Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Romeinse Bondgenotenoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Romeinse Bondgenotenoorlog. Alle posts tonen

donderdag 7 november 2013

Imitatie is een vorm van haat

Culturele beïnvloeding reikt vaak verder dan je denkt. Na een kleine twee jaar is het onderhand eens tijd om één van de belangrijkste woorden uit de studie van de Oudheid te noemen:  Romanisering, het Romeins-worden van zij die aanvankelijk niet Romeins zijn, in welke vorm dan ook. Dit proces heeft een zeer brede betekenis en duikt op in verschillende maten. De Picten in het huidige Schotland kregen in een andere mate dingen mee van de Romeinen dan de Grieken en de Galliërs, maar ook zij hadden een zekere mate van romanisering. Dit is op zichzelf voldoende stof voor een blog. Voor nu laat ik het hierbij.

Een interessante episode in dit kader is de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.), niet te verwarren met de Griekse. Een aantal Italische gemeenschappen kwamen in opstand tegen Rome en besloten een machtscentrum op te zetten in de stad Corfinium in de Abruzzen. Volgens de Griekse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) hadden ze een specifieke manier van staatsinrichting in gedachten (Bibliotheek XXXVII.2.4-5):
Verwikkeld in de oorlog met de Romeinen waren de Samnieten, de inwoners van Asculum, de Lucaniërs, de Piceni, de inwoners van Nola en andere steden en volkeren. Hun belangrijkste stad was Corfinium, recent als hoofdstad van de Italiërs ingesteld, en daar hadden ze, naast andere symbolen van politieke macht, een groot forum en raadsgebouw opgericht en een overvloedige opslag van geld en andere benodigdheden voor de oorlog, en een heleboel voedsel. Ze zetten ook een gezamenlijke senaat van vijfhonderd leden op, waaruit mannen voor promotie werden geselecteerd die waardig waren om het land te regeren en te zorgen voor de algemene veiligheid. Zij vertrouwden de leiding over de oorlog aan hen toe en gaven de senatoren volmacht om te handelen. Laatstgenoemden zorgden ervoor dat jaarlijks twee consuls en twaalf praetoren zouden worden gekozen.
Doel was een alternatief te scheppen voor Rome. Opvallend is dat dit alternatief wel verdacht veel lijkt op datgene waar ze zich zo tegen verzetten. Romanisering ging vaak veel verder dan je zou denken, een beetje zoals de filialen van grote Amerikaanse fastfood-ketens in Iran.

Boekentip voor vandaag:
Diodorus Siculus, Library of History
L. de Blois en R.J. van der Spek, De kennismaking met de oude wereld (eerstejaardboek uit mijn studie)

dinsdag 26 februari 2013

Michael Jackson en Cato

Het is alweer járen geleden dat Michael Jackson zijn bekendste stommiteit uithaalde door een baby uit het raam te hangen. Iets minder lang geleden kwam ik tijdens mijn onderzoek naar de hier al eerder besproken Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.) op een deel van de biografie van de Romeinse politicus Cato de Jongere (95 - 46 v.Chr.) door de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr). Plutarchus beschrijft een episode uit de kindertijd van Cato waar één van de latere aanvoerders van de opstand tegen de Romeinen, Quintus Poppaedius Silo, een vriend in Rome bezoekt.

Het was in de hogere kringen van de Romeinse samenleving gebruikelijk om gastvriendschappen (hospitia) aan te gaan met de elite van andere volkeren. Silo onderhield een vriendschap met Marcus Livius Drusus (124 - 91 v.Chr.), de oom en pleegvader van de vierjarige Cato. Volgens Plutarchus ontstaat een joviale sfeer tussen Silo en de kinderen van het huis en dan probeert Silo de kinderen zo ver te krijgen bij Drusus te vragen om hem te steunen bij zijn poging burgerrecht te vergaren voor zijn volk. Plutarchus vertelt (Cato de Jongere 2.2-4):
Caepio, ging met een glimlach akkoord, maar Cato antwoordde niet en keek de vreemdelingen strak en sterk aan. Toen zei Pompaedius [Silo komt in verschillende namen voor in de bronnen]: "Maar jij, jonge man, wat zeg jij tegen ons? Kun je niet met je oom deelnemen met de vreemdelingen, net als je broer?" En toen Cato geen woord zei, maar met zijn stilte en de blik in zijn ogen liet blijken dat hij het verzoek weigerde, tilde Pompaedius hem uit het raar, alsiof hij hem naar buiten zou gooien en beval hem om akkoord te gaan of dat hij hem naar beneden zou gooien, terwijl hij tegelijkertijd de toon van zijn stem harder maakte en regelmatig schudde met de jongen terwijl hij hem buiten het raam hield. Maar toen Cato deze behandeling een lange tijd had doorstaan zonder tekenen van vrees of angst te tonen, zette Pompaedius hem neer en zei zachtjes tegen zijn vrienden: "Wat is het een geluk voor Italia dat hij slechts een jongetje is; want als hij een man was, dan denk ik niet dat we ook maar één stem zouden krijgen onder het volk."
Cato bleek niet de enige te zijn die Poppaedius' wensen niet steunde (als dit al zijn wensen waren, over die vraag ging mijn onderzoek destijds). De Romeinen en de Italische troepen raakten kort hierop verwikkeld in de Bondgenotenoorlog.

woensdag 21 maart 2012

Munten en burgerrechten

Onderzoek naar gebeurtenissen in de Oudheid leveren vaak interessante discussies op omdat in veel gevallen de bronnen onduidelijk zijn of elkaar tegenspreken. Een voorbeeld daarvan is de kwestie van de Romeinse Bondgenotenoorlog (91 - 88 v.Chr.) waar ik op ben afgestudeerd (graag een reactie als de link niet werkt). Tijdens de Bondgenotenoorlog kwam een aantal volkeren uit midden-Italië in opstand tegen de Romeinen en op Wikipedia staat dat dit was omdat ze Romeins burgerrecht wilden. Alsof er geen discussie over is.

Op onderstaande munt is een duidelijke aanwijzing voor en heel ander doel van de oorlog te zien. Wellicht was het doel namelijk niet het verwerven van politieke rechten binnen de Romeinse wereld, maar het omverwerpen van de Romeinse wereld. 
Deze munt is geslagen door de vijanden van de Romeinen in die periode. Op de voorzijde van de munt staat in het Oskisch (een taal die van rechts naar links gelezen wordt en letters kent die op ons schrift lijken) de naam van één van de legeraanvoerders van de opstandelingen, Mutilu (Mutilus) en een titel Emratur (zegevierende generaal, verwant met het Latijnse Imperator en het Engelse Emperor). De afbeelding op de keerzijde (achterkant) van de munt laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Onderaan staat de rest van de naam van de generaal en op de afbeelding is te zien dat een duidelijk seksueel opgewonden stier een wolf vertrapt.


In een tijd waarin massamedia nog niet bestonden, waren munten voor machthebbers vaak de beste manier om snel een duidelijke boodschap over te dragen. Mutilus liet duidelijk weten wat zijn intenties waren. De wolf, het symbool van de Romeinen, werd vertrapt door een stier die zichtbaar bijzonder mannelijk was. Zie pagina 34-36 van mijn scriptie over waar de stier voor stond. Hoe dan ook is het boeiend te zien hoe een boodschap als deze op een muntje van hooguit enkele centimeters is gezet. Je vraagt je wel af of een scène als deze zal hebben bijgedragen aan de uiteindelijke beslissing van de Romeinen om na de oorlog de vijand burgerrechten te geven.