Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Polybius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Polybius. Alle posts tonen

vrijdag 10 januari 2014

Verwrongen metaal op het Romeinse slagveld

Een belangrijk onderdeel van de vroegere Romeinse legers, in de periode voor de legerhervormingen van Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) waren de velites. Deze lichtbewapende soldaten werden doorgaans opgesteld vóór de zwaarder bewapende troepen van het Romeinse leger. Ze hadden één taak: gooi je speren naar de vijand en zoek dan dekking achter de andere soldaten. Deze tactiek leverde doorgaans geen grote winsten op, maar voor de vijand wat voor elkaar kon krijgen, lagen er alvast een aantal dood en gewond op het slagveld, met alle gevolgen van dien.
Velites in het computerspel Rome Total War

Nu is er een probleem met het gooien van grote hoeveelheden speren naar de vijand: na enige tijd heeft de vijand een grote hoeveelheid speren om te gooien. Dit zorgt ervoor dat niet alleen bij de vijand doden vallen voor de slag echt begonnen is, maar ook bij de Romeinen. Dit gebeurde alleen niet, zo merkt de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op. Dat had te maken met specifieke kenmerken in het design van de werpsperen (Romeinse Geschiedenis VI.22.4):
De houten schacht van de speer mat ongeveer twee cubiti [ongeveer 90 cm] in lengte en was ongeveer net zo dik als de breedte van een vinger. De punt was ongeveer een span van de hand [ongeveer 20 cm] lang en was in een dermate fijne hoek gehamerd dat het onherroepelijk zou buigen bij de eerste impact en de vijand niet in staat is hem terug te gooien. Als dit niet het geval was, zou het projectiel voor beide zijden beschikbaar zijn.
 De oorlogen tegen de Carthagers waren dus letterlijk een slagveld vol verwrongen metaal!

Meer info over de Romeinse legers in die tijd:
Mike Duncan, The History of Rome podcast. aflevering 14a & 14b.

woensdag 13 november 2013

Marx en de Romeinen

Misschien wel het interessantste uit het werk van de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) is het feit dat hij begrijpt dat er met de Romeinen iets fundamenteel anders is dan met andere volkeren. Dit zit hem in de staatsinrichting van de Romeinse Republiek die anders is dan de verschillende systemen van andere staten. 

Een paar maanden geleden kwam Polybius' idee van staatsinrichting al eens aan bod. Vandaag kijken we een paar regels verder en komt een stuk aan bod waar de 19e eeuwse filosoof Karl Marx (1818 - 1883 n.Chr.) wel wat mee had gekund. Polybius ontwaart namelijk ontwikkelingen van de ene naar de andere vorm van staatsinrichting (Romeinse Geschiedenis VI.4.6-10):
We moeten dus vaststellen dat er zes vormen van staatsinrichting zijn: de drie eerdergenoemden [democratie, aristocratie en koningschap] die op de tong van een ieder liggen en de drie die daar natuurlijkerwijs aan gelieerd zijn. Ik bedoel monarchie [één iemand aan de macht, zonder de koninklijke connotatie], oligarchie en het bewind van het gepeupel. De eerste van deze vormen die ontstaat is monarchie omdat het een natuurlijke staat is en zonder hulp tot stand komt; vervolgens ontwikkelt zich uit deze monarchie een echt koningschap door de hulp van de kunsten en het corrigeren van tekortkomingen. Dit degenereert in haar ondeugdelijke maar gelijksoortige vorm van tirannie en vervolgens geeft de opheffing van beide [tirannie en koningschap] ruimte voor het opkomen van een aristocratie. Het zit in de aard van aristocratie dat het degenereert naar een oligarchie en wanneer het volk uit woede voor de onrechtvaardige regering wraak neemt op de bestuurders, ontstaat democratie een vorm van regering die het bewind van het gepeupel voortbrengt om de serie te vervolmaken [want daarna kan een sterke man de leiding pakken en begint het weer opnieuw].
Het grote verschil tussen de Romeinen en de rest is dat de Romeinen ervoor zorgen dat de drie 'goede' regeermethoden, koningschap, democratie en aristocratie, gecombineerd zijn in één vorm. Consuls spelen de rol van de koningen, de senaat is een aristocratisch orgaan en de volksvergadering zorgt voor het democratisch element. Hierdoor is de Romeinse staatsinrichting veel stabieler dan de rest en kan het zich onthouden van de ontwikkelingen. Polybius juicht dit toe en hier verschilt hij van Marx die meende dat de ontwikkelingen van regeervorm naar regeervorm uiteindelijk zouden leiden tot een perfecte vorm. 

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Karl Marx, Capital

woensdag 21 augustus 2013

De grenzen van democratie

Met de gebeurtenissen in Egypte en de klokkeluiderszaken in de Verenigde Staten komt de vraag wat een democratie is steeds vaker naar voren. Waaraan moet een staatsbestel voldoen om als democratisch gekenmerkt te worden. Eeuwen politici en politicologen zijn ermee bezig geweest. Vandaag aandacht voor één van de eerste uit die traditie, de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) die in zijn werk over de Romeinen bijzondere aandacht besteedt aan de Romeinse staatsinrichting. Polybius vertelt dat velen denken dat er drie verschillende soorten staatsinrichting zijn: monarchie, aristocratie en democratie. Hij haast zich eraan toe te voegen dat er een hele reeks staatsinrichtingen zijn die erop lijken, maar die niet hetzelfde zijn. Over democratie zegt hij het volgende (Romeinse Geschiedenis VI.4.4-5):
Het is ook geen echte democratie als iedereen in de hele menigte aan burgers vrij is alles wat ze willen te doen of voor te stellen, maar als het in een gemeenschap gebruikelijk is om de goden hoog te achten, de ouders te eren en de ouderen te respecteren en om de wetten te volgen, dan zal de wens van de meerderheid zegevieren en dit kan een democratie genoemd worden.
Democratie vergt een bevolking die ermee om kan gaan.Het is wel belangrijk om te melden dat in de leefwereld van de Oudheid democratie veel directer is dan tegenwoordig. Waar in de Verenigde Staten en Egypte de overheid tegen (een deel van) de bevolking staat, kun je met veel overdrijving stellen dat dat in de Oudheid minder het geval was.

Voor de duidelijkheid, deze blogpost is geen politiek commentaar over de ontwikkelingen van dit moment. Deze ontwikkelingen geven alleen reden hier eens naar te kijken.

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire

donderdag 4 juli 2013

We menen het écht hoor!

Nu ik het de afgelopen tijd een paar keer over Mithradates heb gehad, is het weer eens tijd die andere grote vijand van de Romeinse Republiek, Hannibal Barca (247 - 183 v.Chr.) te bespreken. Toen Hannibal in Italië zat en de Romeinen een aantal grote nederlagen had toegebracht, werd in Macedonië besloten dat de Carthagers er heel goed voor stonden, dus dat het slim was ze nu te gaan steunen tegen de Romeinen.

In zijn TheHistoryOf podcast over Hannibal (die ik al eerder heb aangeraden) bespreekt Jamie Redfern wat er gebeurde toen de Macedoniërs contact opnamen met de Carthagers. Vandaag gaat het over een stukje van de tekst van het verdrag dat de Macedoniërs probeerden de Adriatische Zee over te trekken. Eerder besprak ik een wettekst uit de late Romeinse tijd waarin voor de namen van de keizers (vier stuks) en hun CV's werden genoemd. De tekst van het verdrag is overgeleverd door de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) en hij vertelt wie er allemaal aangeroepen werden (Romeinse Geschiedenis VII.9.2-3):
In de aanwezigheid van Zeus, Hera en Apollo, in de aanwezigheid van de geest van Carthago, van Heracles en Iolaus, in de aanwezigheid van Ares, Triton en Poseidon, in de aanwezigheid van de goden die voor ons strijden en de Zon, de Maan en de Aarde, in de aanwezigheid van de Rivieren, Meren en Wateren, in de aanwezigheid van alle goden die Macedonië en de rest van Griekenland bezitten, in de aanwezigheid van alle goden van het leger die presideren over deze eed.
Met al die goden moeten we er zeker van zijn dat ze het menen.

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire

dinsdag 23 april 2013

Meanwhile in Greece

Tussen de eerde besproken veldslagen van Trebia en Cannae tijdens de Tweede Punische Oorlog (218 - 201 v.Chr.) begon steeds duidelijker te worden dat er iets groots aan de hand was in Italië. Het leger onder Hannibal Barca (247 - 183 v.Chr.) begon steeds meer een factor te worden op het schiereiland en toen ze ook de Slag bij het Trasimeense meer in 217 v.Chr. wonnen, werd deze oorlog ook internationaal een kwestie. 

In Griekenland was in die periode (of eigenlijk in de hele Griekse geschiedenis) sprake van veel onderlinge oorlogsvoering tussen allerlei staten. De grote man uit de regio was de Macedonische koning Philippus V (238 - 179 v.Chr.). Hij speelde een hoofdrol in de eerder genoemde Griekse Bondgenotenoorlog (220 - 217 v.Chr.). Deze oorlog eindigde in 217 en dat is niet toevallig het jaartal van de Slag bij het Trasimeense meer. Volgens de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) lag er namelijk een verband tussen de veldslag in Italië en de vrede van Naupaktos die de Griekse Bondgenotenoorlog afbrak.

Vredesonderhandelingen kregen een strategisch karakter toen iedereen snel in de gaten had dat Philippus de baas was. Polybius noemt namelijk Agelaus van Naupaktos die de internationale verhoudingen in zijn speech verweeft (Romeinse Geschiedenis V.104): 
[...] Het moge duidelijk zijn voor een ieder die ook maar matige aandacht schenkt aan zaken, dat of de Carthagers nu de Romeinen verslaan of de Romeinen de Carthagers, het onwaarschijnlijk is dat de winnaar zich tevreden zal stellen met een rijk van Sicilië en Italië. Zij zullen vooruit gaan en zij zullen hun troepen en hun plannen verder doen rijken dan wij zouden wensen. Daarom smeek ik u allen om op te passen voor het gevaar van de crisis en boven allen u, koning [Philippus]. U doet dit als u afziet van het beleid van verzwakking van de Grieken en het op die manier een makkelijke prooi van hen maken voor de invaller.
De Grieken moeten ophouden met onderling knokken en zich richten op de externe vijand. Philippus koos ervoor Carthago te steunen en het werd even rustig in Griekenland.

zondag 24 maart 2013

Een koekje van eigen deeg

Cleomenes III (3e eeuw v.Chr.) was koning van Sparta en is bekend geworden om zijn hervormingsbeleid. Hij herverdeelde het land onder de bevolking van de polis en liet extra mensen toe tot de burgerrangen. Zoals dat echter vaak gaat in de Oudheid, moeten rivalen voor de troon dood om ruimte te maken voor de macht van de koning. Dit overkwam Archidamus. Volgens de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) riep Cleomenes Archidamus op naar Sparta te komen om iets te regelen om van hun conflicten af te komen. Aangekomen in Sparta werd hij ter dood gebracht.

Als je iemand dood, dan betekent dat vaak dat je nieuwe vijanden maakt. Zo ook met Archidamus. Hij had een goeie vriend gemaakt in Messenië waar hij verbleef voor hij noodlottig werd teruggeroepen. Zijn naam was Nicagoras en hij was handelaar en was bij Archidamus' dood gespaard door Cleomenes. Dit zorgde ervoor dat hij dankbaarheid kon veinzen en een plan kon smeden om wat terug te doen. Nicagoras moet Cleomenes namelijk een inspirerende persoon hebben gevonden, want toen de tijd kwam dat hij de kans kreeg met een list een hoofdrol te spelen in diens dood, greep hij hem. Cleomenes was in Egypte toen Nicagoras daar aankwam met een vracht. Polybius vertelt verder (Historiën V.37): 
[...]Deze Nicogaras was aangekomen in Alexandrië met een lading paarden [...] en toen hij aan wal ging, ontmoette hij Cleomenes met zijn vrienden Panteus en Hippitas, die op de kade aan het rondlopen waren. Toen Cleomenes Nicagoras zag, ging hij naar hem toe, groette hem warm en vroeg hem welke zaken hem daar brachten. Toen hij vertelde dat hij gekomen was met een lading paarden om te verkopen, zei Cleomenes: "Je had er beter aan gedaan als je een lading gigolo's en meisjes om de harp te bespelen [niet de hoogst aangeschreven beroepen] zou hebben meegebracht; dat is het soort lading waar deze koning dol op is!" Op dat moment glimlachte Nicagoras en zei niets, maar een paar dagen later, toen hij verschillende ontmoetingen had met Sosibius [de koning] vanwege de zaken met de paarden, citeerde hij Cleomenes' woorden tegen hem.
Iedereen kan nu wel raden wat dit betekende voor de relatie tussen beide heren en Cleomenes pleegde enige tijd later niet geheel op eigen initiatief zelfmoord. Zo gaat dat soort dingen soms. 

Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise Of The Roman Empire

woensdag 28 november 2012

Dan hadden ze maar muziek moeten maken!

Toen de Romeinen verwikkeld waren in de Tweede Punische Oorlog (218 - 201 v.Chr.) was er aan de andere kant van de Adriatische Zee nog een ander conflict, de Bondgenotenoorlog (220 - 217 v.Chr.), die overigens niet verward moet worden met de Romeinse Bondgenotenoorlog (91 - 88 v.Chr.) waar ik het eerder over heb gehad. In deze oorlog streden een aantal Griekse stadstaten tegen elkaar om macht.

In deze oorlog werd op een gegeven moment de stad Cynaetha door de legers van de Aetolische Bond met de grond gelijk gemaakt. Volgens de Griekse geschiedschrijver Polybius (203 - 120 v.Chr.) was dat op zich wel terecht en dit is waarom (Romeinse Geschiedenis  IV.19:13ff):
De inwoners van Cynaetha, waar de Aetoliërs deze ellende over hadden gebracht, werden echter over het algemeen geacht hun lot het meer te verdienen dan wie dan ook, ooit. Omdat de Arcadische [Cynaetha was een Arcadische stad] bevolking in zijn geheel een hele goede reputatie voor deugden genoot onder de Grieken, niet alleen vanwege hun humane en gastvrije karakter en gebruiken, maar vooral omwille hun piëteit naar de goden, is het zinvol even stil te staan bij de kwestie van de barbaarsheid van de inwoners van Cynaetha en ons de vraag te stellen waarom zij, hoewel ze overduidelijk Arcadiërs waren, alle andere Grieken in die periode zo ver overtroffen in wreedheid en slechtheid. Ik denk dat de reden is dat zij de eerste en feitelijk het enige volk in Arcadië waren dat het bewonderenswaardige instituut, met mooie aandacht voor de natuurlijke omstandigheden waaronder alle inwoners van het land leven geïntroduceerd door hun voorouders, liet varen. Want het maken van muziek - ik bedoel échte muziek [Muziek was in die tijd een verzamelbegrip waar ook educatieve dingen onder vielen. Polybius doelt op gedichten die worden gezongen] - is goed voor iedereen, maar voor de Arcadiërs is het een noodzaak.[...]
Nu geloof ik dat deze gebruiken [muziek maken] door de mannen van vroeger niet waren geïntroduceerd als luxe-zaken en overbodigheden, maar omdat ze het universele doen van persoonlijke handarbeid in Arcadië voor ogen hadden, en in het algemeen de afmattendheid en hardheid van het leven van de mensen en de hardheid van karakter die voortkomt uit de koude en donkereomstandigheden die gebruikelijk voorkomen in deze gebieden - omstandigheden waar alle mensen zichzelf naar moeten assimileren [...] De primitieve Arcadiërs introuceerde alle gebruiken die in genoemd heb daarom met als doel het verzachten en temperen van de koppigheid en hardheid van de natuur, en daarnaast maakten ze het gebruikelijk voor de mensen, zowel mannen als vrouwen, om festivals en offerplechtigheden te bezoeken en dansen van jonge mannen en maagden en in feite allerlei dingen bedachten om de invloed van de extreme hardheid van de natuur op hun karakter milder te maken door de gebruiken die ze instelden. De inwoners van Cynaetha werden uiteindelijk zo wreed omdat ze deze instituties volledig lieten versloffen, hoewel ze juist zoveel noodzaak hadden in dergelijke invloeden, omdat hun land het meest onherbergzaam is en het met klimaat het meest onbarmhartig is in Arcadië en door zichzelf volledig toe te wijden aan lokale zaken en politieke rivaliteiten, werden ze zo wreed dat geen enkele stad in Griekenland grotere en meer constante misdaden pleegden.
Met andere woorden: muziek is toch wel belangrijk. Eerder zagen we dat je geen meisjes kunt krijgen als je niet zingt. Nu blijkt dat je er een monster door wordt.

Boekentip voor vandaag: Polybius, the Rise of the Roman Empire

vrijdag 7 september 2012

Romeinen lokken: Cannae

De Tweede Punische Oorlog (218 - 201 v.Chr.) is ruim een maand niet aan bod gekomen en dat is lang genoeg zonder de Carthaagse generaal Hannibal (247 - 183 v.Chr.). Vandaag gaat het over de Slag bij Cannae in 216 v.Chr., misschien wel Hannibal's grootste prestatie. Het is met name deze veldslag geweest die Hannibal de gevreesde generaal gemaakt heeft die hij tot eeuwen na zijn dood voor Rome was. De Carthagers hakten bij Cannae namelijk een veel groter Romeins leger volledig in de pan en dat hebben ze onthouden.

De Carthagers vochten volgens de historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op met een leger met soldaten uit allerlei regio's: naakt vechtende Kelten, zwaar bewapende Afrikanen, Spanjaarden in dunne linnen kleding. De Romeinen vochten met het grootste leger dat ze ooit op de been hadden gebracht (Polybius, Romeinse Geschiedenis III.107.9-15). Dit ging ergens om!

Hannibal gebruikte (zoals van hem verwacht kan worden als je Polybius leest) een geniale tactiek om de Romeinen te verslaan. Hij stelde zijn gevechtslijn in met het centrum vóór de vleugels en liet daar zijn zwakkere Keltische soldaten strijden. De Romeinen kregen daar de overhand en stuurden steeds meer soldaten naar het centrum om bij te springen. Polybius vertelt (Romeinse Geschiedenis III.115):
De Romeinse formaties die hen [het centrum van het Carthaagse leger] vol overgave achtervolgden, drongen eenvoudig door in het vijandelijke front, omdat de  Kelten waren opgesteld in een dunne lijn en zij zelf vanuit de vleugels naar het centrum gingen omdat daar de gevechten plaatsvonden. Het centrum en de vleugels van de Carthagers kwamen niet tegelijkertijd in actie - het was het centrum dat als eerst aan de slag kon omdat de Kelten waren geplaatst in een maanvormige formatie die hen voor de vleugels plaatste en zo in de bolling van de lijn die het dichtste bij de vijand stond. Omdat de Romeinen echter de Kelten achtervolgen de lijn in tegen het front dat zich terug trekte, penetreerden zij zo diep in de lijn dat ze beide contingenten van zware Afrikaanse infanterie in hun flank hadden. Op dit punt draaide de Afrikaanse infanterie aan de rechterflank naar links terwijl zij op de linkervleugel tegelijkertijd naar rechts draaiden en de op dezelfde manier gingen aanvallen, in beide gevallen reagerend op de noodzaak van het moment. Het resultaat was precies wat Hannibal gepland had: de Romeinen waren gevangen tussen de twee divisies van Afrikanen, omdat ze zich te ver lieten leiden in de achtervolging op de Kelten. Ze konden niet langer hun manipel-formatie houden en werden gedwongen om naar beide kanten te draaien in hun eentje of per rij om zichzelf te beschermen tegen de vijand die hen aanviel in de flank.
De Romeinen kregen het heel moeilijk in deze situatie. Zeker ook omdat de Romeinse cavalerie onder de voet werd gelopen door de sterkere Carthaagse. De rug van de Romeinse formatie werd vakkundig afgesloten waardoor ze nergens meer heen konden in massaal werden afgeslacht.

Voor de liefhebbers, History zond ooit een stukje uit over deze veldslag waar Polybius' beeld grafisch gemaakt wordt:

dinsdag 31 juli 2012

Hannibal's haarstijl

Het zal de lezer van dit blog niet zijn ontgaan dat de Carthaagse veldheer Hannibal (247 - 183 v.Chr.) één van mijn favoriete historische personen is. Dit omdat hij uit de bronnen naar voren komt als een man met een neusje voor het geniale en onverwachte. Hij zal nog vaak genoeg de revue passeren met slagformaties en strategische trucs, maar vandaag komen we een Hannibal tegen die op zijn hoede is. 


De Griekse geschiedschrijver Polybius (203 - 120 v.Chr.) verhaalt namelijk over een episode in de Tweede Punische Oorlog (218 - 201 v.Chr.) waar Hannibal en zijn leger na de overwinning bij de Trebia oprukken in de richting van Rome en daarbij verschillende legertjes van overwonnen volkeren aan hun leger toevoegden. De Kelten uit Noord-Italië stonden alleen niet als loyaal te boek. Hannibal vreesde voor zijn leven en bedacht iets. Polybius vertelt (Romeinse Geschiedenis 3.78.3-4):
Omdat hij de wispelturigheid van de Kelten en mogelijke aanslagen op zijn leven vreesde, omdat de vriendschappelijke relaties met hen nog zo recent waren, liet hij een aantal pruiken maken, geverfd om te passen bij het uiterlijk van personen van uiteenlopende leeftijden, en hij bleef ze constant wisselen, terwijl hij tegelijkertijd ook een kledingstijl aanmat die paste bij de pruik, zodat niet alleen degenen die hem even een moment hadden gezien, maar ook zij die hem kenden, moeite hadden om hem te herkennen.

maandag 25 juni 2012

Veldslag op zee

De Romeinen waren van oorsprong geen zeenatie. Zij waren getraind in landoorlog en hadden vanaf vroeg in hun geschiedenis al de beschikking over een groot en goed uitgerust leger met legioenen en hulptroepen waarmee ze in de loop van de eeuwen een groot rijk wisten op te bouwen. Er was alleen een probleem: er was een kaper op de kust en die bevond zich aan de andere kant van de zee. Carthago, uit het huidige Tunesië, beschikte over een uitstekend uitgeruste vloot en een minder sterk landleger dan de Romeinen. Toen beide machtscentra in conflict kwamen vanwege gebeurtenissen op het door beide zeer gewenste eiland Sicilië (de Eerste Punische Oorlog), ontstond een strijd tussen deze twee fundamenteel verschillende krijgssystemen.


De Griekse historicus Polybius van Megalopolis (203 - 120 v.Chr.), onze belangrijkste bron over de gebeurtenissen tussen Rome en Carthago maakt melding van een serie raids aan de kust van het huidige Italië waar de Romeinen niets tegen konden doen. Rome moest gaan ingrijpen, dus werd besloten een vloot op te bouwen door een schip dat ze in hun handen kregen na te bouwen. 


Omdat Romeinen praktisch ingesteld waren, gingen ze niet zomaar akkoord met het idee dat je op zee een zeeslag moet voeren. Romeinen zijn goed in veldslagen, dus zorgen we voor veldslagen. Wat ze daarvoor bedacht hadden, was een slim apparaat op het schip, de κόρακας [korakas] of 'kraai'. Polybius legt uit hoe het werkt (Romeinse Geschiedenis I.22:4-11):
Ze werden als volgt gebouwd: op de voorsteven stond een ronde paal van vier vademen hoog [1 vadem is 1,80 meter] en drie palmen in diameter [30 cm]. Deze paal had een katrol aan de top en eromheen was een loopplank van dwarsplanken die waren bevestigd met spijkers gemaakt, vier voet breed en zes vademen lang. In de loopplank zat een sleufgat en het ging rond de paal op een afstand van twee vademenen van het uieeinde. De loopplank had ook een reling aan beide kanten, zo hoog als de knie van een man. Aan het uiteinde was een ijzeren voorwerp bevestigd dat eruit zag als een stamper met een punt aan de ene kant en een ring aan de andere kant, waardoor het geheel eruit zag als een machine om koren te malen. Aan de ring was een touw bevestigd waarmee ze de kraai omhoog haalden met de katrol op de paal, wanneer ze een vijand aanvielen, en waarmee ze het naar beneden lieten op het dek van de vijand, soms vanaf het voorsteven en soms draaiden ze het om als de schepen vanaf de brede zijde met elkaar in aanraking kwamen. Zodra de kraaien waren vastgezet in de planken van het dek van het vijandige schip en de schepen had samengebonden, dan enterden ze van alle kanten als ze aan de brede zijde zaten, maar als ze vanaf het voorsteven vastzaten, vielen ze aan over de loopplank van de kraai zelf, in rijen van twee. Het eerste duo beschermde de voorkant door hun schilden omhoog te houden en zij die erachter liepen, beschermden de zijkant door de randen van hun schilden te laten rusten op de reling. Door dit apparaat toe te passen, wachtten zij op een gelegenheid om in actie te komen.
Deze handelswijze zorgde ervoor dat de Romeinen terug konden slaan en speelde een rol in het breken van de Carthaagse macht op zee, maar wat dit vooral aangeeft is de vindingrijkheid van de Romeinen. Zij waren goed in veldslagen, dus zorgen ze ervoor dat een zeeslag een veldslag werd. 

zondag 3 juni 2012

Met olifanten over de Rhône

De Tweede Punische Oorlog (218 - 201 v.Chr.) is misschien wel de oorlog die het meest tot de verbeelding spreekt uit de hele geschiedenis, in ieder geval wel voor mij. Dit conflict tussen de Romeinen en de Carthagers is vooral bekend geworden om de tocht over de Alpen met olifanten die Hannibal (247 - 183 v.Chr.), de generaal van Carthago had ondernomen. Deze episode zal vast en zeker een keer aan bod komen, maar vandaag is de aandacht voor een andere overtocht, namelijk die over de rivier de Rhône in Zuid-Frankrijk. Het punt is namelijk dat de olifanten niet aan de voet van de Alpen opdoken, maar vanuit de Carthaagse gebieden in Spanje mee waren genomen. Onderweg moest de rivier overgestoken worden. De Griekse geschiedschrijver Polybius (203 - 120 v.Chr.) vertelt in mijn langste citaat tot nu toe hoe Hannibal dit karwei aanvloog (Romeinse Geschiedenis 3.46):
Ze bouwden een aantal zeer stevige vlotten en bonden twee daarvan aan elkaar en legden ze stevig vast aan de oever van de rivier. Hun gezamenlijke breedte was ongeveer dertig voet. Daaraan bonden ze anderen vast aan de andere kant, waarmee ze de brug verder de stroom in verlengden. Ze versterkten de kant die op de stroming stond met kabels die ze vast zetten aan bomen die op de oever groeiden, waardoor de hele structuur op zijn plek kon blijven liggen en niet zou verschuiven door de stroming. Toen ze de hele brug of pier van vlotten van ongeveer tweehonderd voet lang hadden gemaakt, bonden ze deze vast aan het einde van twee hele compacte vlotten die heel stevig aan elkaar waren vastgebonden , maar met de rest op zo'n manier dat de touwen eenvoudig konden worden doorgesneden. Daaraan bevestigden ze een aantal sleepkabels waarmee boten hen moesten vasthouden om te voorkomen dat ze stroomafwaarts werden meegesleurd en om ze tegen de stroming op hun plaats te houden, waardoor de olifanten die erop stonden konden worden vervoerd. Vervolgens gooiden ze een hoeveelheid aarde op de hele rij vlotten, totdat het geheel op dezelfde hoogte als het pad dat naar de oever leidde lag en erop leek. De olifanten waren gewend om hun olifantendrijvers te gehoorzamen tot aan het water, maar zouden nooit het water in gaan en ze dreven hen over de aarden brug met twee vrouwtjes op kop, die ze gehoorzaam volgden.
Zodra ze het laatste vlot hadden betreden, werden de touwen die het met de rest verbond, doorgesneden. trokken de boten de sleepkabels strak en de het vlot met de olifanten erop werd snel weggetrokken van de berg aarde. Hierdoor raakten de dieren in paniek en draaiden zich eerst om en begonnen in alle richtingen te lopen, maar omdat ze omringd waren door de stroming bracht hun angst hen ertoe rustig te blijven. Op die manier, en door een continue toevoer van nieuwe vlotten aan de andere kant van het ponton, kregen zij het voor elkaar de meeste olifanten eroverheen te krijgen, maar sommigen werden dermate gegrepen door angst, dat zijin de rivier sprongen toen ze halverwege waren. De menners van deze olifanten verdronken allemaal, maar de olifanten zelf werden gered, omdat ze door de kracht en lengte van hun slurf in staat waren om boven water te blijven en erdoor te ademen en ook om al het water dan in hun mond kwam, via de slurf uit te spuiten. Op die manier overleefden de meeste van hen en staken te voet de rivier over.
Dit moet een hels karwei zijn geweest, maar vindingrijk was Hannibal zeker!

dinsdag 24 april 2012

De opstand in Libië (±240 v.Chr.) deel 3.

Vandaag de laatste aflevering van het drieluik over de huurlingenopstand. De hele opstand bestond volgens Polybius uit Megalopolis(203 - 120 v.Chr.) uit allerlei schermutselingen die bijzonder wreed waren. Uiteindelijk waren het de Carthagers die aan het langste eind trokken. Volgens Polybius begon de zaak te keren in het voordeel van Carthago een deel van de opstandelingen zich over gaf. Spendius kwam in handen van de vijand en bij het belegeren van de positie van Mathos gebeurde het volgende (Romeinse Geschiedenis I.86:3-4):
Hannibal [een andere dan de bekende] sloeg kamp op aan de ene zijde van de stad en Hamilcar aan de andere zijde. Hun volgende stap was om Spendius en de andere gevangenen naar de muren mee te nemen en hen daar te kruisigen zodat iedereen het kon zien.
Mathos greep onmiddellijk in en wist Hannibal levend aan Spendius' kruis te nagelen en vervolgens 30 van zijn officieren te doden. Dit was echter niet voldoende, want de beslissende gang was ingeslagen. Er volgde een veldslag waarin de Carthaagse generaals Hanno en Hamilcar (die elkaar kennelijk niet mochten) ein-de-lijk de handen ineen sloegen. Mathos werd verslagen en gevangengenomen.


Polybius vertelt in zijn slotopmerking over het conflict wat het zo onderscheidt van andere oorlogen en opstanden en noemt en passant nog wat uiteindelijk het lot van Mathos was (Romeinse Geschiedenis I.88:5-7):
Deze Libische oorlog die Carthago in zo'n gevaar had gebracht, resulteerde niet alleen in het feit dat de Carthagers Libië heroverden, maar in hun mogelijkheid om de bedenkers van de opstand op een exemplarische wijze te straffen. De laatste scene erin was een triomftocht van jongemannen die Mathos door de stad leidden en hen onderworpen aan alle soorten martelingen. Deze oorlog duurde drie jaar en vier maanden en het stak boven alle andere oorlogen die we kennen uit in wreedheid en het tarten van principes.
Er waren dus tóch principes om te tarten. Daarnaast is belangrijk dat de opstand de grote zwakte van de Carthagers blootlegde. Dit handelsvolk had geen militaire cultuur en maakte gebruik van huurlingen. Niccolò Macchiavelli (1469-1527 n.Chr.) schrijft in zijn baanbrekende Il Principe (De Vorst) dat een Italiaanse vorst uit zijn periode vooral geen gebruik moet maken van teveel huurlingen en geeft dit voorbeeld (zie pagina 55 op de PDF). 

zondag 22 april 2012

De opstand in Libië (±240 v.Chr.) deel 2.

Eergisteren heb ik het gehad over het verslag van Polybius uit Megalopolis(203 - 120 v.Chr.) over de Libische huurlingenopstand. In dit deel komt de oorlog zelf aan bod. Spendius en Mathos blijken snel de bevolking van Noord-Afrika achter zich te krijgen en weten geld bij elkaar te krijgen om de huurlingen te betalen en zo loyaal te houden. Terwijl een aantal steden belegerd wordt, breekt ook onder de Carthaagse troepen (huurlingen) op Sardinië een opstand uit. Om deze opstand de kop in te drukken sturen de Carthagers generaal Hanno met een leger... huurlingen (Romeinse Geschiedenis I.79:3-5)
Vervolgens, toen de Carthagers Hanno stuurden met een nieuw leger, liet dit leger hem in de steek en voegde zich bij de muiters die hem daarop gevangen namen en hem kruisigden. Daarna bedachten ze de meest verfijnde martelingen en martelden en doodden alle Carthagers op het eiland. Toen ze alle steden in hun macht hadden, bleven ze Sardinië bezetten tot ze ruzie kregen met de oorspronkelijke bewoners en door hen werden verdreven naar Italië.
In Afrika bleken Spendius, Mathos en hun medestander Autaritus te zitten met het feit dat de Carthagers krijgsgevangenen behoorlijk behandelden, dus besloten ze een punt te maken en lieten Gesco en de andere gevangenen opdraven (Romeinse Geschiedenis I.80:11-13):
Spendius en zijn mannen leidden Gesco en de andere gevangenen, in totaal ongeveer zevenhonderd, uit het kamp. Ze namen hen een eindje buiten het kamp en hakten hen allereerst de handen af, te beginnen bij Gesco die ze kortgeleden van alle Carthagers hadden uitgekozen als hun weldoener en met wie ze hun geschilpunten hadden gedeeld. Na het afhakken van de handen sneden ze ook andere lichaamsdelen van deze armzalige mannen af en na hen op deze manier te verminken en hun benen te breken, gooiden ze hen levend in een greppel.
Het is duidelijk dat in deze tijd de Derde Geneefse Conventie nog niet van kracht was. De Carthagers konden vervolgens niet achterblijven. Generaal Hamilcar had zo zijn eigen manier om van krijgsgevangenen af te komen volgens Polybius (Romeinse Geschiedenis I.82:2):
Ondertussen ging hij door met het doden van de vijanden die op het veld waren gevangen genomen, terwijl hij krijgsgevangenen die hem werden voorgeleid voor de olifanten wierp om zo doodgetrapt te worden. Het was hem duidelijk dat de opstand niet zou stoppen voordat de vijand volledig uitgeroeid was.

vrijdag 20 april 2012

De opstand in Libië (±240 v.Chr.) deel 1.

Strikt gesproken gaat dit niet over een opstand in Libië, maar over eentje van Libiërs in Tunesië die door Polybius uit Megalopolis(203 - 120 v.Chr.) de Libische Oorlog is genoemd. Na de Eerste Punische Oorlog waarin Rome Carthago (nabij het huidige Tunis) versloeg, kwam het leger dat voor Carthago vocht in opstand. Omdat de opstand zo interessant beschreven is door Polybius, zal deze in een aantal afzonderlijke afleveringen worden beschreven op het blog. 


Allereerst citeert Polybius de tekst van het vredesverdrag ande Eerste Punische Oorlog tussen Rome en Carthago (Romeinse Geschiedenis I.62:8-9):
"Als het Romeinse volk hiermee akkoord gaat, dan zal er onder de volgende voorwaarden vrede zijn tussen de Carthagers en de Romeinen. De Carthagers moeten heel Sicilië verlaten en geen oorlog voeren met Hiero [de koning van Syracuse, een bondgenoot van de Romeinen] of wapens opnemen tegen de Syracusanen of hun bondgenoten. De Carthagers dienen de Romeinen alle krijgsgevangenen te geven zonder daar losgeld voor te ontvangen. De Carthagers moeten de Romeinen over een periode van 20 jaar 2200 Euboeische talenten [een kleine 60.000 kilo goud] betalen."
Het Romeinse volk besloot dat dit niet voldoende was en verzwaarde de voorwaarden van het verdrag. Een flinke molensteen dus om de nek van de Carthagers. Aangezien zij met huurlingen werkten en huurlingen het werk voor het geld doen, begon het gedonder toen zij erachter kwamen dat ze nog wat te goed hadden. Volgens Polybius namen twee mannen het heft in eigen hand (Romeinse Geschiedenis I.69:9-11):
Toen Spendius en Mathos [de assertieve mannen] Gesco [de Carthaagse generaal die als afgezante naar de huurlingen was gestuurd en in hoog aanzien bij hen stond] en de Carthagers begonnen te belasteren en te beschuldigen, waren ze [de huurlingen] een en al oor, maar wanneer iemand naar voren trad om zijn mening te geven, wachtten ze niet eens af om erachter te komen of hij zou spreken voor of tegen Spendius, maar stenigden hem onmiddellijk tot de dood toe. Vele officieren en soldaten vonden op die manier de dood in de verschillende vergaderingen.
Het mag geen verrassing heten dat Spendius en Mathos met verder unanieme steun de leiding kregen over de opstand. In deel 2 van deze serie zal de opstand zelf aan bod komen en in deel 3 het laatste deel ervan, met de grimmige ontknoping.

zaterdag 14 april 2012

Objectiviteit

Geschiedenis is een vakgebied waar interpretatie van de feiten voor een heel groot deel afhankelijk is van de wereld waar de historicus zich in bevindt. In de geschiedfilosofie zijn we inmiddels doordrongen van het feit dat men altijd goed in de gaten moet houden welke bronnen gebruikt worden en wat voor agenda die kunnen hebben. Vooral in de Oudheid is dan een issue omdat de feiten simpelweg niet meer puur tot ons komen, áls ze dat ooit al waren geweest.


Eén van de grote historici van de Oudheid is Polybius uit Megalopolis (203 - 120 v.Chr.) die een belangrijke bron is voor wat we weten over de oorlogen tussen de Romeinen en de handelsnatie van de Carthagers in het huidige Tunesië. In zijn Romeinse Geschiedenis probeert Polybius te achterhalen hoe het komt dat de Romeinen tijdens zijn leven de macht in het Middellands Zeegebied naar zich toe hebben getrokken. In zijn eerste boek vertelt hij over de Eerste Punische Oorlog.


Polybius noemt twee schrijvers die hem zijn voorgegaan in het beschrijven van de oorlog, Philinus van Agrigentum en Quintus Fabius Pictor uit de derde eeuw v.Chr.. Deze twee schrijvers zijn voor Polybius een reden geweest om over deze oorlog te schrijven (Romeinse Geschiedenis I.14:2-5)
Ik beschuldig hen niet van doelbewuste onjuistheid, gegeven hun karakter en hun principes, maar ze lijken te handelen als waren ze verliefd; Op grond van zijn overtuigingen en constante partijdigheid stelt Philinus dat de Carthagers in elke situatie wijs, juist en moedig handelden en de Romeinen niet, terwijl Fabius precies de tegenovergestelde positie inneemt. In andere zaken van het leven hoeven we dergelijk favoritisme niet uit te sluiten, want een goed man hoort van zijn vrienden en zijn land te houden en hij dient de haat en de genegenheden van zijn vrienden te delen, maar hij die de rol van de historicus inneemt, dient dat soort dingen te negeren en vaak, als hun acties dat rechtvaardigen, moet hij hoogachtend spreken over zijn vijanden en hen met de hoogste lof prijzen terwijl hij kritisch en zelfs verwijtend is naar zijn naaste vrienden, mochten de tekortkomingen van hun gedrag deze taak op hem brengen.
Voor een historicus van ruim voor het begin van onze jaartelling klinkt dit bijzonder modern. Of Polybius volledig juist is in zijn interpretaties, dat is nooit met volledige zekerheid vast te stellen, maar het feit dat hij zich alleen al bewust is van het probleem maakt zijn werk interessant.