Julius Agricola (13 - 93 n.Chr.), gouverneur van de regio] voor het eerst volkomen is onderworpen: daarom zal datgene wat mijn voorgangers, omdat zij er nog geen grondige kennis van hadden, met welsprekendheid [interessant...] hebben opgesmukt, werkelijkheidsgetrouw te boek hebben gesteld.
Want hoe het werkelijk zit is als volgt:
Britannia, onder de eilanden waar de Romeinen van weten het grootste, strekt zich naar geografische uitgebreidheid en ligging naar het Oosten tegenover Germania, naar het Westen tegenover Hispania [Spanje] uit; in Zuidelijke richting ligt het zelfs binnen de gezichtskring van de Galliërs. Zijn Noordelijke kusten, waartegenover zich geen landen bevinden, worden gebeukt door de onmetelijke open zee.
Het is makkelijk om Tacitus voor zijn verkeerde voorstelling van zaken te bekritiseren, want de kennis die wij tegenwoordig hebben, is gebaseerd op technologie die de Romeinen nog niet tot hun beschikking hebben, maar het arrogante toontje in dit stukje werkt wel op de lachspieren.

Boekentip voor vandaag:
Tacitus, Agricola

zaterdag 21 december 2013

Iemand de wind uit de zeilen nemen

Een jaar geleden besprak ik de situatie in Italië tijdens de Tweede Punische Oorlog (218  - 201 v.Chr.) van Rome tegen Carthago en de geniale PR-truuk die de Carthaagse generaal Hannibal (247 - 183 v.Chr.) uithaalde om de Romeinse dictator Quintus Fabius Maximus (±275 - 203 v.Chr.) in diskrediet te brengen. Vandaag gaan we naar een andere grote oorlog in de Oudheid, de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) tussen Athene en Sparta.

Er was iets merkwaardigs aan de hand aan het begin van deze oorlog. De grote leider van de Atheners, Perikles (±495 - 429 v.Chr.) was bevriend met de Spartaanse koning Archidamus II (r. ±476 - 427). Ondanks de vriendschap pleitte Perikles voor oorlog tegen Sparta. Perikles had echter in zijn politieke slimheid in de gaten dat zijn tegenstanders de vriendschap tussen hemzelf en de koning van de vijand konden gebruiken om hem onderuit te halen. Volgens de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) besloot hij zijn politieke tegenstanders vóór de oorlog al de wind uit de zeilen te halen (De Peloponnesische Oorlog II.13.1):
Toen de Spartanen zich nog aan het verzamelen waren bij de Isthmus of aan het marcheren waren alvorens Attika [de regio van Athene] binnen te vallen, bedacht Perikles, zoon van Xanthippus, dat Archidamus, die een vriend van hem was, bij de op hande zijnde invasie, misschien zijn [van Perikles] landerijen met rust zou passeren zonder ze te verwoesten. Dit zou hij kunnen doen, ofwel uit persoonlijke wens om hem terwille te zijn, ofwel onder instructies vanuit Sparta met als doel een vooroordeel tegen hem [Perikles] te doen ontstaan [...] Hij nam daarom de voorzorgsmaatregel van de verklaring aan de Atheners in de volksvergadering dat, hoewel Archidamus zijn vriend was, zijn vriendschap niet zover doorvoerde dat hij de staat eronder zou laten lijden en dat hij, als de vijand zijn huizen en landen uit zou zonderen ten opzichte van de rest en hen niet zou plunderen, dat hij ze onmiddellijk zou opgeven en staatsbezit zou maken, zodat hij niet onder verdenking zou komen te staan.
Dit zullen zijn politieke tegenstanders niet leuk hebben gevonden...

dinsdag 17 december 2013

Iemand voor een muur zetten

Het Romeinse leger verloor de slag bij
Agendicum (107 v.Chr.) en werden gedwongen
onder het juk te passeren.
Bron: Wikipedia
Gaius Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) is al verschillende keren aan bod gekomen in dit blog, maar dit was steeds in zijn hoedanigheid van staatsman en generaal. Caesar was daarnaast ook een belangrijk historicus die zijn eigen veldtochten met veel details optekende. Of dit eenzijdige verhalen oplevert is een vraag die gesteld mag worden, waar we hebben met zijn werk tenminste één kant van het verhaal. Het bekendste werk van Caesar gaat over zijn verovering van Gallië.

In de beginfase van zijn veldtocht, in 58 v.Chr., kwam Caesar in contact met de Helvetii, een volk in het huidige Zwitserland. De Helvetii waren geduchte tegenstanders die eerder een Romeins leger in de pan hadden gehakt en de overlevenden gedwongen hadden onder het juk te gaan, een grove belediging voor een verliezend leger. De Helvetii kwamen later echter in lastiger vaarwater terecht omdat een aantal andere Keltische en Germaanse stammen probeerden heerschappij over heel Gallië, dus ten koste van de Helvetii, te verkrijgen. Om die reden besloten de Helvetii richting Romeins gebied te trekken met het verzoek daar de grens over te steken.

Caesar wilde er duidelijk voor zorgen dat een belediging als die bij Agendicum had plaatsgevonden, hem niet zo overkomen. Daarnaast had hij geen vertrouwen in het vermogen van de Helvetii zich te gedragen binnen de Romeinse grenzen. Dus besloot hij een truuk uit te halen (Gallische Oorlog 7-8):
[...Caesar wilde de Helvetii niet doorlaten...] Toch antwoordde hij [Caesar schreef in de 3e persoon enkelvoud over zichzelf] de gezanten dat hij tijd nodig had om erover na te denken en dat ze, als ze wat wilden op de dag voor 13 april moesten terugkomen.Ondertussen bouwde hij met de legioenen die hij bij zich had en de soldaten die zij hadden verzameld vanuit de Provincie een doorlopende muur, zestien Romeinse voet hoog [bijna 5 meter] en een gracht vanaf het Meer van Genève, die in de Rhône stroomt, naar de Jura, die het gebied van de Helvetii van dat van de Sequani scheidt, over een afstand van negentien Romeinse mijl [ongeveer 28,5 km].
Caesar versterkte de muur en de regio eromheen met forten en troepen en wachtte tot 12 april. Toen de Helvetii terugkwamen, stonden ze voor een muur van vijf meter hoog en bijna dertig kilometer lang. Caesar's antwoord was: nee.

Boekentip voor vandaag:
Julius Caesar, Oorlog in Gallië

dinsdag 3 december 2013

Een onhandig, onduidelijk en goed idee

Een schild is een stuk dat in de Oudheid en de Middeleeuwen nauwelijks uit de strijduitrusting weg te denken was. Je kon een zwaard hebben, een dolk, een speer of iets anders (of allemaal), maar een schild was voor de verdediging toch wel onmisbaar. De Egyptenaren droegen al schilden mee naar het slagveld (opmerkelijk is overigens dat de op de Standaard van Ur afgebeelde krijgers geen schild hebben).


Egyptische krijgers met grote schilden
Zo gangbaar als schilden op een gegeven moment wel waren, iemand moet ze bedacht hebben. Wie het gebruik van schilden heeft geïntroduceerd, dat kunnen we niet achterhalen, al is het alleen maar omdat de eerste schilden vrijwel zeker van vergankelijk materiaal als hout en boomschors moeten zijn geweest. Volgens de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus  (±485 - 425/420 v.Chr.) weten we wel wie belangrijke aanpassingen hebben gedaan aan schilden: de bewoners van Halicarnassus en omgeving, de Kariërs. Volgens hem hebben de Grieken veel aan zijn landgenoten te danken waar het gaat om defensieve krijgsmiddelen (Historiën I.171.4):
Zij hadden drie dingen uitgevonden waarin ze gevolgd werden door de Grieken: het waren de Kariërs die het dragen van een kuif op de helm introduceerden en hulpmiddelen op de schilden, én ze waren de eerste die handvatten bevestigden aan de schilden; tot dat moment droegen zij die een schild droegen, het zonder handvat, maar door het om de nek en de linkerschouder te leiden van een leren band.
Een hele onhandige, een hele onduidelijke en een hele handige, lijkt me.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zondag 1 december 2013

Acht keer de dikte voor vrouwelijke tempels

Een belangrijk deel van het Westen van het huidige Turkije was Grieks en werd Ionië genoemd. Volgens de overlevering werd de regio bewoond door afstammelingen van Ion die ofwel een zoon van Apollo was, ofwel een Atheense generaal. Ion stichtte met zijn mannen verschillende steden in het gebied en naar goed Grieks gebruik werd het gebied zelf naar hem genoemd. Ion had alleen een probleem: hij wist niet hoe je een goeie tempel in elkaar zette en hij wist hoe de goden waren. Geen tempel, geen hulp.

De drie verschillende soorten zuilen:
Dorisch, Ionisch en Korinthisch.
Bron: Wikipedia
Volgens de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio (± 85 - 20 v.Chr) waren meetkunde en gezond verstand de manieren om aan stevige bouwwerken te komen. Hoe kon je een tempel bouwen die er mooi uitzag en ook niet zomaar in zou storten. Wat is er nu heel mooi en stort niet zomaar in? Het volgende (Over architectuur IV.1.6):
[...] Ze maten de voet van een man en constateerden dat de lengte van de voet zes keer in de de lengte van de man paste. Ze gaven de zuilen een zelfde proportie, dat wil zeggen, ze maakten hem, inclusief het kapiteel, zes keer zo hoog als de dikte van de zuil aan de basis. 
De op mannen gebaseerde zuilen werden de Dorische zuilen. Deze kennen we met name van de Romeinse bouwkunst en de moderne bouwwerken met zuilen, maar ook van het Parthenon in Athene. De Ioniërs besloten echter dat de Dorische orde niet voldeed en toen ze de beroemdste tempel uit de Oudheid, die voor Artemis bij Efese gingen bouwen, bedachten ze volgens Vitruvius het volgende (Over architectuur IV.1.7.):
Ze gebruikten de vrouwelijke figuur als de standaard en om het een verhevener effect te geven maken ze de hoogte acht maal de dikte. Aan de onderkant plaatsten ze een basis op dezelfde manier als de schoen bij de voet; ze voegden ook krullen toe aan het kapiteel, zoals het gracieuze krullen van haar aan weerszijden en de voorkant decoreerden ze met cymatia en guirlandes in plaats van haar. Op de zuil zetten zij geulen die leken op de plooien in de kleding van een moeder.
Dit werd de Ionische orde. Er is nog een derde type zuil in de Griekse Oudheid: de Korinthische. Deze komt bijvoorbeeld terug bij het Pantheon in Rome.

vrijdag 29 november 2013

Het gebroken touw en het verkeerde festival

Kylon van Athene (7e eeuw v.Chr.) was Olympisch kampioen. Waar hij Olympisch kampioen in was, is niet bekend, maar hij was kampioen. Hij had van het Orakel van Delphi de opdracht gekregen om de Akropolis van Athene te bezetten tijdens het Grote Festival dat gewijd was aan Zeus. Welk festival, dat zei het Orakel er niet bij, maar Kylon dacht aan de Olympische spelen. Hij verzamelde een legertje en bezette de Akropolis.

Deze actie zette echter kwaad bloed bij de Atheners en die belegerden Kylon en zijn mannen die zich hadden teruggetrokken in een tempel. Nu was het zo dat de goden het niet konden waarderen als er bloed zou worden vergoten in hun huis, dus er gebeurde een tijd niets, tot de mannen van Kylon honger begonnen te krijgen en daarvan omkwamen. De situatie werd onhoudbaar. In zijn biografie van de grote politiek denker Solon (±640 - ±560 v.Chr.) beschrijft de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) hoe dit 'probleem' werd opgelost. De mannen moesten terechtstaan, maar ze wilden wel veiligheid, dus gebeurde het volgende (Solon 12.1):
[...] Ze bevestigden een gevlochten draad om het beeld van de godin [Athena] en hielden het vast, maar toen ze het heiligdom van de Erinyes op hun weg naar beneden bereikten, brak de draad uit zichzelf, waarop Megakles en zijn mede-bestuurders hen snel grepen met de opmerking dat de godin hen het recht van smekelingen weigerde. Zij die zich buiten de tempel bevonden, werden tot de dood gestenigd en zij die hun toevlucht hadden gezocht bij de altaren, werden daar afgeslacht.
Dit was een weinig succesvolle staatsgreep van Kylon. Gelukkig weet de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) een reden voor dit drama. Het waren namelijk niet de Olympische Spelen, maar het festival Diasia ter ere van Zeus de Vrijgevige (De Peloponnesische Oorlog I.126.6). Dat hadden ze moeten weten!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men
Thucydides, History of the Peloponnesian War

dinsdag 19 november 2013

Een freakshow in oorlogstijd

Eén van de interessante dingen aan het werk van de Griekse historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) is dat hij zijn verhaal over de Perzische Oorlogen aanvult met opmerkingen over volkeren die vrijwel allemaal onder de voet werden gelopen door de inmiddels wel bekende generaal Harpagus. Veel van deze volkeren zullen op dit blog aan bod komen (of zijn dat al geweest). 

Vandaag de gemeenschap van Pedasus, in de achtertuin van Herodotus zelf, in het Zuidwesten van het huidige Turkije. Zij hadden een bijzonder soort alarmsysteem voor als er wat ernstigs aan de hand was. Herodotus vertelt wat dan (Historiën  I.175):
Als hen of hun buren iets ernstige dreigde te overkomen, liet de priesteres van Athena een lange baard groeien. Dit is hen drie keer overkomen. Zij waren de enigen in de buurt van Karië die lang stand hielden tegen Harpagus en zij brachten hem de grootste problemen; ze versterkten een heuvel genaamd Lida.
Uiteindelijk werden ook de bewoners van Pedasus verslagen, maar ze hadden wel een freak show: de priesteres met de baard.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

woensdag 13 november 2013

Marx en de Romeinen

Misschien wel het interessantste uit het werk van de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) is het feit dat hij begrijpt dat er met de Romeinen iets fundamenteel anders is dan met andere volkeren. Dit zit hem in de staatsinrichting van de Romeinse Republiek die anders is dan de verschillende systemen van andere staten. 

Een paar maanden geleden kwam Polybius' idee van staatsinrichting al eens aan bod. Vandaag kijken we een paar regels verder en komt een stuk aan bod waar de 19e eeuwse filosoof Karl Marx (1818 - 1883 n.Chr.) wel wat mee had gekund. Polybius ontwaart namelijk ontwikkelingen van de ene naar de andere vorm van staatsinrichting (Romeinse Geschiedenis VI.4.6-10):
We moeten dus vaststellen dat er zes vormen van staatsinrichting zijn: de drie eerdergenoemden [democratie, aristocratie en koningschap] die op de tong van een ieder liggen en de drie die daar natuurlijkerwijs aan gelieerd zijn. Ik bedoel monarchie [één iemand aan de macht, zonder de koninklijke connotatie], oligarchie en het bewind van het gepeupel. De eerste van deze vormen die ontstaat is monarchie omdat het een natuurlijke staat is en zonder hulp tot stand komt; vervolgens ontwikkelt zich uit deze monarchie een echt koningschap door de hulp van de kunsten en het corrigeren van tekortkomingen. Dit degenereert in haar ondeugdelijke maar gelijksoortige vorm van tirannie en vervolgens geeft de opheffing van beide [tirannie en koningschap] ruimte voor het opkomen van een aristocratie. Het zit in de aard van aristocratie dat het degenereert naar een oligarchie en wanneer het volk uit woede voor de onrechtvaardige regering wraak neemt op de bestuurders, ontstaat democratie een vorm van regering die het bewind van het gepeupel voortbrengt om de serie te vervolmaken [want daarna kan een sterke man de leiding pakken en begint het weer opnieuw].
Het grote verschil tussen de Romeinen en de rest is dat de Romeinen ervoor zorgen dat de drie 'goede' regeermethoden, koningschap, democratie en aristocratie, gecombineerd zijn in één vorm. Consuls spelen de rol van de koningen, de senaat is een aristocratisch orgaan en de volksvergadering zorgt voor het democratisch element. Hierdoor is de Romeinse staatsinrichting veel stabieler dan de rest en kan het zich onthouden van de ontwikkelingen. Polybius juicht dit toe en hier verschilt hij van Marx die meende dat de ontwikkelingen van regeervorm naar regeervorm uiteindelijk zouden leiden tot een perfecte vorm. 

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Karl Marx, Capital

donderdag 7 november 2013

Imitatie is een vorm van haat

Culturele beïnvloeding reikt vaak verder dan je denkt. Na een kleine twee jaar is het onderhand eens tijd om één van de belangrijkste woorden uit de studie van de Oudheid te noemen:  Romanisering, het Romeins-worden van zij die aanvankelijk niet Romeins zijn, in welke vorm dan ook. Dit proces heeft een zeer brede betekenis en duikt op in verschillende maten. De Picten in het huidige Schotland kregen in een andere mate dingen mee van de Romeinen dan de Grieken en de Galliërs, maar ook zij hadden een zekere mate van romanisering. Dit is op zichzelf voldoende stof voor een blog. Voor nu laat ik het hierbij.

Een interessante episode in dit kader is de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.), niet te verwarren met de Griekse. Een aantal Italische gemeenschappen kwamen in opstand tegen Rome en besloten een machtscentrum op te zetten in de stad Corfinium in de Abruzzen. Volgens de Griekse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) hadden ze een specifieke manier van staatsinrichting in gedachten (Bibliotheek XXXVII.2.4-5):
Verwikkeld in de oorlog met de Romeinen waren de Samnieten, de inwoners van Asculum, de Lucaniërs, de Piceni, de inwoners van Nola en andere steden en volkeren. Hun belangrijkste stad was Corfinium, recent als hoofdstad van de Italiërs ingesteld, en daar hadden ze, naast andere symbolen van politieke macht, een groot forum en raadsgebouw opgericht en een overvloedige opslag van geld en andere benodigdheden voor de oorlog, en een heleboel voedsel. Ze zetten ook een gezamenlijke senaat van vijfhonderd leden op, waaruit mannen voor promotie werden geselecteerd die waardig waren om het land te regeren en te zorgen voor de algemene veiligheid. Zij vertrouwden de leiding over de oorlog aan hen toe en gaven de senatoren volmacht om te handelen. Laatstgenoemden zorgden ervoor dat jaarlijks twee consuls en twaalf praetoren zouden worden gekozen.
Doel was een alternatief te scheppen voor Rome. Opvallend is dat dit alternatief wel verdacht veel lijkt op datgene waar ze zich zo tegen verzetten. Romanisering ging vaak veel verder dan je zou denken, een beetje zoals de filialen van grote Amerikaanse fastfood-ketens in Iran.

Boekentip voor vandaag:
Diodorus Siculus, Library of History
L. de Blois en R.J. van der Spek, De kennismaking met de oude wereld (eerstejaardboek uit mijn studie)

vrijdag 1 november 2013

Kleine of grote dingen afhakken

Tijdens de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) maakten de Atheners zich gereed voor een aanval op Syracuse op Sicilië in 415 v.Chr. toen de nacht voor het vertrek een grote misdaad plaats had in de stad.  De stad stond destijds stampvol met Hermen, standbeelden die aan de god Hermes waren gewijd. Deze waren in één nacht op grote schaal geschonden. Een heiligschennis als deze zorgde ervoor dat de Atheners grote twijfels hadden aangaande de op hande zijnde aanval. 
 Een Herme, bron: Wikipedia

                                                                                     
De Hermen hadden een opmerkelijk uiterlijk en het laat zich raden welke gruwelen met de arme standbeelden zouden zijn uitgevoerd. De Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) maakt melding van datgene dat we allemaal wel in kunnen vullen (De Peloponnesische Oorlog VI.27.1):
Te midden van deze voorbereidingen [voor de aanval op Syracuse], waren bij alle Hermen in de stad Athene, dat zijn de gebruikelijke vierkante figuren die vaak voorkwamen in de toegangspoorten tot privé-woningen en tempels, in één nacht bij de meesten hun gezichten verwoest.
Niet alleen de gezichten blijken doelwit van de vandalen te zijn geweest. Volgens de Griekse Historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) waren ook andere vormen beschadigd (Alkibiades XVIII.3) maar veel concreter dan dat wordt deze opmerking niet. Uiteindelijk volgt een soort proces waar met name Thucydides niet bepaald om te spreken is. Verschillende hooggeplaatsten worden gearresteerd en ter door gebracht om hun vermeende rol in dit schandaal. De aanval op Syracuse werd uiteindelijk doorgezet, maar leverde een gigantische nederlaag op voor de Atheners. Als zij Hermes aan hun kant zouden hebben gehad, zouden ze er een stuk beter voor hebben gestaan. De militaire ramp die volgde wordt algemeen gezien als één van de belangrijkste redenen voor de Atheense nederlaag in de hele oorlog. Het ligt soms aan kleine (of grote) dingetjes...

Boekentip voor vandaag:
Debra Hamel, The Mutilation of the Herms

donderdag 10 oktober 2013

Zorg dat je leger voldoende stinkt!

Wie computerspellen speelt waarin je met legers tegen elkaar vecht, weet het. Lichtbewapende soldaten verliezen vrijwel altijd van zwaarbewapende en soldaten met speren zijn een uitstekende manier om cavalerie te stoppen. Boogschutters zijn zwak tegen snel bewegende troepen, maar kunnen wel veel schade aanrichten bij dichtgepakte falanxen.

Dit zijn fysieke en functionele voordelen van de ene legereenheid ten opzichte van de andere. We hebben eerder gezien dat strijdwagens met zeisen gruwelijke taferelen veroorzaakten op het slagveld. Dit was naast bijzonder effectief tegen troepen ook een psychisch wapen. Wie vecht er op zijn niveau als je bang bent zomaar je been te verliezen? Olifanten waren hier ook succesvol in, want hoe verslag je die zomaar? Datzelfde geldt voor... kamelen.

Een Perziër leidt een kameel
Bron: Livius.org

Kamelen speelden een belangrijke rol in oorlogsvoering in het Midden-Oosten. Als ze goed getraind worden, kunnen ze de rol van een paard (dat veel minder sterk is in de omstandigheden in de woestijn) prima overnemen, maar ook in kameel-tegen-paard-gevechten zijn ze zeer bruikbaar. De Griekse filosoof en historicus Xenophon (±430 - 355 v.Chr.) meldt dat de Perzen gedurende de Slag bij Thymbra (547 v.Chr.) tegen de Lydiërs gebruik maakten van kamelen. Ondanks het feit dat de Lydiërs veel meer manschappen het veld op brachten, wonnen de Perzen. Xenophon verdedigt de verliezende bevelhebber (Cyropaedia VI.2.18):
Of [wat zou je doen] als je hoorde dat ze kamelen hebben waarop ze naar ons toe rijden en dat honderd paarden de aanblik van één kameel niet konden verdragen?
Paarden zijn bang voor kamelen. Volgens een andere Griekse historicus, Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) konden de paarden niet alleen de aanblik van kamelen niet aanzien, maar gingen ze ook over hun nek van de geur (Historiën I.80.5). Het devies is dan ook: zorg dat je leger voldoende stinkt!

Boekentip voor vandaag:
Xenophon, The Expedition of Cyrus
Herodotus, The Histories

dinsdag 8 oktober 2013

Sjouwen met de goden

De Perzische koning Cyrus II de Grote (6e eeuw v.Chr.) is eerder verschillende keren besproken, vooral omdat van zijn opkomst interessante anekdotes zijn overgeleverd die door de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) in zijn werk zijn opgetekend. Dit vertelt echter niet het hele verhaal, want in tegenstelling tot een aantal anderen is Cyrus veel meer dan een aantal interessante anekdotes. Cyrus stichtte één van de machtigste rijken uit de geschiedenis en is bovendien de geschiedenis in gegaan als een man met een fantastische reputatie.

Eén van de belangrijke bronnen over de koning is eerder in een editorial aan bod gekomen. Aan de hand van de Cyrus-Cylinder. Dit voorwerpje bevat een verslag van Cyrus' verovering van Babylon, alwaar hij een aantal beslissingen van de daar heersende koning Nabonidus (r. 556 - 539 v.Chr.) terugdraaide (Cyrus Cylinder 32-33):
Ik bracht de beeltenissen van de goden, die daar [in Babylon] verbleven, terug naar hun plaatsen en liet hen verblijven op hun eeuwige verblijfplaatsen. Ik verzamelde al hun inwoners en bracht hen terug naar hun huizen. Verder bracht ik, op bevel van Marduk [een belangrijke god], de grote heer, de goden van Sumer en Akkad [regio's in Zuid-Irak], die Nabonidus tot de woede van de heer van de goden had meegebracht naar Babylon, onder in hun woningen in hun fijne verblijfplaatsen.
Dit gesjouw met standbeelden toont de relatie tussen de mens en hun goden en laat zien dat het beeld van een almachtige en onkwetsbare god een relatief nieuw verschijnsel is. Eerder zagen we dat de Romeinen in staat waren goden te lokken. Dat ging dan nog uit vrije wil. Dat de goden uit Perzië en de landen in die regio door een koning tegen hun zin konden worden meegenomen en afhankelijk waren van de acties van een andere koning om terug naar huis te kunnen gaan, geeft een bijzonder beeld.

Boekentip voor vandaag:
Jesse Russell, Cyrus Cylinder

maandag 30 september 2013

Dertien tegen ruim honderdduizend

Veldslagen uit de Oudheid komen soms behoorlijk gedetailleerd terug in de bronnen. We lezen hoe de linkerflank zich om de legers van de vijand heen manoeuvreerde en hoe deze een aanval in de rug plaatste terwijl het centrum frontaal op de vijand inrende. Zoals we eerder hebben gezien, ontbreekt er vaak één belangrijk element in de teksten over de veldslagen: aantallen. Soms spreken de bronnen elkaar tegen, soms zijn de cijfers simpelweg belachelijk.

Eergisteren repte ik even over de Slag bij Chaeronea (86 v.Chr.), de geboorteplaats van Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.). Dit is ook zo'n geval waar je je afvraagt of de cijfers wel kloppen. We weten dat er een grote veldslag heeft plaatsgehad en we weten dat de Romeinen onder Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) de troepen van Pontus onder Archelaüs versloeg en het lijkt erop dat dat overtuigend geweest is en er weinig heel gelaten is van de vijand, maar de cijfers slagen er niet in om me te overtuigen. 

Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bestond het leger van Pontus uit ongeveer 120.000 man en had Sulla zo'n 40.000 man onder zijn commando. In de beginfase van de veldslag leken de Romeinen te worden afgeslacht, maar zij raakten niet in paniek en namen het initiatief over. Uiteindelijk vluchtten de vijanden naar hun kamp waar vrijwel niemand veilig wist aan te komen. Appianus geeft de cijfers (Mithradatische Oorlogen VI.45):
Archelaüs en de anderen die afzondrlijk waren gevlucht, kwamen samen in Chalcis. Niet meer dan 10.000 van de 120.000 hadden het overleefd. De verliezen bij de Romeinen waren slechts vijftien en twee van hen kwamen later opdagen.
Een overtuigende overwinning. Drie volle voetbalstadions aan doden voor de ene kant, wat bij mij kwam kijken toen ik voetbalde aan de andere kant. Daar kan ik mee leven!

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Foreign Wars

donderdag 12 september 2013

Huwelijk!

Morgen trouwen mijn beste vriend en zijn verloofde. Om hen een beetje van dienst te zijn, heb ik eens een contract opgerakeld uit het Assyrisch archief uit de 19e eeuw v.Chr (Contract):
Laqipum heeft Hatala, dochter van Enishru gehuwd. In het land mag Laqipum geen andere vrouw huwen, maar in de stad mag hij een hierodule [heilige prostituée, een aan de tempel verbonden slavin] huwen. Indien zij [Hatala] hem binnen twee jaar geen nageslacht bezorgt, zal zij zélf een slavin kopen en later, nadat ze een kind van hem heeft voortgebracht, mag ze weer afstand doen van de slavin door haar te verkopen aan eenieder die dat wil. Als Laqipum besluit van haar te scheiden, moet hij jaar vijf minas van zilver betalen en als Hatala van hem besluit te scheiden, moet zij hem vijf minas van zilver betalen. Getuigen: Masa, Ashurishtikal, Talia en Shupianika.
Rest mij niets meer dan Martijn en Marilon heel veel geluk samen te wensen en dat Marilon hem maar vele krachtige zonen en schone dochters mag baren. Van harte!