Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label propaganda. Alle posts tonen
Posts tonen met het label propaganda. Alle posts tonen

zaterdag 20 juli 2013

Darius tegen de dienaren van het kwaad. Wat is hij toch nobel!

De geschiedenis van het oude Perzië is er een van vreemde zaken en hofintrige waarde Romeinen zelfs een puntje aan konden zuigen. Eerder zagen we wat Harpagus te eten kreeg toen hij niet deed wat de koning wilde en dat sommigen er rare begrafenisrituelen op na hielden. Vandaag gaat het over de koning Darius I de Grote (r. 522 - 485 v.Chr.). Darius is bekend geworden aan de grote bouwer van de Perzen en één van zijn bekendste bouwwerken is een grote inscriptie op een rotswand, de Behistuninscriptie.

Op deze inscriptie vertelt Darius zijn verhaal. Hij heeft natuurlijk grote overwinningen behaald en was de beste koning die de Perzen ooit hadden kunnen dromen. Zoveel is duidelijk. Interessanter is het verhaal van zijn troonsbestijding. Darius was namelijk mee op veroveringstocht met de heersende koning Cambyses II (r. 558 - 522 v.Chr.) die zijn broer Bardiya of Smerdis (waarom de data niet bekend zijn, wordt zo duidelijk) bleef achter in Perzië om de zaken te runnen. Bardiya bleek echter veel populairder dan Cambyses dus vormde een bedreiging voor de positie van de koning die lang weg zou blijven. Om die reden liet Cambyses zijn broer doden en vertrok. In afwezigheid van van Cambyses kwam iemand anders aan de macht in Perzië en deze man claimde Bardiya te zijn. Darius noemt hem Gaumata. Het volk trapte erin.

Het kon echter niet lang duren of de staatsgreep zou bij de koning zijn doordrongen. Alleen die kon niets doen, want, zo stelt Darius, conveniently (Behistuninscriptie 11):
Daarna stierf Cambyses een natuurlijke dood.
Niemand durfde het aan om Gaumata af te zetten tot Darius besluit de knoop door te hakken (Behistuninscriptie 13):
Koning Darius zegt: "Er was geen man, noch Perzisch, noch Medisch of van onze eigen dynastie, die het koningrijk van Gaumata de Magiër afpakte. Het volk was erg bang voor hem, want hij doodde velen die de echte Smerdis hadden gekend. Om deze reden doodde hij hen: 'dat ze er niet achter komen dat ik Smerdis, zoon van Cyrus, niet ben.' Er was niemand die iets durfde te doen tegen Gaumata de Magiër totdat ik kwam. Ik bad tot Ahuramazda; Aharamazda bracht me hulp. Op de tiende dag van de maand Bagayadis [29 september 522], doodde ik met een aantal mannen die Gaumata de Magiër en zijn belangrijkste volgelingen. Bij de vesting genaamd Sikayavautis in het district genaamd Nisaia in Medië doodde ik hem; ik ontnam hem het koninkrijk. Bij de genade van Ahuramazda werd ik koning; Ahuramazda schonk mij het koninkrijk.
We hebben dus (áls dit allemaal waar is) te maken met Bardiya die gedood werd en op zijn plaats kwam een nieuwe Bardiya die gedood werd. Later zullen we zien dat Bardiya nóg niet dood bleek te zijn. Voor nu heeft Darius een mooi verhaaltje verteld. Wat is hij toch nobel.

Boekentip voor vandaag:
H.C. Rawlinson, The Persian Cuneiform Inscription of Behistun

zondag 16 december 2012

Jij krijgt mijn macht

Het Romeinse rijk kreeg in de vierde eeuw n.Chr. te maken met een aantal belangrijke ommezwaaien waarin de keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) een hoofdrol in speelde. Belangrijk was met name het feit dat het centrum avn de Romeinse wereld van Rome naar Constantinopel (het huidige Istanbul) werd verplaatst en dat er voor een nieuwe religie, het christendom, meer ruimte was dan in het verleden.

Volgens velen was de keizer zelf ook christen. Hoewel deze opmerking niet onomstreden is, kunnen we wel stellen dat Constantijn zich actief bemoeide met conflicten en geloofsrichtingen in het christendom. Dit blijkt uit het Edict van Milaan uit 313 waarmee godsdienstvrijheid keizerlijke goedkeuring kreeg en het Eerste Concilie van Nicaea uit 325 waarin de inhoud van wat we later het Nieuwe Testament zijn gaan noemen, door een door Constantijn voorgezeten vergadering was bepaald.

Een ander document dat lange tijd aan Constantijn is toegeschreven, is de Donatio Constantini, de Schenking van Constantijn, een oorkonde waarin de schrijver namens Constantijn formuleert dat de paus boven de keizer staat in de machtshiërarchie. Hoewel de Italiaanse humanist Lorenzo Valla (±1407 - 1457 n.Chr.) ontdekte dat dit om een achtste-eeuwse vervalsing ging en Constantijn nooit een dergelijk document had uitgevaardigd, heeft het een grote invloed gehad op de positie van de kerk in de Middeleeuwen.

In het document geeft "Constantijn" een aantal redenen waarom de religie van de Romeinen diende te worden afgezworen ten faveure van het christendom. Zo blijkt hij op een gegeven moment aan lepra te leiden en hier vanaf te winnen komen (Donatio Constantini 6):
Want toen een zware en smerige melaatsheid heel het vlees van mijn lichaam was binnengedrongen en er veel artsen bijeengekomen waren om mij hiertegen te behandelen, kreeg ik van geen één mijn gezondheid terug. Bovendien kwamen de priesters van het Capitool erbij en zeiden dat er voor mij een brongebouw moest komen op het Capitool, dat dat bad gevuld moest worden met het bloed van onschuldige kinderen en dat ik gereinigd kon worden door een bad in dat warme bloed. Er waren heel veel onschuldige kinderen bijeengebracht, zoals ze gezegd hadden. Toen de goddeloze, heidense priesters hen wilden slachten en het bad met hun bloed wilden vullen, zag onze Hoogheid de tranen van hun moeders. Meteen huiverde ik voor de daad en vol medelijden met hen gaven wij bevel aan hen de eigen kinderen terug te geven.
Zoals eerder in dit blog vermeld werden mensenoffers door Romeinen niet getolereerd. Het feit dat dit document toch van zo'n grote invloed is geweest op de kerk, honderden jaren lang, zegt wat over de goedgelovigheid van mensen, met name als er machtige instituten in het spel zijn.

Boekentip voor vandaag: Lorenzo Valla, The Treatise on the Donation of Constantine

dinsdag 20 november 2012

Kinderen levend verbranden voor het goede doel

Wat vaak opvalt als je kijkt naar de geschiedenis en dan in het bijzonder die van lang geleden of van ver weg, is dat normen anders kunnen zijn. De meest in het oog springende zaken zijn misschien wel het ritueel om het leven brengen van mensen. Het bekendste voorbeeld daarvan is ongetwijfeld te vinden bij de Azteken in Midden-Amerika, maar dichter bij huis zijn ook voorbeelden. De Romeinen moesten er niets van hebben, al wordt gezegd dat de hier al eerder genoemde Hannibal (247 - 183 v.Chr.) hen wel zo ver kreeg om tot het uiterste te gaan om de setun van de goden te vinden. Het was voor de Romeinen hoe dan ook niet normaal om te doen.

Bij Hannibal thuis, in Carthago, is reden aan te nemen dat er wél sprake was van mensenoffers. Rondom verschillende Carthaagse steden zijn tophets gelokaliseerd. Dit zijn locaties waar grote aantallen kruiken met resten van jonge kinderen bij elkaar gevonden zijn. Hoewel deze tophets ook gewoon begraafplaatsen kunnen zijn geweest, worden ze in verband gebracht met het offeren van kinderen aan de god Baäl. De Siciliaanse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) geeft een duidelijk en expliciet beeld van hoe het er volgens hem aan toe ging (Bibliotheek 20.14.5-6)
Toen ze hadden nagedacht over deze dingen [dat de goden boos waren] en de vijand in het kamp voor hun muren hadden gezien, waren ze vervuld van bijgelovige angst, want ze geloofden dat ze de eer van de goden die door hun vaders waren gevestigd, hadden verwaarloosd. In hun geestdrift om vergoeding te verschaffen voor deze nalating, kozen ze tweehonderd van de edelste kinderen uit en offerden hen openlijk; en anderen die verdacht waren, offerden zichzelf vrijwillig, in aantal niet minder dan zeshonderd. Er was een bronzen beeltenis van Cronus [Baäl of Moloch] in de stad, die zijn armen uitstrekte, palmen omhoog en naar de grond aflopend, zodat wanneer er een kind in geplaatst zou worden, deze naar beneden zou rollen en in een soort gapend gat, gevuld met vuur zou vallen.
Dit was voor de Romeinen een gruwel van de eerste orde, net als voor ons. Of het waar was dat dit gebeurde, daar zijn archeologen het nog niet over eens, maar dit stuk van Diodorus was voor Romeinen als de eerder genoemde Marcus Porcius Cato de Oudere (234 - 149 v.Chr.) wel koren op de molen. De Romeinen moesten de Carthagers aanvallen! Zo geschiedde en omdat de geschiedenis altijd geschreven wordt door de winnaars, weten we niet wat er nou precies gebeurde.

donderdag 25 oktober 2012

Schitterende steen!

Eerder deze maand kwam de keizer Elagabalus (203/204 - 222 n.Chr.) aan bod en de merkwaardige humor die deze man erop na hield. Waar Elagabalus echter bekender om in geworden, is de introductie van de god El Gabal in Rome. Deze Syrische zonnegod lag de keizer na aan het hart, want voor hij in Rome de touwtjes in handen kreeg, was hij hogepriester van El Gabal in Emesa, in Syrië. Met zijn aantreden als keizer bracht hij ook de cultus van de god naar Rome, zij het onder een andere naam: Sol Invictus (onoverwinnelijke zon).

Opvallend aan deze god was dat hij zou huizen in een Baetilus, een heilige, kegelvormige steen. Voor de Romeinen en andere volkeren in de Oudheid was de god of godin fysiek aanwezig in de standbeelden en andere voorwerpen die ermee in verband werden gebracht. Zo ook bij Sol Invictus en zijn steen. Dit zorgde ervoor dat er interessante boodschappen op de munten van deze keizer werden gezet, zoals onderstaande gouden munt:

bron: Wikipedia


Op de voorzijde, links, staat een portret van Elagabalus, voorzien van gebruikelijke tekst eromheen, maar het bijzondere zit hem aan de opdruk op de keerzijde. Een vierspan wordt getrokken door paarden en op de wagen staat een grote steen. De legenda (opschrift) zegt "SANCT DEO SOL I ELAGABAL" wat betekent "Heilige god onoverwonnen zon Elagabalus". Volgens de Griekse historicus Herodianus (±170 - ±240 n.Chr.) bleef het niet bij het afbeelden van een steen op een munt, maar werd hij rondgeparadeerd (Romeinse Geschiedenis 5.VI.7):
Een strijdwagen met zes paarden droeg de zonnegod, de paarden enorm en volmaakt wit, met dure gouden gespen en rijke versielselen. Niemand hield de teugels vast en niemand reed in de strijdwagen; het voertuig werd geëscorteerd alsof de zonnegod zelf de menner was. Elagabalus rende achterstevoren voor de strijdwagen, de god aankijkend en de teugels van de paarden vasthoudend. Hij maakte de hele tocht op deze achterstevoren-manier, terwijl hij in het gezicht van zijn god keek.
Wát een schitterende steen moet dat geweest zijn!

zaterdag 18 augustus 2012

Een luxe krukje

De Romeinen hadden aan aantal vijanden waar ze niet echt van konden winnen. Ten Noorden van het rijk zaten de Germanen (die je niet als één volk moet zien) en de Scythen als de belangrijkste buren. Aan de Oostkant bevond zich het oude Perzië dat tot 226 n.Chr. onder de macht van de Parthen stond. Dit volk bleek een solide buurman voor de Romeinen. Het was zeker niet altijd vrede tussen de twee wereldrijken, maar de Romeinen wisten wat ze konden verwachten.

In 226 werd het Perzische koninkrijk overgenomen door de Sassaniden, een dynastie die het de komende eeuwen voor het zeggen had. Zij raakten in oorlog met de Romeinen en vochten in 259 de Slag bij Edessa uit. Daarbij gebeurde het ondenkbare: de Romeinse keizer Valerianus I (±200 - 260) werd gevangen genomen en meegenomen naar het paleis van de Koning der Koningen Shapur I de Grote (r. 241 - 272).

De "Christelijke Cicero" Lucius Caecilius Firmianus Lactantius (±250 - 320) beschrijft in zijn werk De Moribus Persecutorum "over de dood van de vervolgers" (de authenticiteit hiervan wordt betwist) hoe de laatste maanden van het leven van de keizer aan het hof van Shapur waren (De Mor. Persec. 5):
Hij [Valerianus] verloor als gevangene van de Perzen niet alleen de macht die hij zonder mate uitoefende, maar ook de vrijheid die hij van anderen had afgenomen; en hij verspilde de rest van zijn leven in de verschrikkelijkste situatie van slavernij: want Sapores [Shapur], de koning van de Perzen die hem gevangen had genomen, beval de Romein iedere keer wanneer hij zijn paar of een rijtuig op wilde klimmen om voor hem te bukken en zijn rug te presenteren. Vervolgens zei hij lachend, wanneer hij zijn voet op de schouders van Valerianus zette: "Dit is waar, en niet datgene dat de Romeinen op borden of pleisterwerk zetten."
De Romeinen waren meesters in het positief presenteren van zaken in hun propaganda, maar Shapur maakte hier korte metten mee. Hij bracht de Romeinen in zijn propagandarelief in Naqš-i Rustam, bij Fars in Iran op de knieën. Tot zover..

woensdag 11 juli 2012

Met blote voeten

Op een binnenplaats van de villa van zijn vrouw Livia stond een standbeeld van ruim 2 meter hoog van de Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.). De keizer (van 1,75 m in werkelijkheid, volgens Suetonius) staat gekleed in een militaire uitrusting en richt zich tot de aanschouwer van het beeld.


bron: Wikipedia

Het is gebruikelijk dat in de Oudheid heersers met jonge, geïdealiseerde gezichten en lichamen werden uitgebeeld en dit beeld is hierin geen uitzondering. Wat doorgaans de meeste aandacht krijgt in dit beeld, is de borstplaat en wat daar op staat. Die krijgen vandaag geen aandacht. Vandaag gaat het over de voeten.


Opvallend aan de voeten is dat ze bloot zijn. De keizer loopt op blote voeten. Dit is extra opvallend omdat hij een borstplaat draagt en in zijn linkerhand een speer moet hebben gezeten. De keizer liet zichzelf afbeelden als generaal. Afgezien van het feit dat Augustus zelf zijn veldslagen niet vocht, maar dit overliet aan Marcus Vipsanius Agrippa (63 v.Chr. - 12 n.Chr.), waar zijn de sandalen? Een veldslag met blote voeten is onpraktisch, maar toch had de belangrijkste man in het Romeinse rijk geen schoenen aan.


Algemeen wordt aangenomen dat het feit dat Augustus geen schoenen aan heeft een verwijzing is naar het feit dat dit geen gewone man was. Gewone mannen hebben er last van als ze met blote voeten op een steentje trappen, laat staan op een pijlpunt op het slagveld. Deze Augustus niet. De logische conclusie zou zijn om aan te nemen dat Augustus hier als een god werd afgebeeld op een vergelijkbare manier als de koning op het Narmerpalet. Aan de andere kant, waarom dan wapens dragen? Eén van die verborgen vragen waar geen antwoord op lijkt te zijn.

dinsdag 3 juli 2012

Ladies and gentlemen, we've got 'em

Iedereen herinnert zich de toespraak van Paul Bremer in 2003 toen ze Saddam Houssein hadden gevangen. De Grote Vijand van het Vrije Westen was gepakt en de rest is geschiedenis. Wat je ook vindt van deze situatie, iedereen is het er wel over eens dat Bremer een boodschap uitdroeg. We hebben de bad guy te pakken. De president van Irak zou een bedreiging zijn voor vrede en stabiliteit, dus hij moest weg.


In de Romeinse tijd kwam dit ook regelmatig voor en het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld dat van de bekendste politieke moord in de geschiedenis, die van Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.). Hij werd volgens de Romeinse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) door zoveel mensen tegelijk aangevallen met dolken dat dolken braken en de aanvallers elkaar verwondden (Brutus 17.4-7).


Uiteindelijk overleed Caesar en daarmee overleed het grote gevaar voor het voortbestaan van de door de senatoren gedomineerde Romeinse Republiek. Eén van de grote leiders van de samenzwering tegen deze potentiële koning was Marcus Junius Brutus (85 - 42 v.Chr.). Brutus stamde uit een familie die de Romeins-Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus "de Arrogante" zou hebben verdreven in 509 v.Chr. en daarmee de Republiek had ingesteld. Potentiële koningen zoals Caesar werden door Brutus en zijn medestanders met argusogen gevolgd. Dit belette hem niet om een vriendschappelijke relatie op te bouwen met Caesar. In de plooien van zijn toga bewaarde hij echter wel een dolk en die kwam er op 15 maart 44 v.Chr. uit.


Omdat Brutus niet de beschikking had over Youtube en televisie, moest hij zijn korte boodschap op een andere manier overdragen. Dat deed hij door een nieuwe munt te slaan, wat zeer gebruikelijk was om boodschappen over te brengen:
Bron: Wikipedia


Aan de linkerkant van de munt staat een beeltenis van Brutus, maar op de achterkant staat de ware boodschap. Twee dolken, een muts en een datum. De Romeinse historicus Cassius Dio licht dit verder toe (Romeinse Geschiedenis, 47.25.3):

Naast deze activiteiten [het opzetten van een leger en een aantal militaire handelingen daarmee] sloeg Brutus op de munten die werden geslagen zijn eigen gelijkenis, een muts [die aan slaven werd gegeven als ze vrijgelaten werden door hun meester] en twee dolken, waarmee - en met de inscriptie - hij aangaf dat hij en Cassius [een andere belangrijke samenzweerder] het vaderland had bevrijd.
De Republiek was gered, Ladies and gentlemen, We've got 'em. Alleen jammer voor Brutus dat het niet lang meer duurde voor Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) het toch voor elkaar kreeg de macht over te nemen. Gelukkig voor Brutus zelf had hij toen al zelfmoord gepleegd.

dinsdag 19 juni 2012

De koning is groot

In het British Museum in Londen liggen aardig wat juweeltjes uit de Oudheid, waaronder de Standaard van Ur, een vondst van de Britse archeoloog Sir Leonard Wooley (1881 - 1960). Deze standaard, waarvan de functie niet bekend is, toont verschillende scenes uit het leven in het oude Sumer in het huidige Zuid-Irak. Aan de ene kant staan scenes die over oorlogsvoering gaan, aan de andere kant scenes die lijken te duiden op een soort feest, maar overduidelijk een vreedzame bedoeling. Op de site van de Khan Academy vond ik deze video die het overbodig maakt om er zelf veel over te zeggen:



(De vertaling is van mijn hand, dus mocht er wat mee zijn, dan hoor ik dat graag)

Naast het feit dat dit object op zichzelf bijzonder interessant is, valt bij objecten uit het oude Nabije Oosten altijd iets specifieks op. In de video wordt al kort aandacht besteed aan het feit dat sociale positie van figuren op dit soort objecten vaak wordt uitgedrukt in de grootte van het figuur. Op de tumbnail van de video is al te zien dat de centrale figuur op de stoel veel groter is dan de drie mannetjes om hem heen en dat het mannetje dat rechts zit daar een beetje tussenin zit. We hebben hier waarschijnlijk te maken met de koning, met mensen onder hem met een hoge rang (priesters bijvoorbeeld) en met bedienden. Als de koning zou gaan staan, zou hij twee keer zo lang zijn als de bedienden. We hebben al gezien dat koning Eannatum 2,79 meter zou zijn geweest en het ziet ernaar uit dat de Standaard van Ur ook zoiets zegt.

Ook in Egypte komt de sociale positie van figuren tot uiting in de grootte ervan. Zo is op het Narmerpalet deze scene te zien:

De koning, met de typische Hedjet-kroon van Boven Egypte staat op het punt een vijand te doden, terwijl naast hem een mannetje zijn sandalen vast houdt. Waarom je je sandalen uit zou doen voor een dergelijke handeling, dat is vraag twee (een interessante vraag waar ik later nog op terugkom), maar wat zeker opvalt is dat de grote koning een klein mannetje in zijn gevolg heeft die kennelijk belangrijk genoeg is om überhaupt op de  inscriptie gezet te worden, maar niet belangrijk genoeg om groter afgebeeld te worden.

zaterdag 28 april 2012

Vier grote mannen

De Romeinse keizer Diocletianus (236/237 - 316 n.Chr., regerend: 284 - 305) in de geschiedenis in gegaan als één van de grote hervormers van het Romeinse rijk. Hij had iets nieuws bedacht na ruim een halve eeuw vol machtsstrijd en tientallen keizers, tegenkeizers en subkeizers. Van zijn hand is een nieuw regeermodel. De keizer was niet meer de eerste onder de min of meer gelijken, zoals Augustus dat bedacht had (principaat), maar echt een heerser (dominaat).


Een andere hoeksteen van de hervormingen van Diocletianus was het feit dat de Romeinen niet meer spraken over de keizer, maar over de keizers, meervoud. Diocletianus vestigde een tetrarchie waarin vier mensen de baas waren. Er waren twee Augusti (meervoud van Augustus), hoofdkeizers, en twee Caesares (meervoud van Caesar), onderkeizers, elk met hun eigen machtsgebieden. De bedoeling was dat de Augusti voor een bepaalde periode regeerden en dan samen afstand deden van de troon, waarop de Caesares de rang van Augustus kregen en er twee nieuwe Caesares werden aangesteld. Troonsopvolging en stabiliteit zouden dan gewaarborgd zijn.


Diocletianus' regering (het was op één of andere manier wel duidelijk dat hij de belangrijkste man van het viertal was) bleek te maken te hebben met grote economische problemen en vaardigde in 301 een edict uit dat deze problemen uit de weg moesten ruimen. Zoals bij meer officiële documenten het geval was (zie de brief van Claudius aan de Alexandrijnen), werden namen en grootse prestaties van de afzender genoemd. Met vier afzenders van het hoogste niveau krijg je dan dit (Prijsedict):
De Keizer Caesar Gaius Aurelius Valerius Diocletianus, plichtsgetrouw, gezegend, onoverwonnen Augustus, hogepriester van de Romeinse staatsgodsdienst, zesmalig overwinnaar van de Germanen, viermalig overwinnaar van de Sarmaten, tweemalig overwinnaar van de Perzen, overwinnaar van de Britten, overwinnaar van de Carpi [stad in midden-Italië], overwinnaar van de Armeniërs, overwinaar van de Meden en de Adiabeni [een Perzisch volk], met voor het 18e jaar macht van een tribuun, zeven maal consul, 18 keer uitgeroepen als keizer, Vader van ons Vaderland, met consulaire macht en
De Keizer Caesar Marcus Aurelius Valerius Maximinianus, plichtsgetrouw, gezegend, onoverwonnen Augustus, hogepriester van de Romeinse staatsgodsdienst, vijfvoudig veroveraar van de Germanen, viervoudig veroveraar van de Sarmaten, tweemalig overwinnaar van de Perzen, overwinnaar van de Britten, overwinnaar van de Carpi, overwinnaar van de Armeniërs, overwinaar van de Meden en de Adiabeni, met voor het 17e jaar macht van een tribuun, zes maal consul, 17 keer uitgeroepen als keizer, Vader van ons Vaderland, met consulaire macht en
Flavius Valerius Constantius, tweevoudig overwinnaar van de Germanen, tweevoudig overwinnaar van de Sarmaten, tweevoudig overwinnaar van de Perzen, overwinnaar van de Britten, overwinnaar van de Carpi, overwinnaar van de Armeniërs, overwinnaar van de Meden, overwinnaar van de Adiabeni, met voor het 9e jaar macht van een tribuun, drievoudig consul, de zeer edele Caesar, enGaius Valerius Maximinianus [bekend als Galerius], tweevoudig overwinnaar van de Germanen, tweevoudig overwinnaar van de Sarmaten, tweevoudig overwinnaar van de Perzen, overwinnaar van de Britten, overwinnaar van de Carpi, overwinnaar van de Armeniërs, overwinnaar van de Meden, overwinnaar van de Adiabeni, met voor het 9e jaar macht van een tribuun, drievoudig consul, de zeer edele Caesar - zij verklaren: 
En dáárna begint het edict. "In naam der koningin" is de archaïsche uitdrukking op Nederlandse dwangbevelen en vonnissen. De Romeinen hadden daar beduidend meer ruimte voor nodig.

woensdag 21 maart 2012

Munten en burgerrechten

Onderzoek naar gebeurtenissen in de Oudheid leveren vaak interessante discussies op omdat in veel gevallen de bronnen onduidelijk zijn of elkaar tegenspreken. Een voorbeeld daarvan is de kwestie van de Romeinse Bondgenotenoorlog (91 - 88 v.Chr.) waar ik op ben afgestudeerd (graag een reactie als de link niet werkt). Tijdens de Bondgenotenoorlog kwam een aantal volkeren uit midden-Italië in opstand tegen de Romeinen en op Wikipedia staat dat dit was omdat ze Romeins burgerrecht wilden. Alsof er geen discussie over is.

Op onderstaande munt is een duidelijke aanwijzing voor en heel ander doel van de oorlog te zien. Wellicht was het doel namelijk niet het verwerven van politieke rechten binnen de Romeinse wereld, maar het omverwerpen van de Romeinse wereld. 
Deze munt is geslagen door de vijanden van de Romeinen in die periode. Op de voorzijde van de munt staat in het Oskisch (een taal die van rechts naar links gelezen wordt en letters kent die op ons schrift lijken) de naam van één van de legeraanvoerders van de opstandelingen, Mutilu (Mutilus) en een titel Emratur (zegevierende generaal, verwant met het Latijnse Imperator en het Engelse Emperor). De afbeelding op de keerzijde (achterkant) van de munt laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Onderaan staat de rest van de naam van de generaal en op de afbeelding is te zien dat een duidelijk seksueel opgewonden stier een wolf vertrapt.


In een tijd waarin massamedia nog niet bestonden, waren munten voor machthebbers vaak de beste manier om snel een duidelijke boodschap over te dragen. Mutilus liet duidelijk weten wat zijn intenties waren. De wolf, het symbool van de Romeinen, werd vertrapt door een stier die zichtbaar bijzonder mannelijk was. Zie pagina 34-36 van mijn scriptie over waar de stier voor stond. Hoe dan ook is het boeiend te zien hoe een boodschap als deze op een muntje van hooguit enkele centimeters is gezet. Je vraagt je wel af of een scène als deze zal hebben bijgedragen aan de uiteindelijke beslissing van de Romeinen om na de oorlog de vijand burgerrechten te geven.