Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Plato. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Plato. Alle posts tonen

woensdag 6 februari 2013

One Ring to rule them all

Jaren geleden las ik het fantasyboek Lord Foul's Bane, van Stephen Donaldson, want er stond op de achterkant dat het "comparable to Tolkien at its best" was. Uitstekend, want dat vind ik leuke boeken. Het was alleen zo dat een belangrijk deel van het plot heel bekend voor kwam. Een anti-held had een ring en als hij die om deed, kreeg hij bijzondere krachten. Dan was er nog een Dark Lord die ze Lord Foul  hadden genoemd omdat ze niets beters konden bedenken, en die wilde de ring hebben. Komt me bekend voor. Het was wel een goed boek trouwens, in een hele trilogie.

Waarom deze anekdote op dit blog? Omdat magische ringen niets nieuws zijn. De Griekse filosoof Plato (±427 - 347 v.Chr.) schreef er al over in zijn bekendste werk, De Staat. Daarin vertelt Plato over de eergisteren geïntroduceerde Gyges die op een rare manier aan de macht kwam in Lydië. Plato maakt het nog  merkwaardiger. In zijn verhaal is Gyges namelijk niets meer dan een herder die toevallig ergens het lijk van iemand die "meer dan sterfelijk" leek. Dit lijk had een ring met een steen erop. Gyges nam het mee. Plato vertelt (De Staat II.359e-360a):

Bij de maandelijkse beraadslaging van de herders om rapport uit te brengen aan de koning over de gang van zaken bij de kudden was ook hij aanwezig met de ring om zijn vinger. En terwijl hij daar zo zat tussen de andere herders, speelde hij wat met  de  ring  en  draaide  de  ringsteen  naar  de  palm  van zijn hand. Op dat moment werd hij onzichtbaar voor de anderen, zodat zij over hem spraken als iemand die even was weggegaan. Hij was hierover natuurlijk stomverbaasd en draaide de steen weer naar buiten, waardoor hij weer zichtbaar werd. Om deze eigenschap van  de ring nog verder uit te proberen, draaide hij de steen nogmaals naar binnen en constateerde toen inderdaad dat hij daardoor onzichtbaar werd en zichtbaar als hij de steen weer naar buiten draaide.
De functie van de ring in het verhaal is om de vraag of mensen van nature geneigd zijn tot rechtvaardigheid te beantwoorden. Wat in ieder geval ook interessant is, is dat we hier drie boeken hebben die een magische ring bevatten die voor een outsider grote gevolgen heeft. 


Boekentip voor vandaag:
Plato, The Republic
J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings
S. Donaldson, Lord Foul's Bane

donderdag 3 januari 2013

Alkibiades komt het feestje verzieken

Zoals eerder aan bod kwam, hielden mannen in de Griekse Oudheid zich vaak bezig met drinkfestijnen, Symposia. Mensen genieten samen drank en wat er verder gebeurt, dat hangt af van het gezelfschap. Soms waren er interessante filosofische discussies, soms dronk men zichzelf lam en maakte gebruik van de diensten van ingehuurde dames. Soms was het van alles een beetje.

In zijn werk Symposion brengt de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) twee van die feesten samen. De filosofen van het Symposium worden vergezeld door één van de merkwaardigste mannen uit de Griekse geschiedenis, de generaal Alkibiades (450 - 404 v.Chr.) die stomdronken aan de deur verschijnt en verwelkomd wordt onder de aanwezigen. Dan komt Alkibiades de filosoof Socrates tegen. Plato brengt verslag uit van wat over en weer werd uitgesproken (Symposion 213b-d, pagina 37):
[Alkibiades zei:] "Bij Herakles. Wat is dat nu? Sokrates? Wat doet gij hier? Uitgerekend gij ligt daar weer te loeren - zoals altijd - klaar om plotseling weer op te duiken op die momenten dat ik dat het minste verwacht! Hoe zijt ge nu juist hier weer terecht gekomen? Waarom ligt ge net op deze plaats aan tafel? Waarom niet naast Aristophanes of bij een ander die ook geestig is en zin heeft in een geestig gesprek? Hoe hebt ge het nu weer zo klaargespeeld dat ge precies naast de mooiste man van alle aanwezigen aanligt?""Agathoon [de gastheer]," riep Sokrates, "probeer me toch te hulp te komen. Want de liefde voor deze mens is mij geen geringe last geworden. Sinds de tijd dat ik hem lief kreeg, mag ik naar geen enkele schone jongeling meer kijken of een gesprek aangaan, zonder dat Alkibiades zich wonderlijk gaat gedragen, jaloers en afgunstig als hij is. Dan gaat hij schelden en hij kan zijn handen slechts met moeite thuis houden. Pas dus op dat hij ook nu niet iets begint, maar probeer ons te verzoenen. En als hij er toch op los wil slaan, bescherm me dan, want ik ben werkelijk doosbenauwd voor zijn razernij en zijn alles opeisende aanhankelijkheid."
Het was zo gezellig...

Boekentip voor vandaag: Plato, The Symposium of Plato

vrijdag 16 november 2012

Ik heb toch niet voor niets de vrouwen weggestuurd!

Gisteren was de Dag van de Filosofie en dat is een goede reden om de grote Griekse filosoof Socrates (±470 - 399 v.Chr.) te behandelen. Omdat hij zelf geen werken heeft nagelaten, moeten we leunen op het werk van anderen om achter zijn denkbeelden en biografie te komen. Zijn leerling, Plato (±427 - 347) is daarvan de bekendste. Vandaag aandacht voor één van de bekendste stukken uit de geschiedenis van de filosofie, de sterfscène van Socrates in Plato's Phaedo uit het begin van de vierde eeuw v.Chr.

Socrates is overleden omdat hij de doodstraf kreeg, zoals eerder al eens aan bod gekomen. Hij werd veroordeeld voor het niet aanbidden van de goden, nieuwe goden te introduceren en een slechte invloed op kinderen te hebben en omdat hij besloot niet te vluchten, mocht hij een gifbeker leegdrinken waardoor zijn spieren verlamd raakten, tot het hart toe. Socrates pleegde deze gedwongen zelfmoord in het bijzijn van zijn vrienden, waaronder Plato. Hij had net zijn familie (vrouwen en kinderen) weggestuurd toen hij de beker aangereikt kreeg. Plato vertelt (Phaedo 117c-117e, p.47): 
Met deze woorden [een sober gebed tot de goden] nam hij de beker en heel vlot en rustig dronk hij die leeg. De meesten van ons waren er tot op dat ogenblik in geslaagd de tranen in te houden, maar toen we hem zagen drinken tot de laatste druppel, ging dat niet meer en ondanks mezelf vloeiden de tranen rijkelijk, zodat ik mijn gezicht moest afwenden, niet om zijn lot, maar om het mijne: beroofd te worden van zo'n man als vriend. Nog eerder dan ik had Kritoon zich afgewend, toen hij niet meer in staat was zijn tranen in te houden. Apollodoros, die al eerder had zitten wenen, brak ook nu in luid gesnik uit en daaraan ontkwam niemand van de aanwezigen, behalve Sokrates zelf. Hij zei: Wat doen jullie nu, rare mensen! Ik heb toch niet voor niets de vrouwen weggestuurd, zodat het niet zo'n huilpartij zou hoeven worden, want ik heb gehoord dat sterven moet geschieden bij een goede klank. Houdt u dus in en beheerst u.
Het is altijd wat, met dat gejank van die Griekse filosofen. Een mens kan niet eens rustig sterven!

donderdag 27 september 2012

Geniaal en merkwaardig

Het is opvallend dat misschien wel hét klassieke voorbeeld van de filosoof uit de oudheid, Socrates (±470 - 399 v.Chr.) nog nooit prominent is gepasseerd in dit blog. Het is zelfs zó erg dat we in de antieke filosofie spreken van een waterscheiding tussen de presocratics en de filosofen ná Socrates. Vandaar ook dat ik een verzoeknummertje uithaal en hem bespreek. Socrates heeft zelf nooit iets geschreven en we moeten voor zijn leven en zijn werk terugvallen op latere bronnen als Plato (±427 - 347 v.Chr.), Xenophon (± 430 - 355 v.Chr.) en de onvermijdelijke Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.).

Socrates komt vooral prominent voor in de dialogen van Plato, waaronder het al eens eerder genoemde Symposion. In dit werk laat Plato een aantal mannen opdraven op een drinkfeest, waaronder Socrates. Voor het feest komt Socrates zijn goede vriend Aristodemos tegen en vraagt hem mee te gaan. Socrates was uitgenodigd, maar Aristodemos niet, dus ging hij als gast van Socrates mee. Alleen onderweg raakte Socrates steeds verder in gedachten verzonken en raakte achter. Aangekomen bij het feest kwam hij de gastheer tegen. Plato vertelt verder (Symposion 174e, pagina 5):
En zodra Agathoon [de gastheer] hem opmerkte, riep hij: Beste Aristodemos, ge bent precies op tijd om de maaltijd met ons te nuttigen. Maar als ge om een andere reden zijt gekomen, vergeet die dan maar even, want ik heb u gisteren al lopen zoeken om u voor deze maaltijd uit te nodigen maar ik kon u nergens vinden. Maar waarom is Sokrates niet meegekomen? Aristodemos keek achterom maar Sokrates was in geen velden of wegen te bekennen. Dus moest hij nu zelf het verhaal doen waarom hij met Sokrates was meegegaan en deze hem voor dit feestmaal had uitgenodigd.
Omdat Socrates nergens te bekennen was, liet Agathoon Aristodemos vast plaatsnemen in de zaal en liet een tafeljongen Socrates zoeken. Plato vertelt verder (Symposion 175a, pagina 6)

Toen kwam juist een van de andere tafeljongens binnenlopen met de mededeling, dat die Sokrates die ze 
moesten zoeken, zijn toevlucht had gezocht in het portiek van de buren en dat hij daar maar bleef staan en niet naar binnen wenste te komen, zelfs niet als ze hem riepen.
Merkwaardige figuur, die genie. Valt soms geen pijl op te trekken!

maandag 6 augustus 2012

Een continent in de oceaan

Als kind speelde ik altijd het bordspel Atlantis waar je mannetjes in veiligheid moest brengen omdat een eiland stukje bij beetje (iedere beurt een stukje) verdween. Atlantis heeft een bijzondere positie in de populaire cultuur, want het verhaal van het gezonken continent spreekt veel mensen aan. Daarnaast is er een zoektocht gaande om Atlantis te kunnen plaatsen. Een van de redenen waarom is omdat we het verhaal van Atlantis niet van de eerste de beste hebben overgeleverd gekregen, maar van de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.).


In zijn werk Timaeus schrijft Plato over een verhaal van een Egyptische priester die vertelt dat 9000 jaar geleden (dus nu inmiddels een kleine 11500 jaar) een eiland verdween. De priester komt met details (Timaeus 25e-25b):
Er lag een eiland voor de zee-engte die je nu de Zuilen van Herakles [Straat van Gibraltar] noemt. Dat eiland was groter dan Libië [Noord-Afrika] en Klein-Azië [Turkije] samen en reizigers van toen konden van daar naar de andere eilanden oversteken en zo naar het gehele tegenoverliggende continent dat die oceaan omsloot. Want de zee hier ligt binnen de zeestraat waar wij over spreken en is dus eigenlijk meer een haven met een nauwe toegang, maar die andere is pas echt een zee en het land dat daaromheen ligt, kan met recht een continent worden genoemd. Op dat eiland, Atlantis, bestond een machtig en indrukwekkend verbond van koningen die heersten over het hele eiland en over nog veel meer eilanden en delen van het vasteland. In het gebied aan deze kant van de zee-engte voerden zij bovendien nog de heerschappij over Libië tot aan Egypte en over Europa tot aan Tyrrhenië [ mogelijk West-Italië].
Als kind was ik al bezig met Plato... 

donderdag 21 juni 2012

Dubbele mensen die zich met radslagen voortbewogen

Zoals eerder aangegeven schreef de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) meestal in dialoogvorm. Hij legt verschillende mensen verschillende opvattingen in de mond en laat anderen daar dan op ingaan. Een heel interessant werk van Plato is de Symposion, dat gaat over een aantal gasten op een drinkfeest. Omdat het gisteren heel laat is geworden, besluiten de gasten niet teveel te zuipen, maar allemaal iets te zeggen over de god Eros van de liefde. Wat is liefde en hoe moeten we dat zien? Op een gegeven moment komt de beroemde komediedichter Aristophanes (446 - 386 v.Chr.) aan het woord. Hij vertelt over het ontstaan van liefde en begint door uit te leggen dat de mensheid er in het verleden anders bij liep (Symposium 189d-190b)
Nu zal ik trachten u over deze kracht te vertellen zodat gij deze kennis op uw beurt aan anderen kunt doorgeven. Welnu, allereerst moet ge dan iets weten over de gedaante van de mens en zijn gevoelens. Want onze allereerste verschijningsvorm als mens was heel anders dan nu. Zo waren er, wat het menselijk geslacht betreft, drie soorten en niet twee zoals tegenwoordig het mannelijk en het vrouwelijk geslacht. Nee, er bestond ook een derde geslacht dat het gemeenschappelijke van de twee andere in zich droeg. Nu bestaat alleen de naam ervan nog, en de geslachtsvorm zelf is verdwenen. In de oertijd was er dus een man/vrouw-vorm die bestond uit het gemeenschappelijke tussen man en vrouw, zowel in naam als in vorm. Nu kennen wij dat begrip nog uitsluitend als een scheldwoord. De verschijningsvorm van ieder mens was toen bovendien helemaal rond, want rug en zijde waren cirkelvormig. Ieder mens had vier handen en evenveel benen. Bovendien had hij twee gezichten die geheel identiek waren en op een ronde nek stonden. Maar op de beide gezichten, die een tegengestelde kant uitkeken, was een schedel geplaatst. Wel waren er vier oren, twee geslachtsdelen en voorts alle andere organen in hun overeenkomstige verhouding. Het schepsel liep rechtop, net als wij, en kon gaan waar het wilde. En wanneer die mens het op een lopen zette, deed hij dat als een ware acrobaat met gestrekte benen die in een cirkelvormige beweging rond- en rondgingen, en ook zijn armen gebruikte hij zodat hij op acht ledematen steunde die razendsnel rondgingen.
Interessante theorie. Uiteindelijk zijn deze mensen tegen de goden gaan ageren en hebben de goden besloten ze uit elkaar te halen. Mensen zijn sindsdien wezens met twee armen, twee benen en één hoofd en liefde is de wanhopige zoektocht weer in verbinding te komen met je wederhelft, letterlijk.

dinsdag 10 april 2012

Wat is een staatsman?

Onder de belangrijkste erfgoederen uit de Oudheid wordt de Griekse filosofie (Metafysica) gerekend en daarvan wordt Plato (± 427 - 347 v.Chr.) vaak als één van de grootsten, zo niet de allergrootste, gezien. Plato maakt doorgaans gebruik van dialogen waarin hij verschillende personages tegen elkaar laat spreken en zo een onderwerp behandelt. 

In zijn werk Staatsman begint Plato door een Vreemdeling tegen Socrates Jr. te laten uiteenzetten hoe je een staatsman moet definiëren. Een staatsman bedrijft politiek en dat definieert hij door de kennis die daarmee gemoeid is, door steeds een tweedeling te maken steeds verder te verfijnen. Socrates Jr. blijkt het hier helemaal mee eens te zijn en maakt zijdelings bevestigende opmerkingen. De Vreemdeling vat samen waar ze tot dat moment aangekomen zijn. Politiek behelst volgens de Vreemdeling het volgende (Staatsman 267a e.v., met mijn opmerkingen tussen vierkante haken):
VREEMDELING: Laten we teruggaan naar het beginpunt en tot het eindpunt de draden van het gesprek aan elkaar knopen tot een definitie van het vakgebied 'politiek'.
SOCRATES JR: Uitstekend.
VREEMDELING:In de eerste plaats merkten we bij de louter theoretische kennis[niet praktisch dus] op dat er een deel is waarbij instructies [geen adviezen] worden gegeven. Door te vergelijken konden we zeggen dat in een deel ervan eigen instructies worden gegeven [dus niet van een ander]. Het grootbrengen van dieren [geen levenloze voorwerpen] is daarvan weer een onderdeel, en niet het geringste. Een van de mogelijkheden bij het grootbrengen van dieren is het grootbrengen in kuddeverband [dus niet met losse dieren]. Eén van de vormen van dat laatstgenoemde is het grootbrengen van lopende dieren [geen vissen of vogels]. Dáárin hebben we in het bijzonder de kennis onderscheiden die het houden van ongehoornde dieren bevat [sorry, schapen!]. Willen we die nog weer verdelen, dan moeten we liefst drie kenmerken vervlechten en ze onder de ene noemer 'het vakgebied dat zich richt op kudden van dieren die niet kruisen [dus geen paarden en ezels] brengen. Als onderdeel daarvan blijft, voorzover het om tweevoeters gaat [geen viervoeters dus], niets anders over dan het hoeden van mensen. En dáár zochten we naar, naar het vakgebied dat je zowel koningschap als politiek kunt noemen.
Behoorlijk omslachtig als je het mij vraagt, maar volgens Socrates valt hier niets op af te dingen. Ik leg mijn boekje nu maar weg, want de Vreemdeling kondigt aan dat hij dit nu verder gaat uitbouwen tot een definitie waar alles in zit...