Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Marcus Porcius Cato Maior. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marcus Porcius Cato Maior. Alle posts tonen

woensdag 20 maart 2013

Sorry dat ik geen Grieks spreek!

Een aantal maanden geleden kwam een uitspraak van de Romeinse dichter Horatius (65 - 8 v.Chr.) aan bod.  Wat Horatius wilde aangeven was dat de Griekse cultuur een belangrijke invloed had op de Romeinse en dat het in die zin maar de vraag was wie wie overheerste.

Niet alle Romeinen stonden even open voor deze invloed. Een bekende criticus van de Griekse cultuur was Cato de Censor (234 - 149 v.Chr.), niet te verwarren met de een paar weken geleden uit het raam gehouden Cato de Jongere. Cato de Censor (het woord 'censuur' komt van het Romeinse ambt van de censor, die naast volkstellingen (census) ook de publieke moraal in zijn portefeuille had) leerde een historicus kennen die zijn liefde voor de Griekse cultuur wat ver doortrok.  Zijn naam was Aulus Postumius. Volgens de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) probeerde hij zijn werken in het Grieks te schrijven (waar hij niet bijzonder goed in slaagde) en bracht daarmee liefhebbers van de Griekse cultuur in discrediet. Cato had er zeker opvattingen over (Romeinse Geschiedenis XXXIX:4-8):
Hij [Postumius] ging zelfs zo ver om in Griekse dichtvorm een serieuze geschiedenis te proberen te schrijven, waarin hij in het voorwoord zijn lezers verzoekt hem te vergeven als hij, als een Romein, de Griekse taal en hun manier van het behandelen van het onderwerp niet geheel machtig is. Marcus Porcius Cato antwoordde hem op een manier die ik heel juist vind op dit onderwerp. Hij vroeg zich namelijk af waarom hij deze verontschuldigingen maakte. Als hij bevolen was door de Amphictyonische Raad [een overlegorgaan tussen Griekse steden] om geschiedenis te schrijven, dan zou hij misschien gelijk hebben om zo te spreken en zijn verontschuldigingen aan te bieden; maar om op eigen initiatief en zonder dwang te ondernemen om geschiedenis te schrijven en dan te smeken om verontschuldigingen voor zijn barbarisme, dat was duidelijk krankzinnig en diende nauwelijks een doel, zoals wanneer een man zich inschreef voor een wedstrijd in het boxen of in de pankration zich bij het betreden van het stadion, wanneer het op het vechten aankwam, aan de toeschouwers zou verontschuldigen voor als hij het worstelen of de klappen niet zou aankunnen.

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Histories Volume VI


zaterdag 1 september 2012

One-issue-politiek

Over minder dan twee weken mogen we weer stemmen in Nederland. Eén van de opties die je hebt, is stemmen op de Partij voor de Dieren, met lijsttrekker Marianne Thieme. Die heeft een opvallende band met de Romeinse Oudheid en met één persoon in het bijzonder, Marcus Porcius Cato de Oudere (234 - 149 v.Chr.). Deze politicus genoot veel aanzien als een goed bestuurder en stond als zeer conservatief bekend. Zijn ideeën hingen aan het idee van de Romeinse deugden. Tot zover weinig gelijkenissen, maar Thieme maakt gebruik van een politiek middel waar Cato beroemd mee is geworden, want ze sluit haar toespraken altijd af met "Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie."

Cato had weinig problemen met de bio-industrie, maar wel met de grote vijand van de Romeinen uit zijn tijd: Carthago, in het huidige Tunesië. Hij had een heel duidelijk idee over de oorlog en gebruikte die bij iedere toespraak die hij in de senaat hield. De beroemde uitspraak is in het Latijn bijna net zo bekend als in het Nederlands: Ceterum censeo Carthaginem delendam esse (of "esse delendam" wat in het Latijn beide correct is). De Griekse biograaf Plutarchus (46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt het volgende (Cato  27):
Het wordt gezegd dat Cato een Libische vijg in de in de senaat niet vallen toen hij aan de plooien van zijn toga schudde, en dat hij terwijl de senatoren de grootte en schoonheid ervan bewonderden, zei dat het land waar dit groeide slechts drie dagen varen vanaf Rome was. In één ding was hij nóg wreder, namelijk in het feit dat hij iedere keer als hij waar dan ook over stemde, deze woorden toevoegde: "In mijn mening moet Carthago verwoest worden."
Uiteindelijk kreeg Cato zijn zijn, maar hij heeft het niet meer mee kunnen maken. In 149 stierf de politicus, drie jaar later viel Carthago.