Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Socrates. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Socrates. Alle posts tonen

vrijdag 3 mei 2013

Dan niet hè!

Een klein halfjaar geleden kwam de dood van de grote Griekse filosoof Socrates (±470 - 399 v.Chr.) al eens aan bod. Socrates stierf door het drinken van gif. Dat was zijn straf omdat hij veroordeeld was voor het niet eren van de traditionele goden, het introduceren van nieuwe goden en het hebben van een negatieve invloed op de jeugd van Athene. Dit verhaal is wel bekend.

Socrates had echter wel een aantal medestanders, waaronder de redenaar Lysias die een speech had geschreven om Socrates vrij te pleiten. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt wat Socrates' reactie op de speech was (Socrates 40-41):
[...] De filosoof [Socrates] las, nadat Lysias een verdedigingsrede voor hem had geschreven, deze door en zei: "Een prachtige speech, Lysias; maar het is niet geschikt voor mij." Want het was simpelweg meer gerechtelijk dan filosofisch. Lysias zei: "Als het een prachtige speech is, hoe kan het dan niet geschikt voor je zijn?" "Nou," antwoordde hij, "zouden een prachtig gewaad en prachtige schoenen niet net zo ongeschikt zijn voor mij?"
Dan niet hè!

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

zondag 21 april 2013

Schapen en vrienden

Een klein jaar geleden besprak ik de grote Griekse filosoof Epicurus (341 - 270 v.Chr.) en wat hij over vriendschap zei. Vandaag komt de visie op vriendschap van de eerste naam die bij de meeste mensen opkomt als je het hebt over oudgriekse filosofie: Socrates (±470 - 399 v.Chr.). De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) is één van de bronnen over het leven van Socrates die zelf (als hij al bestaan heeft, waar niemand zeker van is) geen teksten heeft geschreven die de tand des tijds hebben overleefd. In zijn biografie van Socrates zegt hij niet zozeer wat Socrates van vriendschap vond (Alkibiades misschien?). Wel merkt hij op dat er op een merkwaardige manier wordt gekeken naar vriendschap (Socrates 30):
Hij zei altijd dat het gek was dat, als je een man vroeg hoeveel schapen hij had, hij makkelijk het precieze aantal kon zeggen; maar hij kon zijn vrienden niet noemen of zeggen hoeveel hij er had, zo weinig waarde werd daaraan toegekend.
Als ik er over nadenk, kan ik wel een aantal vrienden specifiek aanwijzen of tellen, maar wanneer ben je een vriend?

donderdag 3 januari 2013

Alkibiades komt het feestje verzieken

Zoals eerder aan bod kwam, hielden mannen in de Griekse Oudheid zich vaak bezig met drinkfestijnen, Symposia. Mensen genieten samen drank en wat er verder gebeurt, dat hangt af van het gezelfschap. Soms waren er interessante filosofische discussies, soms dronk men zichzelf lam en maakte gebruik van de diensten van ingehuurde dames. Soms was het van alles een beetje.

In zijn werk Symposion brengt de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) twee van die feesten samen. De filosofen van het Symposium worden vergezeld door één van de merkwaardigste mannen uit de Griekse geschiedenis, de generaal Alkibiades (450 - 404 v.Chr.) die stomdronken aan de deur verschijnt en verwelkomd wordt onder de aanwezigen. Dan komt Alkibiades de filosoof Socrates tegen. Plato brengt verslag uit van wat over en weer werd uitgesproken (Symposion 213b-d, pagina 37):
[Alkibiades zei:] "Bij Herakles. Wat is dat nu? Sokrates? Wat doet gij hier? Uitgerekend gij ligt daar weer te loeren - zoals altijd - klaar om plotseling weer op te duiken op die momenten dat ik dat het minste verwacht! Hoe zijt ge nu juist hier weer terecht gekomen? Waarom ligt ge net op deze plaats aan tafel? Waarom niet naast Aristophanes of bij een ander die ook geestig is en zin heeft in een geestig gesprek? Hoe hebt ge het nu weer zo klaargespeeld dat ge precies naast de mooiste man van alle aanwezigen aanligt?""Agathoon [de gastheer]," riep Sokrates, "probeer me toch te hulp te komen. Want de liefde voor deze mens is mij geen geringe last geworden. Sinds de tijd dat ik hem lief kreeg, mag ik naar geen enkele schone jongeling meer kijken of een gesprek aangaan, zonder dat Alkibiades zich wonderlijk gaat gedragen, jaloers en afgunstig als hij is. Dan gaat hij schelden en hij kan zijn handen slechts met moeite thuis houden. Pas dus op dat hij ook nu niet iets begint, maar probeer ons te verzoenen. En als hij er toch op los wil slaan, bescherm me dan, want ik ben werkelijk doosbenauwd voor zijn razernij en zijn alles opeisende aanhankelijkheid."
Het was zo gezellig...

Boekentip voor vandaag: Plato, The Symposium of Plato

vrijdag 16 november 2012

Ik heb toch niet voor niets de vrouwen weggestuurd!

Gisteren was de Dag van de Filosofie en dat is een goede reden om de grote Griekse filosoof Socrates (±470 - 399 v.Chr.) te behandelen. Omdat hij zelf geen werken heeft nagelaten, moeten we leunen op het werk van anderen om achter zijn denkbeelden en biografie te komen. Zijn leerling, Plato (±427 - 347) is daarvan de bekendste. Vandaag aandacht voor één van de bekendste stukken uit de geschiedenis van de filosofie, de sterfscène van Socrates in Plato's Phaedo uit het begin van de vierde eeuw v.Chr.

Socrates is overleden omdat hij de doodstraf kreeg, zoals eerder al eens aan bod gekomen. Hij werd veroordeeld voor het niet aanbidden van de goden, nieuwe goden te introduceren en een slechte invloed op kinderen te hebben en omdat hij besloot niet te vluchten, mocht hij een gifbeker leegdrinken waardoor zijn spieren verlamd raakten, tot het hart toe. Socrates pleegde deze gedwongen zelfmoord in het bijzijn van zijn vrienden, waaronder Plato. Hij had net zijn familie (vrouwen en kinderen) weggestuurd toen hij de beker aangereikt kreeg. Plato vertelt (Phaedo 117c-117e, p.47): 
Met deze woorden [een sober gebed tot de goden] nam hij de beker en heel vlot en rustig dronk hij die leeg. De meesten van ons waren er tot op dat ogenblik in geslaagd de tranen in te houden, maar toen we hem zagen drinken tot de laatste druppel, ging dat niet meer en ondanks mezelf vloeiden de tranen rijkelijk, zodat ik mijn gezicht moest afwenden, niet om zijn lot, maar om het mijne: beroofd te worden van zo'n man als vriend. Nog eerder dan ik had Kritoon zich afgewend, toen hij niet meer in staat was zijn tranen in te houden. Apollodoros, die al eerder had zitten wenen, brak ook nu in luid gesnik uit en daaraan ontkwam niemand van de aanwezigen, behalve Sokrates zelf. Hij zei: Wat doen jullie nu, rare mensen! Ik heb toch niet voor niets de vrouwen weggestuurd, zodat het niet zo'n huilpartij zou hoeven worden, want ik heb gehoord dat sterven moet geschieden bij een goede klank. Houdt u dus in en beheerst u.
Het is altijd wat, met dat gejank van die Griekse filosofen. Een mens kan niet eens rustig sterven!

donderdag 27 september 2012

Geniaal en merkwaardig

Het is opvallend dat misschien wel hét klassieke voorbeeld van de filosoof uit de oudheid, Socrates (±470 - 399 v.Chr.) nog nooit prominent is gepasseerd in dit blog. Het is zelfs zó erg dat we in de antieke filosofie spreken van een waterscheiding tussen de presocratics en de filosofen ná Socrates. Vandaar ook dat ik een verzoeknummertje uithaal en hem bespreek. Socrates heeft zelf nooit iets geschreven en we moeten voor zijn leven en zijn werk terugvallen op latere bronnen als Plato (±427 - 347 v.Chr.), Xenophon (± 430 - 355 v.Chr.) en de onvermijdelijke Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.).

Socrates komt vooral prominent voor in de dialogen van Plato, waaronder het al eens eerder genoemde Symposion. In dit werk laat Plato een aantal mannen opdraven op een drinkfeest, waaronder Socrates. Voor het feest komt Socrates zijn goede vriend Aristodemos tegen en vraagt hem mee te gaan. Socrates was uitgenodigd, maar Aristodemos niet, dus ging hij als gast van Socrates mee. Alleen onderweg raakte Socrates steeds verder in gedachten verzonken en raakte achter. Aangekomen bij het feest kwam hij de gastheer tegen. Plato vertelt verder (Symposion 174e, pagina 5):
En zodra Agathoon [de gastheer] hem opmerkte, riep hij: Beste Aristodemos, ge bent precies op tijd om de maaltijd met ons te nuttigen. Maar als ge om een andere reden zijt gekomen, vergeet die dan maar even, want ik heb u gisteren al lopen zoeken om u voor deze maaltijd uit te nodigen maar ik kon u nergens vinden. Maar waarom is Sokrates niet meegekomen? Aristodemos keek achterom maar Sokrates was in geen velden of wegen te bekennen. Dus moest hij nu zelf het verhaal doen waarom hij met Sokrates was meegegaan en deze hem voor dit feestmaal had uitgenodigd.
Omdat Socrates nergens te bekennen was, liet Agathoon Aristodemos vast plaatsnemen in de zaal en liet een tafeljongen Socrates zoeken. Plato vertelt verder (Symposion 175a, pagina 6)

Toen kwam juist een van de andere tafeljongens binnenlopen met de mededeling, dat die Sokrates die ze 
moesten zoeken, zijn toevlucht had gezocht in het portiek van de buren en dat hij daar maar bleef staan en niet naar binnen wenste te komen, zelfs niet als ze hem riepen.
Merkwaardige figuur, die genie. Valt soms geen pijl op te trekken!