Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label mensenoffers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensenoffers. Alle posts tonen

maandag 2 september 2013

De gillende maagd

Vorig jaar besprak ik een situatie waarin de Romeinse consul Publius Claudius Pulcher de wil van de goden negeerde en (daardoor) een belangrijke veldslag verloor. Hij had moeten weten dat de goden bepalen of je de oorlog gaat winnen en niet Publius. Thuis in Rome werd hij daar ook voor op de vingers getikt. Het was niet voor vandaag, dat winnen.

Hoewel het met Publius Claudius anders had kunnen aflopen als hij het de kippen de volgende dag nogmaals had gevraagd, gebeurt het ook wel eens dat je iets doet waardoor de goden boos worden. Zo had koning Mithradates van Pontus (132 - 63 v.Chr.) eens een heilig bos in brand gestoken. Iedereen weet dat als de goden één ding niet kunnen hebben, dat dat is dat je aan hun spullen zit, dus de godinnen in kwestie (die overigens ook al niet enthousiast waren omdat Mithradates zijn halve familie had uitgemoord) begonnen hem dwars te zitten. Mithradates besloot dat het enige dat hij kon doen een mensenoffer was. De Romeinse schrijver Julius Obsequens (4e eeuw n.Chr.), een van de schrijvers waaruit we de inhoud van  de werken van Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) die verloren zijn gegaan, deels uit kunnen afleiden, beschrijft wat er gebeurde (Boek van Wonderen  LVI):
Toen Mithridates [zoals hij ook genoemd werd] het bos van de Furiën [ook bekend als Erinyen] in brand stak, hoorden ze een machtige lach die nergens vandaan kwam. Toen hij op bevel van de harispices een maagd offerde aan de Furiën, verstoorde een lach die uit de keel van het meisje kwam, het offer. In Thessalië [Noord-Griekenland] verloor de vloot van Mithridates de slag tegen de Romeinen.
Soms zit het tegen.

Boekentip voor vandaag:
Adrienne Mayor, The Poison King

dinsdag 20 november 2012

Kinderen levend verbranden voor het goede doel

Wat vaak opvalt als je kijkt naar de geschiedenis en dan in het bijzonder die van lang geleden of van ver weg, is dat normen anders kunnen zijn. De meest in het oog springende zaken zijn misschien wel het ritueel om het leven brengen van mensen. Het bekendste voorbeeld daarvan is ongetwijfeld te vinden bij de Azteken in Midden-Amerika, maar dichter bij huis zijn ook voorbeelden. De Romeinen moesten er niets van hebben, al wordt gezegd dat de hier al eerder genoemde Hannibal (247 - 183 v.Chr.) hen wel zo ver kreeg om tot het uiterste te gaan om de setun van de goden te vinden. Het was voor de Romeinen hoe dan ook niet normaal om te doen.

Bij Hannibal thuis, in Carthago, is reden aan te nemen dat er wél sprake was van mensenoffers. Rondom verschillende Carthaagse steden zijn tophets gelokaliseerd. Dit zijn locaties waar grote aantallen kruiken met resten van jonge kinderen bij elkaar gevonden zijn. Hoewel deze tophets ook gewoon begraafplaatsen kunnen zijn geweest, worden ze in verband gebracht met het offeren van kinderen aan de god Baäl. De Siciliaanse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) geeft een duidelijk en expliciet beeld van hoe het er volgens hem aan toe ging (Bibliotheek 20.14.5-6)
Toen ze hadden nagedacht over deze dingen [dat de goden boos waren] en de vijand in het kamp voor hun muren hadden gezien, waren ze vervuld van bijgelovige angst, want ze geloofden dat ze de eer van de goden die door hun vaders waren gevestigd, hadden verwaarloosd. In hun geestdrift om vergoeding te verschaffen voor deze nalating, kozen ze tweehonderd van de edelste kinderen uit en offerden hen openlijk; en anderen die verdacht waren, offerden zichzelf vrijwillig, in aantal niet minder dan zeshonderd. Er was een bronzen beeltenis van Cronus [Baäl of Moloch] in de stad, die zijn armen uitstrekte, palmen omhoog en naar de grond aflopend, zodat wanneer er een kind in geplaatst zou worden, deze naar beneden zou rollen en in een soort gapend gat, gevuld met vuur zou vallen.
Dit was voor de Romeinen een gruwel van de eerste orde, net als voor ons. Of het waar was dat dit gebeurde, daar zijn archeologen het nog niet over eens, maar dit stuk van Diodorus was voor Romeinen als de eerder genoemde Marcus Porcius Cato de Oudere (234 - 149 v.Chr.) wel koren op de molen. De Romeinen moesten de Carthagers aanvallen! Zo geschiedde en omdat de geschiedenis altijd geschreven wordt door de winnaars, weten we niet wat er nou precies gebeurde.