Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Gaius Sempronius Gracchus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gaius Sempronius Gracchus. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2014

Het gewicht in goud

We hebben eerder gezien dat het leven van een sociaal hervormer in de late Romeinse republiek niet over rozen ging. Tiberius Sempronius Gracchus (overleden in 133 v.Chr.) kreeg zijn plannen voor landhervormingen niet door de politieke arena en moest dat bekopen met zijn leven. Zijn jongere broer Gaius  (154 - 121 v.Chr.)  pakte de handschoen op toen zijn broer de Tiber in werd gegooid en kwam een aantal jaar later met zijn eigen voorstellen.

Gaius had niet alleen net even iets radicalere denkbeelden dan zijn broer, maar leek succesvoller te zijn dan Tiberius. Zó succesvol zelfs dat er een prijs op zijn hoofd werd gezet door de conservatieve tegenstanders in de senaat. Wie het hoofd van Gaius Gracchus brengt, krijgt het gewicht ervan in goud. Ik hoef niet uit te kauwen of hij het overleefde, maar de Griekse historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat er gebeurde, een truuk die je alleen van Romeinen kunt verwachten (Gaius Gracchus XVII.4): 
Dus stak Septimuleius het hoofd van Gaius op een speer en bracht het naar Opimius [consul en groot tegenstander van Gracchus] en toen het op een weegschaal werd gelegd, woog het zeventien tweederde pond, omdat Septimuleius zichzelf niet alleen een smeerlap [hij was een vriend van Gaius Gracchus] , maar ook een bedrieger toonde; want hij had de hersenen verwijderd en vloeibare lood op de plaats gegoten.
Er staat nergens dat we niks met het hoofd mochten doen. Romeinse inventiviteit!

zaterdag 11 mei 2013

Van de regen in de drup

De Romeinse senatoren hadden een hele slechte naam, omdat ze er nogal een handje in hadden zichzelf te verrijken door het misbruiken van hun positie. Gouverneurs van de provincies lieten grote sommen belastinggeld in eigen zak verdwijnen en rechters namen steekpenningen aan om hun besluit te beïnvloeden.

De reputatie van de senatorenstand was een zeer bruikbaar wapen voor politici om de steun van de bevolking te krijgen. Het is dan ook weinig verrassend dat deeerder volkstribuun  Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.) daar werk van maakte. Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bedacht hij een strategie om ervoor te zorgen dat de senatoren zich niet meer zo zouden kunnen verrijken. Wat hij deed was dat hij een groot deel van de rechtsprekende bevoegdheden van de senatoren overdroeg aan een andere stand: de equites, of de ridderstand. Dit zorgde er inderdaad voor dat de senatoren deze koe niet meer konden melken. Appianus geeft echter aan wat ervoor in de plaats kwam (De Burgeroorlogen I.22):
Zij [de equites] raakten ook verslaafd aan het aannemen van steekpenningen en toen ze deze enorme opbrengsten hadden geproefd, laafden ze zich daar nog lager en met nog minder matiging aan dan de senatoren deden. Zij kochten mensen om die de rijken van dingen beschuldigden en ze schaften de rechtbanken voor het aannemen van steekpenningen volledig af, deels door het onderling met elkaar eens te zijn en deels door open geweld, zodat het uitvoeren van dit soort onderzoek volledig overbodig werd. Op die manier kwam door deze wet een nieuwe klassenstrijd op die een lange tijd duurde en die niet minder verderfelijk was dan de vorige.
Dus we raakten van de regen in de drup...

Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Civil Wars

dinsdag 11 september 2012

Het L-woord en de hypotheekrenteaftrek

Morgen zijn de verkiezingen en de vraag hoe de Nederlandse overheid de financiën onder controle krijgt, is één van de belangrijke vragen waar politici om over elkaar heen vallen. Belastingen omhoog? Uitgaven omlaag? Ontslagen? Gasbaten? En uit de taboesfeer is opgekomen; het H-woord, hypotheekrenteafrek is bespreekbaar.

In de late Romeinse Republiek was er geen H-woord, maar wel een andere taboekwestie, landhervormingen. Veruit het grootste deel van het bebouwbare land in Italië was in het bezit van een kleine groep rijken. Grote groepen mensen waren nauwelijks in staat om hun hoofd boven water te houden omdat ze geen bebouwbaar land bezaten en dus niet eenvoudig aan eten konden komen. Dit leverde vaak onrust op.

Om de zoveel tijd werd voorgesteld om het grootgrondbezit van de rijken aan banden te leggen en de armen de gelegenheid te bieden een stukje grond te verbouwen en zo hun bestaanszekerheid te geven. Probleem was alleen dat de besturende elite juist bestond uit die rijken. Zij waren mordicus tegen het ontnemen van hun land, maar konden moeilijk tegen stemmen, want de Romeinse aristocraten waren voor hun positie voor een groot gedeelte afhankelijk van de steun van het gewone volk en die hadden juist belang bij landhervormingen. Als je niet voor wilt stemmen of tegen kunt stemmen, kun je maar één ding: zorgen dat er niet gestemd werd.

In deze kwestie zijn twee namen zeer belangrijk: de broers Tiberius (gestorven in 133 v.Chr.) en Gaius Sempronius Gracchus (154 - 121 v.Chr.). Zij probeerden de zaak aan het rollen te brengen door grenzen te stellen aan landbezit per persoon. De aristocraten moesten iets doen om ze de mond te snoeren. De Griekse geschiedschrijver Appianus van Alexandrië (±95 - ±165 v.Chr.) beschrijft in zijn boek over de crisis van de Romeinse Republiek hoe Tiberius Gracchus aan zijn einde kwam (Romeinse Geschiedenis I.16)
De eerste van hen [de senatoren], die hen aanvoerde, was de Hogepriester Cornelius Scipio Nasica; hij riep dat zij die het land wilden redden, hem moesten volgen en wierp de kraag van zijn toga over zijn hoofd. [...] Toen hij [Nasica] bij het heiligdom aankwam en op de Gracchen [Tiberius en zijn aanhangers] kwam afstormen, maakten zij plaats omdat ze zo'n voorname man respecteerden en zagen dat de senatoren hem volgden. Maar laatstgenoemden rukten de staven uit de handen van de Gracchen [...] en begonnen hen te slaan en te achtervolgen en van af afgrond te drijven. In het tumult stierven vele Gracchen en Gracchus zélf in de val in de tempel, werd gedood bij de deur vlakbij de standbeelden van de koningen. Alle lichamen werden in de Tiber gegooid.
Het was duidelijk dat landhervormingen niet op de agenda moesten komen. Gaius Gracchus probeerde later een vergelijkbare doorbraak te forceren, maar ook hij overleefde het niet. Na zijn dood besloot de consul Lucius Opimius Rome verder te zuiveren van dit soort elementen. De moord op de gebroeders Gracchus om deze politiek gevoelige kwestie wordt veelal gezien als de eerste politieke moord in de Westerse geschiedenis. Hopelijk roept het H-woord dit soort zaken niet op!