Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Odyssee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Odyssee. Alle posts tonen

donderdag 28 februari 2013

"Niemand overweldigt mij arglistig!"

De Grieken uit de tijd van Homerus's epische gedichten hadden veel aandacht voor speciale deugden die de helden van de Trojaanse Oorlog allemaal in grote mate hadden. Zo had Achilles met name veel kracht en atletisch vermogen en was Odysseus de listige van het gezelschap. Dit zorgde voor hun aanzien. Het listige aan Odysseus is al eens eerder in dit blog aan bod gekomen, maar biedt een mooie voorraad aan interessante anekdotes uit de Oudheid, dus hier is er weer één.

In zijn tweede grote werk, de Odyssee beschrijft Homerus de terugkeer van Odysseus van het slagveld van Troje naar Ithaka, een eiland vlakbij de Westkust van Griekenland. Hoewel de goden besloten hebben om Odysseus' reis uiteindelijk succesvol te maken (Odysseus komt thuis) krijgen hij en zijn mannen nogal wat te verduren onderweg. Zo komt het gezelschap in contact met de cycloop Polyphemos die met een kudde schapen in een grot woont. De eetlust van de cycloop en het feit dat het aantal mannen onder Odysseus' commando afneemt, nopen de held tot het bedenken van een karakteristieke list. Hij pakt een grote stok en maakt daar een punt aan als de Polyphemos niet kijkt. Vervolgens biedt hij de cycloop wijn aan. Polyphemos is onder de indruk van de kwaliteit van de wijn en raakt dronken. Odysseus grijpt zijn kans op hem in te praten (Odyssee IX. 364f): 
"Wil je mijn naam weten, Cycloopje? Die zul je vernemen, maar vergeet toch vooral het gastgeschenk niet, dat je me beloofde! Ik heet Niemand, want zo noemen mijn moeder, mijn vader en mijn gezellen me."
De cycloop belooft Niemand dat hij Niemand als laatste zal opeten, pas als al zijn gezellen op zijn. Daar kwam hij echter niet aan toe, want Niemand had die scherpe stok nog en zodra Polyphemos sliep, stootten Odysseus en vier van zijn gezellen deze stok in het ene oog van de cycloop. Door de pijn schrikt hij wakker en begint te gillen, waarop de andere cyclopen eraan komen rennen. Homerus vertelt verder (Odyssee IX.405f):
"[...] Gaat er een sterveling vandoor met uw schapen en geiten? Of wordt je misschien zelf door een list overweldigd, gewurgd?"
Vanuit zijn hol gaf Polyphemos ten antwoord: "Niemand wurgt mij, vrienden! Niemand overweldigt mij arglistig!"
Daarop vertrokken de cyclopen weer. Wát een idioot...

Boekentip voor vandaag:
Homerus, Illias & Odyssee

woensdag 17 oktober 2012

Hoe red je een schip met was en touwen?

Twee weken geleden kwam hij al aan bod, de Griekse epische dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.). Vandaag gaan we niet alleen naar een ander werk van zijn hand, de Odyssee, maar ook meer naar het verhaal zelf. De Odyssee is misschien wel een interessanter werk dan de Illias dus is het onderhand tijd dat het aan bod komt. In dit werk wordt het laatste deel van de oorlog tegen Troje verteld, waarna één van de Griekse helden, Odysseus, probeert naar huis te komen. Odysseus komt van Ithaka, het huidige Thiaki aan de Griekse Westkust.

Onderweg komt Odysseus allerlei mythische wezens tegen, zoals Cyclopen en de tovenares Circe. Odysseus gevolg werd steeds kleiner door alle gevaren die ze tegen kwamen, maar Odysseus brengt zichzelf in gevaar als hij door Circe gewaarschuwd wordt voor de Sirenen. Zij zongen voor zeelieden die in de buurt van hun gebied kwamen en deden dat zó prachtig dat de zeelieden in vervoering raakten en schepen op de rotsen sloegen. Odysseus wilde dat uiteraard graag horen, maar begreep dat hij dan wel wat moest regelen als hij ooit thuis wilde komen, dus bedacht hij iets en legde het uit aan zijn mannen (Odyssee 12.158-164):
"[...] Zij [Circe] drukte ons op het hart vooreerst het gezang van de goddelijke Sirenen
te vermijden en hun weide, met bloemen bedekt.
Alleen ik, spoorde ze aan, zou het gezang mogen beluisteren; maar bind mij
dan vast in knellende boeien, zodat ik mij niet kan verroeren,
rechtop aan de mastvoet, daaraan moeten de lijnen bevestigd.
Als ik jullie nu zal smeken en bevelen mij los te maken,
bind mij dan vast met nog meer touwen".
 Vervolgens moest Odysseus wat bedenken om ervoor te zorgen dat de boot toch verder ging en niet op de rotsen te pletter sloeg. De mannen mochten dus niets horen. Odysseus had nog een idee, want zo was hij (Odyssee 12.173-180):
Maar ik sneed een grote klomp was met mijn scherpe zwaard
in kleine stukjes en kneedde ze met mijn stevige handen;
en al gauw werd de was zacht, want mijn grote kracht dreef het daartoe
alsook de gloed van de Zon, vorst Hyperion.
Langs mijn mannen gaand smeerde ik bij allen de oren in.
En zij bonden mij vast aan het schip, aan handen en voeten,
rechtop aan de mastvoet, en daaraan maakten zij de touwen vast.
Terug op hun plaats sloegen zij de grauwgrijze zee met hun riemen.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn!