Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Strabo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Strabo. Alle posts tonen

vrijdag 28 juni 2013

Je bij bosjes doodwerken om een beetje arseen

Er zijn plekken op aarde waar het niet goed toeven is, dus dan kom je daar liever niet. Wanneer deze plekken iets te bieden hebben aan natuurlijke grondstoffen, is er altijd wel iemand die probeert dit te exploiteren en er geld mee te verdienen. Dat was in de Oudheid niet anders. In Pontus, een regio in het Noorden van het huidige Turkije. In de regio stond de berg Sandaracurgium waar arseen werd gewonnen in een mijn. Dit was volgens de Griekse geograaf Strabo (64 v.Chr. - 19 n.Chr.) geen erg lucratieve zaak (Geografika XII.3.40):
De berg Sandaracurgium is uitgehold door de mijnactiviteiten die daar zijn gedaan, want de werkers groeven er diepe grotten onder. De mijn werd bewerkt door zakenlieden [publicani] die als mijnwerkers slaven gebruikten die op de slavenmarkt waren verkocht omwille van hun misdaden; want, naast de pijnlijkheid van het werk, zegt men dat de lucht in de mijnen zowel dodelijk was als moeilijk uit te houden door de vreselijke stank van de ertsen, waardoor de werkers gedoemd waren tot een snelle dood. De mijnen stonden ook vaak leeg omwille van de onprofijtelijkheid ervan, omdat de werkers niet alleen meer dan tweehonderd in getal waren, maar ook steeds weer vervielen vanwege ziekte en dood.
De Romeinse publicani stonden niet bekend om hun aandacht voor het welzijn van de werknemers [meestal slaven]. Dat de mijnen onbewerkt bleven had meer te maken met het feit dat de opbrengsten nauwelijks meer opwogen tegen de kosten van het steeds weer opnieuw aanvoeren van ter dood veroordeelde slaven voor het werk.

Boekentip voor vandaag:
Strabo, The Geography of Strabo

donderdag 10 mei 2012

Waar de koe gaat liggen

In de Oudheid was er een belangrijke traditie van schrijvers die steden of volkeren probeerden te duiden. Soms werden speciale kenmerken van het volk in kwestie ergens aan toegedicht, zoals bij de Hunnen het geval was en vaak was het een mythische figuur die een stad gesticht zou hebben en daar de zijn naam aan zou hebben meegegeven. Meestal zat er een zekere mythologische slag in het verhaal. 


Eén van de grote etnografen uit de Oudheid was de Griek Strabo (64 v.Chr. - 19 n.Chr.) die bekend is geworden door zijn werk Geografika. Interessant hierin is dat hij hele gebieden langsloopt en allerlei wetenswaardigheden over die gebieden en hun inwoners oprakelt. Op een gegeven moment komt Strabo uit bij een volk waar de Romeinen veel mee te maken hadden, de Samnieten. Deze kwamen voor uit een zogenaamde ver sacrum (heilige lente) waarin alles wat in een bepaalde lente werd geproduceerd (en dat mag je breed zien), zou worden gewijd aan een godheid. Strabo vertelt (Geografika 5.4.12): 
De Sabini, die al een hele tijd in oorlog verwikkeld waren met de Ombrici, zweerden (zoals sommige Grieken dat doen) om alles dat dat jaar was geproduceerd te wijden; en bij het behalen van de overwinning offerden zij een deel en wijdden zij een deel van wat geproduceerd was. Vervolgens trad schaarste op en iemand zei dat ze ook de baby's [die in dat jaar waren geboren] moeten wijden; dat deden ze en ze wijdden alle kinderen die dat jaar waren geboren aan Mars [de oorlogsgod] en deze kinderen, toen ze volwassen waren geworden, zonden zij weg als kolonisten en ze werden geleid door een stier. Toen die zich te ruste legde in het land van de Opici (die toevallig alleen in dorpen leefden), verdreven de Sabini hen, vestigden zich op die plek en slachtten naar de uitspraken van de zieners [religieuze adviseurs, eenvoudig gezegd] de stier als een offer aan Mars die het als gids had gegeven.
Strabo gaat verder met de oorsprong van dit volk en komt nog uit bij een zelfde situatie, namelijk de oorsprong van de Hirpini. Dat waren ook kolonisten. Zij werden geleid door een wolf (hirpus in het Samnitisch).