Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Gaius Plinius Secundus maior. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gaius Plinius Secundus maior. Alle posts tonen

donderdag 19 juli 2012

Prestatiebevorderende middelen in de Oudheid

Eergisteren werd wielrenner Fränk Schleck betrapt op het gebruik van een verboden middel en verdween hij uit de Tour de France. Dit bracht me ertoe eens te gaan zoeken naar aanwijzingen voor doping in de Oudheid. Ik vond een aantal interessante stukjes die er wel wat van weg hebben. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (±23 - 79 n.Chr.) schreef erover in zijn boek Naturalis Historia. Gladiatoren die last krijgen van buikpijn en kneuzingen konden daar wel iets tegen gebruiken (Naturalis Historia XXXVI 202)
"Voor buikpijn of kneuzingen," zegt Marcus Varro - ik citeer zijn eigen woorden - zou je haard je medicijnkastje moeten zijn. Drink de as, opgelost in water, en je zal genezen zijn. Kijk maar hoe de gladiatoren na het gevecht geholpen worden door deze drank."
Het is natuurlijk de vraag wanneer iets doping is en wanneer gewoon een medicijn in een tijd zonder een lijst verboden middelen, maar duidelijk is dat Plinius hier een prestatiebevorderend middel heeft beschreven. Een sportman die zes Olympische titels won in het worstelen, Milo van Croton (±556 - na 510 v.Chr) stond bekend om zijn dieet van veel vlees en het meezeulen van stenen (Naturalis Historia XXXVII 54):
Alectoria is de naam gegeven aan een steen die wordt gevonden in het gewas van pluimvee, die eruit ziet als kristal en ongeveer zo groot is als een boon; sommigen zeggen dat Milo van Croton vaak deze steen met zich meenam, iets dat hem onoverwinnelijk maakte in atletische wedstrijden.
De vraag is: waar laat een naakte worstelaar een steen als hij gaat vechten? Hoe dan ook is één ding niet veranderd in al die eeuwen: de meeste artsen hebben zo een opvatting over topsport. Zo ook de grote medicus en filosoof Claudius Galenus (131 - 201-216 n.Chr). Hij vergelijkt atleten als Milo met varkens (Thrasybulus 37):
We hebben gezien dat hun hele leven is samengevat in het volgende overzicht: ze zijn ofwel aan het eten, of aan het drinken, of aan het slapen, ofwel zitten ze op het toilet of zijn ze aan het rollen in het stof en de modder.
Misschien heeft hij daar ook gewoon gelijk in. 

dinsdag 5 juni 2012

400 worden zonder hoofdluis

Hoofdluis is niets nieuws. In een tijd voor shampoo en medicijnen moeten de beestjes welig hebben rondgesprongen op de kopjes van Romeinse kinderen. Gelukkig hebben we ons bekende slachtoffer van de uitbarsting van de Vesuvius waar Pompeii bekend door is geworden, Plinius de Oudere (Gaius Plinius Secundus maior, ±23 - 79 n.Chr.). Hij schreef namelijk zijn Naturalis Historia, een boek over eigenlijk bijna alles. In dit boek geeft hij ook een tip om van hoofdluis af te komen: adders eten! Je wordt er ook 400 jaar mee! (Naturalis Historia 7.2, bij noten 58 en 59):
Isigonus [een Griekse geleerde uit de 3e eeuw v.Chr.] vertelt ons dat de Cyrni, een volk in India, 400 jaar kunnen worden; en het is van mening dat datzelfde ook aan de hand is met de Macrobii uit Ethiopië, met de Seræ [ook uit Oost-Afrika] en de bewoners van de Athosberg [in Noord-Griekenland]. In het geval van die laatsten, komt dat door het vlees van adders die zij als voedsel gebruiken. als gevolg daarvan hebben ze ook geen last van vervelende dieren, niet in hun haar en niet in hun kleding.
De vraag is natuurlijk hoe je die beesten klaarmaakt. Verderop in zijn werk geeft Plinius tips over hoe je staar kunt genezen door het as van Wezels op je voorhoofd te smeren. Verderop vertelt hij hoe je de adders moet bereiden. (Naturalis Historia 29.38, tussen de noten 5 en 6.):
Sommige mensen, nogmaals, gebruiken adders als voedingsmiddel. Als je dit doet, is het aan te raden om op het moment dat ze gedood worden, zout in hun bek te leggen en dat te laten smelten. Vervolgens moet het aan beide uiteinden van het lichaam een lengte van vier vingers worden afgesneden en moeten de darmen worden verwijderd. De rest moet gekookt worden in een mengsel van water, olie, zout en dille.
Bon appetit!