Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Romeinse keizertijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Romeinse keizertijd. Alle posts tonen

maandag 3 februari 2014

Hitman in de problemen

Soms is het het handigste om een politieke rivaal uit de weg te ruimen. Dit gebeurde graag en vaak in de Oudheid en mag geen nieuws heten. In de meeste gevallen ging dit door middel van executies omwille van één of andere misdaad die het slachtoffer al dan niet gepleegd zou hebben. De tweede keizer van het Romeinse rijk, Tiberius (42 v.Chr - 37 n.Chr.) wist ook een andere manier om zijn rivalen weg te ruimen. Agrippa Postumus (12 v.Chr. - 14 n.Chr.), de kleinzoon van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) overleefde het niet.

Tiberius stuurde een tribuum naar het eiland waar Agrippa woonde. Deze doodde de jongeman. Terug in Rome deed hij verslag bij de keizer. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) vertelt wat diens reactie was (Tiberius 22):
Toen de tribuun hem rapporteerde dat de opdracht was uitgevoerd, antwoordde Tiberius: "Ik heb die opdracht niet gegeven en u dient zich hiervoor bij de senaat te verantwoorden."
Zo ging Tiberius om met zij die zijn vuile werk opknapten, volgens Suetonius.

zondag 26 januari 2014

Hoe een raaf de wereld aan gort krast

Het is weer een tijd geleden dat we de Romeinse filosoof Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) voor het laatst gezien hebben, maar zijn stoïsche filosofie geeft denkbeelden die interessant zijn voor een blog. Zoals bekend, de stoa stelt onder meer dat de wijsheid bestaat uit het zélf bepalen wat je doet met de dingen die je meemaakt. Een gebeurtenis is niet goed of slecht; de manier waarop je ermee omgaat, dát bepaalt of het goed is of slecht. Hij weet wel altijd een manier te vinden om dat te verwoorden (Zakboekje 18):
Als een raaf onheilspellend krast, laat je dor dit verschijnsel niet van je stuk brengen, maar trek van begin af aan een duidelijke scheidslijn en zeg: "Voor mij persoonlijk heeft dit geen enkele consequentie, hooguit voor mijn voze lijf, mijn armzalige bezit, mijn onbeduidende reputatie of voor mijn vrouw en kinderen. Ieder voorteken is pas gunstig als ik dat zelf wil. Wat er ook gebeurt, ík ben degene die beslist of ik daar iets aan heb of niet."
Wat ik me afvraag: hoezo zou ik me sowieso zorgen maken over wat het onheilspellende gekras van een raaf doet met mijn reputatie?

vrijdag 24 januari 2014

Goedemorgen meester!

De Romeinen konden behoorlijk snobistisch zijn en met name in de elite waren ze zeker van de tradities en de bijzondere procedures voor van alles. Toch hadden de Romeinen ook van die tradities waar ze met een vreemd gevoel op terugkeken. Deden wij dit vroeger? Dit zijn vaak de tradities die bewaard gebleven zijn, want er is altijd wel een onverlaat die zich vasthoudt aan de traditie en dat wordt dan aangedragen als een eigenaardigheid in een historisch werk. We hebben zoiets al gezien bij de wetten van de latere Romeinse tijd.

Vandaag gaat het over de keizer Galba (3 v.Chr. - 69 n.Chr.). Galba was een generaal in hart en nieren die vond dat je soldaten niet hoefde te overtuigen te doen wat hij wilde, maar dat moest bevelen. Hij was ook conservatief en dat leidt ertoe dat de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) over hem optekent dat hij rare tradities naleefde (Galba 4.4): 
Verder hield hij, ook al op jeugdige leeftijd, met grote hardnekkigheid vast aan de oude en in onbruik geraakte gewoonte van onze voorouders, die alleen in zijn familie werd volgehouden, dat vrijgelatenen en slaven twee maal per dag allemaal bijeenkwamen om hem voor een 's ochtends goede morgen en 's avonds goede nacht te wensen.
Goeiemorgen meneer de keizer!

woensdag 22 januari 2014

Dat is nu mijn vrouw!

We hebben eerder gezien dat de keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) om senatoren te vernederen tijdens diners hun vrouwen naar de slaapkamer begeleidde en uitgebreid verslag deed van wat daar gebeurde. Het gebeurde ook wel eens dat Caligula op zéér eenzijdige wijze aan zijn vrouwen kwam. Dat was dan de beslissing van Caligula zelf en van niemand anders. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) maakte hij het soms erg bont (Caligula XXV.1):
Anderen schrijven dat hij, toen hij uitgenodigd was bij een bruiloftsdiner, aan Piso [de bruidegom], die tegenover hem aanlag een briefje liet overhandigen, waarop stond: "Blijf van mijn vrouw af". Onmiddellijk daarna had hij haar [de bruid] meegenomen en de volgende dag de proclamatie uitgegeven dat hij haar tot vrouw had genomen op de wijze van Romulus en Augustus [die een vrouw van een ander had opgeëist].
Helaas was de keizer niet onder de indruk en volgde kort erop een scheiding. Enige tijd later meende Caligula dat het nodig was zijn ex te verbannen, want wat bleek ze te doen? Ze had mogelijk een relatie met Piso!

woensdag 8 januari 2014

Nat brood op je gezicht

De Romeinse geschiedenis lijkt een geschiedenis van krachtige generaals, doortrapte verraders en vrouwen met een zekere morele flexibiliteit te zijn geweest, maar ook in de Romeinse wereld geldt: zoveel mensen, zoveel karakters. Dat ook Romeinen zo hun eigenaardigheden hadden, mag wel duidelijk zijn na bijna twee jaar blogberichten. 

Vandaag gaat het over keizer Otho (32 - 69 n.Chr.), die eerder besproken is en naar voren kwam als een ambitieuze (maar daarin gefrustreerde) man die niet terugdeinsde voor een aanslag op de keizer. Hij slaagde daarin, maar was zelf niet veel later de volgende. Een beeld dat je bij Otho kunt hebben, is dat van een verwend nest die altijd in een gespreid bedje terecht is gekomen en door het lint ging toen het leven niet zijn kan op ging. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) geeft een korte schets van Otho's leven buiten de politieke arena waarin dit beeld ook een beetje naar voren komt (Otho XII):
In zijn uiterlijke verzorging was hij pijnlijk nauwgezet, haast als een vrouw. Hij epileerde zich en droeg, omdat hij weinig haar had, een pruik, die zo goed bij hem paste dat niemand hem opmerkte. Hij had zelfs de gewoonte zich dagelijks te scheren en daarna een masker van vochtig brood aan te brengen. Daar was hij al mee begonnen toen het eerste dons was verschenen, om nooit een baardige indruk te maken.
Niet iedereen die zich scheert en zelfs niet iedereen die nat brood op zijn gezicht smeert is een diva, maar Otho wel, denk ik...

vrijdag 27 december 2013

Spanje ligt ten Westen van Engeland!

De Romeinen hebben een groot gebied veroverd en eeuwenlang onder controle weten te houden. Dit is een bijzondere prestatie en niet alleen in militair en politiek opzicht. Om een gebied te kunnen veroveren is het belangrijk om te weten waar het precies ligt ten opzichte van de andere gebieden die je kent. De Romeinen hadden wel kaarten, maar er was toch iets mis met het geografisch begrip dat ze hadden. Zo schrijft historicus Publius Cornelius Tacitus (±56 - 117 n.Chr.) met een zekere arrogantie in zijn toon waar Britannia ligt (Agricola X):
Voorstelling van de ligging van Britannia ten
opzichte van de andere gebieden.
Bron: Tacitus, Dialoog over de
welsprekendheid, Agricola, Germania

(Baarn 1992) p. 104.
Van Britannia's aardrijkskundige ligging en van zijn volkeren, die reeds door vele schrijvers zijn beschreven, wil ik niet gewagen om mij met dezen te meten op het stuk van vakmanschap of van talent, maar omdat in die dagen [in de tijd van Tacitus' schoonvader Gnaeus Julius Agricola (13 - 93 n.Chr.), gouverneur van de regio] voor het eerst volkomen is onderworpen: daarom zal datgene wat mijn voorgangers, omdat zij er nog geen grondige kennis van hadden, met welsprekendheid [interessant...] hebben opgesmukt, werkelijkheidsgetrouw te boek hebben gesteld.
Want hoe het werkelijk zit is als volgt:
Britannia, onder de eilanden waar de Romeinen van weten het grootste, strekt zich naar geografische uitgebreidheid en ligging naar het Oosten tegenover Germania, naar het Westen tegenover Hispania [Spanje] uit; in Zuidelijke richting ligt het zelfs binnen de gezichtskring van de Galliërs. Zijn Noordelijke kusten, waartegenover zich geen landen bevinden, worden gebeukt door de onmetelijke open zee.
Het is makkelijk om Tacitus voor zijn verkeerde voorstelling van zaken te bekritiseren, want de kennis die wij tegenwoordig hebben, is gebaseerd op technologie die de Romeinen nog niet tot hun beschikking hebben, maar het arrogante toontje in dit stukje werkt wel op de lachspieren.

Boekentip voor vandaag:
Tacitus, Agricola

donderdag 19 december 2013

Slaven over de balk gooien

Een paar maanden geleden kwamen de Wetten van Hammurabi uit de 18e eeuw v.Chr. aan bod. Daarin kwam naar voren dat de positie van vrouwen, in het bijzonder: dochters, heel anders was dan tegenwoordig. Vandaag kijken we weer naar de wetten rondom slavernij in de Romeinse tijd, zoals die zijn opgetekend door de Romeinse jurist Gaius (±110 - ±180 n.Chr.). Gaius besteedt aandacht aan een wetswijziging van de keizer Antoninus Pius (86 - 161 n.Chr.) die de positie van slaven verbeterde door te stellen dat het mishandelen en doden van je eigen slaven ook gevolgen zou hebben. Dit was echter niet (louter) uit medelijden voor deze slaven, zo blijkt uit Gaius' werk (Instituten I.53):
Want volgens een wet van de gewijde keizer Antoninus wordt bepaald, dat hij, die zijn slaaf zonder grond heeft gedood, niet minder aansprakelijk wordt gesteld dan hij, die een slaaf van iemand anders heeft gedood. Maar ook een te grote hardvochtigheid van meesters wordt door een constitutie van dezelfde keizer beteugeld; want [...] indien de strengheid van de meesters ondragelijk schijnt, mogen dezen worden gedwongen hun slaven te verkopen. En beide constituties zijn rechtvaardig, want wij moeten ons recht niet misbruiken; om die reden wordt ook aan verkwisters het beheer over hun vermogen ontzegd.
Met andere woorden, behandel je slaven goed, want je moet je vermogen niet over de balk gooien. We hebben hier een voorbeeld van een modern ogende wet waar een heel ander idee achter zit dan je zou denken. Al zouden de slaven hier  vast heel blij mee zijn geweest.

woensdag 11 december 2013

De circuskeizer

Bron: Search Best Cartoons
Vorige week kwam de periode in de politieke carrière van de latere keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.) aan bod. Het ging over een manier van executeren van een moordenaar die Galba uitvoerde. Vandaag kijken we naar een wat luchtigere kant van de later keizer, namelijk zijn organisatie van entertainment toen hij praetor was onder keizer Nero (37 - 68 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) organiseerde hij het Floralia-festival ter ere van de godin Flora. Hierin voerde hij een innovatie door die misschien wel kan wedijveren met de eerder genoemde groots opgezette zeeslag die keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) ooit aan zijn volk voorschotelde (Galba 6):
Als praetor bood hij bij de viering van de Floralia een nieuw schouwspel: koorddansende olifanten.
Dat tot zover, maar Suetonius vertelt ook hoe dit in zijn werk ging (Nero 11.2):
Een bekende Romeinse ridder daalde, gezeten op een olifant op een koord naar beneden.
Dierenuitbuiting en algemene idiotie ten spijt, Galba wist wel hoe je spektakel kon brengen!

Boekentip voor vandaag:

Suetonius, Keizers van Rome

donderdag 5 december 2013

Een hagelwit kruis voor 's moordenaars eer

Een dik jaar geleden besprak ik een incident met de Romeinse politicus Gaius Cornelius Verres (120 - 43 v.Chr.) die een Romeins burger in het openbaar een pak slaag had gegeven. Romeinse burgers mochten niet mishandeld of gedood worden, dat was de regel. Dat sommigen zich daar niet aan hielden, dat is een ander verhaal.

Eén van die sommigen was de keizer Galba (3 v.Chr - 69 n.Chr.). Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) kreeg hij in zijn tijd als gouverneur van de provincie Hispania Terraconensis (het grootste deel van het huidige Spanje) een man te pakken die als voogd zijn pupil had vergiftigd om zo als vervangend erfgenaam de erfenis op te strijken. Deze man liet hij aan het kruis slaan. Dit leidde tot wat juridisch geneuzel, zoals Suetonius toelicht (Galba 9.1):
Toen deze [de man die gekruisigd werd] zich beriep op de wetten en verklaarde dat hij een Romeins burger was, liet hij [Galba] hem, zogenaamd om zijn straf te verlichten en hem enigszins te troosten en eer te bewijzen, naar een ander kruis overbrengen, dat hij speciaal voor hem had laten oprichten en dat hoog uitstak boven de andere kruisen die daar stonden en witgekalkt was.
Galba had duidelijk geen tijd voor deze man.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zondag 1 december 2013

Acht keer de dikte voor vrouwelijke tempels

Een belangrijk deel van het Westen van het huidige Turkije was Grieks en werd Ionië genoemd. Volgens de overlevering werd de regio bewoond door afstammelingen van Ion die ofwel een zoon van Apollo was, ofwel een Atheense generaal. Ion stichtte met zijn mannen verschillende steden in het gebied en naar goed Grieks gebruik werd het gebied zelf naar hem genoemd. Ion had alleen een probleem: hij wist niet hoe je een goeie tempel in elkaar zette en hij wist hoe de goden waren. Geen tempel, geen hulp.

De drie verschillende soorten zuilen:
Dorisch, Ionisch en Korinthisch.
Bron: Wikipedia
Volgens de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio (± 85 - 20 v.Chr) waren meetkunde en gezond verstand de manieren om aan stevige bouwwerken te komen. Hoe kon je een tempel bouwen die er mooi uitzag en ook niet zomaar in zou storten. Wat is er nu heel mooi en stort niet zomaar in? Het volgende (Over architectuur IV.1.6):
[...] Ze maten de voet van een man en constateerden dat de lengte van de voet zes keer in de de lengte van de man paste. Ze gaven de zuilen een zelfde proportie, dat wil zeggen, ze maakten hem, inclusief het kapiteel, zes keer zo hoog als de dikte van de zuil aan de basis. 
De op mannen gebaseerde zuilen werden de Dorische zuilen. Deze kennen we met name van de Romeinse bouwkunst en de moderne bouwwerken met zuilen, maar ook van het Parthenon in Athene. De Ioniërs besloten echter dat de Dorische orde niet voldeed en toen ze de beroemdste tempel uit de Oudheid, die voor Artemis bij Efese gingen bouwen, bedachten ze volgens Vitruvius het volgende (Over architectuur IV.1.7.):
Ze gebruikten de vrouwelijke figuur als de standaard en om het een verhevener effect te geven maken ze de hoogte acht maal de dikte. Aan de onderkant plaatsten ze een basis op dezelfde manier als de schoen bij de voet; ze voegden ook krullen toe aan het kapiteel, zoals het gracieuze krullen van haar aan weerszijden en de voorkant decoreerden ze met cymatia en guirlandes in plaats van haar. Op de zuil zetten zij geulen die leken op de plooien in de kleding van een moeder.
Dit werd de Ionische orde. Er is nog een derde type zuil in de Griekse Oudheid: de Korinthische. Deze komt bijvoorbeeld terug bij het Pantheon in Rome.

woensdag 27 november 2013

Stikken in je krokodillentranen

Keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) kwam in 14 n.Chr. aan de macht als tweede keizer van Rome, na de toen al legendarische Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.). Zoals eerder gezien zag Augustus in Tiberius een belangrijke man voor het Romeinse rijk. Het mag daarom niet al te verrassend zijn dat Tiberius de tweede keizer zou worden na het overlijden van de eerste. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) was het Tiberius zélf die na het overlijden van Augustus de senaat bijeenriep om de volgende stappen te bepalen. Suetonius vertelt (Tiberius 23):
Krachtens zijn bevoegdheid als volkstribuun riep hij [Tiberius] de senaat bijeen, maar nauwelijks was hij aan zijn toespraak begonnen, of hij snikte het plotseling uit, alsof het hem te machtig werd, en hij uitte de wens dat niet slechts zijn stem het zou begeven, maar ook hijzelf het leven mocht laten. Hij overhandigde de rede aan zijn zoon Drusus om hem verder voor te lezen.
Tiberius liet munten slaan waarop hij duidelijk aangaf de zoon van de goddelijke Augustus was.
Bron: Wildwinds.com, Roman Imperial Coinage (RIC) 27

So far, so good. Tiberius had het er vre-se-lijk moeilijk mee allemaal, want het was allemaal heel verschrikkelijk wat er gebeurd was. Suetonius vertelt verder:
Vervolgens werd het testament van Augustus binnengebracht [...]. De aanhef luidde: "Aangezien het wrede lot mij mijn zonen Gaius en Lucius ontrukt heeft, bepaal ik dat Tiberius mijn erfgenaam moet zijn voor twee derde van mijn vermogen."
"Omdat mijn eerste en tweede keus dood zijn, moeten jullie het met de derde keus doen." Hopelijk kreeg Tiberius de gelegenheid het testament eerst even te lezen voor het voor de senaat werd gebracht, want anders mogen we trots op hem zijn dat hij niet in zijn krokodillentranen gestikt is...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

maandag 25 november 2013

'Baken van Licht' zonder het zelf te weten

De middenperiode van de eerste eeuw na Christus was een periode waarin veel gebeurde. Met name het Vierkeizerjaar (68 - 69) en de Joodse Opstand (66 - 70). De Joodse Opstand is gedetailleerd beschreven door de Joodse historicus Titus Flavius Josephus (37 - ±100 n.Chr.). Hij probeert de oorlog (want zo kun je een opstand van deze lengte wel noemen) vanuit een Joods perspectief uit te leggen aan de Romeinen. 

Josephus maakt geen goed-tegen-kwaad-strijd van de oorlog. Hij beschrijft een conflict binnen de Joodse rangen tussen een groep die vrede wil en eentje die oorlog wil. Deze laatstgenoemden, de zeloten, kregen aanvankelijk het overwicht in Jeruzalem en namen daar min of meer de macht over. Dat deden zij door op de belangrijkste posities in het bestuur van de stad hun eigen marionetten neer te zetten (De Joodse Oorlog IV.3.8):
Zo riepen zij dan één van de hogepriesterlijke families bijeen, genaamd Eniakim, en kozen door het lot een hogepriester. Het lot viel 'toevallig' op een man in wie het misdadige van hun opzet het duidelijkste werd gedemonstreerd. Het was een zekere Fannias, zoon van Samuël uit het dorp Afta. Hij behoorde niet tot het hogepriesterlijke geslacht, hij was zelfs zó onontwikkeld dat hij niet eens besefte wat de waardigheid van hogepriester inhield. Tegen zijn zin werd hij uit de provincie naar Jeruzalem gesleept. Hier bond men hem hem, als ware het een komediespel, een vreemd masker voor, men deed hem het heilige gewaad aan en leerde hem wat hij op een gegeven ogenblik moest doen.
Fannias moet wel uitgegroeid zijn tot één van de grootste bakens van licht in de Joodse geschiedenis! 

Boekentip voor vandaag:
Flavius Josephus, De Joodse Oorlog en uit mijn leven

zaterdag 23 november 2013

Waar de godenkoning woont

Goden zijn machtiger dan mensen en ze leven in hun eigen gebieden. Als mens kun je via orakels, offers en dergelijke zaken contact opnemen met de goden en invloed uitoefenen op hun gedrag. Het was niet de bedoeling dat je ze kwam opzoeken op de berg Olympus, maar als je ze vroeg, konden ze soms zelf wel langskomen. Goden waren gevoelig voor dat soort zaken, zoals we eerder hebben gezien. 

Ook onderling hadden de goden verschillende woonplaatsen. Ze woonden niet allemaal in hetzelfde gebied. Dit zorgde ervoor dat de goden wat moesten doen als ze samen moesten komen. Volgens de Romeinse dichter Ovidius (43 v.Chr. - 17 n.Chr.) riep de oppergod Jupiter de goden bijeen om een manier te bedenken om iets te doen aan het toenemende wangedrag van die "mensen" die ze op de wereld hadden gezet. De goden kwamen meteen (Metamorphosen I.173ff ):


De Melkweg
Bron: Wikipedia
Er is een pad over de hemel en het heet de Melkweg en het is beroemd om de helderheid. Over deze weg komen de goden naar het paleis van de machtige Donderaar [Jupiter was de god van het onweer] en naar zijn koninklijke huis. Aan de rechterkant en aan de linkerkant staan de huizen van de voorname goden, gevuld met een menigte die zich verdrukt bij de open deuren. De gewone bewoners van de hemel wonen elders, op andere plaatsen. Hier hebben de machtige en edele goden hun huizen gebouwd. Dit is de plek die ik, als ik zo vrij mag zijn, zonder aarzeling het Palatijndistrict van de hemel zou noemen.
In deze zin zijn de goden toch niet veel anders dan de mensen. De allergrootste mensen wonen op de Palatijn, de allergrootste goden wonen in die regio van de hemel. Ovidius kwam duidelijk een wit voetje halen bij de keizer...

Boekentip voor vandaag:
Ovidius, Metamorphosen

vrijdag 15 november 2013

Uiteindelijk loop je dan in een cirkeltje

Een paar maanden geleden besprak ik een wet die beperkte hoeveel slaven een persoon kon vrijlaten bij zijn overlijden. Vandaag lezen we een klein stukje verder in het wetboek van de Romeinse jurist Gaius (±110 - ±180 n.Chr.). Romeinen zouden namelijk geen Romeinen zijn als ze niet iets praktisch zouden hebben bedacht om de wet te omzeilen zonder hem te breken. Er volgde waarschijnlijk snel een wet op en Gaius tekent die op (Instituten I.46.):
Want ook, wanneer bij testament de vrijheid is geschonken aan slaven, wier naam in een cirkel zijn geschreven, zullen zij, omdat geen volgorde van vrijlating wordt aangegeven, geen van allen vrij zijn.
Een opmerkelijke manier van ontwijking van de wet. Kennelijk was het voor deze wet (de lex Fufia Caninia) gebruikelijk dan de eigenaar van een slaaf namen van meer dan het aantal slaven dat hij mocht vrijlaten in een cirkel opschreef. Wie waren dan de eerste 500? Vermoedelijk zijn en op die manier aardig wat slaven tussendoor geglipt. Uiteindelijk was het dan ook wel weer Romeins om er iets simpels op te bedenken.

Boekentip voor vandaag
Gaius, The Commentaries of Gaius

dinsdag 5 november 2013

Het regent kippen!

Soms gebeuren er van die dingen die wel iets móéten betekenen. Het zijn van die zaken die het begin of het einde van een tijdperk aankondigen. Soms is al heel vroeg duidelijk dat iemand voorbestemd is om een hele grote te worden. Soms gebeurt er gewoon iets geks waar veel waarde aan gehecht wordt. Zo vertelt de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) dat Livia (59/58 v.Chr - 29 n.Chr.) de vrouw van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) eens buiten liep en wat meemaakte (Galba I.1):
Toen in een ver verleden Livia direct na haar huwelijk met Augustus naar haar verblijf in Veii terugkeerde, liet een voorbijvliegende adelaar een witte kip, die hij met een lauriertakje in de snavel had meegeroofd, neervallen in haar schoot met het takje nog in de bek. Men besloot het dier te verzorgen en het takje te planten. Daar kwam een zo groot nageslacht aan kippen uit voort dat de villa tot op de dag van vandaag 'De kippenren' wordt genoemd [dit is overigens dezelfde villa van het beroemde standbeeld van de keizer]. Het takje groeide uit tot een prachtig laurierbos, waar de Caesares als zij een triomftocht gingen houden, altijd hun lauwerkransen plukten.
Deel van een muurschildering in de villa van Livia
Bron: Wikipedia
De kippen deden het jarenlang uitstekend, maar toen kwam keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) aan de macht. Volgens Suetonius ging het tegen het einde van zijn regering zo slecht met de kippen dat ze allemaal doodgingen en de laurierbonen waren allemaal verdord. Een definitief einde aan een era dat met een vreemd toeval begon.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zondag 3 november 2013

Tips voor enigszins reusachtige gebouwen

Men zegt vaak dat het grote verschil tussen de Grieken en de Romeinen uit de Oudheid is dat de Grieken theoretisch ingesteld waren en de Romeinen praktisch. Hoewel dit soort generalisaties altijd veel te makkelijk is, zit hier wel degelijk wat in. Iedere bladzijde in het werk van de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio (± 85 - 20 v.Chr) druipt van het praktisch denken. Eén van de eerste berichten op dit blog is daar een mooi voorbeeld van. Het zijn van die praktische slimmigheden die iedereen wel kan bedenken, maar op één of andere manier hebben we dit allemaal van Vitruvius.
Bovenste deel van een zuil met het
dak van de tempel erboven
Bron: Architraaf.nl

Vitruvius legt in zijn werk uit aan welke eisen verschillende types tempels dienen te voldoen. Hij beschrijft de breedte van de ruimten tussen de zuilen, de hoogte van de zuilen en de traptreden ernaartoe en al dat soort zaken. Een ander punt dat de architect aanstipt is de hoogte van de architraaf boven een zuil en hoe deze zich verhoudt tot de dikte en de hoogte van de zuil eronder. Hij besteedt uitgebreid aandacht aan de proporties van de verschillende delen van de tempel en stelt hier zelfs een soort staffel voor op. De reden dat Vitruvius hier onderscheid in maakt, is niet zozeer bouwkundig van aard, maar optisch (Over Architectuur III.5.9):
Want hoe hoger het oog moet klimmen, hoe moeilijker het door de dikkere en dikkere massa van lucht heen komt. Het mislukt dan ook als het hoog gaat, de kracht wordt eruit gezogen en het geeft de geest een verwarde benadering van de dimensies door. Daarom moet er altijd een overeenkomende toename van de symmetrische proporties van de onderdelen zijn, zodat de grootte van de onderdelen altijd in evenwicht lijkt, ook al staat heb gebouw op een ongebruikelijk hoge plaats of is het van zichzelf enigszins reusachtig.
Zoals zo vaak bij Vitruvius is dit geen rocket science, maar misschien juist daarom zo interessant. De Romeinen waren ook gewoon mensen, net als wij. Dat komt het duidelijkste naar voren in het werk van mensen die gewone-mensen-dingen doen, zoals Vitruvius.

Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture

zondag 20 oktober 2013

Troll, don't feed the emperor

Keizer Julianus (331 - 363 n.Chr.) is een controversiële man in de geschiedenis. Afhankelijk van degene waar je mee spreekt is Julianus een held of een schurk van de hoogste orde. Dat is omdat hij de laatste Romeinse keizer was die weerstand bood tegen het opkomende christendom. Dit was omdat Julianus een boekenwurm was, een man met een uitzonderlijk talent, een filosoof, maar eigenlijk geen echte keizer.

Maar Julianus was ook een man uit een aanzienlijke familie, die van keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) die niet de moeite nam een goed plan voor zijn opvolging na te laten toen hij stierf. Zijn zoon Constantius II (317 - 361) wist met heel veel geweld de macht naar zich toe te trekken, maar dat betekende wel dat de hele familie van Constantijn op de boekenwurm na, dood was. Dit is dan bij uitstek zo'n moment waarop Constantius een collega nodig had om orde op zake te stellen in Gallië. Zoiets blijft in de familie, dus werd Julianus achter zijn boeken vandaan getrokken, kreeg hij een uniform aan en mocht hij een leger aanvoeren.


Julianus
Bron: Wikipedia

Opmerkelijk genoeg bleek Julianus een uitstekend generaal en wist hij in die hoedanigheid de liefde van zijn soldaten te vergaren, maar Julianus had ook een pestkop die het op hem gemunt had: de generaal Barbatio (overl. 359 n.Chr.). Volgens de Romeinse soldaat-historicus Ammianus Marcellinus (±330 - 400 n.Chr.) deed hij alles om Julianus dwars te zitten. Een bloemlezing (Romeinse Geschiedenis XVI.11.8-12):
In diezelfde tijd raakten de barbaren die aan onze kant van de Rijn woonachtig waren, door de komst van onze legers in paniek. Sommigen begonnen vakkundig versperringen van zware boomstammen aan te leggen op de wegen die toch al moeilijk begaanbaar en van zichzelf tamelijk steil waren. Anderen bezetten de eilanden waarvan er her en der nogal wat in de Rijn lagen en begonnen daarvandaan rauw en onheilspellend schreeuwend de Romeinen en de caesar uit te jouwen. Daardoor getergd wilde Julianus er een paar laten pakken en vroeg daarvoor van Barbatio zeven van de schepen die deze klaar had liggen om ze aaneen te koppelen tot pontons voor een oversteek van de rivier. Maar liever dan hem ter wille te zijn stak Barbatio ze allemaal in brand.[...]Er zat trouwens voor de soldaten weinig anders op dan te leven van wat ze zelf vergaard hadden, omdat ze, tot hun grote ergernis, van de proviand die voor hen kort daarvóór was aangevoerd, niets kregen: een deel daarvan had Barbatio zich namelijk, zonder zich van iemand iets aan te trekken, toegeëigend toen het transport in zijn buurt kwam, waarna hij de rest op een hoop had gegooid en in brand gestoken!
Uiteindelijk won Julianus ook deze strijd. Na Constantius' dood was hij zelfs nog een paar jaar alleen keizer. Een vergeten borstplaat en een speer maakten hier uiteindelijk een einde aan.

Boekentip voor vandaag:

Ammianus Marcellinus, Julianus, de laatste heidense keizer

vrijdag 18 oktober 2013

Als je wat te bewijzen hebt

Gekke keizers zijn een mooie bron van anekdotes en keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) was daarin zeker geen uitzondering. De keizer stond bekend om zijn bizarre acties. Of de keizer gek was, cynisch, of beide, dat kunnen we nooit weten, maar hij wist wel steeds iets nieuws te bedenken waar iedereen zijn wenkbrauwen bij ophaalde.

In 39 n.Chr. ontstond door één van de fratsen van de keizer een voedselschaarste in Rome. Omdat de keizer ze nodig had voor zijn projectje, waren er onvoldoende schepen beschikbaar om Rome van voldoende graan te voorzien. Caligula had zich namelijk in zijn hoofd gehaald om een weg te leggen over de Baai van Napels. De weg was zo'n 5 km lang en lag op het dek van een dubbele rij schepen. Toen het bouwwerk klaar was, reed de keizer er een paar dagen over op en neer met zijn paard.

De vraag rijst: waarom. De Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) doet een duit in het zakje. Het waren niet de Germanen of de Britten die hij probeerde onder de indruk te krijgen en het was ook niet zo dat hij Xerxes de loef wilde afsteken. Suetonius had namelijk iets gehoord (Caligula 19.3):
Als jongen heb ik mijn grootvader dikwijls horen vertellen wat de ware reden was. De hofastroloog Thrasyllus had eens tegen Tiberius [(42 v.Chr - 37 n.Chr.)] gezegd, toen die zich zorgen maakte over zijn opvolger en zijn echte kleinzoon [Gemellus (19 - 37 n.Chr.)] daarvoor te kiezen: "Gaius [Caligula] zal net zo min keizer worden als dat hij ooit te paard over de Golf van Baiae zal rijden."
Caligula werd dus wél keizer. En een man die iets te bewijzen heeft, kan soms opvallende dingen presteren!

Boekentip voor vandaag:
Suiteonius, Keizers van Rome

vrijdag 4 oktober 2013

"Maak je niet te druk!"

"Maak je niet te druk, want dat ik niet goed voor je hart!" Dat zal allemaal wel loslopen, zou je denken. Als je heel boos bent, moet je gewoon stoom kunnen afblazen en je uiten. Dat is goed, tenminste, zo zou dat moeten zijn. Misschien had mijn moeder toch wel een beetje gelijk. Waarschijnlijk weet mijn moeder niet wie keizer Valentinianus I (321 - 375 n.Chr.) was, maar hij is een mooi voorbeeld.

De keizer had tijdens zijn regeerperiode te maken met een aantal invallen van Germaanse volkeren. Er waren een aantal Romeinse legerkampen gebouwd aan de Germaanse kant van de Donau. Klachten van de Germanen leidden tot de listige actie van Marcellianus. Hij nodigde de leiders van verschillende stammen uit voor een banket. Tijdens het banket liet hij opeens de koning van de Quaden, Gabinius, doden. Daar werden de Quaden kwaad om. Ze staken met hun leger de grens over en sloegen aan het plunderen.

Het duurde een tijd voor de keizer kon ingrijpen, maar hij kreeg het wel voor elkaar. Volgens de Romeinse historicus Ammianus Marcellinus (±330 - 400 n.Chr.) werden de Quaden verslagen en begonnen de vredesonderhandelingen. Toen de onderhandelaars aangaven dat ze terecht kwade Quaden waren en dat ze geen kwaad wilden, maar niet konden instaan voor de andere Quaden, werd Valentinianus ook kwaad [sorry] (Romeinse Geschiedenis XXX.6.3):
De keizer kreeg daarop een enorme woedeaanval, en brieste, ziedend van drift toen hij begon te antwoorden, dat dit hele ondankbare volk vergeten was hoe goed hij het behandeld had, maar kalmeerde langzamerhand en werd wat redelijker, tot plotseling, alsof hij door de bliksem was getroffen, zijn adem afgesneden leek, zijn stem stokte en men hem vuurrood zag worden. Zijn hart haperde, doodszweet brak hem uit. IJlings brachten zijn toegesnelde lijfbedienden hem naar zijn privévertrekken om te voorkomen dat hij voor de ogen van het gewone volk in elkaar zou zakken. [vert.]
Valentinianus' woede bleek inderdaad niet goed voor zijn hart. Hij overeed nadat hij zichzelf letterlijk woedend doodgeschreeuwd had.

Boekentip voor vandaag:
Ammianus Marcellinus, Works

woensdag 2 oktober 2013

Hoe je van schapen belasting heft

De overheid haalt een groot deel van de inkomsten uit de belastingen van de bevolking. Dat is niets typisch Romeins en niets nieuws. Dit gebeurt al vanaf het begin van het bestaan van staten of staat-achtige inrichtingen van samenlevingen.

Waar de Romeinen weer wel bekend om geworden zijn, om om de manier van belasting heffen. Je kon bieden op de rechten om belasting te heffen in een regio. De rechten gingen naar degene die het meeste bood en dan kon je aan de slag om genoeg geld op te halen om winst te maken. Dit leverde een kans voor mensen om door uitbuiting aan zelfverrijking te doen, maar het levert wel sociale problemen op. Het is dan aan de autoriteiten om in de gaten te houden dat het niet meer kost dan het oplevert.

De Romeinse keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) had hier wel wat op te zeggen, zoals de Romeinse geschiedschrijver Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) opmerkt (Tiberius XXXII.2):
Aan de gouverneurs die hele zware belastingen aanbevolen, antwoordde hij schriftelijk dat het de taak van een goede herder is om zijn schapen te scheren, niet om hen te villen.
De basis van hard, maar succesvol belastingbeleid.

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome