Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen

maandag 3 februari 2014

Hitman in de problemen

Soms is het het handigste om een politieke rivaal uit de weg te ruimen. Dit gebeurde graag en vaak in de Oudheid en mag geen nieuws heten. In de meeste gevallen ging dit door middel van executies omwille van één of andere misdaad die het slachtoffer al dan niet gepleegd zou hebben. De tweede keizer van het Romeinse rijk, Tiberius (42 v.Chr - 37 n.Chr.) wist ook een andere manier om zijn rivalen weg te ruimen. Agrippa Postumus (12 v.Chr. - 14 n.Chr.), de kleinzoon van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) overleefde het niet.

Tiberius stuurde een tribuum naar het eiland waar Agrippa woonde. Deze doodde de jongeman. Terug in Rome deed hij verslag bij de keizer. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) vertelt wat diens reactie was (Tiberius 22):
Toen de tribuun hem rapporteerde dat de opdracht was uitgevoerd, antwoordde Tiberius: "Ik heb die opdracht niet gegeven en u dient zich hiervoor bij de senaat te verantwoorden."
Zo ging Tiberius om met zij die zijn vuile werk opknapten, volgens Suetonius.

dinsdag 28 januari 2014

Au!

We hebben eerder gezien hoe keizer Valentinianus I (321 - 375 n.Chr.) zichzelf in een woede-aanval doodbrieste. Dat soort dingen gebeurt soms. We hebben ook gezien dat niet alle grote veldheren uit de Oudheid altijd even vrij van nare ziektes waren. Eén van de grootste, Lucius Cornelius Sulla  (±138 - 68 v.Chr.) combineerde beide eigenaardigheden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) leverde dit een nogal onaangenaam schouwspel op. Plutarchus vertelt wat er gebeurde toen iedereen in Rome door begon te krijgen dat Sulla zeer binnenkort zou komen te overlijden en dit zorgde ervoor dat mensen daar wat mee deden (Sulla 37.3-4):
En één dag voor hij stierf, toen hij hoorde dat de magistraat daar [in Dicaearchia, vlakbij Napels], Granius, weigerde een schuld aan de schatkist terug te betalen omdat hij verwachtte dat hij [Sulla] snel zou sterven, riep hij hem bij zich in zijn kamer. stationeerde zijn slaven om hem heen en beval hen hem te wurgen; maar met de druk die hij op zijn stem en lichaam zetten, scheurde hij zijn abces en verloor een grote hoeveelheid bloed. Hierdoor verliet zijn kracht hem en na een verschrikkelijke nacht stierf hij, twee kinderen bij zijn Metella achterlatend.
Au! Gewoon au!

vrijdag 24 januari 2014

Goedemorgen meester!

De Romeinen konden behoorlijk snobistisch zijn en met name in de elite waren ze zeker van de tradities en de bijzondere procedures voor van alles. Toch hadden de Romeinen ook van die tradities waar ze met een vreemd gevoel op terugkeken. Deden wij dit vroeger? Dit zijn vaak de tradities die bewaard gebleven zijn, want er is altijd wel een onverlaat die zich vasthoudt aan de traditie en dat wordt dan aangedragen als een eigenaardigheid in een historisch werk. We hebben zoiets al gezien bij de wetten van de latere Romeinse tijd.

Vandaag gaat het over de keizer Galba (3 v.Chr. - 69 n.Chr.). Galba was een generaal in hart en nieren die vond dat je soldaten niet hoefde te overtuigen te doen wat hij wilde, maar dat moest bevelen. Hij was ook conservatief en dat leidt ertoe dat de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) over hem optekent dat hij rare tradities naleefde (Galba 4.4): 
Verder hield hij, ook al op jeugdige leeftijd, met grote hardnekkigheid vast aan de oude en in onbruik geraakte gewoonte van onze voorouders, die alleen in zijn familie werd volgehouden, dat vrijgelatenen en slaven twee maal per dag allemaal bijeenkwamen om hem voor een 's ochtends goede morgen en 's avonds goede nacht te wensen.
Goeiemorgen meneer de keizer!

woensdag 22 januari 2014

Dat is nu mijn vrouw!

We hebben eerder gezien dat de keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) om senatoren te vernederen tijdens diners hun vrouwen naar de slaapkamer begeleidde en uitgebreid verslag deed van wat daar gebeurde. Het gebeurde ook wel eens dat Caligula op zéér eenzijdige wijze aan zijn vrouwen kwam. Dat was dan de beslissing van Caligula zelf en van niemand anders. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) maakte hij het soms erg bont (Caligula XXV.1):
Anderen schrijven dat hij, toen hij uitgenodigd was bij een bruiloftsdiner, aan Piso [de bruidegom], die tegenover hem aanlag een briefje liet overhandigen, waarop stond: "Blijf van mijn vrouw af". Onmiddellijk daarna had hij haar [de bruid] meegenomen en de volgende dag de proclamatie uitgegeven dat hij haar tot vrouw had genomen op de wijze van Romulus en Augustus [die een vrouw van een ander had opgeëist].
Helaas was de keizer niet onder de indruk en volgde kort erop een scheiding. Enige tijd later meende Caligula dat het nodig was zijn ex te verbannen, want wat bleek ze te doen? Ze had mogelijk een relatie met Piso!

maandag 20 januari 2014

Het zwaard en het papierwerk

Het is voor hen die de Romeinse geschiedenis bestuderen moeilijk om mensen uit elkaar te houden en dat is niet in de laatste plaats omdat de Romeinen weinig origineel waren in hun keuze van namen. De keizerlijke familie van de Julisch-Claudische periode hing aan Gaiussen en Agrippina's aan elkaar en ook eerder leverde naamsverwarring problemen op, zoals we hebben gezien bij de onfortuinlijke dichter Gaius Helvius Cinna die toevallig dezelfde naam had als een gehaat vijand van het volk.

Precies dezelfde naam als het toen bedoelde slachtoffer van de lynchpartij had diens vader, de consul uit 87 v.Chr., Lucius Cornelius Cinna (±130 - 84 v.Chr.). Deze Cinna was diep betrokken in de strijd tussen de populares en de optimates waar de laatste fase van de Romeinse republiek grotendeels door bepaald werd. Hij was als popularis als consul verantwoordelijk voor de vervolging van zijn politieke tegenstanders. Aangezien dit er niet lichtzinnig aan toe ging, raakte hij in de problemen toen de optimates bleken te winnen. Een centurion wist de vluchtende Cinna in de kraag te vatten met als doel hem te doden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) was dit wat er gebeurde (Pompeius 5):
Toen de vluchtende Cinna dor een van de centurions die hem met getrokken zwaard achtervolgde, was gepakt, viel hij voor hem op de knieën en overhandigde zijn zegelring die van grote waarde was. Maar de centurion zei met grote onbeschaamdheid: "Ik ben niet gekomen om documenten te verzegelen, maar om een wetteloze en kwaadaardige tyran te straffen," en hij doodde hem.
Dit was wél de goeie Cinna.

dinsdag 14 januari 2014

Het gewicht in goud

We hebben eerder gezien dat het leven van een sociaal hervormer in de late Romeinse republiek niet over rozen ging. Tiberius Sempronius Gracchus (overleden in 133 v.Chr.) kreeg zijn plannen voor landhervormingen niet door de politieke arena en moest dat bekopen met zijn leven. Zijn jongere broer Gaius  (154 - 121 v.Chr.)  pakte de handschoen op toen zijn broer de Tiber in werd gegooid en kwam een aantal jaar later met zijn eigen voorstellen.

Gaius had niet alleen net even iets radicalere denkbeelden dan zijn broer, maar leek succesvoller te zijn dan Tiberius. Zó succesvol zelfs dat er een prijs op zijn hoofd werd gezet door de conservatieve tegenstanders in de senaat. Wie het hoofd van Gaius Gracchus brengt, krijgt het gewicht ervan in goud. Ik hoef niet uit te kauwen of hij het overleefde, maar de Griekse historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) vertelt wat er gebeurde, een truuk die je alleen van Romeinen kunt verwachten (Gaius Gracchus XVII.4): 
Dus stak Septimuleius het hoofd van Gaius op een speer en bracht het naar Opimius [consul en groot tegenstander van Gracchus] en toen het op een weegschaal werd gelegd, woog het zeventien tweederde pond, omdat Septimuleius zichzelf niet alleen een smeerlap [hij was een vriend van Gaius Gracchus] , maar ook een bedrieger toonde; want hij had de hersenen verwijderd en vloeibare lood op de plaats gegoten.
Er staat nergens dat we niks met het hoofd mochten doen. Romeinse inventiviteit!

zondag 12 januari 2014

Riet: lévensgevaarlijk!

Twee weken geleden besprak ik de dood van de grote Egyptische koning Narmer die door een nijlpaard zou zijn gedood. Vandaag hebben we het over de filosoof Alexinus (±339 - 265 v.Chr.) Wie niet sterk is, zoals een machtige heerser, die moet toch slim zijn, zoals een filosoof. Dat is niet altijd het geval, zoals we eerder hebben gezien. Volgens de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Alexinus een filosofische school opgezet, maar dat werd een zooitje, dus besloot hij met één slaaf in afzondering te leven.

Riet langs de oevers van de Alfeios
Bron: Panoramio, Costas Athan
Wat toen gebeurde, was bijzonder noodlottig (Euclides 110):
Ik [Diogenes] heb de volgende verzen voor hem gedicht:
Het was geen ijdel verhaal dat eens een ongelukkige man zijn voet op één of andere manier met een nagel prikte terwijl hij aan het duiken was; want voordat de grote man Alexinus de overkant van de Alfaios wist te bereiken, werd hij door een rietstengel geprikt en stierf.
Bijzonder noodlottig! 

woensdag 8 januari 2014

Nat brood op je gezicht

De Romeinse geschiedenis lijkt een geschiedenis van krachtige generaals, doortrapte verraders en vrouwen met een zekere morele flexibiliteit te zijn geweest, maar ook in de Romeinse wereld geldt: zoveel mensen, zoveel karakters. Dat ook Romeinen zo hun eigenaardigheden hadden, mag wel duidelijk zijn na bijna twee jaar blogberichten. 

Vandaag gaat het over keizer Otho (32 - 69 n.Chr.), die eerder besproken is en naar voren kwam als een ambitieuze (maar daarin gefrustreerde) man die niet terugdeinsde voor een aanslag op de keizer. Hij slaagde daarin, maar was zelf niet veel later de volgende. Een beeld dat je bij Otho kunt hebben, is dat van een verwend nest die altijd in een gespreid bedje terecht is gekomen en door het lint ging toen het leven niet zijn kan op ging. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) geeft een korte schets van Otho's leven buiten de politieke arena waarin dit beeld ook een beetje naar voren komt (Otho XII):
In zijn uiterlijke verzorging was hij pijnlijk nauwgezet, haast als een vrouw. Hij epileerde zich en droeg, omdat hij weinig haar had, een pruik, die zo goed bij hem paste dat niemand hem opmerkte. Hij had zelfs de gewoonte zich dagelijks te scheren en daarna een masker van vochtig brood aan te brengen. Daar was hij al mee begonnen toen het eerste dons was verschenen, om nooit een baardige indruk te maken.
Niet iedereen die zich scheert en zelfs niet iedereen die nat brood op zijn gezicht smeert is een diva, maar Otho wel, denk ik...

maandag 6 januari 2014

Een extra graantje meepikken

Het begint na al die opmerkingen van de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) over vermeende gruwelijkheden van keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) een beetje opvallend te worden. Gelukkig voor de keizer begin ik langzaam door het betreffende werk van Procopius heen te komen, maar nog niet helemaal. Justinianus zou namelijk iets heel kwaadaardigs hebben bedacht om geld bij elkaar te krijgen. Procopius vertelt (Geheime Geschiedenis XXII.14-16):
Op een gegeven moment was er een grote hoeveelheid graan getransporteerd naar Byzantium, maar nadat het grootste deel daarvan al verrot was, verkocht hij [Justinianus] het in proportionele hoeveelheden aan verschillende steden in het Oosten, ook al was het niet geschikt voor menselijke consumptie; en hij verkocht het niet voor de prijs dat het beste graan waard was, maar voor een veel hogere prijs; en het was noodzakelijk voor de kopers dat ze, nadat ze grote sommen geld hadden neergeteld om de onderdrukkende prijzen te betalen, het graan in zee of in het riool gooiden. En aangezien een gigantische hoeveelheid goed graan dat nog niet verrot was, daar opgeslagen lag, besloot hij dit ook te verkopen aan de grote steden die graan nodig hadden. Op die manier wist hij twee keer zoveel geld te verdienen als dat uit de schatkist kortgeleden was betaald aan schatplichtige staten voor hetzelfde graan.
Zo kon Justinianus dus een extra graantje meepikken... 

zaterdag 4 januari 2014

Strategisch buiten spelen

Vorige maand besprak ik dat de veldtocht van de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) tegen Gnaeus Domitius Ahenobarbus niet geweldig op gang kwam. Uiteindelijk won Pompeius met zijn troepen betrekkelijk eenvoudig en bracht de regio in Noord-Afrika stevig onder controle. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) bracht Pompeius bij de bevolking 'een gezonde angst en respect voor de Romeinen' terug. Daar bleef het echter niet bij, want Pompeius wilde echt indruk maken (Pompeius XII.5):
Hij verklaarde dat zelfs de wilde dieren in hun Afrikaanse holen niet gespaard zouden moeten worden van de moed en de kracht van de Romeinen en daarom besteedde hij een paar dagen aan het jagen op leeuwen en olifanten.
Nooit een excuus te slecht voor een feestje, nietwaar, Pompeius?

zondag 29 december 2013

De dood van de koning is niet eervol genoeg

Je kunt ze niet veel indrukwekkender vinden. Een koning kan hooguit de status van koning Narmer (voor de Grieken Mênês) bereiken. Hij was het die als eerste één land van Egypte wist te maken. We hebben hem eerder gezien ten hij één van zijn vijanden aan het afmaken was. Vandaag kijken we naar een stukje in zijn biografie waar hij waarschijnlijk niet enthousiast om is geweest: zijn dood.

Ook goddelijke koningen komen op een gegeven moment te overlijden. Sommigen sterven in oorlogen, anderen bezwijken aan een ziekte, weer anderen worden vermoord. Narmer was anders. Hij komt op een merkwaardige manier aan zijn einde. Volgens de Grieks-Egyptische historicus Manetho (3e eeuw v.Chr.) werd hij gedood door een nijlpaard. Nu wordt het nijlpaard als één van de gevaarlijkste dieren ter wereld beschouwd, maar toch is er iets lulligs aan het gedood worden door zo'n lomp ogend beest. Laat het dan een leeuw of een beer zijn, of een krokodil...

Wat Manetho zélf meldt, is niet bekend, maar verschillende latere historici wijden een paar regeltjes aan zijn werk over Narmer. Sextus Julius Africanus (±160 - ±240 n.Chr.) merkt het volgende op (Fragment 6):
De eerste dynastie telde acht koningen, waarvan Mênês de eerste, 62 jaar regeerde. Hij werd meegenomen door een nijlpaard en kwam om.
De Nijlpaardgodin Taueret

Volgens Eusebius van Caesarea (±263 - ±339 n.Chr.), de huisbiograaf van keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) ging het als volgt (Fragment 7a):
Hij [Narmer] voerde een buitenlandse expeditie en won daarmee roem, maar werd weggedragen door een nijlpaard.

Eusebius meldt nóg een versie van de dood van de koning, in deze versie ging het zo (Fragment 7b):
Hij werd weggedragen door een nijlpaard-god.
Eerst werd hij gedood door een nijlpaard, toen meegenomen door een nijlpaard en later meegenomen door een nijlpaard-god. Het wordt steeds eervoller! 

Boekentip voor vandaag:
Manetho, Aegyptica & Tetrabiblos

zondag 15 december 2013

De gwote wedenaaw en zijn spwaakgebwek

Vorige week besprak ik het werk van de Romeinse redenaar  Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) die zei dat een redenaar vooral veel kennis van zaken moest hebben om een goede speech te kunnen houden. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar het niet hebben van een spraakgebrek moet toch ook een pluspunt zijn voor een redenaar, toch?

Misschien wel de bekendste redenaar uit de Oudheid, naast Cicero, was Demosthenes van Athene (384 - 322 v.Chr.). Hij had een spraakgebrek, maar heeft dat overwonnen. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd hij geholpen door Eubulides van Milete (4e eeuw v.Chr.) (Euclides 108):
Demosthenes was waarschijnlijk zijn [Eubulides] leerling en verbeterde op die manier zijn verkeerde uitspraak van de letter R.
Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) had Demosthenes een aantal oefeningen om van zijn spraakgebreken (want het ging om veel meer dan alleen de letter R) af te komen. Of die in samenwerking met Eubulides zijn uitgevoerd, is niet bekend (Demosthenes XI.1):
Voor zijn lichamelijke tekortkomingen paste hij de oefening die in zal beschrijven toe, zegt Demetrius van Phalarum [(± 350 - 285)] die zegt dat hij er van Demosthenes zelf, die inmiddels oud is, over gehoord heeft. De onduidelijkheid en het geslis van zijn spraak corrigeerde hij en haalde hij weg door steentjes in zijn mond te nemen en vervolgens toespraken te reciteren. Hij oefende zijn stem door te spreken terwijl hij rende of steile hellingen op ging en door in één adem toespraken of verzen te reciteren. Verder had hij thuis een grote spiegel waar hij voor ging staan en door zijn oefeningen in uitspraak ging.
Demosthenes heeft duidelijk veel moeite moeten doen om te komen waar hij was en als dat hem niet gelukt zou zijn, zouden we hem waarschijnlijk allemaal allang vergeten zijn. Inspirerend verhaal voor mensen die iets willen bereiken waar ze op het eerste gezicht geen talent voor lijken te hebben.

Boekentip voor vandaag:
Malcolm Gladwell, David en Goliath
Niet over Demosthenes zélf, maar over mensen die against all odds toch dingen bereiken.

vrijdag 13 december 2013

Ik heb ze nog nodig... ergens voor!

We weten inmiddels dat de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) het niet zo hoog op had met keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.). De keizer komt uit zijn werk naar voren als een vreselijk monster en een incompetente heerser. Alles dat hij deed, lijkt te zijn gericht op het onderdrukken van zijn volk. Het is aan de lezer om een beoordeling te maken op de vraag wat er waar is en wat niet. Procopius had hoe dan ook duidelijk een appeltje te schillen met Justinianus.

Het gezicht van de duivel van Procopius zoals
afgebeeld op een mosaïek in
de Basiliek van San Vitale in Ravenna.
Bron: Wikipedia
Procopius vertelt dat de randen van het rijk gedurende de regering van Justinianus te maken hadden met invallen van de eerder in dit blog besproken Hunnen. Zoals je van de Hunnen kan verwachten, leverde dat nogal wat verstoringen op. Procopius vertelt wat de reactie van de machthebbers was (Geheime Geschiedenis XXI.26):
Steeds weer, wanneer een vijandig leger van Hunnen het Romeinse Rijk had geplunderd en haar inwoners tot slaaf had gemaakt, maakten de generaals uit Thracië en Illyrië plannen om ze aan te vallen als ze zich terugtrokken, maar ze trokken hun plannen in, wanneer ze een brief van keizer Justinianus zagen, waarin hij hen verbood om de barbaren aan te vallen, omdat ze noodzakelijk waren voor de Romeinen als bondgenoten tegen de Goten, misschien, of tegen een of andere andere vijand.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

woensdag 11 december 2013

De circuskeizer

Bron: Search Best Cartoons
Vorige week kwam de periode in de politieke carrière van de latere keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.) aan bod. Het ging over een manier van executeren van een moordenaar die Galba uitvoerde. Vandaag kijken we naar een wat luchtigere kant van de later keizer, namelijk zijn organisatie van entertainment toen hij praetor was onder keizer Nero (37 - 68 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) organiseerde hij het Floralia-festival ter ere van de godin Flora. Hierin voerde hij een innovatie door die misschien wel kan wedijveren met de eerder genoemde groots opgezette zeeslag die keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) ooit aan zijn volk voorschotelde (Galba 6):
Als praetor bood hij bij de viering van de Floralia een nieuw schouwspel: koorddansende olifanten.
Dat tot zover, maar Suetonius vertelt ook hoe dit in zijn werk ging (Nero 11.2):
Een bekende Romeinse ridder daalde, gezeten op een olifant op een koord naar beneden.
Dierenuitbuiting en algemene idiotie ten spijt, Galba wist wel hoe je spektakel kon brengen!

Boekentip voor vandaag:

Suetonius, Keizers van Rome

zaterdag 7 december 2013

Het spektakel op de werkvloer

Niets is frustrerender voor een generaal dan dat je mannen besluiten dat ze beter iets anders kunnen doen dan naar je luisteren. Zo had ook de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) een tijdje geen enkele mogelijkheid om zijn mannen te laten doen wat hij wilde. Ze hadden een ander idee en waren daar te druk mee bezig om naar hun bevelhebber te luisteren. 

In het begin van Pompeius' militaire carrière was er sprake van een groot conflict in de Romeinse elite. Twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar en voerden een bittere strijd. De ene groep werd geleid door Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) en de andere groep door  Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeius schaarde zich onder de volgelingen van Sulla. Eén van de volgelingen van Marius was Gnaius Domitius Ahenobarbus en hij had een flink leger onder zich. Met dat leger vertrok hij vanuit zijn uitvalsbasis op Sicilië naar Noord-Afrika en bezette de regio. Sulla stuurde Pompeius om daar wat aan te doen. 

De biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) laat optekenen dat Pompeius bij aankomst al duizenden van Domitius' mannen liet overlopen, maar plotseling gebeurde er iets dat zelfs Plutarchus absurd vond (Pompeius 11.3-4):
Het schijnt dat een aantal soldaten op een schat was gestuit en er een grote hoeveelheid geld aan hadden overgehouden. Toen dit bekend werd, stelde de rest van het leger zich massaal voor dat de plaats vol geld dat de Carthagers  in een tijd van rampspoed hadden verstopt, lag. Zodoende kon Pompeius gedurende vele dagen niets met zijn soldaten doen omdat ze op zoek waren naar schatten, maar hij ging staan lachen om het spektakel van een ontelbaar aantal mannen die stonden te graven en te de grond stonden om te woelen. Uiteindelijk waren ze het zoeken beu en vroegen ze Pompeius om hen te leiden waarheen hij wilde, en hij verzekerde hem dat ze voldoende gestraft waren voor hun stompzinnigheid.
Wat is er frustrerender dan heel veel tijd en moeite besteden aan iets dat helemaal niets oplevert? De soldaten moeten geluk hebben gehad dat Pompeius er plezier aan had beleefd, want dit soort gedrag is wel eens anders afgelopen...

donderdag 5 december 2013

Een hagelwit kruis voor 's moordenaars eer

Een dik jaar geleden besprak ik een incident met de Romeinse politicus Gaius Cornelius Verres (120 - 43 v.Chr.) die een Romeins burger in het openbaar een pak slaag had gegeven. Romeinse burgers mochten niet mishandeld of gedood worden, dat was de regel. Dat sommigen zich daar niet aan hielden, dat is een ander verhaal.

Eén van die sommigen was de keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) kreeg hij in zijn tijd als gouverneur van de provincie Hispania Terraconensis (het grootste deel van het huidige Spanje) een man te pakken die als voogd zijn pupil had vergiftigd om zo als vervangend erfgenaam de erfenis op te strijken. Deze man liet hij aan het kruis slaan. Dit leidde tot wat juridisch geneuzel, zoals Suetonius toelicht (Galba 9.1):
Toen deze [de man die gekruisigd werd] zich beriep op de wetten en verklaarde dat hij een Romeins burger was, liet hij [Galba] hem, zogenaamd om zijn straf te verlichten en hem enigszins te troosten en eer te bewijzen, naar een ander kruis overbrengen, dat hij speciaal voor hem had laten oprichten en dat hoog uitstak boven de andere kruisen die daar stonden en witgekalkt was.
Galba had duidelijk geen tijd voor deze man.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

woensdag 27 november 2013

Stikken in je krokodillentranen

Keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) kwam in 14 n.Chr. aan de macht als tweede keizer van Rome, na de toen al legendarische Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.). Zoals eerder gezien zag Augustus in Tiberius een belangrijke man voor het Romeinse rijk. Het mag daarom niet al te verrassend zijn dat Tiberius de tweede keizer zou worden na het overlijden van de eerste. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) was het Tiberius zélf die na het overlijden van Augustus de senaat bijeenriep om de volgende stappen te bepalen. Suetonius vertelt (Tiberius 23):
Krachtens zijn bevoegdheid als volkstribuun riep hij [Tiberius] de senaat bijeen, maar nauwelijks was hij aan zijn toespraak begonnen, of hij snikte het plotseling uit, alsof het hem te machtig werd, en hij uitte de wens dat niet slechts zijn stem het zou begeven, maar ook hijzelf het leven mocht laten. Hij overhandigde de rede aan zijn zoon Drusus om hem verder voor te lezen.
Tiberius liet munten slaan waarop hij duidelijk aangaf de zoon van de goddelijke Augustus was.
Bron: Wildwinds.com, Roman Imperial Coinage (RIC) 27

So far, so good. Tiberius had het er vre-se-lijk moeilijk mee allemaal, want het was allemaal heel verschrikkelijk wat er gebeurd was. Suetonius vertelt verder:
Vervolgens werd het testament van Augustus binnengebracht [...]. De aanhef luidde: "Aangezien het wrede lot mij mijn zonen Gaius en Lucius ontrukt heeft, bepaal ik dat Tiberius mijn erfgenaam moet zijn voor twee derde van mijn vermogen."
"Omdat mijn eerste en tweede keus dood zijn, moeten jullie het met de derde keus doen." Hopelijk kreeg Tiberius de gelegenheid het testament eerst even te lezen voor het voor de senaat werd gebracht, want anders mogen we trots op hem zijn dat hij niet in zijn krokodillentranen gestikt is...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

donderdag 21 november 2013

Ga niet met filosofen naar bed!

Je weet hoe het gaat: je bent dronken, zij is dronken, het is een leuke avond, een héle leuke avond... Dan loop je het risico dat ze een paar weken later aanklopt bij je, terwijl je daar eigenlijk toch niet echt zin in hebt. Dit overkwam de Griekse filosoof Aristippos (5e en 4e eeuw v.Chr.) en hij had er duidelijk toch niet echt zin in. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo'n leuke avond met een courtisane.Toen die kwam vertellen over de gevolgen, volgde een zeer kort gesprek dat vermoedelijk niet voor iedereen even bevredigend is geweest (Aristippos 81):
Aan een courtisane die hem had verteld dat ze zwanger was van hem, antwoordde hij: "Je bent hier niet zekerder van, dan dat je, wanneer je door een doornenstruik zou rennen, zou zeggen welke specifieke doorn je geprikt heeft.
Tsja, wat moet ik anders zeggen dan "dames, ga niet met filosofen naar bed!"
Boekentip voor vandaag:

Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

maandag 11 november 2013

De zwerende generaal, de vrouwen en het ongedierte

Eerder kwam de fysieke conditie van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) aan bod. Achter de grote staatsman en meesterdelegeerder (vraag maar aan Gaius Cilnius Maecenas (70 - 8 v.Chr.) en Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.)) schuilde een man met veel fysieke ongemakken. Een andere grote man uit de Romeinse geschiedenis komt er niet veel beter vanaf. We hebben het al vaak gehad over Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.), in zijn hoedanigheid van generaal of politicus, maar ook deze grote man had wat fysieke problemen.

Sulla had grote fysieke problemen, als we de biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) moeten geloven - en dat komt ons hier goed uit. In zijn biografie van de politicus beschrijft Plutarchus dat het niet altijd even goed ging met Rome's eerste dictator voor onbepaalde tijd (gebruikelijk werd een dictator voor een periode van zes maanden aangesteld). Sulla had thuis een vrouw zitten, vertelt Plutarchus, maar dat zorgde er niet voor dat hij zich niet bezig hield met andere vrouwen. Hij vertelt verder (Sulla 36.2-3):
Door deze levenswijze verergerde hij een ziekte die in het begin onbelangrijk was en gedurende lange tijd had hij niet eens in de gaten dat er zweren op zijn darmen zaten. Deze ziekte beschadigde zijn hele vlees ook en zette het om in wormen, zodat, ook al had hij velen in dienst om hen dag en nacht te verwijderen, datgene dat ze van hem afnamen was niets vergeleken met datgene dat er bij kwam bij hem. Zijn kleding, wastafels en voedsel waren geïnfecteerd met de stroom van bederf, zo gewelddadig was datgene dat zijn lichaam afstootte. Om die reden dompelde hij zichzelf vele keren per dag onder in water om zichzelf te reinigen en te schuren. Maar dit maakte niets uit, want de verandering haalde hem snel weer in en de zwerm van ongedierte tartte elke zuivering.
...En toch wilden de vrouwen bij hem in de buurt komen.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV

dinsdag 5 november 2013

Het regent kippen!

Soms gebeuren er van die dingen die wel iets móéten betekenen. Het zijn van die zaken die het begin of het einde van een tijdperk aankondigen. Soms is al heel vroeg duidelijk dat iemand voorbestemd is om een hele grote te worden. Soms gebeurt er gewoon iets geks waar veel waarde aan gehecht wordt. Zo vertelt de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) dat Livia (59/58 v.Chr - 29 n.Chr.) de vrouw van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) eens buiten liep en wat meemaakte (Galba I.1):
Toen in een ver verleden Livia direct na haar huwelijk met Augustus naar haar verblijf in Veii terugkeerde, liet een voorbijvliegende adelaar een witte kip, die hij met een lauriertakje in de snavel had meegeroofd, neervallen in haar schoot met het takje nog in de bek. Men besloot het dier te verzorgen en het takje te planten. Daar kwam een zo groot nageslacht aan kippen uit voort dat de villa tot op de dag van vandaag 'De kippenren' wordt genoemd [dit is overigens dezelfde villa van het beroemde standbeeld van de keizer]. Het takje groeide uit tot een prachtig laurierbos, waar de Caesares als zij een triomftocht gingen houden, altijd hun lauwerkransen plukten.
Deel van een muurschildering in de villa van Livia
Bron: Wikipedia
De kippen deden het jarenlang uitstekend, maar toen kwam keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) aan de macht. Volgens Suetonius ging het tegen het einde van zijn regering zo slecht met de kippen dat ze allemaal doodgingen en de laurierbonen waren allemaal verdord. Een definitief einde aan een era dat met een vreemd toeval begon.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome