Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

donderdag 14 februari 2013

Sterk én broos

Het is Valentijnsdag. Dat betekent dat we het vandaag over liefde gaan hebben. De Griekse dichteres Sappho (7e en 6e eeuw v.Chr.) die we al eerder met een gedicht over liefde hebben gezien, schreef een kort gedicht over de kracht van liefde. Dit behoeft verder weinig introductie (LXXXVI):
Liefde is zo'n sterk iets,
Zelfs de goden zwichten ervoor,
Wanneer het vast wordt gesmeed,
Met de onwrikbare waarheid
Liefde is zo'n broos iets,
Een woord, een blik, zal het doden.
Oh, geliefden, kijk goed uit,
Hoe je met liefde omgaat.
Boekentip voor vandaag:
Paul Roche, The Love Songs Of Sappho

woensdag 6 februari 2013

One Ring to rule them all

Jaren geleden las ik het fantasyboek Lord Foul's Bane, van Stephen Donaldson, want er stond op de achterkant dat het "comparable to Tolkien at its best" was. Uitstekend, want dat vind ik leuke boeken. Het was alleen zo dat een belangrijk deel van het plot heel bekend voor kwam. Een anti-held had een ring en als hij die om deed, kreeg hij bijzondere krachten. Dan was er nog een Dark Lord die ze Lord Foul  hadden genoemd omdat ze niets beters konden bedenken, en die wilde de ring hebben. Komt me bekend voor. Het was wel een goed boek trouwens, in een hele trilogie.

Waarom deze anekdote op dit blog? Omdat magische ringen niets nieuws zijn. De Griekse filosoof Plato (±427 - 347 v.Chr.) schreef er al over in zijn bekendste werk, De Staat. Daarin vertelt Plato over de eergisteren geïntroduceerde Gyges die op een rare manier aan de macht kwam in Lydië. Plato maakt het nog  merkwaardiger. In zijn verhaal is Gyges namelijk niets meer dan een herder die toevallig ergens het lijk van iemand die "meer dan sterfelijk" leek. Dit lijk had een ring met een steen erop. Gyges nam het mee. Plato vertelt (De Staat II.359e-360a):

Bij de maandelijkse beraadslaging van de herders om rapport uit te brengen aan de koning over de gang van zaken bij de kudden was ook hij aanwezig met de ring om zijn vinger. En terwijl hij daar zo zat tussen de andere herders, speelde hij wat met  de  ring  en  draaide  de  ringsteen  naar  de  palm  van zijn hand. Op dat moment werd hij onzichtbaar voor de anderen, zodat zij over hem spraken als iemand die even was weggegaan. Hij was hierover natuurlijk stomverbaasd en draaide de steen weer naar buiten, waardoor hij weer zichtbaar werd. Om deze eigenschap van  de ring nog verder uit te proberen, draaide hij de steen nogmaals naar binnen en constateerde toen inderdaad dat hij daardoor onzichtbaar werd en zichtbaar als hij de steen weer naar buiten draaide.
De functie van de ring in het verhaal is om de vraag of mensen van nature geneigd zijn tot rechtvaardigheid te beantwoorden. Wat in ieder geval ook interessant is, is dat we hier drie boeken hebben die een magische ring bevatten die voor een outsider grote gevolgen heeft. 


Boekentip voor vandaag:
Plato, The Republic
J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings
S. Donaldson, Lord Foul's Bane

woensdag 12 december 2012

Een raadsel waar Gollem trots op zou zijn

Vannacht is de pre-première van The Hobbit en ik zal binnenkort ook in de bioscoop te vinden zijn. Eén van de scènes die ik heb onthouden van toen ik als jongentje het boek las, was de Bilbo in de grot van Gollem de Ring stal. Gollem had nog wel een raadsel voor zijn bezoeker en andersom. "Wat heb ik in mijn zak?"

De oude Grieken deden ook aan raadsels. Een merkwaardige blijkt van de hand van de Griekse filosoof Cleobulus van Lindus (6e eeuw v.Chr.). In zijn biografie van deze filosoof citeert Diogenes Laërtius (vermoedelijk 3e eeuw n.Chr.) een raadseltje en het antwoord (Cleobulus 91)
Er is een vader en hij heeft twaalf zonen en die hebben elk twee maal dertig dochters die er verschillend uit zien; sommigen van hen zijn blank en anderen zijn zwart; ze zijn allemaal onsterfelijk, maar ze gaan allemaal dood. En het antwoord is, "het jaar."
"Anticlimax" is van oorsprong een Oudgrieks woord. Het betekent "tegenover de ladder".

Boekentip voor vandaag: Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers I-V

zaterdag 8 december 2012

Een rioolwaterzuiveringsinstallatie is er niets bij!

Laatst probeerde ik iemand uit Canada het Nederlandse woord "rioolwaterzuiveringsinstallatie" te leren, gewoon omdat het kan. Eén van de bekendste Griekse komedie-schrijvers, Aristophanes (446 - 386 v.Chr.) had ook zo'n woord. In zijn toneelstuk Het Vrouwenparlement uit 392 bespreekt de dichter een vermoedelijk bijzonder smakelijk gerecht. Probleem is dat het gerecht al op is voor de naam uitgesproken is (Het Vrouwenparlement 1068-1075):
Zeer binnenkort zullen we lepadotemachoselachogaleokranioleipsanodrimy-potrimmatosilphiotyromelitokatakechymenokichlepikossyphophattoperistera-lektryonoptokephaliokinklopeleiolagoiosiraiobaphetragalopterygon eten.
Ik heb me laten vertellen dat dit heerlijk smaakt. Dit is overigens al duizenden jaren het langste woord in de literatuur. Geintjes over hottentottententententoonstellingsterreinskaartjes vallen in het niet. 

Boekentip voor vandaag: Aristophanes, Complete Works

dinsdag 23 oktober 2012

De wind die de bloesem in beweging brengt

De Griekse dichteres Sappho (7e en 6e eeuw v.Chr.) stond bekend om haar liefdesgedichten naar vrouwen. Eerder hebben we gezien dat het feit dat zijn van het eiland Lesbos kwam "lesbisch" een nieuwe betekenis heeft gegeven. Vandaag komt haar werk aan bod. Van Sappho zijn ondanks pogingen van de Kerk om het te doen verdwijnen, gedichten bewaard gebleven en er zitten juweeltjes tussen. Zo ook deze, over de zoektocht naar een geliefde (XLVI):
Ik zoek en verlang,
Zelfs als de wind
Die over het veld waart
En de bloesem
Van de appelboom in beweging brengt.

Ik draal door het leven
Met de zoekende ziel
Die nooit rust vindt
Tot ik de schaduw vind
Van de deur van mijn geliefde.
 Stilte.

woensdag 17 oktober 2012

Hoe red je een schip met was en touwen?

Twee weken geleden kwam hij al aan bod, de Griekse epische dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.). Vandaag gaan we niet alleen naar een ander werk van zijn hand, de Odyssee, maar ook meer naar het verhaal zelf. De Odyssee is misschien wel een interessanter werk dan de Illias dus is het onderhand tijd dat het aan bod komt. In dit werk wordt het laatste deel van de oorlog tegen Troje verteld, waarna één van de Griekse helden, Odysseus, probeert naar huis te komen. Odysseus komt van Ithaka, het huidige Thiaki aan de Griekse Westkust.

Onderweg komt Odysseus allerlei mythische wezens tegen, zoals Cyclopen en de tovenares Circe. Odysseus gevolg werd steeds kleiner door alle gevaren die ze tegen kwamen, maar Odysseus brengt zichzelf in gevaar als hij door Circe gewaarschuwd wordt voor de Sirenen. Zij zongen voor zeelieden die in de buurt van hun gebied kwamen en deden dat zó prachtig dat de zeelieden in vervoering raakten en schepen op de rotsen sloegen. Odysseus wilde dat uiteraard graag horen, maar begreep dat hij dan wel wat moest regelen als hij ooit thuis wilde komen, dus bedacht hij iets en legde het uit aan zijn mannen (Odyssee 12.158-164):
"[...] Zij [Circe] drukte ons op het hart vooreerst het gezang van de goddelijke Sirenen
te vermijden en hun weide, met bloemen bedekt.
Alleen ik, spoorde ze aan, zou het gezang mogen beluisteren; maar bind mij
dan vast in knellende boeien, zodat ik mij niet kan verroeren,
rechtop aan de mastvoet, daaraan moeten de lijnen bevestigd.
Als ik jullie nu zal smeken en bevelen mij los te maken,
bind mij dan vast met nog meer touwen".
 Vervolgens moest Odysseus wat bedenken om ervoor te zorgen dat de boot toch verder ging en niet op de rotsen te pletter sloeg. De mannen mochten dus niets horen. Odysseus had nog een idee, want zo was hij (Odyssee 12.173-180):
Maar ik sneed een grote klomp was met mijn scherpe zwaard
in kleine stukjes en kneedde ze met mijn stevige handen;
en al gauw werd de was zacht, want mijn grote kracht dreef het daartoe
alsook de gloed van de Zon, vorst Hyperion.
Langs mijn mannen gaand smeerde ik bij allen de oren in.
En zij bonden mij vast aan het schip, aan handen en voeten,
rechtop aan de mastvoet, en daaraan maakten zij de touwen vast.
Terug op hun plaats sloegen zij de grauwgrijze zee met hun riemen.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn!

woensdag 3 oktober 2012

Oh muze, bezing mij over jezelf

Ik heb iemand leren kennen die prachtige gedichten schrijft. Toen ik haar muze noemde, riep ze uit dat iemand anders dat ook altijd doet, maar dat ze niet wist waarom. Dus daarom speciaal voor haar dit stukje.

De Grieken kenden een veelgodendom met voor allerlei zaken specifieke goden. Zo waren er de Olympische Goden (van de Olympus) en de negen Muzen. Deze hadden alle negen hun eigen functie in de kunst en de wetenschap (want dat deden ze). De bekendste is misschien wel Kalliope. Zij werd namelijk aangeroepen in de eerste zin van het bekendste werk uit de Griekse Oudheid, de Illias van Homerus (8e eeuw v.Chr.) (Illias I.1-7):

Bezing, godin [in sommige vertalingen staat hier "muze"], de wrok van Peleus' zoon Achilleus, die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde en veel krachtige levens voorwierp aan Hades van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden en alle vogels - zo ging Zeus' wil in vervulling - vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilleus.
 Het was de inspiratie van de muze die Homerus aanboorde voor zijn meesterwerk. De vrouw met de mooie gedichten, dat is Erato of Terpischore, afhankelijk van de vraag of er gezongen of gedanst wordt.

zondag 9 september 2012

Het springende standbeeld en de Grieken

De Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) had de dichter Vergillius (70 v.Chr - 19 n.Chr.) opgedragen een sterk verhaal te schrijven waar de afkomst van de Romeinen indrukwekkend werd gemaakt. Vergillius kwam met zijn Aeneïs waarin hij de afkomst van het Romeinse volk terugvoerde tot de Trojaanse Oorlog waar Homerus (8e eeuw v.Chr.) bekendheid aan had gegeven (of die hij had bedacht). Kort gezegd komt het erop neer dat de Romeinen afstammen van de Trojaanse held (zoon van een mens en een god) Aeneas die de stad na het voorval met het Paard van Troje was ontvlucht. Aeneas maakte allerlei avonturen mee voor hij terecht kwam in Italië.

In de Aeneïs vertelt Aeneas aan het Carthaagse hof van koningin Dido was zijn stad is overkomen. Hij jammert dat er een gigantisch paard werd afgeleverd en het Griekse leger weg was. De priester Laocoön vermoedde een list, maar toen kwamen herders met een geboeide Griek, Sinon, opdagen. Hij vertelt dat hij een zoenoffer voor de Grieken was. Door te sterven zou hij de Grieken weer in een goed daglicht kunnen zetten bij de godin Pallas. Ulixes (Odysseus) zou het beeld namelijk hebben gestolen. Daar was de godin Minerva niet blij mee, zoals blijkt uit de tekst (Aeneïs II.):
Dit gaf hun Pallas overduidelijk te verstaan door onmiskenbare tekens: nauwelijks was het beeld in hun kamp opgesteld, of vlammen fonkelden uit de opgeheven ogen van het beeld, het zoute zweet brak haar uit en ze sprong - wonderlijk! - driemaal op van de grond, toegerust met haar ronde schild en sidderende speer.
De goden waren boos, dus de Grieken moesten wegwezen. Sinon werd verkozen als zoenoffer voor de Trojanen om te doden en de Grieken gingen ergens bij een eiland zitten. De Trojanen geloofden Sinon opmerkelijk genoeg uiteindelijk en haalden het paard binnen de muren, waar ze een grote fout mee maakten.

In verkiezingstijd kan dit verhaal misschien wel gebruikt worden als je niets met Grieken te maken wilt hebben...

zaterdag 21 juli 2012

Een speer en vrouwenprulletjes

Achilles was één van de hoofdpersonen van misschien wel het bekendste (mythologische) verhaal uit de Oudheid, de Illias, het boek dat toegeschreven is aan Homerus over de strijd tegen Troje. Hij was de zoon van een godin en was onsterfelijk wat betreft zijn hele lichaam, behalve zijn hiel, want daar hield zijn moeder hem vast toen ze hem in het water van de onsterfelijkheid hield. Dit manco werd hem uiteindelijk fataal, maar niet voordat de Grieken Troje onder de voet hadden gelopen.

Opmerkelijk in de aanloop naar de oorlog tegen Troje was dat Achilles eigenlijk helemaal geen trek had in deze oorlog. Volgens de Romeinse Mythograaf Hyginus (2e eeuw m.Chr.) was daar een slinkse truc van de man die we mede kennen omdat ze een type computervirus naar zijn meesterwerk hebben genoemd, Odysseus voor nodig (Fabulae 96):
Toen Thetis [Achilles' moeder] de afstammeling van Nereus erachter kwam dat Achilles, de zoon die ze had gedragen voor Peleus[zijn vader dus], zou sterven als hij Troje zou gaan aanvallen, stuurde zij hem naar het eiland Scyros, en vertrouwde hem toe aan koning Lycomedes. Hij hield hem bij zijn maagdelijke dochters in vrouwenkleding en onder een valse naam. De meisjes noemden hem Pyrrha, omdat hij rossig haar had en in het Grieks wordt iemand met rood haar Pyrrhos genoemd. Toen de Grieken erachter kwamen dat hij [Achilles] daar verborgen was, stuurden zij gezanten naar koning Lycomedes om te smeken hem te sturen om de afstammelingen van Danaë te helpen. De koning ontkende dat hij er was, maar gaf toestemming het paleis te doorzoeken. Toen ze niet konden uitvinden welke hij was, stopte Odysseus vrouwenprulletjes in het voorhof van het paleis en daarbij een schild en een speer. Hij verzocht de trompetter plotseling op zijn trompet te blazen en riep op tot het lawaai maken met wapens en het gillen. Achilles, die dacht dat de vijand er was, trok zijn vrouwenkleren uit en greep schild en speer. Op die manier werd hij herkend en beloofde hij de inwoners van Argos zijn hulp en die van zijn soldaten, de Myrmidonen.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeggen we maar.