Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Perzië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Perzië. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2014

Wie een kuil graaft...

De Perzische generaal Harpagus (5e eeuw v.Chr.) ging volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) verder op zijn veroveringstocht door het huidige West-Turkije. Daarbij kwam hij de Cnidiërs tegen. Uiteraard is wel duidelijk wat er van hun zelfstandigheid overbleef, maar de weg ernaartoe is interessant. Cnidus. zegt Herodotus, ligt aan een landengte. Wat ze deden is het volgende (Historiën I.174.3):
Aan de Noordkant ligt het [Cnidus] aan de Golf van Ceramicus en aan de Zuidkant aan de zee van Simi en Rhodos. Nu, terwijl Harpagus Ionia aan het veroveren was, groeven de Cnidiërs een geul door de smalle landengte die ongeveer tweederde mijl breed is, zodat het land in een eiland zou veranderen. Ze brachten alles [van hun land] binnen de omgrachting, want de grens tussen het Cnidische land en het vasteland was op de landengte waar ze groeven.
Wat een werk om vervolgens veroverd te worden. De boel was namelijk gestopt toen een priester hen daartoe opdracht gaf. Cnidus gaf zich over aan de Perzen.

zaterdag 18 januari 2014

Weg, goden! Weg!

We hebben inmiddels gezien dat de Perzische generaal Harpagus (6e eeuw v.Chr.) in zijn veroveringstochten over het Westen van het huidige Turkije verschillende volkeren heeft onderworpen. Dit omdat de Griekse Historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) alles in het werk heeft gesteld om ze allemaal te noemen. Herodotus was naast historicus (en fantast) ook bijzonder geïnteresseerd in de eigenheid van verschillende gemeenschappen over de hele wereld.

Zijn eigen gemeenschap, de Cauniërs, moest er ook aan geloven. Herodotus maakt verslag van hun eigen manier van verzet plegen. Het probleem was namelijk niet het vijandige legen (Historiën I.172.2):
Zekere buitenlandse vereringsriten vestigden zich bij hen; maar later, toen ze er anders over dachten en enkel de goden van hun vaders wilden vereren, deden alle Caunische volwassen mannen hun wapens aan en gingen samen zo ver als de grenzen van Calynda [een nabijgelegen streek], waar ze hun speren in de lucht staken en zeiden dat ze de vreemde goden buiten trapten.
Het enige dat over de verovering verder genoemd is, is dat Harpagus de Cauniërs onderwierp. Blijkbaar werkt het niet bij iedereen om de goden ergens naartoe te sturen.

dinsdag 19 november 2013

Een freakshow in oorlogstijd

Eén van de interessante dingen aan het werk van de Griekse historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) is dat hij zijn verhaal over de Perzische Oorlogen aanvult met opmerkingen over volkeren die vrijwel allemaal onder de voet werden gelopen door de inmiddels wel bekende generaal Harpagus. Veel van deze volkeren zullen op dit blog aan bod komen (of zijn dat al geweest). 

Vandaag de gemeenschap van Pedasus, in de achtertuin van Herodotus zelf, in het Zuidwesten van het huidige Turkije. Zij hadden een bijzonder soort alarmsysteem voor als er wat ernstigs aan de hand was. Herodotus vertelt wat dan (Historiën  I.175):
Als hen of hun buren iets ernstige dreigde te overkomen, liet de priesteres van Athena een lange baard groeien. Dit is hen drie keer overkomen. Zij waren de enigen in de buurt van Karië die lang stand hielden tegen Harpagus en zij brachten hem de grootste problemen; ze versterkten een heuvel genaamd Lida.
Uiteindelijk werden ook de bewoners van Pedasus verslagen, maar ze hadden wel een freak show: de priesteres met de baard.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

donderdag 10 oktober 2013

Zorg dat je leger voldoende stinkt!

Wie computerspellen speelt waarin je met legers tegen elkaar vecht, weet het. Lichtbewapende soldaten verliezen vrijwel altijd van zwaarbewapende en soldaten met speren zijn een uitstekende manier om cavalerie te stoppen. Boogschutters zijn zwak tegen snel bewegende troepen, maar kunnen wel veel schade aanrichten bij dichtgepakte falanxen.

Dit zijn fysieke en functionele voordelen van de ene legereenheid ten opzichte van de andere. We hebben eerder gezien dat strijdwagens met zeisen gruwelijke taferelen veroorzaakten op het slagveld. Dit was naast bijzonder effectief tegen troepen ook een psychisch wapen. Wie vecht er op zijn niveau als je bang bent zomaar je been te verliezen? Olifanten waren hier ook succesvol in, want hoe verslag je die zomaar? Datzelfde geldt voor... kamelen.

Een Perziër leidt een kameel
Bron: Livius.org

Kamelen speelden een belangrijke rol in oorlogsvoering in het Midden-Oosten. Als ze goed getraind worden, kunnen ze de rol van een paard (dat veel minder sterk is in de omstandigheden in de woestijn) prima overnemen, maar ook in kameel-tegen-paard-gevechten zijn ze zeer bruikbaar. De Griekse filosoof en historicus Xenophon (±430 - 355 v.Chr.) meldt dat de Perzen gedurende de Slag bij Thymbra (547 v.Chr.) tegen de Lydiërs gebruik maakten van kamelen. Ondanks het feit dat de Lydiërs veel meer manschappen het veld op brachten, wonnen de Perzen. Xenophon verdedigt de verliezende bevelhebber (Cyropaedia VI.2.18):
Of [wat zou je doen] als je hoorde dat ze kamelen hebben waarop ze naar ons toe rijden en dat honderd paarden de aanblik van één kameel niet konden verdragen?
Paarden zijn bang voor kamelen. Volgens een andere Griekse historicus, Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.) konden de paarden niet alleen de aanblik van kamelen niet aanzien, maar gingen ze ook over hun nek van de geur (Historiën I.80.5). Het devies is dan ook: zorg dat je leger voldoende stinkt!

Boekentip voor vandaag:
Xenophon, The Expedition of Cyrus
Herodotus, The Histories

dinsdag 8 oktober 2013

Sjouwen met de goden

De Perzische koning Cyrus II de Grote (6e eeuw v.Chr.) is eerder verschillende keren besproken, vooral omdat van zijn opkomst interessante anekdotes zijn overgeleverd die door de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) in zijn werk zijn opgetekend. Dit vertelt echter niet het hele verhaal, want in tegenstelling tot een aantal anderen is Cyrus veel meer dan een aantal interessante anekdotes. Cyrus stichtte één van de machtigste rijken uit de geschiedenis en is bovendien de geschiedenis in gegaan als een man met een fantastische reputatie.

Eén van de belangrijke bronnen over de koning is eerder in een editorial aan bod gekomen. Aan de hand van de Cyrus-Cylinder. Dit voorwerpje bevat een verslag van Cyrus' verovering van Babylon, alwaar hij een aantal beslissingen van de daar heersende koning Nabonidus (r. 556 - 539 v.Chr.) terugdraaide (Cyrus Cylinder 32-33):
Ik bracht de beeltenissen van de goden, die daar [in Babylon] verbleven, terug naar hun plaatsen en liet hen verblijven op hun eeuwige verblijfplaatsen. Ik verzamelde al hun inwoners en bracht hen terug naar hun huizen. Verder bracht ik, op bevel van Marduk [een belangrijke god], de grote heer, de goden van Sumer en Akkad [regio's in Zuid-Irak], die Nabonidus tot de woede van de heer van de goden had meegebracht naar Babylon, onder in hun woningen in hun fijne verblijfplaatsen.
Dit gesjouw met standbeelden toont de relatie tussen de mens en hun goden en laat zien dat het beeld van een almachtige en onkwetsbare god een relatief nieuw verschijnsel is. Eerder zagen we dat de Romeinen in staat waren goden te lokken. Dat ging dan nog uit vrije wil. Dat de goden uit Perzië en de landen in die regio door een koning tegen hun zin konden worden meegenomen en afhankelijk waren van de acties van een andere koning om terug naar huis te kunnen gaan, geeft een bijzonder beeld.

Boekentip voor vandaag:
Jesse Russell, Cyrus Cylinder

maandag 19 augustus 2013

Je land of je leven

Een tijd geleden kwam het Orakel van Delphi aan bod. Koning Croesus (±595 - ±546 v.Chr.) van Lydië kreeg te horen dat een groot rijk ten onder zou gaan, maar niet welk rijk. Dit zijn de orakeluitspraken waar vooringenomenheid iemand een bepaalde kant op kan sturen. Croesus' eigen rijk werd weggevaagd.

Soms zijn de orakelspreuken niet zo onduidelijk om te interpreteren. Zo vroegen Spartanen aan het Orakel wat ze moesten doen toen de Perzische legers onder Xerxes I (515 - 465 v.Chr.) Griekenland binnenviel. Volgens de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) was het poëtisch geformuleerde antwoord hier heel wat eenduidiger, zij het niet makkelijk voor de aanhoorder (Historiën VII.220.4):
Voor jullie, bewoners van Sparta met de brede straten,
Ofwel jullie geweldige en glorieuze stad moet verwoest worden door de Perzen,
Of, als dat niet gebeurt, moet de bevolking van Lacedaemon [de Stadstaat] een dode koning die afstamt van Herakles betreuren.
Met andere woorden: koning Leonidas (540 - 480 v.Chr.) had een probleem. Omdat hij zo nobel was, koos hij ervoor zelf te sterven in de legendarische Slag bij Thermopylae (480 v.Chr.) tegen een, zoals we eerder hebben gezien veel groter leger aan Perzen. Feit is wel dat de Perzen nooit in de buurt van Sparta geweest zijn, dus Leonidas is niet voor niets gestorven.

Leonidas volgens de schilder Jacques-Louis David (1748 - 1825 n.Chr.)
Bron: Wikipedia

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zaterdag 17 augustus 2013

Oorlog door het scheren

Soms is het moeilijk om een geheime boodschap naar iemand te sturen zonder dat deze onderschept kan worden. Eerder kwam een strategie van Harpagus om een bericht aan de latere koning Cyrus II (6e eeuw v.Chr.) in een haas te verbergen, aan bod. Vandaag aandacht voor een andere manier, eentje tégen de Perzen. Gedurende regeringsperiode van Darius I (549 - 485) kregen de Perzen steun van de tiran van de Ionische stad Milete, Histiaeus

Toen hij echter door de Perzen in de stad Susa werd vastgehouden, bekroop hem het idee om in opstand te komen. Bij zijn afwezigheid is zijn schoonzoon Aristagoras benoemd als tiran van Milete. Histiaeus moest hem zien te bereiken, maar wel op een zodanige manier dat de Perzen er niet achter kwamen. De Macedonische auteur Polyaenus (2e eeuw n.Chr.) vertelt hoe hij het aanpakte (Krijgslisten I.24):
Hij schoor het hoofd van één van zijn slaven kaal en schreef er het korte bericht: "Histiaeus aan Aristagoras, oproep tot een opstand van Ionië" op. Zodra het haar van de slaaf weer was aangegroeid, stuurde hij hem naar Aristagoras. Op die manier passeerde hij de wachters zonder dat ze verdenkingen hadden en toen hij de kust [Milete lag aan de kust] bereikte, vroeg hij om geschoren te worden en toonde vervolgens de tekst op zijn hoofd aan Aristagoras die handelde zoals het bericht hem instrueerde en de opstand van Ionië ontketende.
Een slimme truuk die Histiaeus' boodschap naar zijn schoonzoon kreeg. De opstand van de Ioniërs die volgde, is één van de oorzaken voor de grote Perzische Oorlogen, één van de kantelpunten uit de wereldgeschiedenis. Het moet alleen wel maanden geduurd hebben tot het haar lang genoeg was, maar dat is prima.

Boekentip voor vandaag:
Polyaenus, Strategems of War

zaterdag 20 juli 2013

Darius tegen de dienaren van het kwaad. Wat is hij toch nobel!

De geschiedenis van het oude Perzië is er een van vreemde zaken en hofintrige waarde Romeinen zelfs een puntje aan konden zuigen. Eerder zagen we wat Harpagus te eten kreeg toen hij niet deed wat de koning wilde en dat sommigen er rare begrafenisrituelen op na hielden. Vandaag gaat het over de koning Darius I de Grote (r. 522 - 485 v.Chr.). Darius is bekend geworden aan de grote bouwer van de Perzen en één van zijn bekendste bouwwerken is een grote inscriptie op een rotswand, de Behistuninscriptie.

Op deze inscriptie vertelt Darius zijn verhaal. Hij heeft natuurlijk grote overwinningen behaald en was de beste koning die de Perzen ooit hadden kunnen dromen. Zoveel is duidelijk. Interessanter is het verhaal van zijn troonsbestijding. Darius was namelijk mee op veroveringstocht met de heersende koning Cambyses II (r. 558 - 522 v.Chr.) die zijn broer Bardiya of Smerdis (waarom de data niet bekend zijn, wordt zo duidelijk) bleef achter in Perzië om de zaken te runnen. Bardiya bleek echter veel populairder dan Cambyses dus vormde een bedreiging voor de positie van de koning die lang weg zou blijven. Om die reden liet Cambyses zijn broer doden en vertrok. In afwezigheid van van Cambyses kwam iemand anders aan de macht in Perzië en deze man claimde Bardiya te zijn. Darius noemt hem Gaumata. Het volk trapte erin.

Het kon echter niet lang duren of de staatsgreep zou bij de koning zijn doordrongen. Alleen die kon niets doen, want, zo stelt Darius, conveniently (Behistuninscriptie 11):
Daarna stierf Cambyses een natuurlijke dood.
Niemand durfde het aan om Gaumata af te zetten tot Darius besluit de knoop door te hakken (Behistuninscriptie 13):
Koning Darius zegt: "Er was geen man, noch Perzisch, noch Medisch of van onze eigen dynastie, die het koningrijk van Gaumata de Magiër afpakte. Het volk was erg bang voor hem, want hij doodde velen die de echte Smerdis hadden gekend. Om deze reden doodde hij hen: 'dat ze er niet achter komen dat ik Smerdis, zoon van Cyrus, niet ben.' Er was niemand die iets durfde te doen tegen Gaumata de Magiër totdat ik kwam. Ik bad tot Ahuramazda; Aharamazda bracht me hulp. Op de tiende dag van de maand Bagayadis [29 september 522], doodde ik met een aantal mannen die Gaumata de Magiër en zijn belangrijkste volgelingen. Bij de vesting genaamd Sikayavautis in het district genaamd Nisaia in Medië doodde ik hem; ik ontnam hem het koninkrijk. Bij de genade van Ahuramazda werd ik koning; Ahuramazda schonk mij het koninkrijk.
We hebben dus (áls dit allemaal waar is) te maken met Bardiya die gedood werd en op zijn plaats kwam een nieuwe Bardiya die gedood werd. Later zullen we zien dat Bardiya nóg niet dood bleek te zijn. Voor nu heeft Darius een mooi verhaaltje verteld. Wat is hij toch nobel.

Boekentip voor vandaag:
H.C. Rawlinson, The Persian Cuneiform Inscription of Behistun

maandag 24 juni 2013

Het antwoord was dus "nee".

De afgelopen weken heb ik het regelmatig gehad over de veroveringen van de Perzen onder Cyrus en Cambyses. Vandaag gaat het daar ook over, maar niet zozeer over de oorlogshandelingen, maar de politiek eromheen. Cyrus' troepen veroverden binnen een mum van tijd de Ionische Griekse steden van de Turkse westkust. Deze gebieden vielen voorheen onder Lydische heerschappij en onder de Lydiërs hadden de Grieken een uitstekende positie, zo stelt de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) die ook uit die regio kwam. Daarom stuurden de Grieken gezanten om met de Perzen te onderhandelen. Herodotus vertelt wat gebeurde (Historiën I.141.1-2):
Zodra de Lydiërs waren verslagen door de Perzen, stuurden de Ioniërs en Aetoliërs gezanten naar Cyrus, met het voorstel om op basis van dezelfde voorwaarden door de Perzen te worden overheerst al dat zij door Croesus [de Lydische koning] waren overheerst. Nadat hij het voorstel had aangehoord, vertelde Cyrus hen een verhaal. Eens, zei hij, was er een fluitspeler die vissen in de zee zag en op zijn fluit speelde, denkend dat ze dan naar het land zouden komen. Teleurgesteld in zijn hoop wierp hij een net uit en haalde het binnen en ving een grote hoeveelheid vissen; en toen hij ze zag springen, zie hij: "Je kunt nu maar beter stoppen met dansen; je kwam eerst ook niet naar buiten om te dansen, toen ik voor je speelde."
Het antwoord was dus "nee"

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zaterdag 22 juni 2013

Catapulten en kittens

Het grootste rijk uit de Oudheid was dat van de Perzen en het was voor een deel te danken aan de tweede koning van de Perzen, Cambyses (overleden in 522 v.Chr.) dat dat zo is. Zijn grootste wapenfeit was de verovering van Egypte en daarvoor had hij iets bedacht. De Egyptenaren namelijk deden iets waar de hele Oudheid raar van opkeek: zij vereerden goden die een dierlijk gedaante hadden. Dat zorgde ervoor dat ze veel dieren als heilig zagen.

In 525 v.Chr vond de Slag bij Pelusium plaats. De Egyptische troepen stonden tegenover de Perzische. De Macedonische historicus Polyaenus (2e eeuw n.Chr.) vertelt hoe Cambyses de zwakte van zijn vijand open legde. De boden weerstand tegen de opkomst van Cambyses en zijn leger. Polyaenus vertelt (Krijgslisten VII.9): 
Toen Cambyses Pelusium, dat de ingang in Egypte bewaakte, aanviel boden de Egyptenaren grote weerstand. Zij brachten geweldige voertuigen op tegen de belegeraars en gooiden projectielen, stenen en vuur naar hen vanuit hun catapults. Om deze vernietigende barrage het hoofd te bieden stelde Cambyses voor zijn frontijn honden, schapen, katten, ibissen en alerlei dieren die de Egyptenaren als heilig beschouwden op. De Egyptenaren hielden onmiddellijk op met hun acties, uit angst om de dieren, die zijn zeer hoog achtten, pijn te doen. Cambyses veroverde Pelusium en opende daarmee de weg naar Egypte voor zichzelf.
Cambyses deed wat veel moderne generaals nalaten: hij gebruikte de specifieke eigenschappen van de vijand tegen hen. De Slag bij Pelusium liep uit op een gigantische overwinning voor de Perzen.

Boekentip voor vandaag:
Polyaenus, Strategems of War

zondag 16 juni 2013

De Bloeddorstigen uit het Oosten

De Perzen kenden hele andere gebruiken dan de Grieken, zoals we eerder hebben gezien bij de dronken politiek. Ook op andere gebieden gedragen Perzen zich anders. Zo noemt de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr.) de priesterkaste van de Magi. Deze volgelingen van het Zoroastrisme hielden er merkwaardige begrafenisrituelen op na. Waar het voor de Perzen doorgaans gebruikelijk was om de lichamen van overledenen in de smeren in was en ze vervolgens te begraven, was het voor de Magi noodzakelijk dat er nog wat anders plaatsvond (Historiën I.140.1):
Ik kan vanuit mijn eigen zekere kennis zoveel over hen zeggen. Maar er zijn andere zaken met betrekking tot de doden die geheimzinnig en vaag worden gezegd: dat de lichamen van de Perzen [de Magi] niet worden begraven voordat ze verminkt zijn door vogels of honden.
Nog meer over de dood bij de Magi weet Herodotus ook te vertellen, want de Magi vonden het belangrijk om veel dingen te doden (met uitzondering van mensen en honden). Herodotus vertelt dat ze graag mieren, slangen, dieren en vogels over de rand joegen. Een merkwaardig geval als je bedenkt dat deze Magi genoemd worden als Wijzen uit het Oosten in de Bijbel.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

woensdag 12 juni 2013

Dan nog liever dood!

Soms is de schande van verovering veel erger dan de dood. Zo dachten de Lyciërs uit Xanthos (het Zuidwesten van het huidige Turkije) er ook over. Toen de Perzische koning Cyrus zijn eerder genoemde steun en toeverlaat Harpagus naar Turkije stuurde met de taak het te veroveren voor de Perzen, ging dat voortvarend. Harpagus en zijn leger liepen stad na stad onder de voet en stonden voor de poorten van Xanthos. De Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) - Halicarnassus ligt niet ver van Xanthos en is ook in die periode veroverd - vertelt wat de bewoners van de stad deden (Historiën I.176:1-3):
[...] en toen Harpagus zijn leger het veld van Xanthos in leidde, kwamen de Lyciërs naar hem toe en zij toonden zichzelf moedig in het gevecht van weinigen tegen velen; maar toen ze teruggedrongen werden de stad in, verzamelden ze hun vrouwen, kinderen, goederen en slaven op de akropolis en staken vervolgens de hele akropolis in brand. Vervolgens zworen zij krachtige eden naar elkaar en tijdens een uitval sneuvelden zij, alle mannen van Xanthos.
In ieder geval hoefden ze niet te leven onder de Perzen.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

dinsdag 7 mei 2013

Een jongen mag niet huilen

Een paar weken geleden besprak ik een stukje van de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) die de gebruiken van de Perzen beschrijft. Toen kwam de politieke besluitvorming waar drank aan te pas kwam, aan bod. Vandaag vertelt Herodotus over de opvoeding van kinderen bij de Perzen. Hij zegt dat iemand onder de Perzen heel veel aanzien genoot als hij veel zonen heeft. De koning beloonde de man met het grootste aantal zoons zelfs. Opmerkelijk is wel dat deze man zijn kroost alleen niet te zien kreeg (De Historiën I.136.2):
Ze leiden hun jongens van vijf tot twintig jaar oud op en leren hen slechts drie dingen: paardrijden, boogschieten en eerlijkheid. Een jongen wordt door zijn vader niet gezien voor hij vijf jaar oud is, maar leeft met de vrouwen. Het doel hiervan is dat, als de jongen sterft in zijn eerste jaren, de vader hier geen verdriet om zal hebben.
Opvallend is hier dat Herodotus nergens zegt wie de vrouwen zijn. Hoort de moeder of een oudere zus daar bij? Is het als het kind sterft niet zo erg als zij daar verdriet om hebben? Deze paar regeltjes zeggen een hoop over de genderverhoudingen bij de Perzen (of over de vooronderstellingen die Herodotus daar zelf bij heeft; dit kunnen we moeilijk controleren). 

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

vrijdag 19 april 2013

Dronken politici aan de macht!

Eén van de interessantste kanten van de Oudheid is voor mij de ontwikkeling van zaken die tegenwoordig heel gewoon zijn. Politieke besluitvorming is één van deze dingen. Op dit blog is het onderwerp al verschillende keren aan bod gekomen. Gilgameš, Athene, de Romeinse republiek van eergisteren, er zijn verschillende manieren om beslissingen te nemen in de politiek.

De Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) beschrijft in zijn werk hoe de besluitvorming volgens hem bij de Perzen ging. Onder de Perzen werden keuzes besproken onder een groep mensen en Herodotus vertelt dat daar een speciale procedure voor werd nageleefd (Historiën I.133.3-4):
[...] Verder is het hun gebruik om de meest gewichtige zaken te bespreken als ze dronken zijn; en wat ze dan in dat overleg besluiten, wordt de volgende dag door de meester van het huis waar ze overleg hebben gehad, voorgesteld als ze nuchter zijn; en als ze nog steeds staan bij de beslissing als ze nuchter zijn, dan handelen ze ernaar. Zo iet, dat laten ze hem vallen. En als ze overlegd hebben over een zaak als ze nuchter zijn, dan nemen ze de beslissing als ze dronken zijn.
Soms vraag je je af of politici wel nuchter zijn als ze naar de interruptiemicrofoon lopen. Bij de Perzen was dit een integraal onderdeel van de besluitvorming.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zaterdag 30 maart 2013

Een haas met een boodschap

Twee maanden geleden besprak ik wat de koning van Medië Astyarges zij dienaar Harpagus had aangedaan  toen hij een kind dat gedood had moeten worden, liet opvoeden door herders. Dat kind was de latere Cyrus de Grote (6e eeuw v.Chr.) en die bevond zich aan het hof van de koning. De profetie was dat dat kind koning zou worden, maar priesters hadden de koning ervan overtuigd dat dat ik kleine dingen kon zitten en Cyrus was als kind met zijn vriendjes wel eens koning in de spellen die zij speelden. Wel raadden de priesters de koning aan Cyrus terug naar huis te sturen.

Harpagus was echter niet klaar met de hele kwestie. Hij was op de hoogte van de profetie en terwijl hij zijn zoon tussen zijn tanden uithaalde met een tandenstoker, bedacht hij dat Cyrus het ook moest weten en zo de troon kon overnemen. Kennelijk was Harpagus het niet eens met de priesters. De Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) vertelt in zijn Historiën wat het beste was dat hij kon bedenken (Historiën I.123.3-4):
[...] Harpagus wilde zijn bedoeling [om Cyprus op de troon te krijgen en Astyages te straffen voor wat hij had gedaan] kenbaar maken aan Cyrus die toen onder de Perzen [de regio die destijds geregeerd werd door de Meden. De Perzen zaten elders]. Maar de wegen werden bewaakt en hij had geen ander plan voor het sturen van een boodschapper dan deze: hij sneed zorgvuldig de buik van een haas open en hij stopte er zonder het verder te beschadigen een papiertje op waarop hij schreef wat hij het beste achtte. Vervolgens naaide hij de buik van de haas weer dicht en stuurde het naar Perzië door zij meest vertrouwde bediende, die hij netten meegaf om te dragen, als ware hij een jager. De boodschapper was geïnstrueerd om Cyrus de haas te geven en hem mondeling te zeggen deze met zijn eigen handen te openen, wanneer niemand anders aanwezig was.
Zo geschiedde. Het feit dat Cyrus later Cyrus de Grote zou worden genoemd, moet voldoende zeggen over het succes van deze missie.

zondag 10 maart 2013

Perzisch huurcontract

Men zegt wel eens dat de geschiedenis gemaakt wordt in de grote veldslagen en aan de hoven van de koningen, priesters, generaals en soms rijke handelaren. Dat is maar een deel van de waarheid. Juist in de Oudheid geeft dat maar en heel beperkt beeld, want bijna iedereen had niets met macht en rijkdom te maken. Wat voor iedereen belangrijk was, waren de eerste levensbehoeften zoals voedsel en onderdak. In die zin lijken de oude Perzen veel op ons.

Interessant hierin zijn de overgeleverde contacten uit de Perzische tijd. Tijdens de regering van Darius de Grote (549 - 486 v.Chr.) had ene Shamash-iddin een scheur in de muur van een huis dat hij verhuurde en Iskhuya woonde daar, dus werden gedeelde belangen contractueel vastgelegd (Contract for Rent & Repair of a House):
Naast de huur van het huis van Shamash-iddin, de zoon van Rimut, voor dit jaar, zullen vijftien shekels aan contanten naar Iskhuya, de zoon van Shaqa-Bel, zoon van de priester van Agish, gaan. Van de betaling zal hij immers de zwakte van het huis repareren, hij zal de scheur in de muur dichten. Hij zal een deel van het geld aan het begin betalen, een deel van de betaling bij de voltooiing. Hij zal het betalen op de dag van Bel, de dag van het het huilen en tranen. In het geval dat het huis door Iskhuya niet is voltooid na de eerste dag van Tebet, dan zal Shamash-iddin vier shekels aan geld in contanten in zijn bezit krijgen uit de hand van Iskhuya.
Waar tegenwoordig het onderhoud van een huis vooral de verantwoordelijkheid is van de eigenaar, is hier duidelijk sprake van een uitbesteding aan de huurder. Da's ook goed, als het maar geregeld wordt, nietwaar?

woensdag 20 februari 2013

30 keer zoveel man als bij D-Day

De oude Grieken waren doorgaans vooral bezig elkaar de hersens in te slaan. De verschillende stadstaten trokken doorgaans niet gezamenlijk op. Slechts bij een bijzondere externe vijand was het mogelijk de gelederen te sluiten (want de Grieken kenden wel een soort wij-gevoel als Griekse beschaving tegenover de barbaren). In de mythologie zien we de Trojaanse Oorlog een dergelijk verbond voor elkaar krijgen. Aan het begin van de 5e eeuw v.Chr. was er een nieuwe vijand, ook uit het Oosten, de Perzen.

De Perzen reageerden op een opstand onder de door hen overheerste Griekse steden in het Westen van het huidige Turkijen en besloten een poging te wagen heel Griekenland onder de duim te krijgen. Naast het feit dat ze geleid werden door een nogal hooghartige koning Xerxes (r. 485 - 465 v.Chr.), als we de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) moeten geloven, waren ze volgens Herodotus bovenal met heel veel mensen op komen draven. Herodotus vertelt zelfs dat het leger zó groot was dat de rivier de Scamander (de huidige Karamenderes in Turkije voor wie meekijkt) niet voldoende was om genoeg te drinken (Historiën VII.43). Hij weet zelfs hele precieze aantallen manschappen te noemen (Historiën VII.185:2-186):
Wat betreft de grondtroepen verzorgd door alle landen - Thraciërs, Paeoniërs, Eordi, Bottiaei, Chalcidiërs, Brygi, Pieriërs, Macedoniërs, Perrhaebi, Enienes, Dolopes, Magnesiërs, Achaërs, bewoners van de kust van Thracië — van al deze vermoed ik het aantal ongeveer drie honderd duizend. Wanneer deze aantallen werden toegevoegd aan de aantallen uit Azië, is het totaal aan strijdkrachten twee miljoen, zeshonderdveertigduizend, zeshonderdtien.Dit betreft het aantal soldaten. Wat betreft de niet-vechtende ondersteuners die hen volgde en de bemanning van graanschepen en de andere schepen die via de zee meegingen met het leger, dit zijn er volgens mij niet minder, maar méér dan de strijdkrachten. Laten we echter aannemen dat ze met net zoveel zijn, niet meer en niet minder. Als ze gelijk zijn aan het strijdende contingent, bestonden ze uit net zoveel tienduizenden als de anderen. Het aantal van hen die Xerxes, de zoon van Darius, zo ver meenam als de "Sepiad headland" [geen idee wat dat in het Nederlands] en Thermopylae [Midden-Griekenland] was vijf miljoen, tweehonderddrieëntachtigduizend tweehonderdtwintig.
Dit is een gigantisch aantal. Het aantal geallieerden op D-Day wordt, om te vergelijken, geschat op ruim minder dan 200.000. Moderne schattingen voor het daadwerkelijke aantal Perzen in het conflict worden geschat op enkele honderdduizenden. Nog steeds gigantisch, maar toch wat anders dan Herodotus zegt.

donderdag 31 januari 2013

Wat Armstrong's sponsor van Xerxes heeft

Het bericht dat je nu leest, is online gepubliceerd. Het is niet uitgesproken (tenminste niet door de schrijver) en staat niet fysiek ergens op papier of op een kleitablet geschreven. Met mijn blog kan ik iedereen bereiken die de beslissing neemt naar het adres te gaan. Dit is een onmogelijkheid in de Oudheid, want internet bestaat nog niet. Communicatie diende mondeling of schriftelijk te gaan, zoals wij het 20 jaar geleden nog hadden.

De Romeinen stonden bekend om hun wegennetwerk en de mogelijkheid die daardoor ontstond om mensen, goederen en informatie snel van Antiocheia naar Batavodorum te krijgen.Een ander volk stond bekend om het postsysteem, zo erg zelfs dat een opmerking van de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) door US Postal Services is overgenomen als lijfspreuk. Herodotus stelt dat de eerder genoemde koning Xerxes (5e eeuw v.Chr.) het bericht van een nederlaag als volgt verzond (Historiën 8.98):
Terwijl Xerxes dit deed, stuurde hij een bode naar Perzië met het nieuws van de huidige tegenslagen. Er is niets sterfelijks dat een route sneller aflegt dan deze bodes, door een handig bedacht plan van de Perzen. Er wordt gezegd dat er net zoveel mannen en paarden waren als dagen die voor de hele reis stonden, elk paard en elke man op één dag reizen afstand van elkaar. Deze werden noch gestopt door sneeuw, noch regen, noch hitte of duisternis om de aan hen toegewezen route zo snel mogelijk af te leggen. De eerste ruiter gaf de lading aan de tweede, de tweede aan de derde en zo ging het van hand naar hand.
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

vrijdag 25 januari 2013

Een wrange nasmaak

De Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) vertelt in zijn Historiën over de oorlog tussen de Grieken en de Perzen in de 5e eeuw v.Chr.. Herodotus besteedt ook aandacht in de vestiging van het Perzische rijk en in het bijzonder de stichter van het rijk, Cyrus de Grote (6e eeuw v.Chr.). Net als bijvoorbeeld de eerder genoemde Romulus, de stichter van Rome, zou Cyrus als verlaten kind door een herder zijn opgevoed.

De koning van het gebied waar Cyrus vandaan kwam, Astyages, vernam in een droom dat zijn kleinzoon hem omver zou werpen. Toen kreeg zijn dochter een kind. Astyages beval een lid van zijn gevolg, Harpagus, het kind te doden, maar die liet het opvoeden door een herdersgezin die net een kind hadden verloren. Op een gegeven moment kwam Astyages erachter en besloot Harpagus te straffen. Dat deed hij door hem uit te nodigen voor een indrukwekkend diner. Harpagus moest ook even zijn eigen dertienjarige zoon sturen. Herodotus vertelt verder (Historiën  I.119.3-7):
Maar toen Harpagus' zoon kwam, sneed Astyages zijn keel door en sneed hem in stukken. Hij roosterde een deel van het vlees en kookte een deel ervan en hij bewaarde het toen hij het had bereid. Dus toen de tijd voor het diner was aangebroken en de rest van de gasten en Harpagus aanwezig waren, werd Astyages en de anderen lamsvlees geserveerd, maar Harpagus dat van zijn eigen zoon, alles behalve het hoofd, de handen en de voeten, die apart lagen in een afgedekte mand. Toen Harpagus genoeg gegeten had, vroeg Astyages hem: "Heb je genoten van je maaltijd, Harpagus?" "Geweldig," antwoordde Harpagus. Vervolgens brachten zij wiens taak dit was, het hoofd, de handen en de voeten, verborgen in de mand en ze stonden voor Harpagus en zeiden hem het te openen en te nemen wat hij lekker vond. Harpagus deed dit; hij opende de mand en zag wat er over was van zijn zoon. Hij zag dit, maar hield zichzelf in de hand en bleef rustig. Astyages vroeg hem: "Weet je van welk beest je vlees hebt gegeten?" "Dat weet ik," zei hij, "en alles wat de koning doet, is aangenaam." Met dat antwoord nam hij wat overgebleven was van het vlees mee en ging naar huis. Daar, denk ik, was hij van plan om alles te begraven.
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

vrijdag 28 december 2012

Vrouwen stelen is niet goed te praten, maar...

Twee van de grote oorlogen uit de vroege Oudheid waen de Perzische Oorlogen tussen de Griekse stadstaten en het machtige Perzische Rijk. Dit conflict is de hoofdmoot van de Historiën, het geschiedwerk van de Vader van de Geschiedschrijving, Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr). 

In het openingsboek van de Historiën bespreekt Herodotus wat volgens hem de oorzaken van dit conflict zijn geweest. Hij gaat hiervoor diep terug in de geschiedenis en de mythologie (die natuurlijk ook gewoon heeft plaatsgevonden) en komt tot de conclusie dat de strijd tussen de Grieken en de Perzen voortkomt uit het roven van vrouwen over en weer.

Interessant is dat Herodotus zich probeert in te leven in de gedachten van de vijand, de Perzen. Volgens hen was het conflict te wijten aan de overreactie van de Grieken nadat de Trojanen Helena van Sparta hadden meegenomen. Herodotus parafraseert wat de Perzen van deze reactie vonden (Historiën I.4:1-4):
Tot dusver is er niets ergers gebeurd dan vrouwen stelen over en weer; maar voor wat vervolgens gebeurde, zeggen ze [de Perzen], waren de Grieken schuldig; want het waren de Grieken die in militaire zin de aanvallers waren. Jonge vrouwen ontvoeren, vinden ze, is inderdaad niet goed te praten; maar het is belachelijk om er na de gebeurtenis zo'n gedoe van te maken. Het enige verstandige dat je kunt doen, is er geen aandacht aan besteden; want het is overduidelijk dat geen enkele jonge vrouw zich laat ontvoeren als ze dat niet wil. De Aziaten namen volgens de Perzen de ontvoeringen van vrouwen licht genoeg op, maar de Grieken niet: de Grieken brachten een groot leger op de been, vielen Azië binnen en vernietigden het koninkrijk van Priamus [Troje], omwille van één vrouw uit Sparta.
Een behoorlijk kritische houding ten opzichte van de ons-groep in het conflict. Herodotus wordt vaak verweten niet kritisch genoeg te zijn in de behandeling van het bronnenmateriaal voor zijn onderzoek. Zo valt er wat tegen in te brengen dat legendes en mythen zoals de Trojaanse Oorlog en de schaking van Medea niet thuis horen in een geschiedwerk, maar de conclusies die eruit volgen, Herodotus durft ze wel te trekken.