Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Athene. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Athene. Alle posts tonen

zaterdag 21 december 2013

Iemand de wind uit de zeilen nemen

Een jaar geleden besprak ik de situatie in Italië tijdens de Tweede Punische Oorlog (218  - 201 v.Chr.) van Rome tegen Carthago en de geniale PR-truuk die de Carthaagse generaal Hannibal (247 - 183 v.Chr.) uithaalde om de Romeinse dictator Quintus Fabius Maximus (±275 - 203 v.Chr.) in diskrediet te brengen. Vandaag gaan we naar een andere grote oorlog in de Oudheid, de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) tussen Athene en Sparta.

Er was iets merkwaardigs aan de hand aan het begin van deze oorlog. De grote leider van de Atheners, Perikles (±495 - 429 v.Chr.) was bevriend met de Spartaanse koning Archidamus II (r. ±476 - 427). Ondanks de vriendschap pleitte Perikles voor oorlog tegen Sparta. Perikles had echter in zijn politieke slimheid in de gaten dat zijn tegenstanders de vriendschap tussen hemzelf en de koning van de vijand konden gebruiken om hem onderuit te halen. Volgens de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) besloot hij zijn politieke tegenstanders vóór de oorlog al de wind uit de zeilen te halen (De Peloponnesische Oorlog II.13.1):
Toen de Spartanen zich nog aan het verzamelen waren bij de Isthmus of aan het marcheren waren alvorens Attika [de regio van Athene] binnen te vallen, bedacht Perikles, zoon van Xanthippus, dat Archidamus, die een vriend van hem was, bij de op hande zijnde invasie, misschien zijn [van Perikles] landerijen met rust zou passeren zonder ze te verwoesten. Dit zou hij kunnen doen, ofwel uit persoonlijke wens om hem terwille te zijn, ofwel onder instructies vanuit Sparta met als doel een vooroordeel tegen hem [Perikles] te doen ontstaan [...] Hij nam daarom de voorzorgsmaatregel van de verklaring aan de Atheners in de volksvergadering dat, hoewel Archidamus zijn vriend was, zijn vriendschap niet zover doorvoerde dat hij de staat eronder zou laten lijden en dat hij, als de vijand zijn huizen en landen uit zou zonderen ten opzichte van de rest en hen niet zou plunderen, dat hij ze onmiddellijk zou opgeven en staatsbezit zou maken, zodat hij niet onder verdenking zou komen te staan.
Dit zullen zijn politieke tegenstanders niet leuk hebben gevonden...

vrijdag 29 november 2013

Het gebroken touw en het verkeerde festival

Kylon van Athene (7e eeuw v.Chr.) was Olympisch kampioen. Waar hij Olympisch kampioen in was, is niet bekend, maar hij was kampioen. Hij had van het Orakel van Delphi de opdracht gekregen om de Akropolis van Athene te bezetten tijdens het Grote Festival dat gewijd was aan Zeus. Welk festival, dat zei het Orakel er niet bij, maar Kylon dacht aan de Olympische spelen. Hij verzamelde een legertje en bezette de Akropolis.

Deze actie zette echter kwaad bloed bij de Atheners en die belegerden Kylon en zijn mannen die zich hadden teruggetrokken in een tempel. Nu was het zo dat de goden het niet konden waarderen als er bloed zou worden vergoten in hun huis, dus er gebeurde een tijd niets, tot de mannen van Kylon honger begonnen te krijgen en daarvan omkwamen. De situatie werd onhoudbaar. In zijn biografie van de grote politiek denker Solon (±640 - ±560 v.Chr.) beschrijft de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) hoe dit 'probleem' werd opgelost. De mannen moesten terechtstaan, maar ze wilden wel veiligheid, dus gebeurde het volgende (Solon 12.1):
[...] Ze bevestigden een gevlochten draad om het beeld van de godin [Athena] en hielden het vast, maar toen ze het heiligdom van de Erinyes op hun weg naar beneden bereikten, brak de draad uit zichzelf, waarop Megakles en zijn mede-bestuurders hen snel grepen met de opmerking dat de godin hen het recht van smekelingen weigerde. Zij die zich buiten de tempel bevonden, werden tot de dood gestenigd en zij die hun toevlucht hadden gezocht bij de altaren, werden daar afgeslacht.
Dit was een weinig succesvolle staatsgreep van Kylon. Gelukkig weet de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) een reden voor dit drama. Het waren namelijk niet de Olympische Spelen, maar het festival Diasia ter ere van Zeus de Vrijgevige (De Peloponnesische Oorlog I.126.6). Dat hadden ze moeten weten!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men
Thucydides, History of the Peloponnesian War

vrijdag 1 november 2013

Kleine of grote dingen afhakken

Tijdens de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) maakten de Atheners zich gereed voor een aanval op Syracuse op Sicilië in 415 v.Chr. toen de nacht voor het vertrek een grote misdaad plaats had in de stad.  De stad stond destijds stampvol met Hermen, standbeelden die aan de god Hermes waren gewijd. Deze waren in één nacht op grote schaal geschonden. Een heiligschennis als deze zorgde ervoor dat de Atheners grote twijfels hadden aangaande de op hande zijnde aanval. 
 Een Herme, bron: Wikipedia

                                                                                     
De Hermen hadden een opmerkelijk uiterlijk en het laat zich raden welke gruwelen met de arme standbeelden zouden zijn uitgevoerd. De Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) maakt melding van datgene dat we allemaal wel in kunnen vullen (De Peloponnesische Oorlog VI.27.1):
Te midden van deze voorbereidingen [voor de aanval op Syracuse], waren bij alle Hermen in de stad Athene, dat zijn de gebruikelijke vierkante figuren die vaak voorkwamen in de toegangspoorten tot privé-woningen en tempels, in één nacht bij de meesten hun gezichten verwoest.
Niet alleen de gezichten blijken doelwit van de vandalen te zijn geweest. Volgens de Griekse Historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) waren ook andere vormen beschadigd (Alkibiades XVIII.3) maar veel concreter dan dat wordt deze opmerking niet. Uiteindelijk volgt een soort proces waar met name Thucydides niet bepaald om te spreken is. Verschillende hooggeplaatsten worden gearresteerd en ter door gebracht om hun vermeende rol in dit schandaal. De aanval op Syracuse werd uiteindelijk doorgezet, maar leverde een gigantische nederlaag op voor de Atheners. Als zij Hermes aan hun kant zouden hebben gehad, zouden ze er een stuk beter voor hebben gestaan. De militaire ramp die volgde wordt algemeen gezien als één van de belangrijkste redenen voor de Atheense nederlaag in de hele oorlog. Het ligt soms aan kleine (of grote) dingetjes...

Boekentip voor vandaag:
Debra Hamel, The Mutilation of the Herms

zaterdag 6 juli 2013

Rust dan ook schepen uit!

De Perzische Oorlog was Griekenland's finest hour waar het op het gezamelijke wij-gevoel aankwam. De verschillende stadstaten lagen doorgaans met elkaar in de clinch, maar bij het verschijnen van een gemeenschappelijke vijand waren zij in staat de onderlinge geschillen voor een poosje te laten voor wat ze waren en zich te richten op het Perzen-vrij krijgen van Griekenland. Toen de Perzen vertrokken, vestigde zich al snel een machtsevenwicht met twee blokken: Sparta en haar bondgenoten en Athene met die van hen.

De bondgenootschappen ontwikkelden zich al vrij snel in een soort rijken onder leiding van de twee grote stadstaten. Het bondgenootschap kreeg namelijk een dwingend karakter. Volgens de Griekse historicus Thucydides (±460 - ±400 v.Chr.) beschrijft dat de Atheners minder populair werden en te maken kregen met bondgenoten die het bondgenootschap wilden verlaten. Athene greep dan meteen keihard in en zorgde ervoor dat de "bondgenoten" weer netjes in de rij zouden staan. Volgens Thucydides hadden de bondgenoten dat grotendeels aal zichzelf te danken (De Peloponnesische Oorlog I.99.3):
Hiervaan [aan het feit dat de Atheners in staat waren opstanden neer te slaan] waren de bondgenoten zelf debet; de wens om geen militaire dienst te hoeven uitvoeren heeft de meesten van hen ertoe gebracht afspraken te maken om hun deel in de kosten [van het leger van het door Athene geleide bondgenootschap] in geld te betalen in plaats van [oorlogs-]schepen en zo te voorkomen dat ze hun huis hoefden te verlaten. Dus waar Athene haar vloot vergrootte met het geld dat ze bij elkaar hadden gebracht, had een opstand altijd te kampen met een gebrek aan geld en oorlogservaring.
Het is bij Thucydides altijd interessant te zien dat hij onbedoelde langetermijnsgevolgen (waar uiteindelijk veel van de geschiedenis doos is gebeurd) weet te analyseren en zo te brengen waardoor de lezer tegenwoordig verbijsterd achterblijft met de vraag hoe ze toch zo dom hebben kunnen zijn. Dat is de kennis van achteraf, denk ik dan.

Boekentip voor vandaag:
Thucydides, The History of the Peloponnesian War

zaterdag 8 juni 2013

Hij stal een appel! Onthoofd hem!

De Atheense democratie is niet van de ene op de andere dag gevestigd. Van een situatie waar een aantal rijke families de macht hebben naar eentje waarin alle Atheense burgers (overigens was dit ook lang niet iedereen in de polis) de beslissingen maken, daar is een hele tijd overheen gegaan. Vaak worden bij de ontwikkeling van de democratie twee namen genoemd: de eerder genoemde Solon (±640 - ±560 v.Chr.) en Cleisthenes (±570 - ±507 v.Chr.). Hier wordt echter een belangrijke naam vergeten, Draco (7e eeuw v.Chr.).

Draco is de man achter het woord "Draconisch" en dat was omwille van een aantal wetten die hij vaststelde (of die hij opschreef hoewel ze al wel gebruikt werden). Deze wetten waren op veel fronten heel eenvoudig: als je wat verkeerd deed, werd je ter dood gebracht. Toen Solon later zijn wetten bracht, verklaarde hij als eerste vrijwel alle wetten van Draco ongeldig. Dat doodstraf-verhaal voor het stelen van een appel was ook wel heel... draconisch. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) kenschetst de wetten op de volgende manier (Solon 17):
[Solon maakte de wetten van Draco bijna allemaal ongedaan] want één straf was aangewezen voor bijna alle vergrijpen, namelijk de dood, zodat zelfs zij die veroordeeld waren voor luiheid ter dood werden gebracht, en zij die salade of fruit stalen ontvingen dezelfde straf als zij die veroordeeld werden voor heiligschennis of moord. Om die reden sloeg Demades [een redenaar uit de 4e eeuw v.Chr.] de spijker op de kop door te stellen dat Draco's wetten niet waren geschreven in inkt, maar in bloed. En Draco zelf, zegt men, toen hem gevraagd werd waarom hij voor de meeste vergrijpen de doodstraf voor ogen had, antwoordde dat hij vond dat de kleinere het verdienden en dat hij voor de grotere geen zwaardere straf kon bedenken.
De wetten van Draco waren zeer streng en Solon stripte ze daarom toen hij zijn gematigdere wetten doorvoerde. Dit neemt echter niet het belang van de wetten van Draco weg, want het was Draco die als eerste wetten opschreef. Hierdoor was het machtsspelletje van rijken en machtigen over de interpretatie van wetten opeens een stuk moeilijk, een belangrijke basis voor democratie, al hebben veel citroendieven en luiwammesen dat met hun leven moeten bekopen.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men

dinsdag 21 mei 2013

Het bondgenootschap met Corcyra (2)

Eergisteren besteedde ik al aandacht aan de kwestie tussen Corcyra en Korinthe die de Atheners benaderden om in te grijpen in een conflict rond Epidamnos. De reactie van de Atheners komt vandaag aan bod, omdat die baanbrekend was. Eergisteren zei ik dat allianties in het oude Griekenland gewoonlijk offensief van aard waren. Thucydides (±460 - ±400 v.Chr.) vertelt dat Athene overgaat op iets baanbrekends: een defensieve alliantie. Zij kozen dus op een Nederlandse "politieke steun"-achtige manier voor Corcyra. Tien schepen werden gestuurd om Corcyra bij te staan, maar met uitdrukkelijke opdrachten (De Peloponnesische Oorlog I.45.3): 
Hun instructies waren om een aanvaring met de Korinthische vloot te vermijden, behalve onder speciale omstandigheden. Als het naar Corcyra zou varen en zou dreigen te landen op haar kust of op één van hun bezittingen, dan moesten ze doen wat ze konden om dat te voorkomen. Deze instructies waren ingegeven uit angst om het verdrag [de Dertigjarige Vrede uit 446 en 445 v.Chr. met Sparta om haar bondgenoten niet aan te vallen] te breken.
De spoiler in dit verhaal is dat de Dertigjarige Vrede achteraf een rare naam is geweest voor het verdrag. Meer zeg ik er niet over.

zondag 19 mei 2013

Het bondgenootschap met Corcyra (1)

In 433 v.Chr. was er een politieke crisis in Epidamnos in het Westen van Griekenland. De streden Korinthe en Corcyra (Corfu) raakten door de kwestie in conflict met elkaar en dat werd een belangrijk conflict. Volgens de Griekse historicus Thucydides (±460 - ±400 v.Chr.) liep dit conflict uit tot één van de oorzaken van de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) waar hij het zwaartepunt van zijn werk legt.

Beide machten besluiten naar Athene te gaan om om hulp te vragen in het conflict. Eerst spreekt een gezant van Corcyra. Hij zegt dat Korinthe de aanvaller was in het conflict en dat Athene hen zou moeten steunen, ook omdat het de Atheners een bijna onverslaanbare vloot op zou leveren. Het feit dat Corcyra zich nooit bezig heeft gehouden met allianties, had te maken met het feit dat in de Griekse Oudheid allianties vrijwel altijd offensieve allianties waren. Dat betekent dat als je bondgenoot iemand ging aanvallen, je mee moest doen. Corcyra wilde daar niet in mee, zeiden ze. Nu hadden ze echter de Atheners nodig.

De gezant uit Korinthe gaat hierop in en richt allereerst de aandacht op laatstgenoemd punt. Thucidides vertelt (De Peloponnesische Oorlog I.37.2):
Volgens hen [Corcyra] was hun oude beleid van het weigeren van alle aanbiedingen van bondgenootschappen een beleid van matiging. Het was feitelijk aangewend voor kwade doeleinden, niet voor goede; hun gedrag is zelfs zodanig dat het hen onwillig maakt om bondgenoten te hebben die aanwezig zijn om het aan te zien of om de schaamte te hebben hen hun instemming te vragen.
Korinthe geeft verder aan dat zij niet de aanvallers zijn en dat het ook in het belang van Athene is niet in te grijpen bij conflicten tussen concurrerende machten als Korinthe en hun onderdanen. Corcyra was een kolonie van Korinthe. Overmorgen zal ik de reactie van Athene op dit moddergooigevecht noemen. 

Boekentip voor vandaag:
Thucydides, The History of the Peloponnesian War

zondag 5 mei 2013

Oorlog om een overdreven doodstraf

Oorlogen worden soms gestart om hele specifieke gebeurtenissen, hoewel er vaak iets achter zit. Dat was met de Eerste Wereldoorlog volkomen duidelijk. De hele wereld stortte zich in een frenzy die feitelijk niets te maken had met de moord op Franz Ferdinand van Oostenrijk. Zo was het ook in de Oudheid. In 200 v.Chr. brak er in Griekenland een oorlog uit tussen Macedonië en Athene (waar snel andere mogendheden bij betrokken raakten) en deze oorlog kwam voort uit een incident rond de Mysteriën van Eleusis, een voor de Atheners belangrijke cultus die onder meer de eerder genoemde kykeon-drank van de godin Demeter bevatte.

Volgens de Romeinse historicus Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) werd het Mysterie opgeschrikt door het bezoek van twee jongemannen (Vanaf de stichting van de stad XXXI.14.7-8):
Twee jonge mannen uit Acarnania [een gebied geallieerd aan de Macedoniërs] hadden de tempel van Demeter gedurende de Mysteriën van Eleusis betreden, hoewel ze niet geïnitieerd waren, zonder dat ze wisten dat ze heiligschennis pleegden en door gewoon de menigte te volgen. Hun woorden hadden hen eenvoudig verraden, want ze stelden domme vragen; en hoewel het duidelijk was dat ze openlijk en per ongeluk waren gekomen, werden ze ter dood gebracht alsof ze een vreselijke misdaad hadden gepleegd.
Dit incident leidde tot een reactie van de Macedoniërs, waarna terug werd geslagen en er was een oorlog. Je ontkomt niet aan de indruk dat dit anders had kunnen worden opgelost, zoals zoveel van dit soort gevallen in de geschiedenis, oud en nieuw.

Boekentip voor vandaag:
Livius, The History of Rome from its Foundation

maandag 18 februari 2013

De rode lijn door het marktplein

Athene stond in de Griekse Oudheid bekend om de democratie, zoals dat met een vies woord genoemd werd door de vijanden van deze regeringsvorm. De Grieken noemde het zelf liever isonomia ("gelijkheid voor de wet"). Het volk (demos) liet je niet regeren. Daar kwam alleen maar ellende uit, wat de gebruikelijke  opvatting over het merkwaardige systeem waar de Atheners zich mee bezig hielden, zoals we eerder hebben gezien in dit blog.

Bijzonder aan de Atheense democratie was dat het een directe democratie was, dus met directe stemmingen in een volksvergadering, zonder volksvertegenwordigers. De vergaderingen vonden plaats op de Pnyx, een heuvel vlakbij het marktplein (Agora) van de stad. Om mensen ertoe aan te zetten deel te nemen aan het politieke bedrijf, werd een dwangmiddel ingezet, want er was niet altijd evenveel animo voor. De Griekse komediedichter Aristophanes (446 - 386 v.Chr.) noemt deze merkwaardige manier om de Agora schoon te vegen en mensen naar de Pnyx te jagen, waar één man al een tijdje klaar zit (Acharniërs 21-22):
Het is de dag van de vergaderingl iedereen zou hier bij het aanbreken van de dag moeten zijn, maar de Pnyx is nog steeds verlaten. Men is aan het roddelen op het marktplein, op en neer aan het schuiven om het touw dat is bewerkt met vermiljoen [een rode kleurstof]. De Prytanes [mannen die verantwoordelijk waren voor de organisatie van de volksvergadering] zijn er nog niet eens; zij zullen laat komen, maar zodra ze komen, zullen ze elkaar duwen en bevechten voor een plekje op de eerste rij.
Het idee was om mensen van de Agora te leiden met het touw. Iedereen die rode verf op zich had bij het aankomen op de Pnyx, werd daarvoor beboet. Uiteindelijk ging het toch om de vrijheid...

Boekentip voor vandaag:
Aristophanes, Acharnians / Knights

woensdag 8 augustus 2012

Aarde en water kun je krijgen!

De Perzen uit de Oudheid waren veel bezig met symboliek. Eén van de bekendste stukjes symboliek uit de Perzische politieke cultuur was het concept van Aarde en Water dat de Perzen verkregen van hun overwonnen volkeren als teken van de onderwerping. Het was vrij gebruikelijk dat de Perzen dit kwamen opeisen bij zwakker geachte volkeren om zo eenvoudig aan onderworpen staten te komen. Dat truukje probeerden ze ook bij de Grieken.

De Griekse geschiedschrijver Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) merkt op dat dit een weinig succesvolle onderneming was. Een aantal gezanten van koning Darius (540 - 485 v.Chr.) van de Perzen trok naar de steden Athene en Sparta en vroegen daar om Aarde en Water. Herodotus vertelt hoe daarmee omgegaan werd (Historiën 7.133.1):
Naar Athene en Sparta stuurde Xerxes [de volgende koning van de Perzen] geen bodes om Aarde te eisen en dat deed hij om de volgende reden. Toen Darius eerder mannen met hetzelfde doel stuurde, werden deze in de ene stad [Athene] in een kuil gegooid en in de andere stad [Sparta] in een put, en verzocht om hun Aarde en Water voor de koning uit die locaties mee te nemen.
Aarde en Water wil je hebben?