Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Gaius Julius Caesar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gaius Julius Caesar. Alle posts tonen

dinsdag 17 december 2013

Iemand voor een muur zetten

Het Romeinse leger verloor de slag bij
Agendicum (107 v.Chr.) en werden gedwongen
onder het juk te passeren.
Bron: Wikipedia
Gaius Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) is al verschillende keren aan bod gekomen in dit blog, maar dit was steeds in zijn hoedanigheid van staatsman en generaal. Caesar was daarnaast ook een belangrijk historicus die zijn eigen veldtochten met veel details optekende. Of dit eenzijdige verhalen oplevert is een vraag die gesteld mag worden, waar we hebben met zijn werk tenminste één kant van het verhaal. Het bekendste werk van Caesar gaat over zijn verovering van Gallië.

In de beginfase van zijn veldtocht, in 58 v.Chr., kwam Caesar in contact met de Helvetii, een volk in het huidige Zwitserland. De Helvetii waren geduchte tegenstanders die eerder een Romeins leger in de pan hadden gehakt en de overlevenden gedwongen hadden onder het juk te gaan, een grove belediging voor een verliezend leger. De Helvetii kwamen later echter in lastiger vaarwater terecht omdat een aantal andere Keltische en Germaanse stammen probeerden heerschappij over heel Gallië, dus ten koste van de Helvetii, te verkrijgen. Om die reden besloten de Helvetii richting Romeins gebied te trekken met het verzoek daar de grens over te steken.

Caesar wilde er duidelijk voor zorgen dat een belediging als die bij Agendicum had plaatsgevonden, hem niet zo overkomen. Daarnaast had hij geen vertrouwen in het vermogen van de Helvetii zich te gedragen binnen de Romeinse grenzen. Dus besloot hij een truuk uit te halen (Gallische Oorlog 7-8):
[...Caesar wilde de Helvetii niet doorlaten...] Toch antwoordde hij [Caesar schreef in de 3e persoon enkelvoud over zichzelf] de gezanten dat hij tijd nodig had om erover na te denken en dat ze, als ze wat wilden op de dag voor 13 april moesten terugkomen.Ondertussen bouwde hij met de legioenen die hij bij zich had en de soldaten die zij hadden verzameld vanuit de Provincie een doorlopende muur, zestien Romeinse voet hoog [bijna 5 meter] en een gracht vanaf het Meer van Genève, die in de Rhône stroomt, naar de Jura, die het gebied van de Helvetii van dat van de Sequani scheidt, over een afstand van negentien Romeinse mijl [ongeveer 28,5 km].
Caesar versterkte de muur en de regio eromheen met forten en troepen en wachtte tot 12 april. Toen de Helvetii terugkwamen, stonden ze voor een muur van vijf meter hoog en bijna dertig kilometer lang. Caesar's antwoord was: nee.

Boekentip voor vandaag:
Julius Caesar, Oorlog in Gallië

woensdag 4 september 2013

Koningin Caesar en zijn overspelige vrouw

Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) ging scheiden van Pompeia Sulla, de dochter van de eerder genoemde Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeia was namelijk betrokken geraakt bij een schandaal. Caesar was Pontifex Maximus (hogepriester) en er was een rite die plaats had in zijn woning, maar waar geen mannen bij aanwezig mochten zijn. Pompeia leidde de boel daar, maar de eerder genoemde controversiële politicus Publius Clodius Pulcher (±93 - 52 v.Chr.) was daar wel aanwezig en dat er geruchten gingen dat  Pompeia en Clodius een affaire hadden. De Romeinse historicus Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) vertelt wat Caesar deed (Romeinse Geschiedenis XXXVII.45.2):
[M]aar hij scheidde van zijn vrouw, hoewel hij zei dat hij het verhaal niet geloofde, maar dat hij niet langer met haar kon leven, omdat ze eens verdacht was van overspel; want een kuize vrouw moet niet alleen niet over de schreef gaan, maar ze mag niet eens onder boosaardige verdenkingen vallen.
Een harde lijn, dat zeker, maar hier valt wat voor te zeggen als het allemaal gaat om reputaties en, zoals eerder gezegd, huwelijken in de Romeinse tijd iets anders zijn dan tegenwoordig hier. Caesar kon het voor zijn reputatie niet hebben als zijn vrouw een vreemdgangster zou zijn.

Nu had Caesar zelf af en toe wel wat uit te leggen, bijvoorbeeld toen koningin Cleopatra VII van Egypte (69 - 30 v.Chr.) door Rome werd rondgeleid met haar buitenechtelijke zoon Ptolemaios Caesartje (47 - 30 v.Chr.). Een ander voorval betreft de geruchten dat Caesar "zijn kuisheid had neergelegd aan koning" Nicomedes IV van Bithinië (r.±94 - 74 v.Chr.) (zie: Suetonius, Julius Caesar 2). Dit leverde hem nogal wat grappen op. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent even doodleuk op waar hij het allemaal niet over zal gaan hebben (Julius Caesar 49):
Ik spreek niet van de alom bekende versregel van Licinius Calvus: "Al wat Bithynië en Caesars minnaar ooit bezeten hebben." Ik zwijg over de redevoeringen van Dolabella en Curio senior, waarin Dolabella hem "de rivale van de koningin" en "de beste plaats in 's konings bedstee" noemde en Curio sprak van "de stal van Nicomedes" en "het bordeel van Bithynië". Ook ga ik voorbij aan de edicten van Bibulus [de consul samen met Caesar], waarin hij zijn collega betitelde als "de koningin van Bithynië" en verder opmerkte "dat hij vroeger verliefd was op een koning, nu op het koningschap." [...] maar zelfs zei hij [Cicero] tegen Caesar, toen deze in de senaat pleitte voor Nyssa, de dochter van Nicomedes, en van de gunsten sprak die de koning hem had bewezen: "Bespaart u ons dat, wat ik u bidden mag. Wij weten heel goed wat hij u en u hem hebt geschonken." In de Gallische triomftocht ten slotte zongen zijn soldaten bij de spotverzen [een gebruikelijk onderdeel van de triomftocht] die gewoonlijk gedebiteerd worden door de deelnemers aan de optocht ook dit beroemd geworden lied: 
Caesar is 't die Gallië knechtte, Nicomedes knechtte hem.
Zie nu Caesar triomferen, die heel Gallië onderwierp,
maar niet koning Nicomedes, die toch Caesar onderwierp.
Het is dat je niet van jezelf kunt scheiden...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zondag 2 juni 2013

Boeren, Burgers, Buitenlui (géén Soldaten!)

Eergisteren besprak ik een citaat die in een vertaling een groot deel van de betekenis verliest omdat er een woordspeling aan te pas kwam. Vandaag een ander stukje woordspel, maar wel een die zijn betekenis niet verliest in vertaling. Gaius Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) was in de machtsstrijd waar hij bekend door geworden is, verwikkeld. Een deel van het Romeinse leger kreeg muitersplannen die, zoals gewoonlijk, te maken hadden met de wens meer betaald te krijgen. Toen Caesar de soldaten vroeg wat er aan de hand was, dachten ze iets slims gedaan te hebben. De Griekse historicus Appianus schrijft (Burgeroorlog II.93.2-5):
Toen hij [Caesar] hen verzocht om te zeggen wat ze wilden, waren zij zo verbaasd dat ze niet overgingen tot het openlijk spreken over de gift [het extra geld dat ze wilden] in zijn aanwezigheid, maar ze namen een meer gematigde koers aan door te eisen dat ze uit militaire dienst zouden worden ontslagen, in de hoop dat hij zélf over de gift zou spreken omdat hij soldaten nodig had voor zijn niet-afgeronde oorlog. Maar, in tegenstelling tot wat zij allen verwachtten, antwoordde hij zonder aarzeling: "Ik ontsla jullie." Vervolgens, tot hun nog grotere verbijstering, en terwijl de stilte het meest te snijden was, voegde hij toe: "En ik zal jullie alles geven wat ik jullie beloofd heb wanneer ik met andere soldaten de triomftocht hou."
Deze mokerslag sloeg een gat in de eerzuchtige Romeinse soldaten. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) wierp Caesar de soldaten nog het woord Quirites toe, waarmee hij hen als gewone burgers aansprak, niet als strijdmakkers of soldaten (Caesar 70), waarna de muiterij afgelopen was.

Interessant artikeltje over deze muiterij.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
Appianus, The Civil Wars

maandag 10 december 2012

Waar de jonge Caesar zijn teennagels begroef

Julius Caesar (100 - 42 v.Chr.) was één van de bekendste figuren uit de wereldgeschiedenis door wat hij in de politieke arena en oorlogsvoering heeft laten zien. Dit had echter net zo goed anders kunnen zijn, want het begin van de politieke carrière van Caesar was een priesterschap, de Flamen Dialis. Dit priesterschap rondom de god Jupiter. Hoewel deze positie bijzonder veel aanzien genoot, was het voor een Flamen Dialis  parktisch bezwaarlijk ooit het ambt van consul te bekleden en daar ging het de Romeinen uiteindelijk om.

De Flamen Dialis had wel meer beperkingen. De Romeinse taalgeleerde Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) somt er hier een aantal van op (Attische Nachten X.15:3-25):
Het is onwettig voor de priester van Jupiter om een paard te berijden; het is ook onwettig voor hem om de legers buiten de stadsgrenzen, dat is in gevechtsformatie, te zien; [...] Alleen een vrije man [dus geen slaaf of vrouw] mag de haren van de Dialis knippen. Het is niet gebruikelijk voor de Dialis om een vrouwelijke geit, rauw vlees, een klimop or bonen aan te raken ofz zelfs te noemen.De priester van Jupiter mag niet onder een gewelf van wijnstokken door lopen. De poten van de bank waarop hij slaapt moeten ingesmeerd worden met een dikke laag klei en hij mag niet drie nachten achter elkaar ergens anders dan in zijn bed slapen en niemand anders mag in zijn bed slapen. Aan het voeteneinde van zijn bed moet een doos met offerkoeken staan. De afgeknipte nagels en haren van de Dialis moeten begraven worden onder een vruchtenboom. Elke dag is een heilige dag voor de Dialis. Hij mag niet in de buitenlucht lopen zonder zijn muts [...]
De priester van Jupiter mag geen brood dat gist bevat aanraken. Hij zal zijn ondergoed niet uittrekken, behalve onder een dak, als ware hij onder de ogen van Jupiter. [...] Als de Dialis zijn vrouw verliest, legt hij zijn functie neer. [...] Hij betreedt nooit een begraafplaats, hij raakt nooit een dood lichaam aan; maar hij is niet verboden aanwezig te zijn bij een begrafenis.
Caesar moet toch blij geweest zijn dat deze prachtige baan hem afgepakt werd, waardoor hij er niet zijn hele leven aan vast zat.

Boekentip voor vandaag: Aulus Gellius, The Attic Nights

maandag 26 november 2012

De verkeerde Cinna verscheuren

Soms worden mensen gelyncht door een woedende menigte, al dan niet opgehitst door politieke tegenstanders, zoals we eerder bij de broers Gracchus gezien hebben. Vandaag is er aandacht voor een vergelijkbaar geval, maar waarin het verkeerd gaat. Enkele jaren geleden kwam er op het nieuws een stukje over een Geert Wilders die moest onderduiken omdat zijn naamgenoot dingen riep in de politieke arena. Zo blijken er in de Romeinse tijd ook verschillende mensen Cinna geheten te hebben.

Na de moord op Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) braken er onlusten uit waar aanhangers van Caesar diens vijanden achterna gingen. Nu had Caesar's zwager, Lucius Cornelius Cinna zich onlangs aan de zijde van de moordenaars geschaard en dat was reden om hem achterna te zitten. Probleem was echter dat de eerste Cinna die ze tegen kwamen, iemand anders was: Gaius Helvius Cinna, een dichter en vriend van Caesar.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) vermeldt in zijn biografie van Marcus Junius Brutus (85 - 42 v.Chr.) de bekendste van de moordenaars van Caesar en al eerder in dit blog besproken wat er met deze dichter gebeurde (Brutus 20:8-11):
Maar er was een zekere Cinna, een dichter, die geen deel had in de misdaad maar in feite een vriend van Caesar was. Deze man droomde dat hij door Caesar was uitgenodigd voor een maal, maar weigerde te gaan, maar dat Caesar hem verzocht en dwong te gaan en hem tenslotte bij de hand nam en hem naar gapende [?] en duistere plaatsen bracht waar hij onwillig en verbijsterd volgde. Na dit visioen kreeg hij koorts die de hele nacht duurde, maar in de ochtend, toen de begrafenisrituelen over het lichaam van Caesar werden gehouden, schaamde hij zich toch om niet aanwezig te zijn en ging hij naar de menigte toen het al wild aan het worden was. Hij werd echter gezien en omdat ze dachten dat hij niet de Cinna was die hij werkelijk was, maar diegene die onlangs Caesar had beschimpt voor het verzamelde volk, werd hij aan stukken gescheurd.
Da's niet zo mooi...

dinsdag 25 september 2012

Je moet meer voor me vragen

Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) is vermoedelijk de eerste persoon die mensen noemen als je om een Romein vraagt. Zelf was hij zich ook zeer bewust van zijn status. Eén van de opmerkelijkste episodes uit zijn lijf was toen hij vroeg in zijn politieke carrière piraten tegenkwam aan de kust bij Cilicië in Zuid-Turkije. De piraten namen Caesar gevangen en probeerden er een slaatje uit te slaan. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat de reactie van de jonge senator was (Caesar 2):
Om te beginnen lachte hij hen uit toen de piraten twintig talenten voor hem vroegen als losgeld, omdat ze niet wisten wie hun gevangene was, en hij ging uit eigen beweging akkoord met vijftig. In de tweede plaats hield hij, toen hij zijn gevolg erop uit gestuurd naar naar de verschillende steden om geld te regelen en toen hij met één vriend en twee Cilicische bewakers, zeer moordlustige mannen, overbleef, hen in zo veel minachting dat hij, wanneer hij ging liggen om te slapen, mensen stuurde om hen te laten stoppen met praten. Achtendertig dagen lang deed hij zorgeloos mee met hun sporten en oefeningen, alsof het niet zijn bewakers, maar zijn koninklijke lijfwacht waren. Hij schreef ook gedichten en diverse toespraken die hij aan hen voorlas en hij schold hen die deze niet geweldig vond in hun gezicht uit voor ongeletterde barbaren en bedreigde hen vaak lachend allemaal op te hangen. De piraten vonden dit geweldig en en schreven zijn vrijmoedigheid om te spreken toe aan een zekere eenvoud en jongensachtige vrolijkheid. Maar toen het losgeld was gearriveerd vanuit Milete [stad in West-Turkije], hij het betaald had en vrijgelaten werd, bemande hij onmiddellijk schepen en trok naar zee vanuit de haven van Milete tegen de rovers. Hij nam ze gevangen, terwijl ze nog voor anker lagen bij het eiland, en kreeg de meesten in zijn macht. Hun geld werd zijn buit, maar de mannen zelf sloot hij op in de gevangenis van Pergamum [ook een stad in West-Turkije] en hij ging persoonlijk naar Junius, de gouverneur van Asia, omdat het aan hem was, als praetor van de provincie, om de gevangenen te straffen. Maar omdat de praetor zijn ogen had laten vallen op hun geld, wat geen geringe som was, en omdat hij bleef zeggen dat hij de zaak van de gevangenen op zijn gemak zou bekijken, liet Caesar hem zijn gang gaan, ging naar Pergamum, haalde de rovers uit de gevangenis en kruisigde ze allemaal, precies zoals hij ze op het eiland had gewaarschuwd dat hij zou doen, toen ze dachten dat hij een grapje maakte.
Deze jongens hebben weinig plezier mogen beleven aan hun gevangene...

dinsdag 3 juli 2012

Ladies and gentlemen, we've got 'em

Iedereen herinnert zich de toespraak van Paul Bremer in 2003 toen ze Saddam Houssein hadden gevangen. De Grote Vijand van het Vrije Westen was gepakt en de rest is geschiedenis. Wat je ook vindt van deze situatie, iedereen is het er wel over eens dat Bremer een boodschap uitdroeg. We hebben de bad guy te pakken. De president van Irak zou een bedreiging zijn voor vrede en stabiliteit, dus hij moest weg.


In de Romeinse tijd kwam dit ook regelmatig voor en het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld dat van de bekendste politieke moord in de geschiedenis, die van Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.). Hij werd volgens de Romeinse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) door zoveel mensen tegelijk aangevallen met dolken dat dolken braken en de aanvallers elkaar verwondden (Brutus 17.4-7).


Uiteindelijk overleed Caesar en daarmee overleed het grote gevaar voor het voortbestaan van de door de senatoren gedomineerde Romeinse Republiek. Eén van de grote leiders van de samenzwering tegen deze potentiële koning was Marcus Junius Brutus (85 - 42 v.Chr.). Brutus stamde uit een familie die de Romeins-Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus "de Arrogante" zou hebben verdreven in 509 v.Chr. en daarmee de Republiek had ingesteld. Potentiële koningen zoals Caesar werden door Brutus en zijn medestanders met argusogen gevolgd. Dit belette hem niet om een vriendschappelijke relatie op te bouwen met Caesar. In de plooien van zijn toga bewaarde hij echter wel een dolk en die kwam er op 15 maart 44 v.Chr. uit.


Omdat Brutus niet de beschikking had over Youtube en televisie, moest hij zijn korte boodschap op een andere manier overdragen. Dat deed hij door een nieuwe munt te slaan, wat zeer gebruikelijk was om boodschappen over te brengen:
Bron: Wikipedia


Aan de linkerkant van de munt staat een beeltenis van Brutus, maar op de achterkant staat de ware boodschap. Twee dolken, een muts en een datum. De Romeinse historicus Cassius Dio licht dit verder toe (Romeinse Geschiedenis, 47.25.3):

Naast deze activiteiten [het opzetten van een leger en een aantal militaire handelingen daarmee] sloeg Brutus op de munten die werden geslagen zijn eigen gelijkenis, een muts [die aan slaven werd gegeven als ze vrijgelaten werden door hun meester] en twee dolken, waarmee - en met de inscriptie - hij aangaf dat hij en Cassius [een andere belangrijke samenzweerder] het vaderland had bevrijd.
De Republiek was gered, Ladies and gentlemen, We've got 'em. Alleen jammer voor Brutus dat het niet lang meer duurde voor Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) het toch voor elkaar kreeg de macht over te nemen. Gelukkig voor Brutus zelf had hij toen al zelfmoord gepleegd.