Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen

donderdag 2 januari 2014

Vroege smeerlapperij

De Egyptenaren staan bekend om twee dingen: de piramides en de mummies. De piramides zullen vandaag niet verder besproken worden, maar de mummies wel. Bij de Egyptenaren was er een groep priesters verantwoordelijk voor het balsemen en mummificeren van de overledenen. Volgens de Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus  (±485 - 425/420 v.Chr.) zijn er verschillende manieren om een lichaam voor te bereiden voor de tocht naar waar-ze-ook-heen-gaan. Wat deze manieren gemeen hebben, is dat ze door dezelfde priesters werden uitgevoerd. Priesters, geen priesteressen. Om deze reden merkt Herodotus het volgende op (Historiën II.89):
De jakhals-god Anubis was betrokken bij het mummificatieproces
Bron: Wikipedia
Echtgenotes van beroemde mannen en vrouwen van grote schoonheid en reputatie, worden niet meteen aan de balsemers gegeven, maar pas wanneer ze drie of vier dagen dood zijn. Dit is zo om de balsemers te ontmoedigen gemeenschap met de vrouwen te hebben. Men zegt dat er eentje was betrapt terwijl hij gemeenschap had met het verse lijk van een vrouw en dat hij om die reden met de nek werd aangekeken door zijn collega's.
Iedere beschaving heeft kennelijk zijn eigen smeerlappen...

zondag 29 december 2013

De dood van de koning is niet eervol genoeg

Je kunt ze niet veel indrukwekkender vinden. Een koning kan hooguit de status van koning Narmer (voor de Grieken Mênês) bereiken. Hij was het die als eerste één land van Egypte wist te maken. We hebben hem eerder gezien ten hij één van zijn vijanden aan het afmaken was. Vandaag kijken we naar een stukje in zijn biografie waar hij waarschijnlijk niet enthousiast om is geweest: zijn dood.

Ook goddelijke koningen komen op een gegeven moment te overlijden. Sommigen sterven in oorlogen, anderen bezwijken aan een ziekte, weer anderen worden vermoord. Narmer was anders. Hij komt op een merkwaardige manier aan zijn einde. Volgens de Grieks-Egyptische historicus Manetho (3e eeuw v.Chr.) werd hij gedood door een nijlpaard. Nu wordt het nijlpaard als één van de gevaarlijkste dieren ter wereld beschouwd, maar toch is er iets lulligs aan het gedood worden door zo'n lomp ogend beest. Laat het dan een leeuw of een beer zijn, of een krokodil...

Wat Manetho zélf meldt, is niet bekend, maar verschillende latere historici wijden een paar regeltjes aan zijn werk over Narmer. Sextus Julius Africanus (±160 - ±240 n.Chr.) merkt het volgende op (Fragment 6):
De eerste dynastie telde acht koningen, waarvan Mênês de eerste, 62 jaar regeerde. Hij werd meegenomen door een nijlpaard en kwam om.
De Nijlpaardgodin Taueret

Volgens Eusebius van Caesarea (±263 - ±339 n.Chr.), de huisbiograaf van keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) ging het als volgt (Fragment 7a):
Hij [Narmer] voerde een buitenlandse expeditie en won daarmee roem, maar werd weggedragen door een nijlpaard.

Eusebius meldt nóg een versie van de dood van de koning, in deze versie ging het zo (Fragment 7b):
Hij werd weggedragen door een nijlpaard-god.
Eerst werd hij gedood door een nijlpaard, toen meegenomen door een nijlpaard en later meegenomen door een nijlpaard-god. Het wordt steeds eervoller! 

Boekentip voor vandaag:
Manetho, Aegyptica & Tetrabiblos

zaterdag 22 juni 2013

Catapulten en kittens

Het grootste rijk uit de Oudheid was dat van de Perzen en het was voor een deel te danken aan de tweede koning van de Perzen, Cambyses (overleden in 522 v.Chr.) dat dat zo is. Zijn grootste wapenfeit was de verovering van Egypte en daarvoor had hij iets bedacht. De Egyptenaren namelijk deden iets waar de hele Oudheid raar van opkeek: zij vereerden goden die een dierlijk gedaante hadden. Dat zorgde ervoor dat ze veel dieren als heilig zagen.

In 525 v.Chr vond de Slag bij Pelusium plaats. De Egyptische troepen stonden tegenover de Perzische. De Macedonische historicus Polyaenus (2e eeuw n.Chr.) vertelt hoe Cambyses de zwakte van zijn vijand open legde. De boden weerstand tegen de opkomst van Cambyses en zijn leger. Polyaenus vertelt (Krijgslisten VII.9): 
Toen Cambyses Pelusium, dat de ingang in Egypte bewaakte, aanviel boden de Egyptenaren grote weerstand. Zij brachten geweldige voertuigen op tegen de belegeraars en gooiden projectielen, stenen en vuur naar hen vanuit hun catapults. Om deze vernietigende barrage het hoofd te bieden stelde Cambyses voor zijn frontijn honden, schapen, katten, ibissen en alerlei dieren die de Egyptenaren als heilig beschouwden op. De Egyptenaren hielden onmiddellijk op met hun acties, uit angst om de dieren, die zijn zeer hoog achtten, pijn te doen. Cambyses veroverde Pelusium en opende daarmee de weg naar Egypte voor zichzelf.
Cambyses deed wat veel moderne generaals nalaten: hij gebruikte de specifieke eigenschappen van de vijand tegen hen. De Slag bij Pelusium liep uit op een gigantische overwinning voor de Perzen.

Boekentip voor vandaag:
Polyaenus, Strategems of War

dinsdag 19 juni 2012

De koning is groot

In het British Museum in Londen liggen aardig wat juweeltjes uit de Oudheid, waaronder de Standaard van Ur, een vondst van de Britse archeoloog Sir Leonard Wooley (1881 - 1960). Deze standaard, waarvan de functie niet bekend is, toont verschillende scenes uit het leven in het oude Sumer in het huidige Zuid-Irak. Aan de ene kant staan scenes die over oorlogsvoering gaan, aan de andere kant scenes die lijken te duiden op een soort feest, maar overduidelijk een vreedzame bedoeling. Op de site van de Khan Academy vond ik deze video die het overbodig maakt om er zelf veel over te zeggen:



(De vertaling is van mijn hand, dus mocht er wat mee zijn, dan hoor ik dat graag)

Naast het feit dat dit object op zichzelf bijzonder interessant is, valt bij objecten uit het oude Nabije Oosten altijd iets specifieks op. In de video wordt al kort aandacht besteed aan het feit dat sociale positie van figuren op dit soort objecten vaak wordt uitgedrukt in de grootte van het figuur. Op de tumbnail van de video is al te zien dat de centrale figuur op de stoel veel groter is dan de drie mannetjes om hem heen en dat het mannetje dat rechts zit daar een beetje tussenin zit. We hebben hier waarschijnlijk te maken met de koning, met mensen onder hem met een hoge rang (priesters bijvoorbeeld) en met bedienden. Als de koning zou gaan staan, zou hij twee keer zo lang zijn als de bedienden. We hebben al gezien dat koning Eannatum 2,79 meter zou zijn geweest en het ziet ernaar uit dat de Standaard van Ur ook zoiets zegt.

Ook in Egypte komt de sociale positie van figuren tot uiting in de grootte ervan. Zo is op het Narmerpalet deze scene te zien:

De koning, met de typische Hedjet-kroon van Boven Egypte staat op het punt een vijand te doden, terwijl naast hem een mannetje zijn sandalen vast houdt. Waarom je je sandalen uit zou doen voor een dergelijke handeling, dat is vraag twee (een interessante vraag waar ik later nog op terugkom), maar wat zeker opvalt is dat de grote koning een klein mannetje in zijn gevolg heeft die kennelijk belangrijk genoeg is om überhaupt op de  inscriptie gezet te worden, maar niet belangrijk genoeg om groter afgebeeld te worden.

zaterdag 9 juni 2012

In the pocket!

In het gebied aan Afrikaanse zijden van de Arabische Golf leven slangen in de woestijn. Sommigen waren van indrukwekkende omvang. Zo meldt de Siciliaanse geschriedschrijver Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) dat er geruchten gaan dat er slangen van ongeveer 45 meter zijn en dat deze zich in het landschap oprollen en op heuvels lijken. Hij gelooft het zelf niet en raadt zijn lezers af het te geloven (Bibliotheek van de Geschiedenis 3.36.1), maar hij vertelt wel dat de beesten toch een geduchte tegenstander zijn als je ze wilt vangen. Probleem is dat ze dat geprobeerd hebben. Diodorus vertelt dat de jagers doodsbang waren voor de gigantische slang met de enge geluiden, het gesis en wat al niet. Wat volgt is een halfslachtige poging (Bibliotheek 3.36.7):
Vervolgens, nadat ze de kleur van hun wangen hadden gedreven door de angst, gooiden ze trillend van lafheid een lasso om zijn staart; maar het beest draaide zich met een machtig gesis dat hen de stuipen op het lijf jaagde om zodra het touw zijn lichaam raakte, kwam boven de voorste man uit en greep hem in zijn mond en at zijn vlees terwijl hij nog leefde en een tweede greep hij met een omstrengeling vanaf een afstand, terwijl hij [de man] probeerde te vluchten, trok hem naar hem toe en kneep zijn buik fijn met zijn vaste greep; de rest zicht in doodsangst zijn veiligheid in de vlucht.
Goed, dat werkte niet dus en de jagers was een flinke beloning beloofd als ze zo'n beest konden vangen, dus ze kwamen terug. Diodorus vertelt (Bibliotheek 3.37.1-6) dat ze het dit keer beter voorbereid aanpakten. ze maakten een grote mand van rietstengels en legden die in een kuil naast de ingang van het hol van de slang die ze met stenen sloten. Vervolgens rustten ze een legertje met boogschutters, ruiters, honden en trompetters uit om de slang te lijf te gaan. Door lawaai en pijlen werd het beest gek gemaakt en toen het zijn hol niet kon vinden, dook het in dat andere gat. Van daaruit konden de kaken van de slang worden dichtgebonden en werd het beest meegenomen naar koning Ptolemaeus II Philadelphus van Egypte. Die wist er wel mee om te gaan, volgens Diodorus (Bibliotheek 3.37.7-8):
Door het dier voedsel te onthouden braken zij diens geest en temden het stukje bij beetje, zodat het tam maken ervan een wonderbaarlijk ding werd. Ptolemaeus gaf de jagers de verdiende beloningen en hield en voerde de slang die nu getemd was en het prachtigste en meest indrukwekkende schouwspel opleverde voor vreemdelingen die zijn koninkrijk bezochten.

zondag 6 mei 2012

Wraak

De Grieken kenden een interessante traditie van goddelijke wraak. Ik heb het eerder gehad over Sisyphus die een rots een berghelling op moest duwen. Dit was echter niet de enige vorm van van goddelijke wraak die tot ons is gekomen. Niet alleen de mythologie zit er vol mee (Prometheus is een hele bekende), maar ook geschiedschrijvers komen met voorbeelden. Het mag geen verrassing heten dat het het Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) was die het lot van Pheretimè, de koningin van Cyrene in Libië verhaalt.


In de stad Barcè werd koning Arkesilaus gedood en uit navraag bleek dat de héle stad schuldig was (Historiën 4.167.2). De logische stap was vervolgens om de hele stad te straffen. Daarom stuurde de koning van Perzië een leger met Pheretimè aan het hoofd om de stad te belegeren. Pogingen om onder de stadsmuren door te graven mislukten en ook andere pogingen de stad in te nemen liepen op niets uit. Een list moest uitkomst brengen. Herodotus vertelt (Historiën 4.201): 
Toen veel tijd voorbij weg gegaan en aan beide zijden (niet minder aan de Perzische kant dan bij hun vijanden) velen gevallen waren, bedacht Amasis, de generaal van de infanterie een list, wetende dat Barcè niet ingenomen kon worden door kracht, maar misschien wel door bedrog: hij groef 's nachts een brede greppel en legde er zwakke planken overheen die hij vervolgens bedekte met een laag aarde tot het niveau van de grond eromheen. Toen de dag aanbrak, nodigde hij de inwoners van Barcè uit om met hem te spreken en zij gingen daarmee akkoord; eindelijk kwamen zij alleen de vredesvoorwaarden overeen. Dit was als volgt gedaan: terwijl ze op de verborgen greppel stonden, gaven en ontvingen zij een verzekering onder ede dat het verdrag gehandhaafd zal blijven zolang de grond onder hun voeten onveranderd zou blijven; de inwoners van Barcè beloofden een verschuldigd bedrag aan de koning [van Perzië] te betalen en de Perzen beloofden hen geen kwaad te doen. Zodra de gezworen overeenkomst gemaakt was opende de bevolking van de stad, erop vertrouwende, alle poorten en kwam uit de stad en liet al hun vijanden die dat wilden, binnen de muren. Maar de Perzen braken de verborgen brug af en renden de stad in. Ze braken de brug die ze gemaakt hadden af zodat zij de eed die ze gezworen hadden zouden naleven: namelijk dat deze overeenkomst geldig zou zijn zolang de grond zo zou blijven als die was; maar als zij de brug afbraken, dan zou de overeenkomst niet langer gelden.
Gewiekst! De Perzen spiesten de "meest schuldigen" op bevel van Pheretimè en de bevolking werd naar Bactrië (Afghanistan) gedeporteerd. De dood van Arkesilaus was op een hele succesvolle manier gewroken.  Uiteindelijk ging het daarom. Er was alleen één probleem. Herodotus merkt namelijk op dat de goden vonden dat dit teveel van het goede was en de verantwoordelijke voor deze buitenproportionele wraak kreeg haar straf (Historiën 4.205):
Maar met Pheretimè liep het ook niet goed af. Want zodra ze haar wraak had uitgeleefd op de inwoners van Barcè en teruggekeerd was naar Egypte, stierf ze een vreselijke dood. Terwijl ze nog leefde krioelde ze van maden: zo nodigt te wrede wraak de retributie van de goden uit. Die van Pheretimè, dochter van Battus, tegenover de inwoners van Barcè was van dien aard en die wreedheid.