[de vloot werd met de buit weggestuurd.] Sommige van de schepen die de buit van Heraclea meevoerden, zonken door hun gewicht niet ver van de stad en anderen werden het ondiepe water in gestuwd door de Noordelijke wind en verloren daardoor veel van hun lading.Typisch weer. Waarom nou niet twee keer varen?
Posts tonen met het label Romeinse republiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Romeinse republiek. Alle posts tonen
donderdag 30 januari 2014
Teveel glimmende troep
Soldaten in de Oudheid zijn een merkwaardig slag mensen. Generaals moesten van hele goede huize komen om ze altijd onder de duim te houden. Zoals we hebben gezien konden zelfs de beste generaals niet altijd voorkomen dat de soldaten deden waar ze in feite voor kwamen: proberen rijkdommen bij elkaar te harken. Soms ging het veel verder, dat de soldaten hun eigen ruiten ingooiden. De Griekse historicus Memnon van Heraclea (1e eeuw n.Chr.) vertelt over Romeinse troepen die besluiten wel heel erg veel spullen mee te zeulen als ze stad na stad plunderen in de strijd tegen de Pontische koning Mithradates VI (±119 - 63 v.Chr.). Dit leverde problemen op (Geschiedenis van Heraclea 36):
dinsdag 28 januari 2014
Au!
We hebben eerder gezien hoe keizer Valentinianus I (321 - 375 n.Chr.) zichzelf in een woede-aanval doodbrieste. Dat soort dingen gebeurt soms. We hebben ook gezien dat niet alle grote veldheren uit de Oudheid altijd even vrij van nare ziektes waren. Eén van de grootste, Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) combineerde beide eigenaardigheden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) leverde dit een nogal onaangenaam schouwspel op. Plutarchus vertelt wat er gebeurde toen iedereen in Rome door begon te krijgen dat Sulla zeer binnenkort zou komen te overlijden en dit zorgde ervoor dat mensen daar wat mee deden (Sulla 37.3-4):
En één dag voor hij stierf, toen hij hoorde dat de magistraat daar [in Dicaearchia, vlakbij Napels], Granius, weigerde een schuld aan de schatkist terug te betalen omdat hij verwachtte dat hij [Sulla] snel zou sterven, riep hij hem bij zich in zijn kamer. stationeerde zijn slaven om hem heen en beval hen hem te wurgen; maar met de druk die hij op zijn stem en lichaam zetten, scheurde hij zijn abces en verloor een grote hoeveelheid bloed. Hierdoor verliet zijn kracht hem en na een verschrikkelijke nacht stierf hij, twee kinderen bij zijn Metella achterlatend.Au! Gewoon au!
maandag 20 januari 2014
Het zwaard en het papierwerk
Het is voor hen die de Romeinse geschiedenis bestuderen moeilijk om mensen uit elkaar te houden en dat is niet in de laatste plaats omdat de Romeinen weinig origineel waren in hun keuze van namen. De keizerlijke familie van de Julisch-Claudische periode hing aan Gaiussen en Agrippina's aan elkaar en ook eerder leverde naamsverwarring problemen op, zoals we hebben gezien bij de onfortuinlijke dichter Gaius Helvius Cinna die toevallig dezelfde naam had als een gehaat vijand van het volk.
Precies dezelfde naam als het toen bedoelde slachtoffer van de lynchpartij had diens vader, de consul uit 87 v.Chr., Lucius Cornelius Cinna (±130 - 84 v.Chr.). Deze Cinna was diep betrokken in de strijd tussen de populares en de optimates waar de laatste fase van de Romeinse republiek grotendeels door bepaald werd. Hij was als popularis als consul verantwoordelijk voor de vervolging van zijn politieke tegenstanders. Aangezien dit er niet lichtzinnig aan toe ging, raakte hij in de problemen toen de optimates bleken te winnen. Een centurion wist de vluchtende Cinna in de kraag te vatten met als doel hem te doden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) was dit wat er gebeurde (Pompeius 5):
Precies dezelfde naam als het toen bedoelde slachtoffer van de lynchpartij had diens vader, de consul uit 87 v.Chr., Lucius Cornelius Cinna (±130 - 84 v.Chr.). Deze Cinna was diep betrokken in de strijd tussen de populares en de optimates waar de laatste fase van de Romeinse republiek grotendeels door bepaald werd. Hij was als popularis als consul verantwoordelijk voor de vervolging van zijn politieke tegenstanders. Aangezien dit er niet lichtzinnig aan toe ging, raakte hij in de problemen toen de optimates bleken te winnen. Een centurion wist de vluchtende Cinna in de kraag te vatten met als doel hem te doden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) was dit wat er gebeurde (Pompeius 5):
Toen de vluchtende Cinna dor een van de centurions die hem met getrokken zwaard achtervolgde, was gepakt, viel hij voor hem op de knieën en overhandigde zijn zegelring die van grote waarde was. Maar de centurion zei met grote onbeschaamdheid: "Ik ben niet gekomen om documenten te verzegelen, maar om een wetteloze en kwaadaardige tyran te straffen," en hij doodde hem.Dit was wél de goeie Cinna.
donderdag 16 januari 2014
Als jij zo goed bent, zegt dat niets over anderen
Eerder kwam de redenaar Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) al eens aan bod toen hij tips gaf voor het geven van een goede voordracht. Wat ik toen niet vertelde was dat de tekst die Cicero schreef de vorm had van een gesprek tussen een aantal anderen. Dit hebben we eerder ook bij de filosoof Plato (± 427 - 347 v.Chr.) gezien trouwens. Het gesprek over redenaarskunst gaat tussen twee leden van een belangrijk Romeins priestercollege, Quintus Mucius Scaevola Augur (± 170 - ± 87 v.Chr) en Lucius Licinius Crassus (140 - 91 v.Chr.). Crassus stelt in de discussie dat de redenaarskunst de hoogste kunst is en dat die alles eromheen beheerst. Scaevola is het hier niet mee eens en antwoordt op karakteristieke wijze voor dit soort elite-gesprekken (De ideale redenaar I.44):
Boekentip voor vandaag:
Cicero, De ideale redenaar
Marcus Tullius CiceroBron: Wikipedia
Het is al heel wat, dat je ervoor kunt instaan, dat bij processen de zaak die jij bepleit [redenaarskunst was vooral bruikbaar in rechtszaken; Cicero was boven alles vooral jurist] de beste en geloofwaardigste lijkt te zijn, dat jouw woorden de grootste overtuigingskracht hebben bij het verzamelde volk en bij senaatsoverleg, kortom dat wat jij zegt door verstandige mensen ervaren wordt als goed geformuleerd en door onnozele lieden zelfs als de waarheid. Alles wat je meer kunt dan dit, zal voor mij niet behoren tot het vermogen van de redenaar, maar tot dat van Crassus, en wel door zijn eigen bijzondere vaardigheid, niet door de vaardigheid van de redenaar als zodanig.Interessant in dit stukje is de verwijzing naar slimme en domme mensen. De Romeinse elite was behoorlijk elitair. De naam Scaevola is eerder als held naar voren gekomen in dit blog en het is geen verrassing dat de Scaevola uit dit stukje diens bijnaam ("de linkshandige") nog steeds droeg, al had hij zelf zijn rechterhand niet laten verbranden. Het is iets om trots op te zijn om uit een belangrijke en roemrijke familie af te stammen en het is zelfs iets dat noodzakelijk is, wil je überhaupt iets snappen van de slimmigheden van dat milieu.
Boekentip voor vandaag:
Cicero, De ideale redenaar
dinsdag 14 januari 2014
Het gewicht in goud
We hebben eerder gezien dat het leven van een sociaal hervormer in de late Romeinse republiek niet over rozen ging. Tiberius Sempronius Gracchus (overleden in 133 v.Chr.) kreeg zijn plannen voor landhervormingen niet door de politieke arena en moest dat bekopen met zijn leven. Zijn jongere broer Gaius (154 - 121 v.Chr.) pakte de handschoen op toen zijn broer de Tiber in werd gegooid en kwam een aantal jaar later met zijn eigen voorstellen.
Gaius had niet alleen net even iets radicalere denkbeelden dan zijn broer, maar leek succesvoller te zijn dan Tiberius. Zó succesvol zelfs dat er een prijs op zijn hoofd werd gezet door de conservatieve tegenstanders in de senaat. Wie het hoofd van Gaius Gracchus brengt, krijgt het gewicht ervan in goud. Ik hoef niet uit te kauwen of hij het overleefde, maar de Griekse historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat er gebeurde, een truuk die je alleen van Romeinen kunt verwachten (Gaius Gracchus XVII.4):
Dus stak Septimuleius het hoofd van Gaius op een speer en bracht het naar Opimius [consul en groot tegenstander van Gracchus] en toen het op een weegschaal werd gelegd, woog het zeventien tweederde pond, omdat Septimuleius zichzelf niet alleen een smeerlap [hij was een vriend van Gaius Gracchus] , maar ook een bedrieger toonde; want hij had de hersenen verwijderd en vloeibare lood op de plaats gegoten.Er staat nergens dat we niks met het hoofd mochten doen. Romeinse inventiviteit!
vrijdag 10 januari 2014
Verwrongen metaal op het Romeinse slagveld
Een belangrijk onderdeel van de vroegere Romeinse legers, in de periode voor de legerhervormingen van Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) waren de velites. Deze lichtbewapende soldaten werden doorgaans opgesteld vóór de zwaarder bewapende troepen van het Romeinse leger. Ze hadden één taak: gooi je speren naar de vijand en zoek dan dekking achter de andere soldaten. Deze tactiek leverde doorgaans geen grote winsten op, maar voor de vijand wat voor elkaar kon krijgen, lagen er alvast een aantal dood en gewond op het slagveld, met alle gevolgen van dien.
Nu is er een probleem met het gooien van grote hoeveelheden speren naar de vijand: na enige tijd heeft de vijand een grote hoeveelheid speren om te gooien. Dit zorgt ervoor dat niet alleen bij de vijand doden vallen voor de slag echt begonnen is, maar ook bij de Romeinen. Dit gebeurde alleen niet, zo merkt de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op. Dat had te maken met specifieke kenmerken in het design van de werpsperen (Romeinse Geschiedenis VI.22.4):
Meer info over de Romeinse legers in die tijd:
Mike Duncan, The History of Rome podcast. aflevering 14a & 14b.
![]() | |
| Velites in het computerspel Rome Total War |
Nu is er een probleem met het gooien van grote hoeveelheden speren naar de vijand: na enige tijd heeft de vijand een grote hoeveelheid speren om te gooien. Dit zorgt ervoor dat niet alleen bij de vijand doden vallen voor de slag echt begonnen is, maar ook bij de Romeinen. Dit gebeurde alleen niet, zo merkt de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) op. Dat had te maken met specifieke kenmerken in het design van de werpsperen (Romeinse Geschiedenis VI.22.4):
De houten schacht van de speer mat ongeveer twee cubiti [ongeveer 90 cm] in lengte en was ongeveer net zo dik als de breedte van een vinger. De punt was ongeveer een span van de hand [ongeveer 20 cm] lang en was in een dermate fijne hoek gehamerd dat het onherroepelijk zou buigen bij de eerste impact en de vijand niet in staat is hem terug te gooien. Als dit niet het geval was, zou het projectiel voor beide zijden beschikbaar zijn.De oorlogen tegen de Carthagers waren dus letterlijk een slagveld vol verwrongen metaal!
Meer info over de Romeinse legers in die tijd:
Mike Duncan, The History of Rome podcast. aflevering 14a & 14b.
zaterdag 4 januari 2014
Strategisch buiten spelen
Vorige maand besprak ik dat de veldtocht van de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) tegen Gnaeus Domitius Ahenobarbus niet geweldig op gang kwam. Uiteindelijk won Pompeius met zijn troepen betrekkelijk eenvoudig en bracht de regio in Noord-Afrika stevig onder controle. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) bracht Pompeius bij de bevolking 'een gezonde angst en respect voor de Romeinen' terug. Daar bleef het echter niet bij, want Pompeius wilde echt indruk maken (Pompeius XII.5):
Hij verklaarde dat zelfs de wilde dieren in hun Afrikaanse holen niet gespaard zouden moeten worden van de moed en de kracht van de Romeinen en daarom besteedde hij een paar dagen aan het jagen op leeuwen en olifanten.Nooit een excuus te slecht voor een feestje, nietwaar, Pompeius?
dinsdag 17 december 2013
Iemand voor een muur zetten
| Het Romeinse leger verloor de slag bij Agendicum (107 v.Chr.) en werden gedwongen onder het juk te passeren. Bron: Wikipedia |
In de beginfase van zijn veldtocht, in 58 v.Chr., kwam Caesar in contact met de Helvetii, een volk in het huidige Zwitserland. De Helvetii waren geduchte tegenstanders die eerder een Romeins leger in de pan hadden gehakt en de overlevenden gedwongen hadden onder het juk te gaan, een grove belediging voor een verliezend leger. De Helvetii kwamen later echter in lastiger vaarwater terecht omdat een aantal andere Keltische en Germaanse stammen probeerden heerschappij over heel Gallië, dus ten koste van de Helvetii, te verkrijgen. Om die reden besloten de Helvetii richting Romeins gebied te trekken met het verzoek daar de grens over te steken.
Caesar wilde er duidelijk voor zorgen dat een belediging als die bij Agendicum had plaatsgevonden, hem niet zo overkomen. Daarnaast had hij geen vertrouwen in het vermogen van de Helvetii zich te gedragen binnen de Romeinse grenzen. Dus besloot hij een truuk uit te halen (Gallische Oorlog 7-8):
[...Caesar wilde de Helvetii niet doorlaten...] Toch antwoordde hij [Caesar schreef in de 3e persoon enkelvoud over zichzelf] de gezanten dat hij tijd nodig had om erover na te denken en dat ze, als ze wat wilden op de dag voor 13 april moesten terugkomen.Ondertussen bouwde hij met de legioenen die hij bij zich had en de soldaten die zij hadden verzameld vanuit de Provincie een doorlopende muur, zestien Romeinse voet hoog [bijna 5 meter] en een gracht vanaf het Meer van Genève, die in de Rhône stroomt, naar de Jura, die het gebied van de Helvetii van dat van de Sequani scheidt, over een afstand van negentien Romeinse mijl [ongeveer 28,5 km].Caesar versterkte de muur en de regio eromheen met forten en troepen en wachtte tot 12 april. Toen de Helvetii terugkwamen, stonden ze voor een muur van vijf meter hoog en bijna dertig kilometer lang. Caesar's antwoord was: nee.
Boekentip voor vandaag:
Julius Caesar, Oorlog in Gallië
maandag 9 december 2013
De hoofdregel voor politici
Eerder besprak ik een stukje van de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) die meende dat een architect van alle markten thuis moest zijn in de kunsten en de wetenschappen. Idee hierachter was dat bij de Romeinen werkzaamheden veel minder verdeeld waren dan tegenwoordig. Waar het leger tegenwoordig speciale infanteriegeneraals en artillerie-leiders had die elkaar niet kunnen vervangen, en waar het bouwen van een huis tegenwoordig allerlei specialisten vergt (van een landmeter tot een architect en van een metselaar tot een stucadoor) deed een beetje Romeins vakman alles zoveel mogelijk zelf. Een mooi voorbeeld hiervan is de steun en toeverlaat van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.), Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.) die niet alleen de veld- en zeeslagen voor Augustus uitvocht, maar ook het Pantheon bouwde.
Architectuur is een toegepaste tak van sport; je hebt er allerlei kennis voor nodig, zeker als je alles zelf moet regelen. Ditzelfde geldt voor een andere bezigheid, eentje waar één van de grote zwaargewichten uit de Romeinse Republiek, Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.), zich vaak mee bezighield. Dit is de welsprekendheid. In de Oudheid, met name in Griekenland, is altijd een discussie geweest tussen filosofen en redenaars. Socrates (± 470 - 399 v.Chr.) verzette zich tegen de welsprekende sofisten die veel aandacht besteedden aan de vorm van een argument en niet alleen aan de inhoud, Socrates' kindje. Volgens Socrates leidde het mooie taalgebruik van een redenaar af van de inhoud van zijn betoog.
Cicero kijkt er op een andere manier naar, meer zoals Vitruvius. Goed kunnen spreken is een machtig wapen, maar alleen als aan een belangrijke voorwaarde is voldaan (De ideale redenaar I.20 (p. 17)):
Boekentip voor vandaag:
Cicero, De ideale redenaar
Architectuur is een toegepaste tak van sport; je hebt er allerlei kennis voor nodig, zeker als je alles zelf moet regelen. Ditzelfde geldt voor een andere bezigheid, eentje waar één van de grote zwaargewichten uit de Romeinse Republiek, Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.), zich vaak mee bezighield. Dit is de welsprekendheid. In de Oudheid, met name in Griekenland, is altijd een discussie geweest tussen filosofen en redenaars. Socrates (± 470 - 399 v.Chr.) verzette zich tegen de welsprekende sofisten die veel aandacht besteedden aan de vorm van een argument en niet alleen aan de inhoud, Socrates' kindje. Volgens Socrates leidde het mooie taalgebruik van een redenaar af van de inhoud van zijn betoog.
| Cicero houdt een rede tegen Catilina Bron: Wikipedia |
Naar mijn mening zal niemand een onvolprezen redenaar kunnen zijn, als hij zich geen kennis heeft verworven op alle belangrijke gebieden van kunst en wetenschap; immers, uit kennis van zaken moet de redevoering opbloeien en tot volheid komen. Heeft de redenaar niet terdege kennisgenomen van zijn stof, dan is de stilistische inkleding van zijn betoog leeg en zinloos, ja bijna onnozel.Een mooi stukje advies voor de politici van tegenwoordig.
Boekentip voor vandaag:
Cicero, De ideale redenaar
zaterdag 7 december 2013
Het spektakel op de werkvloer
Niets is frustrerender voor een generaal dan dat je mannen besluiten dat ze beter iets anders kunnen doen dan naar je luisteren. Zo had ook de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) een tijdje geen enkele mogelijkheid om zijn mannen te laten doen wat hij wilde. Ze hadden een ander idee en waren daar te druk mee bezig om naar hun bevelhebber te luisteren.
In het begin van Pompeius' militaire carrière was er sprake van een groot conflict in de Romeinse elite. Twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar en voerden een bittere strijd. De ene groep werd geleid door Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) en de andere groep door Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeius schaarde zich onder de volgelingen van Sulla. Eén van de volgelingen van Marius was Gnaius Domitius Ahenobarbus en hij had een flink leger onder zich. Met dat leger vertrok hij vanuit zijn uitvalsbasis op Sicilië naar Noord-Afrika en bezette de regio. Sulla stuurde Pompeius om daar wat aan te doen.
De biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) laat optekenen dat Pompeius bij aankomst al duizenden van Domitius' mannen liet overlopen, maar plotseling gebeurde er iets dat zelfs Plutarchus absurd vond (Pompeius 11.3-4):
In het begin van Pompeius' militaire carrière was er sprake van een groot conflict in de Romeinse elite. Twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar en voerden een bittere strijd. De ene groep werd geleid door Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) en de andere groep door Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeius schaarde zich onder de volgelingen van Sulla. Eén van de volgelingen van Marius was Gnaius Domitius Ahenobarbus en hij had een flink leger onder zich. Met dat leger vertrok hij vanuit zijn uitvalsbasis op Sicilië naar Noord-Afrika en bezette de regio. Sulla stuurde Pompeius om daar wat aan te doen.
De biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) laat optekenen dat Pompeius bij aankomst al duizenden van Domitius' mannen liet overlopen, maar plotseling gebeurde er iets dat zelfs Plutarchus absurd vond (Pompeius 11.3-4):
Het schijnt dat een aantal soldaten op een schat was gestuit en er een grote hoeveelheid geld aan hadden overgehouden. Toen dit bekend werd, stelde de rest van het leger zich massaal voor dat de plaats vol geld dat de Carthagers in een tijd van rampspoed hadden verstopt, lag. Zodoende kon Pompeius gedurende vele dagen niets met zijn soldaten doen omdat ze op zoek waren naar schatten, maar hij ging staan lachen om het spektakel van een ontelbaar aantal mannen die stonden te graven en te de grond stonden om te woelen. Uiteindelijk waren ze het zoeken beu en vroegen ze Pompeius om hen te leiden waarheen hij wilde, en hij verzekerde hem dat ze voldoende gestraft waren voor hun stompzinnigheid.Wat is er frustrerender dan heel veel tijd en moeite besteden aan iets dat helemaal niets oplevert? De soldaten moeten geluk hebben gehad dat Pompeius er plezier aan had beleefd, want dit soort gedrag is wel eens anders afgelopen...
woensdag 13 november 2013
Marx en de Romeinen
Misschien wel het interessantste uit het werk van de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) is het feit dat hij begrijpt dat er met de Romeinen iets fundamenteel anders is dan met andere volkeren. Dit zit hem in de staatsinrichting van de Romeinse Republiek die anders is dan de verschillende systemen van andere staten.
Een paar maanden geleden kwam Polybius' idee van staatsinrichting al eens aan bod. Vandaag kijken we een paar regels verder en komt een stuk aan bod waar de 19e eeuwse filosoof Karl Marx (1818 - 1883 n.Chr.) wel wat mee had gekund. Polybius ontwaart namelijk ontwikkelingen van de ene naar de andere vorm van staatsinrichting (Romeinse Geschiedenis VI.4.6-10):
Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Karl Marx, Capital
Een paar maanden geleden kwam Polybius' idee van staatsinrichting al eens aan bod. Vandaag kijken we een paar regels verder en komt een stuk aan bod waar de 19e eeuwse filosoof Karl Marx (1818 - 1883 n.Chr.) wel wat mee had gekund. Polybius ontwaart namelijk ontwikkelingen van de ene naar de andere vorm van staatsinrichting (Romeinse Geschiedenis VI.4.6-10):
We moeten dus vaststellen dat er zes vormen van staatsinrichting zijn: de drie eerdergenoemden [democratie, aristocratie en koningschap] die op de tong van een ieder liggen en de drie die daar natuurlijkerwijs aan gelieerd zijn. Ik bedoel monarchie [één iemand aan de macht, zonder de koninklijke connotatie], oligarchie en het bewind van het gepeupel. De eerste van deze vormen die ontstaat is monarchie omdat het een natuurlijke staat is en zonder hulp tot stand komt; vervolgens ontwikkelt zich uit deze monarchie een echt koningschap door de hulp van de kunsten en het corrigeren van tekortkomingen. Dit degenereert in haar ondeugdelijke maar gelijksoortige vorm van tirannie en vervolgens geeft de opheffing van beide [tirannie en koningschap] ruimte voor het opkomen van een aristocratie. Het zit in de aard van aristocratie dat het degenereert naar een oligarchie en wanneer het volk uit woede voor de onrechtvaardige regering wraak neemt op de bestuurders, ontstaat democratie een vorm van regering die het bewind van het gepeupel voortbrengt om de serie te vervolmaken [want daarna kan een sterke man de leiding pakken en begint het weer opnieuw].Het grote verschil tussen de Romeinen en de rest is dat de Romeinen ervoor zorgen dat de drie 'goede' regeermethoden, koningschap, democratie en aristocratie, gecombineerd zijn in één vorm. Consuls spelen de rol van de koningen, de senaat is een aristocratisch orgaan en de volksvergadering zorgt voor het democratisch element. Hierdoor is de Romeinse staatsinrichting veel stabieler dan de rest en kan het zich onthouden van de ontwikkelingen. Polybius juicht dit toe en hier verschilt hij van Marx die meende dat de ontwikkelingen van regeervorm naar regeervorm uiteindelijk zouden leiden tot een perfecte vorm.
Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Karl Marx, Capital
maandag 11 november 2013
De zwerende generaal, de vrouwen en het ongedierte
Eerder kwam de fysieke conditie van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) aan bod. Achter de grote staatsman en meesterdelegeerder (vraag maar aan Gaius Cilnius Maecenas (70 - 8 v.Chr.) en Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.)) schuilde een man met veel fysieke ongemakken. Een andere grote man uit de Romeinse geschiedenis komt er niet veel beter vanaf. We hebben het al vaak gehad over Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.), in zijn hoedanigheid van generaal of politicus, maar ook deze grote man had wat fysieke problemen.
Sulla had grote fysieke problemen, als we de biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) moeten geloven - en dat komt ons hier goed uit. In zijn biografie van de politicus beschrijft Plutarchus dat het niet altijd even goed ging met Rome's eerste dictator voor onbepaalde tijd (gebruikelijk werd een dictator voor een periode van zes maanden aangesteld). Sulla had thuis een vrouw zitten, vertelt Plutarchus, maar dat zorgde er niet voor dat hij zich niet bezig hield met andere vrouwen. Hij vertelt verder (Sulla 36.2-3):
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV
Sulla had grote fysieke problemen, als we de biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) moeten geloven - en dat komt ons hier goed uit. In zijn biografie van de politicus beschrijft Plutarchus dat het niet altijd even goed ging met Rome's eerste dictator voor onbepaalde tijd (gebruikelijk werd een dictator voor een periode van zes maanden aangesteld). Sulla had thuis een vrouw zitten, vertelt Plutarchus, maar dat zorgde er niet voor dat hij zich niet bezig hield met andere vrouwen. Hij vertelt verder (Sulla 36.2-3):
Door deze levenswijze verergerde hij een ziekte die in het begin onbelangrijk was en gedurende lange tijd had hij niet eens in de gaten dat er zweren op zijn darmen zaten. Deze ziekte beschadigde zijn hele vlees ook en zette het om in wormen, zodat, ook al had hij velen in dienst om hen dag en nacht te verwijderen, datgene dat ze van hem afnamen was niets vergeleken met datgene dat er bij kwam bij hem. Zijn kleding, wastafels en voedsel waren geïnfecteerd met de stroom van bederf, zo gewelddadig was datgene dat zijn lichaam afstootte. Om die reden dompelde hij zichzelf vele keren per dag onder in water om zichzelf te reinigen en te schuren. Maar dit maakte niets uit, want de verandering haalde hem snel weer in en de zwerm van ongedierte tartte elke zuivering....En toch wilden de vrouwen bij hem in de buurt komen.
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV
donderdag 7 november 2013
Imitatie is een vorm van haat
Culturele beïnvloeding reikt vaak verder dan je denkt. Na een kleine twee jaar is het onderhand eens tijd om één van de belangrijkste woorden uit de studie van de Oudheid te noemen: Romanisering, het Romeins-worden van zij die aanvankelijk niet Romeins zijn, in welke vorm dan ook. Dit proces heeft een zeer brede betekenis en duikt op in verschillende maten. De Picten in het huidige Schotland kregen in een andere mate dingen mee van de Romeinen dan de Grieken en de Galliërs, maar ook zij hadden een zekere mate van romanisering. Dit is op zichzelf voldoende stof voor een blog. Voor nu laat ik het hierbij.
Een interessante episode in dit kader is de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.), niet te verwarren met de Griekse. Een aantal Italische gemeenschappen kwamen in opstand tegen Rome en besloten een machtscentrum op te zetten in de stad Corfinium in de Abruzzen. Volgens de Griekse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) hadden ze een specifieke manier van staatsinrichting in gedachten (Bibliotheek XXXVII.2.4-5):
Boekentip voor vandaag:
Diodorus Siculus, Library of History
L. de Blois en R.J. van der Spek, De kennismaking met de oude wereld (eerstejaardboek uit mijn studie)
Een interessante episode in dit kader is de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.), niet te verwarren met de Griekse. Een aantal Italische gemeenschappen kwamen in opstand tegen Rome en besloten een machtscentrum op te zetten in de stad Corfinium in de Abruzzen. Volgens de Griekse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) hadden ze een specifieke manier van staatsinrichting in gedachten (Bibliotheek XXXVII.2.4-5):
Verwikkeld in de oorlog met de Romeinen waren de Samnieten, de inwoners van Asculum, de Lucaniërs, de Piceni, de inwoners van Nola en andere steden en volkeren. Hun belangrijkste stad was Corfinium, recent als hoofdstad van de Italiërs ingesteld, en daar hadden ze, naast andere symbolen van politieke macht, een groot forum en raadsgebouw opgericht en een overvloedige opslag van geld en andere benodigdheden voor de oorlog, en een heleboel voedsel. Ze zetten ook een gezamenlijke senaat van vijfhonderd leden op, waaruit mannen voor promotie werden geselecteerd die waardig waren om het land te regeren en te zorgen voor de algemene veiligheid. Zij vertrouwden de leiding over de oorlog aan hen toe en gaven de senatoren volmacht om te handelen. Laatstgenoemden zorgden ervoor dat jaarlijks twee consuls en twaalf praetoren zouden worden gekozen.Doel was een alternatief te scheppen voor Rome. Opvallend is dat dit alternatief wel verdacht veel lijkt op datgene waar ze zich zo tegen verzetten. Romanisering ging vaak veel verder dan je zou denken, een beetje zoals de filialen van grote Amerikaanse fastfood-ketens in Iran.
Boekentip voor vandaag:
Diodorus Siculus, Library of History
L. de Blois en R.J. van der Spek, De kennismaking met de oude wereld (eerstejaardboek uit mijn studie)
maandag 30 september 2013
Dertien tegen ruim honderdduizend
Veldslagen uit de Oudheid komen soms behoorlijk gedetailleerd terug in de bronnen. We lezen hoe de linkerflank zich om de legers van de vijand heen manoeuvreerde en hoe deze een aanval in de rug plaatste terwijl het centrum frontaal op de vijand inrende. Zoals we eerder hebben gezien, ontbreekt er vaak één belangrijk element in de teksten over de veldslagen: aantallen. Soms spreken de bronnen elkaar tegen, soms zijn de cijfers simpelweg belachelijk.
Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Foreign Wars
Eergisteren repte ik even over de Slag bij Chaeronea (86 v.Chr.), de geboorteplaats van Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.). Dit is ook zo'n geval waar je je afvraagt of de cijfers wel kloppen. We weten dat er een grote veldslag heeft plaatsgehad en we weten dat de Romeinen onder Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.) de troepen van Pontus onder Archelaüs versloeg en het lijkt erop dat dat overtuigend geweest is en er weinig heel gelaten is van de vijand, maar de cijfers slagen er niet in om me te overtuigen.
Volgens de Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) bestond het leger van Pontus uit ongeveer 120.000 man en had Sulla zo'n 40.000 man onder zijn commando. In de beginfase van de veldslag leken de Romeinen te worden afgeslacht, maar zij raakten niet in paniek en namen het initiatief over. Uiteindelijk vluchtten de vijanden naar hun kamp waar vrijwel niemand veilig wist aan te komen. Appianus geeft de cijfers (Mithradatische Oorlogen VI.45):
Archelaüs en de anderen die afzondrlijk waren gevlucht, kwamen samen in Chalcis. Niet meer dan 10.000 van de 120.000 hadden het overleefd. De verliezen bij de Romeinen waren slechts vijftien en twee van hen kwamen later opdagen.Een overtuigende overwinning. Drie volle voetbalstadions aan doden voor de ene kant, wat bij mij kwam kijken toen ik voetbalde aan de andere kant. Daar kan ik mee leven!
Boekentip voor vandaag:
Appianus, The Foreign Wars
zaterdag 28 september 2013
Ik deelde je studentenkamer!
Eerder besprak ik de reactie van de Romeinse elite op de rags-to-riches-story van Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Zijn verhaal ligt voor een groot deel aan de basis van het feit dat hij zo controversieel was tijdens zijn leven. Waar hoorde hij bij? Wie was hij?
Het lijkt erop dat Sulla zich zélf bij de Romeinse elite schaarde. Hij reageerde behoorlijk bruusk op de kritiek die hij over zich heen kreeg om zijn verhaal. Toen Sulla de macht overnam in Rome, liet hij velen van hen die hem in het verleden dwars hebben gezeten, executeren. Je kunt zeggen dat de grootschalige politieke moorden op tegenstanders van een regime voor een groot deel aan Sulla en zijn tijdgenoten toe te schrijven zijn. Als blogger kan ik hem daar alleen maar hartelijk voor bedanken.
De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) merkt op dat Sulla in zijn jeugd een kamer huurde in een soort schuur en dat hij daar weinig voor hoefde te betalen. Toen hij aan de macht kwam en overging tot het uitroeien van zijn tegenstanders, kwam hij een vrijgelatene tegen op zijn lijst. Plutarchus vertelt verder (Sulla I.):
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV
Het lijkt erop dat Sulla zich zélf bij de Romeinse elite schaarde. Hij reageerde behoorlijk bruusk op de kritiek die hij over zich heen kreeg om zijn verhaal. Toen Sulla de macht overnam in Rome, liet hij velen van hen die hem in het verleden dwars hebben gezeten, executeren. Je kunt zeggen dat de grootschalige politieke moorden op tegenstanders van een regime voor een groot deel aan Sulla en zijn tijdgenoten toe te schrijven zijn. Als blogger kan ik hem daar alleen maar hartelijk voor bedanken.
De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) merkt op dat Sulla in zijn jeugd een kamer huurde in een soort schuur en dat hij daar weinig voor hoefde te betalen. Toen hij aan de macht kwam en overging tot het uitroeien van zijn tegenstanders, kwam hij een vrijgelatene tegen op zijn lijst. Plutarchus vertelt verder (Sulla I.):
Een vrijgelatene die iemand op de Zwarte Lijst zou hebben laten onderduiken en die daarvoor van de Tarpeïsche Rots naar beneden gegooid zou worden, zei dat hij lang in één schuurhuis had gewoond met hem, waar hijzelf de bovenverdieping huurde voor tweeduizend sestertiën en Sulla de benedenverdieping voor drieduizend sestertiën. Het verschil in hun fortuin was dus maar duizend sestertiën.Is deze man uiteindelijk gedood? Vermoedelijk wel, Sulla een beetje kennende. Dat is alleen wel het probleem bij figuren als Sulla. Kennen we hem? Er zijn bronnen over hem overgeleverd, maar om nu af te gaan op het werk van Plutarchus is hier bijzonder riskant, niet in de laatste plaats omdat Sulla ooit een grote veldslag vocht in Plutarchus' geboorteplaats. Wat is waar, wat is laster, wat is een vergissing? Dit maakt Sulla wel een bijzonder enerverende persoon.
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV
maandag 16 september 2013
Zittend eten
Marcus Porcius Cato de Jongere (95 - 46 v.Chr.) niet te verwarren met Cato de Oudere was een conservatieveling en een krachtige verdediger van de Romeinse Republiek, het systeem waar de senaat veel macht had. Toen Gaius Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) meer macht naar zich toe begon te trekken, meende Cato daar iets tegen te moeten doen waar hij indruk mee zou kunnen maken. De Griekse biograaf Plutarchus beschrijft wat het beste was dat Cato kon bedenken (Cato de Jongere LVI.4):
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën VI
Hij genoot zijn avondmaal in een zittende houding vanaf het moment dat hij hoorde van de nederlaag bij Pharsalus; ja, hij voegde deze blijk van verdriet toe aan anderen en hij weigerde te gaan liggen, behalve om te slapen.Zolang Caesar een grote bleef, at Cato zittend! Dat zal ze leren! Misschien is het overigens wel goed om te weten dat Romeinen liggend aten...
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën VI
woensdag 4 september 2013
Koningin Caesar en zijn overspelige vrouw
Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) ging scheiden van Pompeia Sulla, de dochter van de eerder genoemde Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeia was namelijk betrokken geraakt bij een schandaal. Caesar was Pontifex Maximus (hogepriester) en er was een rite die plaats had in zijn woning, maar waar geen mannen bij aanwezig mochten zijn. Pompeia leidde de boel daar, maar de eerder genoemde controversiële politicus Publius Clodius Pulcher (±93 - 52 v.Chr.) was daar wel aanwezig en dat er geruchten gingen dat Pompeia en Clodius een affaire hadden. De Romeinse historicus Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) vertelt wat Caesar deed (Romeinse Geschiedenis XXXVII.45.2):
Nu had Caesar zelf af en toe wel wat uit te leggen, bijvoorbeeld toen koningin Cleopatra VII van Egypte (69 - 30 v.Chr.) door Rome werd rondgeleid met haar buitenechtelijke zoon Ptolemaios Caesartje (47 - 30 v.Chr.). Een ander voorval betreft de geruchten dat Caesar "zijn kuisheid had neergelegd aan koning" Nicomedes IV van Bithinië (r.±94 - 74 v.Chr.) (zie: Suetonius, Julius Caesar 2). Dit leverde hem nogal wat grappen op. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent even doodleuk op waar hij het allemaal niet over zal gaan hebben (Julius Caesar 49):
Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
[M]aar hij scheidde van zijn vrouw, hoewel hij zei dat hij het verhaal niet geloofde, maar dat hij niet langer met haar kon leven, omdat ze eens verdacht was van overspel; want een kuize vrouw moet niet alleen niet over de schreef gaan, maar ze mag niet eens onder boosaardige verdenkingen vallen.Een harde lijn, dat zeker, maar hier valt wat voor te zeggen als het allemaal gaat om reputaties en, zoals eerder gezegd, huwelijken in de Romeinse tijd iets anders zijn dan tegenwoordig hier. Caesar kon het voor zijn reputatie niet hebben als zijn vrouw een vreemdgangster zou zijn.
Nu had Caesar zelf af en toe wel wat uit te leggen, bijvoorbeeld toen koningin Cleopatra VII van Egypte (69 - 30 v.Chr.) door Rome werd rondgeleid met haar buitenechtelijke zoon Ptolemaios Caesartje (47 - 30 v.Chr.). Een ander voorval betreft de geruchten dat Caesar "zijn kuisheid had neergelegd aan koning" Nicomedes IV van Bithinië (r.±94 - 74 v.Chr.) (zie: Suetonius, Julius Caesar 2). Dit leverde hem nogal wat grappen op. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent even doodleuk op waar hij het allemaal niet over zal gaan hebben (Julius Caesar 49):
Ik spreek niet van de alom bekende versregel van Licinius Calvus: "Al wat Bithynië en Caesars minnaar ooit bezeten hebben." Ik zwijg over de redevoeringen van Dolabella en Curio senior, waarin Dolabella hem "de rivale van de koningin" en "de beste plaats in 's konings bedstee" noemde en Curio sprak van "de stal van Nicomedes" en "het bordeel van Bithynië". Ook ga ik voorbij aan de edicten van Bibulus [de consul samen met Caesar], waarin hij zijn collega betitelde als "de koningin van Bithynië" en verder opmerkte "dat hij vroeger verliefd was op een koning, nu op het koningschap." [...] maar zelfs zei hij [Cicero] tegen Caesar, toen deze in de senaat pleitte voor Nyssa, de dochter van Nicomedes, en van de gunsten sprak die de koning hem had bewezen: "Bespaart u ons dat, wat ik u bidden mag. Wij weten heel goed wat hij u en u hem hebt geschonken." In de Gallische triomftocht ten slotte zongen zijn soldaten bij de spotverzen [een gebruikelijk onderdeel van de triomftocht] die gewoonlijk gedebiteerd worden door de deelnemers aan de optocht ook dit beroemd geworden lied:
Caesar is 't die Gallië knechtte, Nicomedes knechtte hem.Het is dat je niet van jezelf kunt scheiden...
Zie nu Caesar triomferen, die heel Gallië onderwierp,
maar niet koning Nicomedes, die toch Caesar onderwierp.
Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
zaterdag 31 augustus 2013
Een ezel en heel veel goud
Zoals we eerder hebben gezien moest koning Mithradates VI van Pontus (132 - 63 v.Chr.) het niet hebben van zijn zachtzinnigheid. Dat betekende dat we interessante anekdotes krijgen en dat Mithradates zichzelf wel eens in de nesten werkt. Vandaag het eerste bericht in een tweeluik over Mithradates met een anekdote, overmorgen een probleem waar hij zich in gebrand heeft.
Toen Mithradates de Romeinse gouverneur Manius Aquilius te pakken kreeg, besloot hij hem eens uitgebreid te beledigen en kleineren. De Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) beschrijft hoe (Oorlogen met Mithradates 3.21):
Boekentip voor vandaag:
Appianus, Roman History I
Toen Mithradates de Romeinse gouverneur Manius Aquilius te pakken kreeg, besloot hij hem eens uitgebreid te beledigen en kleineren. De Alexandrijnse historicus Appianus (±95 - ±165 n.Chr.) beschrijft hoe (Oorlogen met Mithradates 3.21):
Niet lang daarna [nadat Quintus Oppius, een andere Romeinse generaal gevangen was genomen] nam hij [Mithradates] Manius Aquilius, één van de ambassadeurs en degene die het meeste de schuld heeft van deze oorlog, gevangen. Mithradates paradeerde hem rond, vastgebonden aan een ezel en hij dwong hem om zichzelf aan de menigte voor te stellen als Manius. Tenslotte, in Pergamum [de hoofdstad van Romeins Azië] goot Mithradates gesmolten goud zijn keel, waarmee hij de Romeinen bestrafte voor het aannemen van steekpenningen.Mithradates legde met zijn handelen de basis voor een terugkerend fenomeen: het verzadigen van de goudlust van Romeinse generaals.
Boekentip voor vandaag:
Appianus, Roman History I
donderdag 29 augustus 2013
Romeinen uitroken met kippenveren
Het gebruik van chemische wapens zoals in Syrië lijkt te zijn gebeurd, lijkt een modern verschijnsel. Niet iets dat je verwacht bij de Oudheid. Daar vochten ze met zwaarden en bogen. Dat is tenminste het beeld. Toch is dat niet helemaal waar. In de Oudheid werden chemische wapens toegepast, al was dat allemaal niet zo sophisticated en naar ik weet niet tegen de eigen bevolking, maar tegen de legers van de vijand.
In 189 v.Chr. waren de Romeinen bezig met het belegeren van de stad Ambracia in het Westen van Griekenland. De stad bleek erg goed verdedigd te zijn en de Romeinen waren niet in staat de stad te veroveren. Als plan B besloten de Romeinen een tunnel onder de muren door te graven. Dit bleef lang onopgemerkt, maar na verloop van tijd kregen de verdedigers door wat er aan de hand was. Zij groeven een tunnel om de Romeinen te onderscheppen. Daar zetten ze geen zwaarbewapende soldaten neer, maar iets anders. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) vertelt wat dan wel (Vanaf de stichting van de stad XXXVIII.7.11-13):
Boekentip voor vandaag:
Livius, Ab urbe condita XI (38-39)
In 189 v.Chr. waren de Romeinen bezig met het belegeren van de stad Ambracia in het Westen van Griekenland. De stad bleek erg goed verdedigd te zijn en de Romeinen waren niet in staat de stad te veroveren. Als plan B besloten de Romeinen een tunnel onder de muren door te graven. Dit bleef lang onopgemerkt, maar na verloop van tijd kregen de verdedigers door wat er aan de hand was. Zij groeven een tunnel om de Romeinen te onderscheppen. Daar zetten ze geen zwaarbewapende soldaten neer, maar iets anders. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) vertelt wat dan wel (Vanaf de stichting van de stad XXXVIII.7.11-13):
Ze maakten een vat met gaten in de bodem klaar waar een pijp van gemiddelde omvang in kon worden gestoken en zo een ijzeren pijp en een ijzeren deksel voor het vat, dat ook op een paar plekken was geperforeerd. Dit vat, gevuld met lichte veren [van kippen] plaatsten ze met de opening naar de tunnel [naar de Romeinen]. Om de vijand op afstand te houden bevestigden ze lange speren die ze "sarisae" noemden in de gaten in het deksel. Ze wakkerden een lichte vonk bij de veren aan door te blazen met de blaasbalgen van een smid die bij de uitgang van de pijp waren geplaatst. Vervolgens was bijna niemand in staat in de tunnel te blijven, omdat rook, die niet alleen in grote hoeveelheid de tunnel vulde, maar vooral omdat het zo vreselijk stonk door de brandende veren.Geen rijen levenloze kinderen; dit is een heel ander soort chemische oorlogsvoering dan tegenwoordig. Eigenlijk een best sympathieke manier. Niet alle verandering is een verbetering. De Romeinen wisten de stad overigens uiteindelijk wel te veroveren.
Boekentip voor vandaag:
Livius, Ab urbe condita XI (38-39)
woensdag 21 augustus 2013
De grenzen van democratie
Met de gebeurtenissen in Egypte en de klokkeluiderszaken in de Verenigde Staten komt de vraag wat een democratie is steeds vaker naar voren. Waaraan moet een staatsbestel voldoen om als democratisch gekenmerkt te worden. Eeuwen politici en politicologen zijn ermee bezig geweest. Vandaag aandacht voor één van de eerste uit die traditie, de Griekse historicus Polybius (203 - 120 v.Chr.) die in zijn werk over de Romeinen bijzondere aandacht besteedt aan de Romeinse staatsinrichting. Polybius vertelt dat velen denken dat er drie verschillende soorten staatsinrichting zijn: monarchie, aristocratie en democratie. Hij haast zich eraan toe te voegen dat er een hele reeks staatsinrichtingen zijn die erop lijken, maar die niet hetzelfde zijn. Over democratie zegt hij het volgende (Romeinse Geschiedenis VI.4.4-5):
Voor de duidelijkheid, deze blogpost is geen politiek commentaar over de ontwikkelingen van dit moment. Deze ontwikkelingen geven alleen reden hier eens naar te kijken.
Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Het is ook geen echte democratie als iedereen in de hele menigte aan burgers vrij is alles wat ze willen te doen of voor te stellen, maar als het in een gemeenschap gebruikelijk is om de goden hoog te achten, de ouders te eren en de ouderen te respecteren en om de wetten te volgen, dan zal de wens van de meerderheid zegevieren en dit kan een democratie genoemd worden.Democratie vergt een bevolking die ermee om kan gaan.Het is wel belangrijk om te melden dat in de leefwereld van de Oudheid democratie veel directer is dan tegenwoordig. Waar in de Verenigde Staten en Egypte de overheid tegen (een deel van) de bevolking staat, kun je met veel overdrijving stellen dat dat in de Oudheid minder het geval was.
Voor de duidelijkheid, deze blogpost is geen politiek commentaar over de ontwikkelingen van dit moment. Deze ontwikkelingen geven alleen reden hier eens naar te kijken.
Boekentip voor vandaag:
Polybius, The Rise of the Roman Empire
Abonneren op:
Posts (Atom)

