Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Aristoteles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aristoteles. Alle posts tonen

woensdag 16 oktober 2013

Een goeie tragedie en een open deur

Zonder het te weten, kent iedereen een beetje Aristoteles (384 - 322 v.Chr.). Een tekst moet om een goede tekst te zijn, voldoen aan een simpele eis: het moet een begin, een middenstuk en een einde bevatten. Iedereen heeft deze kreet al eens gehoord bij werkstukken op school of bij het schrijven van documenten op het werk. Aristoteles heeft het hier vooral over toneelstukken, tragedies.

Zoals we eerder vaak genoeg hebben gezien, Griekse filosofen zijn vaak nogal uitgebreid in de toelichting van hun principes. Aristoteles heeft er een sectie in zijn werk Poetica (±335 v.Chr.) aan gewijd. Wat bedoelen we precies met begin, middenstuk en einde? Hij vertelt (Poetica 1450b):

Een geheel is datgene dat een begin, een middenstuk en een einde bevat. Een begin is datgene dat zelf noodzakelijkerwijs nergens op volgt, maar waarna iets is of komt. Een einde, bij contrast, is datgene dat in zijn aard ergens op volgt, ofwel noodzakelijkerwijs, ofwel als een regel, maar dat niets heeft dat erop volgt. Een middenstuk is datgene dat op iets volgt en waar iets anders op volgt.


Fijn, Aristoteles! Bedankt! Nu is het allemaal duidelijk.

Boekentip voor vandaag:

Aristoteles, Poetica
Jay Clayton, 'Online Games: Literature, New Media, and Narrative,' op Coursera.org. (gratis online cursus)

donderdag 25 april 2013

De idioot die de wereld veranderde

De Oudheid is de tijd waarin veel van de moderne Europese en Westaziatische steden zijn gesticht. Zoals met alle begin is het vaak een kwestie van leren door tegen dingen aan te lopen. Zo ook op dit gebied. Steden als Milete, Athene en Rome ontstonden en ontwikkelden zich organisch van een kleine nederzetting naar een steeds grotere, zonder dat er verder nagedacht werd bij de planning hiervan.

Eén van de eerste mensen die daar wel mee bezig was, was Hippodamus van Milete (498 - 408 v.Chr.). Hij speelde een belangrijke rol bij het van de grond af opbouwen van nieuwe steden door de Grieken toen zij besloten het Middellands Zeegebied op grote schaal te koloniseren. Hij gebruikte het Hippodamisch stratenplan (of schaakbordpatroon) in zijn stadsplanning.

Volgens de grote Griekse filosoof Aristoteles (384 - 322 v.Chr.) was hij verantwoordelijk voor de planning van de Griekse havenstad Piraeus, nabij Athene. Volgens Aristoteles pakte Hippodamus de boel systematisch en rationeel aan. Een ideale stad moest ongeveer 10.000 vrije mannelijke inwoners hebben, verdeeld in drie delen. Ook in het juridische framewerk van de nieuwe stad had hij zo zijn ideeën. Hippodamus' ideeën zijn door Aristoteles uitvoerig uitgewerkt, zij het niet kritiekloos. Over de persoon Hippodamus was Aristoteles duidelijk. Die was raar. Hij stelt (De Staat II.8):
Hippodamus, [...] was een vreemde man, wiens liefhebberij voor opvallen hem in algemene excentriciteit heeft gebracht, waardoor sommige mensen dachten dat hij niet goed bij zijn hoofd was (want hij droeg lang haar en dure versieringen, maar droeg deze op goedkope maar warme kleding gedurende zowel de zomer als de winter) [...]
Aristoteles begint zijn bespreking van Hippodamus met het duidelijk neerzetten van zijn onderwerp als een merkwaardig figuur. Hij heeft stadsplanning echter stukken efficiënter gemaakt waardoor zijn gedachtengoed tegenwoordig nog breed wordt toegepast en dat is reden om de naam een keer te noemen.

Boekentip voor vandaag:
Aristoteles, Politics

vrijdag 27 juli 2012

Hypnotiserende hyena's

Hyena's zijn merkwaardige dieren die vooral bekend staan om hun lelijkheid en hun gelach. Er is weinig gracieus aan de hyena. Tenminste, zo lijkt het, want in de Oudheid wisten ze wel beter. De Romeinse schrijver Claudius Aelianus (±175 - ±235 n.Chr.) die we vooral kennen omdat hij met citaten en samenvattingen van stukjes verder verloren gegaan werk strooit in zijn werk, wijst ons op het werk van de grote Griekse filosoof Aristoteles (384 - 322 v.Chr.) over dit rare beest (Over de aard van Dieren 6.14):
De hyena heeft, volgens Aristoteles, in zijn linkerklauw de kracht om iemand te hypnotiseren. Een kleine aanraking is voldoende om zijn slachtoffer te doen verstijven. Als hij bijvoorbeeld stallen binnengaat en een levend wezen in slaap aantreft, sluipt hij zachtjes naderbij en legt zijn klauw met slaapverwekkende kracht op de neus van zijn prooi. Die raakt verstikt en wordt machteloos. Intussen graaft de hyena de aarde onder zijn hoofd weg, precies zo diep dat het achterover valt in de kuil en zijn keel uitnodigend klaar ligt. Dan grijpt hij zijn buit bij de keel, bijt die door en brengt hem naar zijn hol.
Je bent nooit te oud om iets bij te leren!

woensdag 18 april 2012

Waarom je nooit een traag iemand kunt inhalen

De antieke Grieken waren bedreven in het bedenken van interessante paradoxen en het mensen daarover laten nadenken. Een heel grappig voorbeeld daarvan komt van de filosoof Zeno van Elea (±490 - ±430 v.Chr.). Het werk van Zeno zelf is helaas niet bewaard gebleven, maar een deel van zijn ideeën is via Aristoteles (384 - 322 v.Chr.) overgeleverd. Aristoteles gaat in zijn bekende werk Physica in op de zogenaamde "Achilles en de schildpad"-paradox (Physica VI.9:3)
De tweede [paradox. Aristoteles bespreekt meerder van Zeno's ideetjes] is de zogenaamde 'Achilles' en het houdt in dat in een wedstrijd de snelste hardloper nooit de traagste kan inhalen, omdat de achtervolger eerst het punt moet bereiken waar de achtervolgde gestart is, waardoor de tragere altijd een voorsprong houdt.
Deze redenering houdt in dat als je een wedstrijd hebt en de tragere krijgt 10 meter voorsprong bij de start, dan zal de tragere een bepaalde afstand hebben afgelegd op het moment dat de snellere die 10 meter heeft afgelegd. Wanneer de snellere op 10 meter staat, zal de tragere bijvoorbeeld 11 meter hebben afgelegd (1 meter sinds de start dus). Zodra de snellere dan op die 11 meter zit, zal de tragere weer een bepaalde afstand hebben afgelegd en zo verder tot de achterstand steeds kleiner wordt, maar nooit nul.


Wij weten allemaal intuïtief dat Zeno's redenering niet klopt, want de snellere zal de tragere wél inhalen. De vraag is alleen hoe we dat kunnen beredeneren. Dat is waar Zeno naar op zoek was. Hij zal ook wel gezien hebben tijdens de Olympische Spelen dat de snelste doorgaans de wedstrijden won, maar de redenering blijft lastig te doorgronden.


Aristoteles is eruit gekomen uit te leggen waarom Zeno het mis had. Om geen spoilers te geven, hij legt het meteen na bovengenoemd citaat uit. Maar schroom niet je er zelf in te verdiepen.