Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Homerus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Homerus. Alle posts tonen

maandag 23 december 2013

De goden zijn ook maar een mens!

De meeste religies waar we tegenwoordig het meeste mee te maken hebben, zijn monotheïstische godsdiensten met een almachtige godheid. We hebben eerder al gezien dat deze kern van het godsbegrip in de oudheid niet altijd gold. In de Griekse oudheid was het minstens net zo ingewikkeld. Goden hadden relaties met elkaar en hadden zowel in het godenrijk als beneden bij de mensen zo hun lievelingetjes. Dit komt heel duidelijk naar voren in het verhaal van de Trojaanse Oorlog zoals dit door de dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.) wordt voorgesteld.


Thetis smeekt Zeus iets voor Achilles te doen.
Bron: Wikipedia
De Ilias, Homerus' werk over de Trojaanse Oorlog, begint met een ruzie tussen de machtige krijger Achilles en Agamemnon, de leider van de expeditie. Beide heren hadden de steun van de oppergod Zeus, dus daar was in eerste instantie niet veel van te verwachten. Als gevolg van de ruzie besloot Achilles niet meer mee te vechten onder Agamemnon. Hij zwoor dat de Grieken nog een moment zouden meemaken dat ze het zó moeilijk zouden hebben dat ze zouden wensen dat Achilles aan hun zeide zou meevechten. Vervolgens trok hij zich terug naar zijn tent.

Nu is Achilles de zoon van een man, Peleus, en een godin, Thetis. Thetis verhoorde Achilles' gebeden om ervoor te zorgen dat de Grieken iets zou overkomen en spoorde haar aan bij Zeus iets te regelen (Illias 395ff):
In mijn vaders huis vernam ik van u vaak het trotse verhaal, hoe jij alleen onder alle goden Zeus, die de hemel verduistert, redde van een smadelijk lot, toen de anderen, die de Olympus bewonen - Hera, Poseidon en Pallas Athena -, van plan waren om hem met ketenen te boeien. Jij, godin, bent toen gekomen om hem hiervan te redden. Vlug riep u naar de olympus het monster met de honderd armen, door de goden Briareus, door de mensen Aegaeon genoemd, een machtigere reus nog dan zijn vader. Naast Zeus zette hij zich neer, zo geweldig van uitzicht, dat de zalige goden afdeinsden van schrik en de ketenen geen kluisters werden van een god. Vertel hem dáárvan, bij hem gezeten, zijn knieën omklemd. Als je kunt, overreed hem de Trojanen te helpen, de Grieken terug te dringen naar hun schepen, met de zee in de rug hen af te slachten. Dan zullen ze weten wat hun koning waard is; dan zal hun koning weten wat een dwaas hij was om de edelste van allen te grieven.
Niet alleen toont Achilles zich wrokkig; hij is ook maar een mens (of tenminste voor een deel). Ook blijken de goden ook angsten te kennen voor iets dat veel groter is dan zijzelf. Een heel ander godenbeeld dan we gewend zijn. 

Boekentip voor vandaag:
Homerus, Ilias & Odyssee

donderdag 28 februari 2013

"Niemand overweldigt mij arglistig!"

De Grieken uit de tijd van Homerus's epische gedichten hadden veel aandacht voor speciale deugden die de helden van de Trojaanse Oorlog allemaal in grote mate hadden. Zo had Achilles met name veel kracht en atletisch vermogen en was Odysseus de listige van het gezelschap. Dit zorgde voor hun aanzien. Het listige aan Odysseus is al eens eerder in dit blog aan bod gekomen, maar biedt een mooie voorraad aan interessante anekdotes uit de Oudheid, dus hier is er weer één.

In zijn tweede grote werk, de Odyssee beschrijft Homerus de terugkeer van Odysseus van het slagveld van Troje naar Ithaka, een eiland vlakbij de Westkust van Griekenland. Hoewel de goden besloten hebben om Odysseus' reis uiteindelijk succesvol te maken (Odysseus komt thuis) krijgen hij en zijn mannen nogal wat te verduren onderweg. Zo komt het gezelschap in contact met de cycloop Polyphemos die met een kudde schapen in een grot woont. De eetlust van de cycloop en het feit dat het aantal mannen onder Odysseus' commando afneemt, nopen de held tot het bedenken van een karakteristieke list. Hij pakt een grote stok en maakt daar een punt aan als de Polyphemos niet kijkt. Vervolgens biedt hij de cycloop wijn aan. Polyphemos is onder de indruk van de kwaliteit van de wijn en raakt dronken. Odysseus grijpt zijn kans op hem in te praten (Odyssee IX. 364f): 
"Wil je mijn naam weten, Cycloopje? Die zul je vernemen, maar vergeet toch vooral het gastgeschenk niet, dat je me beloofde! Ik heet Niemand, want zo noemen mijn moeder, mijn vader en mijn gezellen me."
De cycloop belooft Niemand dat hij Niemand als laatste zal opeten, pas als al zijn gezellen op zijn. Daar kwam hij echter niet aan toe, want Niemand had die scherpe stok nog en zodra Polyphemos sliep, stootten Odysseus en vier van zijn gezellen deze stok in het ene oog van de cycloop. Door de pijn schrikt hij wakker en begint te gillen, waarop de andere cyclopen eraan komen rennen. Homerus vertelt verder (Odyssee IX.405f):
"[...] Gaat er een sterveling vandoor met uw schapen en geiten? Of wordt je misschien zelf door een list overweldigd, gewurgd?"
Vanuit zijn hol gaf Polyphemos ten antwoord: "Niemand wurgt mij, vrienden! Niemand overweldigt mij arglistig!"
Daarop vertrokken de cyclopen weer. Wát een idioot...

Boekentip voor vandaag:
Homerus, Illias & Odyssee

woensdag 17 oktober 2012

Hoe red je een schip met was en touwen?

Twee weken geleden kwam hij al aan bod, de Griekse epische dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.). Vandaag gaan we niet alleen naar een ander werk van zijn hand, de Odyssee, maar ook meer naar het verhaal zelf. De Odyssee is misschien wel een interessanter werk dan de Illias dus is het onderhand tijd dat het aan bod komt. In dit werk wordt het laatste deel van de oorlog tegen Troje verteld, waarna één van de Griekse helden, Odysseus, probeert naar huis te komen. Odysseus komt van Ithaka, het huidige Thiaki aan de Griekse Westkust.

Onderweg komt Odysseus allerlei mythische wezens tegen, zoals Cyclopen en de tovenares Circe. Odysseus gevolg werd steeds kleiner door alle gevaren die ze tegen kwamen, maar Odysseus brengt zichzelf in gevaar als hij door Circe gewaarschuwd wordt voor de Sirenen. Zij zongen voor zeelieden die in de buurt van hun gebied kwamen en deden dat zó prachtig dat de zeelieden in vervoering raakten en schepen op de rotsen sloegen. Odysseus wilde dat uiteraard graag horen, maar begreep dat hij dan wel wat moest regelen als hij ooit thuis wilde komen, dus bedacht hij iets en legde het uit aan zijn mannen (Odyssee 12.158-164):
"[...] Zij [Circe] drukte ons op het hart vooreerst het gezang van de goddelijke Sirenen
te vermijden en hun weide, met bloemen bedekt.
Alleen ik, spoorde ze aan, zou het gezang mogen beluisteren; maar bind mij
dan vast in knellende boeien, zodat ik mij niet kan verroeren,
rechtop aan de mastvoet, daaraan moeten de lijnen bevestigd.
Als ik jullie nu zal smeken en bevelen mij los te maken,
bind mij dan vast met nog meer touwen".
 Vervolgens moest Odysseus wat bedenken om ervoor te zorgen dat de boot toch verder ging en niet op de rotsen te pletter sloeg. De mannen mochten dus niets horen. Odysseus had nog een idee, want zo was hij (Odyssee 12.173-180):
Maar ik sneed een grote klomp was met mijn scherpe zwaard
in kleine stukjes en kneedde ze met mijn stevige handen;
en al gauw werd de was zacht, want mijn grote kracht dreef het daartoe
alsook de gloed van de Zon, vorst Hyperion.
Langs mijn mannen gaand smeerde ik bij allen de oren in.
En zij bonden mij vast aan het schip, aan handen en voeten,
rechtop aan de mastvoet, en daaraan maakten zij de touwen vast.
Terug op hun plaats sloegen zij de grauwgrijze zee met hun riemen.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn!

woensdag 3 oktober 2012

Oh muze, bezing mij over jezelf

Ik heb iemand leren kennen die prachtige gedichten schrijft. Toen ik haar muze noemde, riep ze uit dat iemand anders dat ook altijd doet, maar dat ze niet wist waarom. Dus daarom speciaal voor haar dit stukje.

De Grieken kenden een veelgodendom met voor allerlei zaken specifieke goden. Zo waren er de Olympische Goden (van de Olympus) en de negen Muzen. Deze hadden alle negen hun eigen functie in de kunst en de wetenschap (want dat deden ze). De bekendste is misschien wel Kalliope. Zij werd namelijk aangeroepen in de eerste zin van het bekendste werk uit de Griekse Oudheid, de Illias van Homerus (8e eeuw v.Chr.) (Illias I.1-7):

Bezing, godin [in sommige vertalingen staat hier "muze"], de wrok van Peleus' zoon Achilleus, die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde en veel krachtige levens voorwierp aan Hades van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden en alle vogels - zo ging Zeus' wil in vervulling - vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilleus.
 Het was de inspiratie van de muze die Homerus aanboorde voor zijn meesterwerk. De vrouw met de mooie gedichten, dat is Erato of Terpischore, afhankelijk van de vraag of er gezongen of gedanst wordt.