Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Alexander de Grote. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alexander de Grote. Alle posts tonen

vrijdag 20 september 2013

Met zo'n koning kan me niets gebeuren!

Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) was misschien wel de grootste veldheer uit de geschiedenis. In een bestek van een dikke tien jaar veroverde hij grote delen van de wereld en liep hij het machtigste rijk uit zijn tijd onder de voet: het Perzische rijk. Ook zijn er verhalen overgeleverd over het natuurlijke gezag en de leiderschapskwaliteiten van de koning. Eerder is aan bod gekomen hoe hij zijn paard op de knieën kreeg en een krachtige relatie met het dier opbouwde. Vandaag aandacht voor zijn soldaten.

Alexander en zijn leger waren gedurende de hele periode van de veroveringen  ver van huis op campagne en het Midden-Oosten staat niet bekend als het meest herbergzame gebied op aarde. Toen Alexander zijn troepen besloot mee te nemen door een woestijn, kwam hij daar achter. Velen van zijn soldaten kwamen om van de dorst en ook Alexander kreeg het moeilijk. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) bevond het leger zich elf dagen in de woestijn en toen een aantal Macedoniërs water aan het halen waren bij een rivier, zagen ze dat de koning bijna flauwviel van de dorst. De Macedoniërs vulden snel een helm met water en renden op Alexander af. Plutarchus vertelt wat vervolgens gebeurde (Alexander 42:4-6):
Hij [Alexander] vroeg hen voor wie hun lading bestemd was. "Voor onze eigen zonen," zeiden zij. "Maar wanneer jíj in leven blijft, zullen we er nieuwe verwekken, ook al zouden we deze verliezen!" Toen hij dit hoorde, nam hij de helm in zijn handen; maar toen hij om zich heen keek en zag dat alle ruiters rondom met voorover geneigd hoofd hun blik op hem hadden gericht, gaf hij hem zonder te hebben gedronken weer terug en bedankte. "Want als ik alleen zelf drink," zei hij, "zullen zíj hier de moed verliezen."
Deze blijk van zelfbeheersing zorgde ervoor dat de soldaten om de koning heen weer helemaal enthousiast werden. Met zó'n koning kan je niets overkomen!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


vrijdag 23 augustus 2013

Reuzenpaarden dronken hier

Een halfjaar geleden besprak ik een opmerking van de Romeinse schrijver Publilius Syrus (1e eeuw v.Chr.) die zei dat een plan dat niet veranderd kan worden, een slecht plan is. Vandaag aandacht voor Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) die een plan zag mislukken. Hij stond met zijn leger aan de Ganges, duizenden kilometers van huis en het leger besloot dat het niet meer verder wilde. Alexander liet zich volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) overhalen om terug te gaan, maar had "omwille van de roem" nog wat in petto voor wie hem zou achtervolgen of een kijkje in het kamp wilde nemen (Alexander 62.7):
Zo liet hij bijvoorbeeld ongewoon grote wapenrustingen en paardenruiven en abnormaal zware bitten vervaardigen, om ze her en der verspreid achter te laten
Die Alexander die daar zat, was zeven meter groot en had paarden van dertig ton, moeten ze gedacht hebben. Geen wonder dat ze het leger van Alexander niet hebben achtervolgd!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


zondag 11 augustus 2013

"Als ik jou was..."

In het leven van een groot generaal komt eens in de zoveel tijd een moment waar een beslissing genomen kan worden. Dan roept hij zijn belangrijkste adviseurs bij elkaar, vraagt om hun mening en doet vervolgens precies wat hij zelf wil. We hebben een tijdje geleden gezien wat Hannibal naar zijn hoofd geslingerd kreeg na de Slag bij Cannae in 216 v.Chr. Vandaag hebben we het over Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.). Gedurende zijn verblijf in Azië krijgt Alexander een brief van koning Darius III van Perzië (±380 - 330 v.Chr.). Darius wist welke kant de wereld op ging en besloot Alexander een aanbod te doen: vrede, zijn dochter, een bak met geld, een bondgenootschap en de helft van het rijk in ruil voor vrede.

Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) besprak Alexander het aanbod met zijn generaals, waaronder Parmenion (±400 - 330 v.Chr.) en laatsgenoemde nam het woord (Alexander XXIX.8-9):
"Als ik Alexander was," zei Parmenion, "zou ik dit aanbod accepteren." "Dat zou ik ook doen," zei Alexander, "als ik Parmenion was." Maar hij schreef naar Darius: "Kom naar me toe en je zult alle hoffelijkheid ontvangen; maar doe je dat niet, dan zal ik meteen naar je toe marcheren."
Parmenion wist gelijk dat hij zijn mond beter kon houden...

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


woensdag 24 juli 2013

Uiteindelijk komt het allemaal goed

Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) was één van de grootste leiders van de wereldgeschiedenis en het is bij hem ook geen wonder dat hij als De Grote bekend staat tegenwoordig. Alexander was in de wieg gelegd om als grote leider de wereld aan zijn voeten te hebben, zoals we hebben gezien bij de voortekenen rond zijn verwekking en geboorte en het temmen van zijn paard.

Alexander was ook ambitieus. Hij spiegelde zich aan de Homerische held Achilles die, toen hij voor de keuze werd gezet, koos voor een kort en eervol leven boven een lang en gelukkig leven dat daarna geen eeuwige roem zou brengen. Alexander was, net als Achilles uit op eeuwige roem. Daarbij had Alexander wel een probleem, want zijn vader, Philippus II (382 - 336 v.Chr.) was ook een indrukwekkende figuur die nogal aan de weg timmerde om zélf heel veel grootse daden te verrichten. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) tot het chagrijn van zijn zoon (Alexander V.4-5):
Iedere keer, zo vaak als berichten werden gebracht dat Philippus een beroemde stad had veroverd of had gezegevierd in een vermaarde veldslag, was Alexander niet echt blij dat te hore, maar zei tegen zijn vrienden: "Jongens, mijn vader zal me overal in voor zijn; en voor mij laat hij geen geweldige prestaties over om met jullie hulp aan de wereld te tonen." Hij had geen afgunst voor plezier, niet eens voor rijkdom, maar voor grootsheid en roem. En hoe meer hij van zijn vader zou krijgen, dacht hij, des te minder zou hij zelf kunnen presteren.
Alexander heeft niet al te lang hoeven knarsetanden tot hij van die eergrijper af was. Toen Alexander 20 jaar was, overleed zijn vader en kreeg Alexander de kans die hij met beide handen zou grijpen. Alles komt toch nog goed.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander

woensdag 10 juli 2013

Hoe de bruiloft een echt feest werd

In 336 v.Chr. kwam één van de bekendste veldheren uit de geschiedenis aan de macht: Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) werd koning van Macedonië. Deze machtswisseling ging samen met de moord op de heersende koning Philippus II (382 - 336 v.Chr.). Philippus had meerdere vrouwen, waarbij hij ook verschillende kinderen had. Alexander's moeder, Olympias (±376 - 316 v.Chr.) was Philippus' hoofdvrouw, maar de koning kreeg een relatie met Cleopatra (niet te verwarren met Alexander's zus Cleopatra en al die andere gelijknamige vrouwen), de nicht van een belangrijke generaal en kreeg bij haar een zoon.

Philippus zou in 336 trouwen met Cleopatra en daarmee zou de jonge zoon van het stel een belangrijke gegadigde zijn voor troonopvolging voor als de koning zou zijn overleden. Waar niet op gerekend werd, was dat dat overleden spoedig zou aanbreken, want op de bruiloft werd de koning gedood door zijn lijfwacht Pausanias die niet veel later zelf ter dood werd gebracht. De Griekse schrijver Pausanias (±115 - 180 n.Chr.), niet te verwarren... Die schreef hoe van deze bruiloft een prachtig feest werd gemaakt (Beschrijving van Griekenland 8.7.7):
Na de dood van Philippus werd zijn babyzoon bij Cleopatra, de nicht van Attalus samen met zijn moeder door Olympias naar een bronzen vat gesleurd en tot de dood verbrand.
Er zijn aardig wat mensen die te winnen zouden kunnen hebben bij de dood van het drietal. Wie er achter zat, zal wel nooit duidelijk worden. Dit lijkt op een Engelse detective, maar dan zonder uiteindelijke situatie waar alle puzzelstukjes in elkaar vallen, al is het maar omdat al die Cleopatra's, Alexanders, Pausaniassen, Philipussen en anderen nogal zitten te dringen.

Boekentip voor vandaag:
Pausanias, Beschrijving van Griekenland

zaterdag 2 februari 2013

Donder, bliksem en een slang in je bed

Grieken hadden iets met symboliek. Als er iets opmerkelijks gebeurde of iemand iets raars droomde, werd daar groot belang aan gehecht. Hele volkeren liepen in een ver sacrum achter een koe aan om te kijken waar ze zich zouden vestigen. Ook op individueel gebied werd nogal wat opgehangen aan gebeurtenissen, tenminste achteraf. Zo ook met de grootste van alle Grieken (als je hem een Griek mag noemen), Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.).

Alexander was de zoon van Philippus II (382 - 336 v.Chr.) van Macedonië en zijn vrouw Olympias (±376 - 316 v.Chr.). Zoals we eerder hebben gezien maakte Alexander als jongeling al veel indruk op zijn vader door een wild paard te bedwingen. Vóór de geboorte was er al sprake van voortekenen. Zo valt de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) in zijn biografie van Alexander meteen met de deur in huis door aan te geven dat er dingen gebeurden, ruim voor de geboorte van de latere koning (Alexander 2.3-6):
De nacht voordat het huwelijk [tussen Philippus en Olympias] werd geconsummeerd, hoorde de bruid in haar droom een donderslag: een bliksemstraal trof haar schoot en uit die plek laaide een grote vlam op, die vervolgens in alle richtingen uiteenspatte en daarna doofde. Philippus droomde enige tijd na het huwelijk dat hij een zegelring op de schoot van zijn vrouw drukte; de beeldenaar van de rins stelde, naar hij meende, een leeuw voor. De meeste waarzeggers [die de droom moesten verklaren] vonden de droom bedenkelijk: hij wees er volgens hen op dat Philippus nauwlettende over zijn echtelijke verhouding moest waken. Aristandros uit Telmessos verklaarde daarentegen dat zijn vrouw zwanger was (met verzegelde immers nooit iets leegs), en wel van een kind dat vurig van aard was als een leeuw. Ook zag men eens, toen Olympias sliep, dat een slang zich naast haar lichaam had uitgestrekt; en men zegt dat dít vooral de hartstocht en de attenties van Philippus voor zijn vrouw heeft doen verflauwen, zodat hij niet vaak meer bij haar rustte - of het nu was omdat hij vreesde door zijn vrouw behekst of betoverd te worden, dan wel omdat hij, in de overtuiging dat zij omgang had met een hoger wezen [goden verschijnen in de Griekse mythologie vaak in de vorm van dieren aan jonge vrouwen], de echtelijke gemeenschap als iets zondigs schuwde.
Het lijkt erop dat Aristandros uit Telmessos gelijk had.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën I


zaterdag 24 november 2012

Perzische behandeling door Alexander

Bij zijn veroveringstocht door het Perzische rijk had Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) te maken met de heersende Koning der Koningen, Darius III (380 - 330 v.Chr.). De twee vochten een aantal grote veldslagen uit, zoals bij Issos (333 v.Chr.) en bij Gaugamela (331 v.Chr.). Deze veldslagen won Alexander en op die manier liet hij zichzelf al als koning van Azië aanspreken. Darius was daar nog niet aan toe en probeerde weerstand te blijven bieden. Dit duurde enige tijd, tot een verrader in zijn eigen kamp, Bessos (overleden in 329) de koning doodde.

Dit was geen zet waar Alexander erg gelukkig mee was, want in zijn drang om als Alexander de Grote de geschiedenis in te gaan, wilde hij Darius clementie verlenen, zoals hij met meer Perzen had gedaan. Deze kans kreeg hij niet en dat nam hij Bessos zeer kwalijk. Na een korte achtervolging greep Alexander Bessos, die zich inmiddels liet aanspreken als Koning Artaxerxes V, bij de kladden. De Romeinse historicus Lucius Flavius Arrianus (±95 - 175 n.Chr.) vertelt in een moraliserend stuk hoe de wannabe-koning werd behandeld (Anabasis IV.7.):
Toen verzamelde Alexander een bijeenkomst van hen die aanwezig waren en leidde Bessos voor hen. Hij beschuldigde hem van verraad tegen Darius en beval zijn neus en oren af te snijden en dat hij naar Ecbatana gestuurd zou worden om daar door de raad van Meden en Perzen te dood te worden gebracht. Ik ben niet blij met de excessieve straf van Bessos; in tegendeel, ik beschouw de verminking van prominente onderdelen van het lichaam als een barbaars gebruik en ik ben eens het men hen die zeggen dat Alexander in zekere mate werd geleid door zijn verlangen om de Medische en Perzische rijkdom na te doen en zijn onderdanen in zijn omgang met hen te behandelen als minderwaardige wezens, naar het gebruik van de buitenlandse koningen.
Het was echter nog niet afgelopen met Bessos, want hij werd inderdaad naar Ecbatana geleid en hij werd daar inderdaad ter dood gebracht. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt in zijn biografie van Alexander hoe deze man aan zijn einde kwam (Alexander V.43.6):
En toen hij [Alexander] op een later moment Bessos vond, liet hij hem uit elkaar trekken. Twee rechte bomen werden samengebonden en een deel van zijn lichaam werd aan elk vastgebonden; vervolgens, toen ze beide [de bomen] werden losgelaten en met grote kracht terugsprongen, volgde het deel van het lichaam dat eraan vastgemaakt was.
Vervolgens ging Alexander nog zorgvuldig om met de familie van Darius. Punt was duidelijk... 

vrijdag 24 augustus 2012

Rovers en koningen

Koningin Beatrix heeft haar lip bezeerd. Dat was het nieuws van de dag van eerder deze week, blijkbaar. Vervelend voor haar. Ik heb ook wel eens mijn lip bezeerd en kan je vertellen dat dat niet prettig is. Verschil tussen onze lipproblemen is dat die van mij niet in het nieuws komen en die van de koningin wel. Ik vind dat niet erg, maar het geeft wel aan dat een koningin meer is dan een figuur met een bepaalde hoeveelheid macht. Het staatshoofd leeft onder een vergrootglas.

Dit was niet anders in de Oudheid. Hoewel het nieuws van een pijnlijke lip vaak Rome nog niet uit was voor de lip hersteld was, vorsten hadden een speciale positie. Dit was iets waar de kerkvader Augustinus van Hippo (354 - 430 n.Chr.) de aandacht op vestigde. Hij vertelt over een piraat die door Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) werd gevangengenomen en hoe hij zich verdedigde (De stad van god IV.4):
Toen de koning hem vroeg hoe hij het waagde de zee te teisteren, antwoordde hij vrijmoedig: "hoe waag jij het de gehele wereld te teisteren? Maar omdat ik het doe met enkel een klein scheepje, noem jij mij een rover; jij die hetzelfde doet met een grote vloot, wordt koning genoemd."
Koningschap (en politiek leiderschap in het algemeen) komt neer op hebben van zoveel macht dat je wegkomt met misdaden waar een ander niet mee weg komt. Augustinus zag dat al. Dit heeft natuurlijk niets te maken met het verhaal van de pijnlijke lip, maar koningen zijn nu eenmaal anders, in vele opzichten.

vrijdag 10 augustus 2012

Wat Diogenes tegen Obama zou zeggen

Iedereen vraagt zich wel eens af wat hij of zij zou zeggen als hij of zij iets mocht vragen aan een grote wereldleider. Wat zou je zeggen tegen Obama of Ban Ki Moon als je hem één vraag mocht stellen? Vermoedelijk iets idealistisch of iets met beleid of politiek. Wat kan zo'n wereldleider voor je betekenen?

De cynische filosoof Diogenes van Sinope (404 - 323 v.Chr.) kreeg de kans om te zeggen wat hij wilde zeggen tegen de grote wereldleider van zijn tijd, Alexander de Grote (356 - 232 v.Chr.). Deze grote wereldleider (of eigenlijk moest hij dat nog worden) kwam oog in oog te staan met de filosoof die zat te relaxen in de zon in Korinthe en Alexander zocht hem op omdat hij niet zelf langs kwam. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) vertelt (Alexander 14.3-4):
Maar omdat die filosoof niet in het geringste omkeek naar Alexander en verder ging met het genieten van zijn vrije tijd in de buitenwijk Craneion, ging Alexander er zelf heen om hem te zien; en hij vond hem liggend in de zon. Diogenes kwam een beetje overeind toen hij zoveel mensen naar hem toe zag komen en richtte zijn ogen op Alexander. Toen de koning hem aansprak met begroetingen en hem vroeg of hij iets wilde, zei Diogenes "Ja, ga een beetje uit mijn zon staan."
Alexander was hiervan zo onder de indruk dat hij zich naar zijn gevolg liet ontvallen: "Als ik Alexander niet was geweest, dan zou ik Diogenes zijn." (Plutarchus, Alexander 14.5). Ik stel me zo voor dat Obama ook zo over mij denkt.

dinsdag 22 mei 2012

Held met vier benen

In mijn allereerste blogpost kwam de relatie van de Romeinse keizer Caligula (regerend van 37 tot 41 n. Chr.) met zijn paard Incitatus aan bod. Vandaag bespreek ik de relatie van een man met een minder bizarre reputatie en zijn paard. Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) had namelijk ook een paard en daar was hij bijzonder aan gehecht. Op een beroemd mosaiek dat gevonden is in Pompeii is Alexander te zien met zijn paard.


Bron: Wikipedia


Zijn paard had de weinig vleiende naam Bucephalus ("Ossenkop") en volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) was het een bijzondere match. Bucephalus bleek moeilijk te beheersen toen deze aan koning Philippus II (382 - 336 v.Chr.), de vader van Alexander werd verkocht. Alexander zag wel gelijk de klasse van het paard, als het maar goed behandeld zou worden (Alexander 6.2.):
Toen was Philippus verdrietig en beval het paard weg te leiden, in de veronderstelling dat het wild en ongetemd was; maar Alexander, die vlakbij was, zei "Wat een paard raken zij kwijt omdat ze het door hun gebrek aan kwaliteiten en moed niet kunnen beheersen!"
Alexander kreeg van zijn vader de kans te proberen het paard onder controle te krijgen en slaagde daarin. De prestatie was van dermate grote klasse dat Philippus helemaal onder de indruk was en Plutarchus hem de volgende woorden in de mond legt (Alexander 6.5.):
"Mijn zoon, zoek een rijk dat jou waardig is. Macedonië [waar Alexander vandaan kwam] heeft niet de ruimte voor jou."
Alexander is er later op uit getrokken met Bucephalus en zijn leger en bleek inderdaad een veel groter rijk te kunnen veroveren (hij is niet voor niets De Grote geworden). Tijdens één van de veldslagen waarin Bucephalus gevangen werd genomen, bleek hoe belangrijk hij was voor Alexander. Volgens Plutarchus was Alexander bereid heel ver te gaan om zijn paard terug te krijgen (Alexander 44.3.):
Alexander was buiten zinnen van woede en stuurde een bode met het dreigement hen allen aan het zwaard te rijgen, samen met hun vrouwen en kinderen als ze hem zijn paard niet zouden teruggeven. Maar toen ze aankwamen met zijn paard en hem ook hun steden gaf, behandelde hij hen allemaal vriendelijk en gaf losgeld voor zijn paard aan hen die het hadden gevangengenomen.
Uiteindelijk sterft zelfs het meest geliefde paard en Alexander was dan ook ontroostbaar. Als laatste eer besloot Alexander één van zijn zelf gestichte steden géén Alexandria te noemen (Alexander 61.1.):
Na de slag met Porus [een volk in Punjab, India] stierf Bucephalus - niet meteen, maar enige tijd erna - volgens sommige schrijvers door de wonden waarvoor hij behandeld werd, maar volgens Onesicritus [Alexander's admiraal] was door ouderdom versleten geraakt. Hij was dertig jaar oud toen hij stierf. Zijn dood deed Alexander verschrikkelijk veel verdriet. Hij voelde dat hij niets minder dan een kameraad en een vriend had verloren; hij bouwde een stad aan de oevers van de Hydaspes [de huidige Jhelam, een zijrivier van de Indus] in zijn herinnering en noemde die Bucephalia.