Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen

zondag 12 januari 2014

Riet: lévensgevaarlijk!

Twee weken geleden besprak ik de dood van de grote Egyptische koning Narmer die door een nijlpaard zou zijn gedood. Vandaag hebben we het over de filosoof Alexinus (±339 - 265 v.Chr.) Wie niet sterk is, zoals een machtige heerser, die moet toch slim zijn, zoals een filosoof. Dat is niet altijd het geval, zoals we eerder hebben gezien. Volgens de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Alexinus een filosofische school opgezet, maar dat werd een zooitje, dus besloot hij met één slaaf in afzondering te leven.

Riet langs de oevers van de Alfeios
Bron: Panoramio, Costas Athan
Wat toen gebeurde, was bijzonder noodlottig (Euclides 110):
Ik [Diogenes] heb de volgende verzen voor hem gedicht:
Het was geen ijdel verhaal dat eens een ongelukkige man zijn voet op één of andere manier met een nagel prikte terwijl hij aan het duiken was; want voordat de grote man Alexinus de overkant van de Alfaios wist te bereiken, werd hij door een rietstengel geprikt en stierf.
Bijzonder noodlottig! 

zaterdag 21 december 2013

Iemand de wind uit de zeilen nemen

Een jaar geleden besprak ik de situatie in Italië tijdens de Tweede Punische Oorlog (218  - 201 v.Chr.) van Rome tegen Carthago en de geniale PR-truuk die de Carthaagse generaal Hannibal (247 - 183 v.Chr.) uithaalde om de Romeinse dictator Quintus Fabius Maximus (±275 - 203 v.Chr.) in diskrediet te brengen. Vandaag gaan we naar een andere grote oorlog in de Oudheid, de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) tussen Athene en Sparta.

Er was iets merkwaardigs aan de hand aan het begin van deze oorlog. De grote leider van de Atheners, Perikles (±495 - 429 v.Chr.) was bevriend met de Spartaanse koning Archidamus II (r. ±476 - 427). Ondanks de vriendschap pleitte Perikles voor oorlog tegen Sparta. Perikles had echter in zijn politieke slimheid in de gaten dat zijn tegenstanders de vriendschap tussen hemzelf en de koning van de vijand konden gebruiken om hem onderuit te halen. Volgens de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) besloot hij zijn politieke tegenstanders vóór de oorlog al de wind uit de zeilen te halen (De Peloponnesische Oorlog II.13.1):
Toen de Spartanen zich nog aan het verzamelen waren bij de Isthmus of aan het marcheren waren alvorens Attika [de regio van Athene] binnen te vallen, bedacht Perikles, zoon van Xanthippus, dat Archidamus, die een vriend van hem was, bij de op hande zijnde invasie, misschien zijn [van Perikles] landerijen met rust zou passeren zonder ze te verwoesten. Dit zou hij kunnen doen, ofwel uit persoonlijke wens om hem terwille te zijn, ofwel onder instructies vanuit Sparta met als doel een vooroordeel tegen hem [Perikles] te doen ontstaan [...] Hij nam daarom de voorzorgsmaatregel van de verklaring aan de Atheners in de volksvergadering dat, hoewel Archidamus zijn vriend was, zijn vriendschap niet zover doorvoerde dat hij de staat eronder zou laten lijden en dat hij, als de vijand zijn huizen en landen uit zou zonderen ten opzichte van de rest en hen niet zou plunderen, dat hij ze onmiddellijk zou opgeven en staatsbezit zou maken, zodat hij niet onder verdenking zou komen te staan.
Dit zullen zijn politieke tegenstanders niet leuk hebben gevonden...

zondag 15 december 2013

De gwote wedenaaw en zijn spwaakgebwek

Vorige week besprak ik het werk van de Romeinse redenaar  Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) die zei dat een redenaar vooral veel kennis van zaken moest hebben om een goede speech te kunnen houden. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar het niet hebben van een spraakgebrek moet toch ook een pluspunt zijn voor een redenaar, toch?

Misschien wel de bekendste redenaar uit de Oudheid, naast Cicero, was Demosthenes van Athene (384 - 322 v.Chr.). Hij had een spraakgebrek, maar heeft dat overwonnen. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd hij geholpen door Eubulides van Milete (4e eeuw v.Chr.) (Euclides 108):
Demosthenes was waarschijnlijk zijn [Eubulides] leerling en verbeterde op die manier zijn verkeerde uitspraak van de letter R.
Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) had Demosthenes een aantal oefeningen om van zijn spraakgebreken (want het ging om veel meer dan alleen de letter R) af te komen. Of die in samenwerking met Eubulides zijn uitgevoerd, is niet bekend (Demosthenes XI.1):
Voor zijn lichamelijke tekortkomingen paste hij de oefening die in zal beschrijven toe, zegt Demetrius van Phalarum [(± 350 - 285)] die zegt dat hij er van Demosthenes zelf, die inmiddels oud is, over gehoord heeft. De onduidelijkheid en het geslis van zijn spraak corrigeerde hij en haalde hij weg door steentjes in zijn mond te nemen en vervolgens toespraken te reciteren. Hij oefende zijn stem door te spreken terwijl hij rende of steile hellingen op ging en door in één adem toespraken of verzen te reciteren. Verder had hij thuis een grote spiegel waar hij voor ging staan en door zijn oefeningen in uitspraak ging.
Demosthenes heeft duidelijk veel moeite moeten doen om te komen waar hij was en als dat hem niet gelukt zou zijn, zouden we hem waarschijnlijk allemaal allang vergeten zijn. Inspirerend verhaal voor mensen die iets willen bereiken waar ze op het eerste gezicht geen talent voor lijken te hebben.

Boekentip voor vandaag:
Malcolm Gladwell, David en Goliath
Niet over Demosthenes zélf, maar over mensen die against all odds toch dingen bereiken.

dinsdag 3 december 2013

Een onhandig, onduidelijk en goed idee

Een schild is een stuk dat in de Oudheid en de Middeleeuwen nauwelijks uit de strijduitrusting weg te denken was. Je kon een zwaard hebben, een dolk, een speer of iets anders (of allemaal), maar een schild was voor de verdediging toch wel onmisbaar. De Egyptenaren droegen al schilden mee naar het slagveld (opmerkelijk is overigens dat de op de Standaard van Ur afgebeelde krijgers geen schild hebben).


Egyptische krijgers met grote schilden
Zo gangbaar als schilden op een gegeven moment wel waren, iemand moet ze bedacht hebben. Wie het gebruik van schilden heeft geïntroduceerd, dat kunnen we niet achterhalen, al is het alleen maar omdat de eerste schilden vrijwel zeker van vergankelijk materiaal als hout en boomschors moeten zijn geweest. Volgens de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus  (±485 - 425/420 v.Chr.) weten we wel wie belangrijke aanpassingen hebben gedaan aan schilden: de bewoners van Halicarnassus en omgeving, de Kariërs. Volgens hem hebben de Grieken veel aan zijn landgenoten te danken waar het gaat om defensieve krijgsmiddelen (Historiën I.171.4):
Zij hadden drie dingen uitgevonden waarin ze gevolgd werden door de Grieken: het waren de Kariërs die het dragen van een kuif op de helm introduceerden en hulpmiddelen op de schilden, én ze waren de eerste die handvatten bevestigden aan de schilden; tot dat moment droegen zij die een schild droegen, het zonder handvat, maar door het om de nek en de linkerschouder te leiden van een leren band.
Een hele onhandige, een hele onduidelijke en een hele handige, lijkt me.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zondag 1 december 2013

Acht keer de dikte voor vrouwelijke tempels

Een belangrijk deel van het Westen van het huidige Turkije was Grieks en werd Ionië genoemd. Volgens de overlevering werd de regio bewoond door afstammelingen van Ion die ofwel een zoon van Apollo was, ofwel een Atheense generaal. Ion stichtte met zijn mannen verschillende steden in het gebied en naar goed Grieks gebruik werd het gebied zelf naar hem genoemd. Ion had alleen een probleem: hij wist niet hoe je een goeie tempel in elkaar zette en hij wist hoe de goden waren. Geen tempel, geen hulp.

De drie verschillende soorten zuilen:
Dorisch, Ionisch en Korinthisch.
Bron: Wikipedia
Volgens de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio (± 85 - 20 v.Chr) waren meetkunde en gezond verstand de manieren om aan stevige bouwwerken te komen. Hoe kon je een tempel bouwen die er mooi uitzag en ook niet zomaar in zou storten. Wat is er nu heel mooi en stort niet zomaar in? Het volgende (Over architectuur IV.1.6):
[...] Ze maten de voet van een man en constateerden dat de lengte van de voet zes keer in de de lengte van de man paste. Ze gaven de zuilen een zelfde proportie, dat wil zeggen, ze maakten hem, inclusief het kapiteel, zes keer zo hoog als de dikte van de zuil aan de basis. 
De op mannen gebaseerde zuilen werden de Dorische zuilen. Deze kennen we met name van de Romeinse bouwkunst en de moderne bouwwerken met zuilen, maar ook van het Parthenon in Athene. De Ioniërs besloten echter dat de Dorische orde niet voldeed en toen ze de beroemdste tempel uit de Oudheid, die voor Artemis bij Efese gingen bouwen, bedachten ze volgens Vitruvius het volgende (Over architectuur IV.1.7.):
Ze gebruikten de vrouwelijke figuur als de standaard en om het een verhevener effect te geven maken ze de hoogte acht maal de dikte. Aan de onderkant plaatsten ze een basis op dezelfde manier als de schoen bij de voet; ze voegden ook krullen toe aan het kapiteel, zoals het gracieuze krullen van haar aan weerszijden en de voorkant decoreerden ze met cymatia en guirlandes in plaats van haar. Op de zuil zetten zij geulen die leken op de plooien in de kleding van een moeder.
Dit werd de Ionische orde. Er is nog een derde type zuil in de Griekse Oudheid: de Korinthische. Deze komt bijvoorbeeld terug bij het Pantheon in Rome.

vrijdag 29 november 2013

Het gebroken touw en het verkeerde festival

Kylon van Athene (7e eeuw v.Chr.) was Olympisch kampioen. Waar hij Olympisch kampioen in was, is niet bekend, maar hij was kampioen. Hij had van het Orakel van Delphi de opdracht gekregen om de Akropolis van Athene te bezetten tijdens het Grote Festival dat gewijd was aan Zeus. Welk festival, dat zei het Orakel er niet bij, maar Kylon dacht aan de Olympische spelen. Hij verzamelde een legertje en bezette de Akropolis.

Deze actie zette echter kwaad bloed bij de Atheners en die belegerden Kylon en zijn mannen die zich hadden teruggetrokken in een tempel. Nu was het zo dat de goden het niet konden waarderen als er bloed zou worden vergoten in hun huis, dus er gebeurde een tijd niets, tot de mannen van Kylon honger begonnen te krijgen en daarvan omkwamen. De situatie werd onhoudbaar. In zijn biografie van de grote politiek denker Solon (±640 - ±560 v.Chr.) beschrijft de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) hoe dit 'probleem' werd opgelost. De mannen moesten terechtstaan, maar ze wilden wel veiligheid, dus gebeurde het volgende (Solon 12.1):
[...] Ze bevestigden een gevlochten draad om het beeld van de godin [Athena] en hielden het vast, maar toen ze het heiligdom van de Erinyes op hun weg naar beneden bereikten, brak de draad uit zichzelf, waarop Megakles en zijn mede-bestuurders hen snel grepen met de opmerking dat de godin hen het recht van smekelingen weigerde. Zij die zich buiten de tempel bevonden, werden tot de dood gestenigd en zij die hun toevlucht hadden gezocht bij de altaren, werden daar afgeslacht.
Dit was een weinig succesvolle staatsgreep van Kylon. Gelukkig weet de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) een reden voor dit drama. Het waren namelijk niet de Olympische Spelen, maar het festival Diasia ter ere van Zeus de Vrijgevige (De Peloponnesische Oorlog I.126.6). Dat hadden ze moeten weten!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men
Thucydides, History of the Peloponnesian War

donderdag 21 november 2013

Ga niet met filosofen naar bed!

Je weet hoe het gaat: je bent dronken, zij is dronken, het is een leuke avond, een héle leuke avond... Dan loop je het risico dat ze een paar weken later aanklopt bij je, terwijl je daar eigenlijk toch niet echt zin in hebt. Dit overkwam de Griekse filosoof Aristippos (5e en 4e eeuw v.Chr.) en hij had er duidelijk toch niet echt zin in. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo'n leuke avond met een courtisane.Toen die kwam vertellen over de gevolgen, volgde een zeer kort gesprek dat vermoedelijk niet voor iedereen even bevredigend is geweest (Aristippos 81):
Aan een courtisane die hem had verteld dat ze zwanger was van hem, antwoordde hij: "Je bent hier niet zekerder van, dan dat je, wanneer je door een doornenstruik zou rennen, zou zeggen welke specifieke doorn je geprikt heeft.
Tsja, wat moet ik anders zeggen dan "dames, ga niet met filosofen naar bed!"
Boekentip voor vandaag:

Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

vrijdag 1 november 2013

Kleine of grote dingen afhakken

Tijdens de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) maakten de Atheners zich gereed voor een aanval op Syracuse op Sicilië in 415 v.Chr. toen de nacht voor het vertrek een grote misdaad plaats had in de stad.  De stad stond destijds stampvol met Hermen, standbeelden die aan de god Hermes waren gewijd. Deze waren in één nacht op grote schaal geschonden. Een heiligschennis als deze zorgde ervoor dat de Atheners grote twijfels hadden aangaande de op hande zijnde aanval. 
 Een Herme, bron: Wikipedia

                                                                                     
De Hermen hadden een opmerkelijk uiterlijk en het laat zich raden welke gruwelen met de arme standbeelden zouden zijn uitgevoerd. De Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) maakt melding van datgene dat we allemaal wel in kunnen vullen (De Peloponnesische Oorlog VI.27.1):
Te midden van deze voorbereidingen [voor de aanval op Syracuse], waren bij alle Hermen in de stad Athene, dat zijn de gebruikelijke vierkante figuren die vaak voorkwamen in de toegangspoorten tot privé-woningen en tempels, in één nacht bij de meesten hun gezichten verwoest.
Niet alleen de gezichten blijken doelwit van de vandalen te zijn geweest. Volgens de Griekse Historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) waren ook andere vormen beschadigd (Alkibiades XVIII.3) maar veel concreter dan dat wordt deze opmerking niet. Uiteindelijk volgt een soort proces waar met name Thucydides niet bepaald om te spreken is. Verschillende hooggeplaatsten worden gearresteerd en ter door gebracht om hun vermeende rol in dit schandaal. De aanval op Syracuse werd uiteindelijk doorgezet, maar leverde een gigantische nederlaag op voor de Atheners. Als zij Hermes aan hun kant zouden hebben gehad, zouden ze er een stuk beter voor hebben gestaan. De militaire ramp die volgde wordt algemeen gezien als één van de belangrijkste redenen voor de Atheense nederlaag in de hele oorlog. Het ligt soms aan kleine (of grote) dingetjes...

Boekentip voor vandaag:
Debra Hamel, The Mutilation of the Herms

woensdag 30 oktober 2013

Er vallen veren

De Grieken uit de Oudheid hebben nooit een tekort gehad aan interessante weetjes over verre landen waar ze nooit komen en niemand was gedrevener in het verzamelen van dit soort zaken dan de historicus Herodotus (±485 - 425/420 v.Chr.). Zo vertelt hij over de Scythen ten Noorden van de Zwarte Zee, waar Grieken zich zelden laten zien. De Scythen waren een merkwaardig volk, maar ook de wereld zelf wordt vreemder naarmate je verder uit de buurt van Griekenland komt. Ten Noorden van de regio van de Scythen merkt Herodotus een bijzonder fenomeen op (Historiën IV.7.3):
Ten Noorden van de buren van hun land kan niemand (zeggen ze) verder zien of reizen, want er vallen veren; want de aarde en de lucht zitten vol met veren en deze belemmeren het zicht.
Een bijzonder weerfenomeen. Helaas had ook Herodotus zélf zo zijn twijfels. Verderop in zijn werk geeft hij aan dat hij vermoedt dat we het over sneeuw hebben (Historiën IV.31). Beetje een anticlimax.

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

maandag 28 oktober 2013

De juiste dingen willen

Een hele tijd geleden besprak ik een korte uitspraak van de Griekse filosoof Epicurus (341 - 270 v.Chr.), één van mijn favoriete filosofen (en dan bedoel ik niet dat hij er grappige gedachten op nahield). In een gratis boekje zijn de doctrines van Epicurus op een rijtje gezet. Epicurus en zijn volgelingen meenden dat de beste weg naar succes de vervulling van behoeften was, maar het is te makkelijk om hedonisten van hen te maken in de zin dat iemand blind achter zijn verlangens aanloopt. Epicurus maakt dan ook sterk onderscheid tussen verschillende soorten verlangens (Doctrines 15):
De rijkdom die nodig is voor de natuur is beperkt en eenvoudig te vinden, maar de rijkdom die nodig is voor ijdele idealen, rijkt tot het oneindige.
Behoeften die natuurlijk zijn, zo meent Epicurus, die zijn in vervulling haalbaar en vaak eenvoudig te vervullen, maar als je dingen gaan verwachten die je niet kunt verwachten, omdat het er simpelweg niet in zit, blijf je er in investeren en komt het er niet uit. Dit is geen pleidooi tegen ambitie, maar tegen arrogante ambitie. Daarmee is het een citaat dat bij mij toch wel een grinnik losmaakt.

Boekentip voor vandaag:
Cassius Amicus, A Life Worthy of the Gods (gratis)

woensdag 16 oktober 2013

Een goeie tragedie en een open deur

Zonder het te weten, kent iedereen een beetje Aristoteles (384 - 322 v.Chr.). Een tekst moet om een goede tekst te zijn, voldoen aan een simpele eis: het moet een begin, een middenstuk en een einde bevatten. Iedereen heeft deze kreet al eens gehoord bij werkstukken op school of bij het schrijven van documenten op het werk. Aristoteles heeft het hier vooral over toneelstukken, tragedies.

Zoals we eerder vaak genoeg hebben gezien, Griekse filosofen zijn vaak nogal uitgebreid in de toelichting van hun principes. Aristoteles heeft er een sectie in zijn werk Poetica (±335 v.Chr.) aan gewijd. Wat bedoelen we precies met begin, middenstuk en einde? Hij vertelt (Poetica 1450b):

Een geheel is datgene dat een begin, een middenstuk en een einde bevat. Een begin is datgene dat zelf noodzakelijkerwijs nergens op volgt, maar waarna iets is of komt. Een einde, bij contrast, is datgene dat in zijn aard ergens op volgt, ofwel noodzakelijkerwijs, ofwel als een regel, maar dat niets heeft dat erop volgt. Een middenstuk is datgene dat op iets volgt en waar iets anders op volgt.


Fijn, Aristoteles! Bedankt! Nu is het allemaal duidelijk.

Boekentip voor vandaag:

Aristoteles, Poetica
Jay Clayton, 'Online Games: Literature, New Media, and Narrative,' op Coursera.org. (gratis online cursus)

maandag 14 oktober 2013

Hoe een octopus het einde betekende

Eergisteren hebben we gezien dat de Griekse filosoof Diogenes van Sinope (404 - 323 v.Chr.) naast een doelwit voor boogschutters ging zitten. De boogschutter die in de buurt aan het oefenen was, zei ik, moest weggelopen zijn. Diogenes is namelijk niet omgekomen door een pijl van deze goedbedoelende amateur. Volgens Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd de filosoof bijna 90 jaar en stierf niet van ouderdom. Er zijn een aantal versies van zijn dood die de biograaf noemt. Twee daarvan hebben met een octopus te maken en een andere is helemaal in character. Diogenes Laërtius somt ze op (Diogenes van Sinope 76-77)
Diogenes zou bijna negentig jaar geweest zijn toen hij stierf. Aangaande zijn dood zijn er verschillende berichten. Eén daarvan is dat hij stierf door koliekpijnen die hij opgelopen had bij het eten van een rauwe octopus en dat hij zo zijn einde vond. Een andere is dat hij vrijwillig stierf door zijn adem in te houden [... door zijn lip stevig tegen zijn tanden dicht te houden...]. Een andere versie is dat hij, terwijl hij een octopus over de honden probeerde te verdelen, zo hard in de pees van zijn voet was gebeten, dat het zijn dood veroorzaakte.
Een opmerkelijke dood voor een opmerkelijke man en zeker niet een man waar we nu over uitgesproken zijn.

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers II

zaterdag 12 oktober 2013

Weinig geduld voor prutsers

We zijn hem eerder tegengekomen, Diogenes van Sinope (404 - 323 v.Chr.), de vreemdste filosoof uit de Oudheid. Hij had zo zijn eigen manier om naar de wereld te kijken. Simpel gezegd: niets maakte hem wat uit. Door zijn houding werd hij populair, maar toch vooral als merkwaardige man. Het feit dat Alexander de Grote de moeite nam hem te bezoeken en te woord te staan, spreekt boekdelen.

Ook beledigen was geen probleem voor Diogenes. Een naamgenoot van hem, de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt hoeveel geduld de filosoof had met prutsers (Diogenes van Sinope 68):
Toen hij een slechte boogschutter zag, ging hij naast het doelwit zitten met de woorden: "zodat ik niet geraakt word."
Dit moet voor de arme boogschutter reden geweest zijn om maar wat anders te gaan doen, lijkt me.

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers II

vrijdag 20 september 2013

Met zo'n koning kan me niets gebeuren!

Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) was misschien wel de grootste veldheer uit de geschiedenis. In een bestek van een dikke tien jaar veroverde hij grote delen van de wereld en liep hij het machtigste rijk uit zijn tijd onder de voet: het Perzische rijk. Ook zijn er verhalen overgeleverd over het natuurlijke gezag en de leiderschapskwaliteiten van de koning. Eerder is aan bod gekomen hoe hij zijn paard op de knieën kreeg en een krachtige relatie met het dier opbouwde. Vandaag aandacht voor zijn soldaten.

Alexander en zijn leger waren gedurende de hele periode van de veroveringen  ver van huis op campagne en het Midden-Oosten staat niet bekend als het meest herbergzame gebied op aarde. Toen Alexander zijn troepen besloot mee te nemen door een woestijn, kwam hij daar achter. Velen van zijn soldaten kwamen om van de dorst en ook Alexander kreeg het moeilijk. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) bevond het leger zich elf dagen in de woestijn en toen een aantal Macedoniërs water aan het halen waren bij een rivier, zagen ze dat de koning bijna flauwviel van de dorst. De Macedoniërs vulden snel een helm met water en renden op Alexander af. Plutarchus vertelt wat vervolgens gebeurde (Alexander 42:4-6):
Hij [Alexander] vroeg hen voor wie hun lading bestemd was. "Voor onze eigen zonen," zeiden zij. "Maar wanneer jíj in leven blijft, zullen we er nieuwe verwekken, ook al zouden we deze verliezen!" Toen hij dit hoorde, nam hij de helm in zijn handen; maar toen hij om zich heen keek en zag dat alle ruiters rondom met voorover geneigd hoofd hun blik op hem hadden gericht, gaf hij hem zonder te hebben gedronken weer terug en bedankte. "Want als ik alleen zelf drink," zei hij, "zullen zíj hier de moed verliezen."
Deze blijk van zelfbeheersing zorgde ervoor dat de soldaten om de koning heen weer helemaal enthousiast werden. Met zó'n koning kan je niets overkomen!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


maandag 2 september 2013

De gillende maagd

Vorig jaar besprak ik een situatie waarin de Romeinse consul Publius Claudius Pulcher de wil van de goden negeerde en (daardoor) een belangrijke veldslag verloor. Hij had moeten weten dat de goden bepalen of je de oorlog gaat winnen en niet Publius. Thuis in Rome werd hij daar ook voor op de vingers getikt. Het was niet voor vandaag, dat winnen.

Hoewel het met Publius Claudius anders had kunnen aflopen als hij het de kippen de volgende dag nogmaals had gevraagd, gebeurt het ook wel eens dat je iets doet waardoor de goden boos worden. Zo had koning Mithradates van Pontus (132 - 63 v.Chr.) eens een heilig bos in brand gestoken. Iedereen weet dat als de goden één ding niet kunnen hebben, dat dat is dat je aan hun spullen zit, dus de godinnen in kwestie (die overigens ook al niet enthousiast waren omdat Mithradates zijn halve familie had uitgemoord) begonnen hem dwars te zitten. Mithradates besloot dat het enige dat hij kon doen een mensenoffer was. De Romeinse schrijver Julius Obsequens (4e eeuw n.Chr.), een van de schrijvers waaruit we de inhoud van  de werken van Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) die verloren zijn gegaan, deels uit kunnen afleiden, beschrijft wat er gebeurde (Boek van Wonderen  LVI):
Toen Mithridates [zoals hij ook genoemd werd] het bos van de Furiën [ook bekend als Erinyen] in brand stak, hoorden ze een machtige lach die nergens vandaan kwam. Toen hij op bevel van de harispices een maagd offerde aan de Furiën, verstoorde een lach die uit de keel van het meisje kwam, het offer. In Thessalië [Noord-Griekenland] verloor de vloot van Mithridates de slag tegen de Romeinen.
Soms zit het tegen.

Boekentip voor vandaag:
Adrienne Mayor, The Poison King

donderdag 29 augustus 2013

Romeinen uitroken met kippenveren

Het gebruik van chemische wapens zoals in Syrië lijkt te zijn gebeurd, lijkt een modern verschijnsel. Niet iets dat je verwacht bij de Oudheid. Daar vochten ze met zwaarden en bogen. Dat is tenminste het beeld. Toch is dat niet helemaal waar. In de Oudheid werden chemische wapens toegepast, al was dat allemaal niet zo sophisticated en naar ik weet niet tegen de eigen bevolking, maar tegen de legers van de vijand.

In 189 v.Chr. waren de Romeinen bezig met het belegeren van de stad Ambracia in het Westen van Griekenland. De stad bleek erg goed verdedigd te zijn en de Romeinen waren niet in staat de stad te veroveren. Als plan B besloten de Romeinen een tunnel onder de muren door te graven. Dit bleef lang onopgemerkt, maar na verloop van tijd kregen de verdedigers door wat er aan de hand was. Zij groeven een tunnel om de Romeinen te onderscheppen. Daar zetten ze geen zwaarbewapende soldaten neer, maar iets anders. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) vertelt wat dan wel (Vanaf de stichting van de stad XXXVIII.7.11-13):
Ze maakten een vat met gaten in de bodem klaar waar een pijp van gemiddelde omvang in kon worden gestoken en zo een ijzeren pijp en een ijzeren deksel voor het vat, dat ook op een paar plekken was geperforeerd. Dit vat, gevuld met lichte veren [van kippen] plaatsten ze met de opening naar de tunnel [naar de Romeinen]. Om de vijand op afstand te houden bevestigden ze lange speren die ze "sarisae" noemden in de gaten in het deksel. Ze wakkerden een lichte vonk bij de veren aan door te blazen met de blaasbalgen van een smid die bij de uitgang van de pijp waren geplaatst. Vervolgens was bijna niemand in staat in de tunnel te blijven, omdat rook, die niet alleen in grote hoeveelheid de tunnel vulde, maar vooral omdat het zo vreselijk stonk door de brandende veren. 
Geen rijen levenloze kinderen; dit is een heel ander soort chemische oorlogsvoering dan tegenwoordig. Eigenlijk een best sympathieke manier. Niet alle verandering is een verbetering. De Romeinen wisten de stad overigens uiteindelijk wel te veroveren.

Boekentip voor vandaag:
Livius, Ab urbe condita XI (38-39)

zondag 25 augustus 2013

Die kan veel drank hebben!

Zoals we eerder bij Epictetus hebben gezien, filosofen stonden in de Oudheid wel in aanzien, maar ook een beetje buiten de samenleving. Vandaag slaan de filosofen terug, want wat is een vervelender slag mensen dan die mensen die een beetje populair lopen te doen?

De snob van dienst is vandaag de Griekse filosoof Aristippos (5e en 43 eeuw v.Chr.. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo zijn woordje klaar over de populairen (Aristippos 73):
Tegen iemand die opschepte dat hij heel veel kon drinken zonder dronken te worden, wierp hij tegen: "dat kan een muilezel ook."
Eigenlijk is het allemaal helemaal niet zoveel meer dan dat. 

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

vrijdag 23 augustus 2013

Reuzenpaarden dronken hier

Een halfjaar geleden besprak ik een opmerking van de Romeinse schrijver Publilius Syrus (1e eeuw v.Chr.) die zei dat een plan dat niet veranderd kan worden, een slecht plan is. Vandaag aandacht voor Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) die een plan zag mislukken. Hij stond met zijn leger aan de Ganges, duizenden kilometers van huis en het leger besloot dat het niet meer verder wilde. Alexander liet zich volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) overhalen om terug te gaan, maar had "omwille van de roem" nog wat in petto voor wie hem zou achtervolgen of een kijkje in het kamp wilde nemen (Alexander 62.7):
Zo liet hij bijvoorbeeld ongewoon grote wapenrustingen en paardenruiven en abnormaal zware bitten vervaardigen, om ze her en der verspreid achter te laten
Die Alexander die daar zat, was zeven meter groot en had paarden van dertig ton, moeten ze gedacht hebben. Geen wonder dat ze het leger van Alexander niet hebben achtervolgd!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


maandag 19 augustus 2013

Je land of je leven

Een tijd geleden kwam het Orakel van Delphi aan bod. Koning Croesus (±595 - ±546 v.Chr.) van Lydië kreeg te horen dat een groot rijk ten onder zou gaan, maar niet welk rijk. Dit zijn de orakeluitspraken waar vooringenomenheid iemand een bepaalde kant op kan sturen. Croesus' eigen rijk werd weggevaagd.

Soms zijn de orakelspreuken niet zo onduidelijk om te interpreteren. Zo vroegen Spartanen aan het Orakel wat ze moesten doen toen de Perzische legers onder Xerxes I (515 - 465 v.Chr.) Griekenland binnenviel. Volgens de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) was het poëtisch geformuleerde antwoord hier heel wat eenduidiger, zij het niet makkelijk voor de aanhoorder (Historiën VII.220.4):
Voor jullie, bewoners van Sparta met de brede straten,
Ofwel jullie geweldige en glorieuze stad moet verwoest worden door de Perzen,
Of, als dat niet gebeurt, moet de bevolking van Lacedaemon [de Stadstaat] een dode koning die afstamt van Herakles betreuren.
Met andere woorden: koning Leonidas (540 - 480 v.Chr.) had een probleem. Omdat hij zo nobel was, koos hij ervoor zelf te sterven in de legendarische Slag bij Thermopylae (480 v.Chr.) tegen een, zoals we eerder hebben gezien veel groter leger aan Perzen. Feit is wel dat de Perzen nooit in de buurt van Sparta geweest zijn, dus Leonidas is niet voor niets gestorven.

Leonidas volgens de schilder Jacques-Louis David (1748 - 1825 n.Chr.)
Bron: Wikipedia

Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

zondag 11 augustus 2013

"Als ik jou was..."

In het leven van een groot generaal komt eens in de zoveel tijd een moment waar een beslissing genomen kan worden. Dan roept hij zijn belangrijkste adviseurs bij elkaar, vraagt om hun mening en doet vervolgens precies wat hij zelf wil. We hebben een tijdje geleden gezien wat Hannibal naar zijn hoofd geslingerd kreeg na de Slag bij Cannae in 216 v.Chr. Vandaag hebben we het over Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.). Gedurende zijn verblijf in Azië krijgt Alexander een brief van koning Darius III van Perzië (±380 - 330 v.Chr.). Darius wist welke kant de wereld op ging en besloot Alexander een aanbod te doen: vrede, zijn dochter, een bak met geld, een bondgenootschap en de helft van het rijk in ruil voor vrede.

Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) besprak Alexander het aanbod met zijn generaals, waaronder Parmenion (±400 - 330 v.Chr.) en laatsgenoemde nam het woord (Alexander XXIX.8-9):
"Als ik Alexander was," zei Parmenion, "zou ik dit aanbod accepteren." "Dat zou ik ook doen," zei Alexander, "als ik Parmenion was." Maar hij schreef naar Darius: "Kom naar me toe en je zult alle hoffelijkheid ontvangen; maar doe je dat niet, dan zal ik meteen naar je toe marcheren."
Parmenion wist gelijk dat hij zijn mond beter kon houden...

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander