Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen

donderdag 19 december 2013

Slaven over de balk gooien

Een paar maanden geleden kwamen de Wetten van Hammurabi uit de 18e eeuw v.Chr. aan bod. Daarin kwam naar voren dat de positie van vrouwen, in het bijzonder: dochters, heel anders was dan tegenwoordig. Vandaag kijken we weer naar de wetten rondom slavernij in de Romeinse tijd, zoals die zijn opgetekend door de Romeinse jurist Gaius (±110 - ±180 n.Chr.). Gaius besteedt aandacht aan een wetswijziging van de keizer Antoninus Pius (86 - 161 n.Chr.) die de positie van slaven verbeterde door te stellen dat het mishandelen en doden van je eigen slaven ook gevolgen zou hebben. Dit was echter niet (louter) uit medelijden voor deze slaven, zo blijkt uit Gaius' werk (Instituten I.53):
Want volgens een wet van de gewijde keizer Antoninus wordt bepaald, dat hij, die zijn slaaf zonder grond heeft gedood, niet minder aansprakelijk wordt gesteld dan hij, die een slaaf van iemand anders heeft gedood. Maar ook een te grote hardvochtigheid van meesters wordt door een constitutie van dezelfde keizer beteugeld; want [...] indien de strengheid van de meesters ondragelijk schijnt, mogen dezen worden gedwongen hun slaven te verkopen. En beide constituties zijn rechtvaardig, want wij moeten ons recht niet misbruiken; om die reden wordt ook aan verkwisters het beheer over hun vermogen ontzegd.
Met andere woorden, behandel je slaven goed, want je moet je vermogen niet over de balk gooien. We hebben hier een voorbeeld van een modern ogende wet waar een heel ander idee achter zit dan je zou denken. Al zouden de slaven hier  vast heel blij mee zijn geweest.

vrijdag 6 september 2013

Slaven vrijlaten

Eerder hebben we gezien dat aan de status van slaven in de Romeinse samenleving één en ander was dichtgetimmerd. Een slavenmaatschappij vergt nog wel een aantal regels voor de omgang met dit specifieke soort eigendommen. Een slaaf kun je kopen, verkopen, gebruiken, in sommige gevallen kun je hem vernietigen. In die zin is een slaaf niet zoveel meer dan een gereedschap zónder stem. Waar een slaaf echt anders in is, is dat je hem kunt vrijlaten.

Vrijlaten vond vaak plaats wanneer de meester meende er een reden voor te hebben, maar het gebeurde ook regelmatig dat een slaaf bij testament vrijgelaten werd bij het overlijden van de meester. Om dit fenomeen in goede banen te leiden is in 2 v.Chr. de Lex Fufia Caninia ingesteld. Volgens de Romeinse jurist Gaius (±110 - ±180 n.Chr.) stelt deze wet het volgende (Instituten I.43):
Want degene die meer dan twee en niet meer dan tien slaven heeft, mag hoogstens de helft van dat aantal vrijlaten; hij daarentegen, die meer dan tien en niet meer dan dertig slaven heeft, mag hoogstens een derde deel daarvan vrijlaten. Degene die er echter meer dan dertig en niet meer dan honderd heeft, wordt de bevoegdheid verleend tot vrijlating van hoogstens een vierde deel. Tenslotte mag hij, die er meer dan honderd en niet meer dan vijfhonderd heeft, niet meer dan een vijfde vrijlaten; en er wordt geen rekening gehouden met iemand die er meer dan vijfhonderd heeft, opdat een breukdeel van dat aantal wordt vastgesteld, doch de wet schrijft voor dat niemand er meer dan honderd mag vrijlaten. Maar wanneer iemand in het geheel een of twee slaven heeft, is de wet hierop niet van toepassing en heeft hij derhalve de vrije bevoegdheid tot vrijlaten.
Het feit dat er een wet was die het aantal vrijgelaten slaven beperkte, is op zichzelf al interessant. Aangenomen wordt dat dit vooral sociale redenen had. Door de positie van slaven en vrijgelatenen vast te stellen in de wet, hoopten ze te voorkomen dat er nog veel slavenopstanden zoals die van Spartacus zouden komen. Tenminste, zo werd het gepresenteerd, maar het zit allemaal veel meer in de volksaard van de Romeinen. Romeinen hadden namelijk nogal de neiging op te scheppen over hun goede eigenschappen. Door in je testament honderden slaven vrij te laten, toonde je hoe rijk je was en hoe menselijk je was. Van dit prestige kon je zoon dan de vruchten plukken. Keizer Augustus (63 v.Chr. - 19 n.Chr.) die ten tijde van deze wet aan de macht was, probeerde vooral dát te voorkomen.

Boekentip voor vandaag
Gaius, The Commentaries of Gaius

dinsdag 30 juli 2013

Wees een brave slaaf

Eén van de nog nauwelijks besproken stukken van de erfenis van de Romeinen in de Westerse wereld is het Romeinse recht. De Romeinen hadden een belangrijke traditie waar het om juridische werken gaat. Eén van de bekendste personen uit de late Romeinse Republiek, Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.), was van huis uit ook jurist en van zijn hand als strafpleiter zijn een flink aantal toespraken bekend, waaronder de eerder genoemde rechtzaak tegen Lucius Sergius Catilina (108 - 64 v.Chr.).

Vandaag ga ik het echter hebben over een heel ander stuk Romeins recht, het burgerlijk recht (niet te verwarren met burgerrecht). Romeinen vonden het namelijk ook erg leuk om allerlei dingen in wetten vast te leggen en om de zoveel tijd werden hiervan bundels gemaakt die gebruikt werden in het onderwijs. Een voorbeeld hiervan is het werk van de jurist Gaius (±110 - ±180 n.Chr.). hij schreef rond het jaar 161 n.Chr. zijn Instituten waarin hij allerlei wetten en regels noemt, waaronder het personenrecht. De belangrijkste distinctie onder personen is dat ze ofwel vrij zijn, ofwel slaven. Onder de slaven waren er nog verschillende soorten, waarvan de overgegeven buitenlanders (peregrini dediticii) de soort met de minst hoge status waren. Gaius zegt daarover (Instituten I.13):
Door de lex Aelia Sentia [een wet] wordt bepaald dat slaven die door hun meesters als straf geboeid of gebrandmerkt zijn of wegens een delict op de pijnbank ondervraagd en veroordeeld zijn of die  zijn uitgeleverd om met mensen of wilde beesten te vechten of die aan een gladiatorenschool zijn uitgeleverd of in de gevangenis zijn geworpen, dan zullen ze, als ze later door dezelfde of een andere meester worden vrijgelaten, in dezelfde rechtspositie komen als de peregrini dediticii.
Afhankelijk van wat voor soort slaaf je bent, kun je na vrijlating een bepaalde positie innemen in de maatschappij. Dan moest je je wel netjes gedragen.

Boekentip voor vandaag
Gaius, The Commentaries of Gaius

vrijdag 28 juni 2013

Je bij bosjes doodwerken om een beetje arseen

Er zijn plekken op aarde waar het niet goed toeven is, dus dan kom je daar liever niet. Wanneer deze plekken iets te bieden hebben aan natuurlijke grondstoffen, is er altijd wel iemand die probeert dit te exploiteren en er geld mee te verdienen. Dat was in de Oudheid niet anders. In Pontus, een regio in het Noorden van het huidige Turkije. In de regio stond de berg Sandaracurgium waar arseen werd gewonnen in een mijn. Dit was volgens de Griekse geograaf Strabo (64 v.Chr. - 19 n.Chr.) geen erg lucratieve zaak (Geografika XII.3.40):
De berg Sandaracurgium is uitgehold door de mijnactiviteiten die daar zijn gedaan, want de werkers groeven er diepe grotten onder. De mijn werd bewerkt door zakenlieden [publicani] die als mijnwerkers slaven gebruikten die op de slavenmarkt waren verkocht omwille van hun misdaden; want, naast de pijnlijkheid van het werk, zegt men dat de lucht in de mijnen zowel dodelijk was als moeilijk uit te houden door de vreselijke stank van de ertsen, waardoor de werkers gedoemd waren tot een snelle dood. De mijnen stonden ook vaak leeg omwille van de onprofijtelijkheid ervan, omdat de werkers niet alleen meer dan tweehonderd in getal waren, maar ook steeds weer vervielen vanwege ziekte en dood.
De Romeinse publicani stonden niet bekend om hun aandacht voor het welzijn van de werknemers [meestal slaven]. Dat de mijnen onbewerkt bleven had meer te maken met het feit dat de opbrengsten nauwelijks meer opwogen tegen de kosten van het steeds weer opnieuw aanvoeren van ter dood veroordeelde slaven voor het werk.

Boekentip voor vandaag:
Strabo, The Geography of Strabo

woensdag 6 maart 2013

Iemand voor de vissen gooien

Slavernij was in de Oudheid (en eigenlijk lang daarna nog steeds) niets noemenswaardigs. Veel mensen hadden slaven en zij werden al eens beschreven als "gereedschappen met een stem". Dat betekende echter niet dat het gewaardeerd werd als je er erg wreed mee omging. Een lid van de Romeinse ridderstand en zelf zoon van een vrijgelatene, Publius Vedius Pollio (overleden in 15 v.Chr.) had een reputatie opgebouwd als zijnde wreed tegen zijn slaven.

Hij had zich als gouverneur van Azië zodanig verrijkt dat hij een gigantische villa met een vijver in de tuin had. In de vijver hield hij murenen die getraind waren om mensen te eten. Dat was leuk, want Vedius had de neiging af en toe een slaaf in de vijver te gooien als die iets verkeerd gedaan had. De Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) beschrijft een voorval rond het bezoek van keizer Augustus aan de villa van onze vriend (Romeinse Geschiedenis LIV.23.2-5):
Op een dag, toen hij Augustus ontving, brak zijn bekerdrager een kristallen beker en zonder op zijn gast te letten, beval Pollio om de jongen voor de murenen te gooien. Daarop viel de slaaf op zijn knieën voor Augustus en smeekte hem en Augustus probeerde Pollio eerst te overtuigen niet zoiets monsterlijks te doen. Toen, toen Pollio hem geen aandacht schonk, zei de keizer: "Breng alle andere drinkbekers van elke soort en al het andere van waarde dat je bezit, zodat ik er gebruik van kan maken." En toen ze gebracht waren, beval hij ze gebroken te worden. Toen Pollio dit zag, was hij uiteraard geërgers; maar omdat hij niet langer boos was over die ene beker, aangezien een groot aantal van de anderen waren geruïneerd, en omdat hij aan de andere kant zijn slaaf niet kon straffen voor iets wat Augustus ook had gedaan, hield hij zich rustig, zij het zeer tegen zijn zin.
Augustus had heel goed in de gaten hoe hij met Pollio's gedrag om moest gaan. Na Pollio's dood maakte de keizer zijn huis ook met de grond gelijk. Hij was duidelijk te ver gegaan.

Boekentip voor vandaag:
Cassius Dio, The Roman History