Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label inscriptie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inscriptie. Alle posts tonen

donderdag 28 maart 2013

Assurbanipal meende het!

Bij het luisteren naar The Ancient World Podcast waar ik nu eindelijk helemaal bij ben, kwam de neo-Assyrische koning Assurbanipal (685 - 627 v.Chr.) aan bod en dat blijkt een bijzonder interessante figuur te zijn. Assurbanipal was de laatste grote koning van de Assyriërs, het volk met een reputatie van wreedheid vergelijkbaar met de Hunnen, maar dan met een machtig rijk. Hij voerde aan aantal belangrijke veroveringsoorlogen en bracht met de karakteristieke Assyrische wreedheid grote legers op de knieën. Daarnaast is Assurbanipal de enige Assyrische heerser geweest dit kon lezen en schrijven (ik zoek nog naar de inscriptie waarin hij hierover opschept, dus als iemand me kan helpen...). Onder Assurbanipal werd de Bibliotheek van Nineve opgezet.

Assurbanipal heeft veel kleitabletten achtergelaten, waaronder een inscriptie (artikel is gratis te downloaden als je je aanmeldt bij deze site) ter ere van Ningal, de godin van het rietland die verder ook met koninginnen verbonden lijkt te zijn geweest. Het blijkt dat Assurbanipal houten arken heeft laten vervaardigen voor de godin en daar is de koning heel trots op. Opvallend is dat hij in de gaten heeft dat houten voorwerpen geen eeuwigheid meegaan, dus besluit hij zijn inscriptie met richtlijnen voor het onderhoud van de arken. Volgende heersers moeten de arken repareren als ze versleten maken, maar geen wijzigingen aanbrengen, want daar heeft Assurbanipal een vloek over uitgeschreven (Keerzijde 15-22):
Maar hij die deze arken verandert en hun inhoud in iets anders verandert en de glorie van Ningal, mijn vrouwe, belastert en mijn naam verandert, laat Sin [de maangod], de machtige heerser, er dan voor zorgen dat hij gek wordt en laat de shedu-geest [een monsterlijke god] zijn leven afnemen. Laat Ningal, de machtige heerseres, de paarden van zijn strijdwagen losmaken en zijn juk vernielen!
Assurbanipal meende het.

Boekentip voor vandaag:
George Smith, History of Assurbanipal. Translated from the Cuneiform Inscriptions

maandag 23 juli 2012

Venus' heupen misvormen

Een paar honderd meter van mijn huis staan een aantal houten panelen van anderhalve meter hoog en twintig meter lang waar jongeren met spuitbussen de prachtigste tekeningen (en lelijke tags) op zetten. Dit is vermoedelijk om het bouwterrein aan de andere kant en het merkwaardige gebouw naast de ruimte met de panelen te ontzien. Om één of andere redenen hebben mensen de behoefte om hun aanwezigheid op de betreffende plek te registreren.


In de Oudheid was er ook sprake van graffiti, maar dan iet op speciale panelen die ervoor neergezet waren, tenminste, daar is geen bewijs van. Een tijd terug kwam de bekendste al ter sprake. Dit keer gaan we naar Pompeii, dat door de bekende uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.Chr. onder een dikke laag as terecht is gekomen en daarmee voor historici en archeologen een prachtig inkijkje heeft opgeleverd in die tijd, want veel is prachtig bewaard gebleven in de stad. Zo ook een klein gedichtje (Corpus Inscriptionum Latinarum iv 1284):
Wie er ook lief heeft, loop naar de hel. Ik wil Venus'[godin van de liefde] ribben breken
Met een knuppel en haar lenderen misvormen.
Als zij mijn tere hart kan breken,
Waarom kan ik haar dan niet voor haar kop slaan?
(Vertaling: Wikipedia)
Iemand heeft liefdesverdriet. Dit zegt overigens ook wel wat over de positie van een god in de Romeinse wereld. Kennelijk kun je die met een knuppel te lijf vliegen. Moet je bij de christelijke God niet proberen...

vrijdag 13 juli 2012

Bomen omhakken

In de vroege Middeleeuwen werden grote delen van Europa door rondtrekkende missionarissen gekerstend (christelijk gemaakt). Een beproefde methode daarvoor was om iets te doen wat de goden nooit zouden accepteren en dan vervolgens niet bestraft te worden. Een bekend voorbeeld hiervan is Bonifatius (7e en 8e eeuw n.Chr.) die een heilige en aan de god Donar gewijde eik zou hebben omgehakt en op die manier veel volgelingen zou hebben vergaard toen Donar niet ingreep.


Dergelijk gedrag was echter doorgaans gewoon not done in de Oudheid. Er is een inscriptie bewaard gebleven van een wet die dit duidelijk strafbaar stelde en mensen wilde motiveren brekers van deze wet aan te geven bij het tempelpersoneel in het Zuiden van Griekenland (Inscriptiones Graecae V,1 1390):
Wat betreft het hakken van hout in het Heiligdom: niemand mag hout van deze heilige plaats hakken en als iemand erop betrapt wordt, moet hij, als hij slaaf is, gegeseld worden door de heilige mannen en als hij een vrijgeborene is, dan moet hij een boete betalen waarvan de hoogte door de heilige mannen wordt bepaald. Degene die wetbrekers betrapt, moet hen naar de heilige mannen brengen en zal de helft van de boete ontvangen.
Lijkt me een effectieve wet, maar de vraag is: wat krijg je als je een slaaf betrapt?

dinsdag 19 juni 2012

De koning is groot

In het British Museum in Londen liggen aardig wat juweeltjes uit de Oudheid, waaronder de Standaard van Ur, een vondst van de Britse archeoloog Sir Leonard Wooley (1881 - 1960). Deze standaard, waarvan de functie niet bekend is, toont verschillende scenes uit het leven in het oude Sumer in het huidige Zuid-Irak. Aan de ene kant staan scenes die over oorlogsvoering gaan, aan de andere kant scenes die lijken te duiden op een soort feest, maar overduidelijk een vreedzame bedoeling. Op de site van de Khan Academy vond ik deze video die het overbodig maakt om er zelf veel over te zeggen:



(De vertaling is van mijn hand, dus mocht er wat mee zijn, dan hoor ik dat graag)

Naast het feit dat dit object op zichzelf bijzonder interessant is, valt bij objecten uit het oude Nabije Oosten altijd iets specifieks op. In de video wordt al kort aandacht besteed aan het feit dat sociale positie van figuren op dit soort objecten vaak wordt uitgedrukt in de grootte van het figuur. Op de tumbnail van de video is al te zien dat de centrale figuur op de stoel veel groter is dan de drie mannetjes om hem heen en dat het mannetje dat rechts zit daar een beetje tussenin zit. We hebben hier waarschijnlijk te maken met de koning, met mensen onder hem met een hoge rang (priesters bijvoorbeeld) en met bedienden. Als de koning zou gaan staan, zou hij twee keer zo lang zijn als de bedienden. We hebben al gezien dat koning Eannatum 2,79 meter zou zijn geweest en het ziet ernaar uit dat de Standaard van Ur ook zoiets zegt.

Ook in Egypte komt de sociale positie van figuren tot uiting in de grootte ervan. Zo is op het Narmerpalet deze scene te zien:

De koning, met de typische Hedjet-kroon van Boven Egypte staat op het punt een vijand te doden, terwijl naast hem een mannetje zijn sandalen vast houdt. Waarom je je sandalen uit zou doen voor een dergelijke handeling, dat is vraag twee (een interessante vraag waar ik later nog op terugkom), maar wat zeker opvalt is dat de grote koning een klein mannetje in zijn gevolg heeft die kennelijk belangrijk genoeg is om überhaupt op de  inscriptie gezet te worden, maar niet belangrijk genoeg om groter afgebeeld te worden.

zondag 20 mei 2012

Hier rust Lucius Cassius Clemens

Toen ik een paar maanden geleden bij Museum Het Valkhof in Nijmegen was met Dennis (die ook een Oudheidblog heeft), hebben we een tijdje stilgestaan bij de Romeinse grafstenen die daar te zien zijn. Eentje daarvan trok destijds mijn speciale aandacht omdat deze zo goed bewaard is gebleven en in de regio gevonden is waar ik vaak op de racefiets zit (op de Hengstberg in Ubbergen). In Nijmegen staat iets verder richting het museum, op het Kops Plateau, een scherm langs de weg waar het uitzicht dat je vanaf daar hebt in een animatie is omgevormd naar het Romeinse legerkamp dat daar heeft gelegen. Dit soort dingen brengen de Oudheid dichtbij.

Bron: Collectie Gelderland, nr 1045-BA.IV.28

Ook dit soort grafstenen zijn interessant en dan met name omdat iedereen die ernaar kijkt zonder al teveel voorkennis kan zien wat erop staat en er verder zelf een voorstelling bij kan maken. Wat er staat is, uitgeschreven het volgende:

L.CASSIVS.L.F / STELL.CLEME / NS.TAVRVS.MIL / LEG.X.GEM.AN / XL.ST.XXI.HSE

L.CASSIVS is de naam van de overledene: Lucius Cassius. Hij bleek zoon te zijn van een andere Lucius (F. staat voor "zoon van"). Hij was lid van het kiesdistrict STELLA(tina) en zijn bijnaam (Romeinse burgers hadden drie namen, een voornaam (praenomen), een familienaam (nomen gentile) en een bijnaam (cognomen). Soms hadden zij meerdere bijnamen, zoals de oorlogsheld Publius Cornelius Scipio Africanus) was CLEME(ns). Hij kwam het gebied van Turijn (NS.TAUVRUS) en was soldaat (MIL(es). Als soldaat diende hij bij het tiende legioen (LEG.X, in Romeinse cijfers) dat de bijnaam GEM(ina) had ("tweeling"). Hij was AN.XL (40 jaar) en ontving XXI ST(ipendia, "jaarinkomens"). HSE betekent "hier bevindt hij zich" ("hic situs est").

van Cassius is verder niets bekend (voorzover ik weet), maar dit geeft wel een hoop informatie die de Romeinen dichtbij brengt. Een jongen van 19 uit Turijn komt als soldaat naar de Rijngrens en heeft 21 jaar dienst in een legioen waarin hij voldoende geld bij elkaar spaart om een mooie grafsteen te laten maken bij zijn overlijden na die dienstjaren.

donderdag 15 maart 2012

"Alexamenos, vereer God!"

In het Oudheidkundig Museum op de Palatijn in Rome bevindt zich een stuk dat vermoedelijk in de eerste, tweede of derde eeuw van onze jaartelling tot stand is gekomen, maar nu nog relevant is:


Dit is een gekraste afbeelding, een beetje van het type "I was here" dat je op monumenten tegenkomt en het staat bekend als de Alexamenos Graffito of il graffito blasphemo (de godslasterlijke graffiti). Er zijn twee figuren afgebeeld, aan de linkerkant staat een man met een arm omhoog en aan de rechterkant staat een man met een kop van een ezel die gekruisigd is. Onder de afbeelding (hier duidelijker als tekening) staat:
AlEXAMENOS
CeBETE
QEWN
"Alexamenos, vereer God," staat hier, als bevel. Deze afbeelding geeft heel duidelijk aan wat de houding van veel Romeinen (en Grieken, dit is Grieks) en opzichte van de opkomende nieuwe godsdienst was. In een tijd waarin goden kracht uitstraalden was het vreemd dat er een god vereerd werd die bovenal bekend stond om het feit dat hij heeft geleden aan het kruis.  Wat is een god waard als hij je niet beschermt tegen de gevaren van de wereld en zich zelfs laat doden?