Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Vitellius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vitellius. Alle posts tonen

woensdag 26 december 2012

Eten in een bodemloze keelput dumpen

De meeste kerstdiners zijn achter de rug voor dit jaar en er zijn vele honderden tonnen voedsel per persoon naar binnen gepompt, zo lijkt het. Mensen die bezig zijn met weegschalen en dergelijken, die kijken na de kerst toch altijd met veel spijt terug op wat de afgelopen dagen (en vanavond, of de kliekjesmaaltijden van de 27e). Dubbele kinnen en dikke koppen liggen op de loer.

Tijdens mijn studie vielen de standbeelden van belangrijke politieke figuren uit de Romeinse tijd heel erg op. Zo heb ik Pompeius de Grote altijd op mijn leraar geschiedenis op de middelbare school vinden lijken. Keizer Aulus Vitellius (15 - 69 n.Chr.) doet me denken aan teveel eten bij het kerstdiner. Grappig is dat ik niet de enige ben die dit beeld van deze keizer heeft. Volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) wist keizer Galba (3 v.Chr. - 69 n.Chr.) het feit dat Vitellius naar de lucratieve gouverneurspost in Germanië werd gestuurd, te verdedigen met de volgende opmerking (Vitellius 7.1):
Maar omdat Galba openlijk verklaarde dat geen mensen minder gevreesd dienden te worden dan hen die aan niets anders dachten dan aan eten en dat de bodemloze put van Vitellius' keel gevuld zou kunnen worden met de rijkdommen van de provincie, is het overduidelijk voor iedereen dat hij [Vitellius] was uitgekozen uit minachting en niet omdat hij zoveel aanzien genoot.
Galba stond bekend als een humorloze man, maar dit is toch een villein tikje. Niet dat het hem veel plezier kan hebben opgeleverd, want Galba was niet veel later dood. Vitellius ook trouwens. Goed, mensen, morgen maar sporten dan!

Boekentip voor vandaag: Suetonius, The Twelve Caesars

donderdag 24 mei 2012

Geen eer te behalen!

Zoals we bij bijvoorbeeld de Romeinse historicus Marcus Velleius Paterculus (±19 v.Chr - na 31 n.Chr.) al eerder hebben gezien, is het bij geschiedenis, zeker ook van de Oudheid, zaak om je te realiseren wie de tekst die je zit te lezen, heeft geschreven. In veel gevallen zijn de schrijvers betrokken bij datgene dat ze beschrijven. Veel Romeinse historici waren daarnaast hoge politici en hadden als zodanig belang bij een bepaalde weergave van de geschiedenis.


Een bekend voorbeeld hiervan is de Romeinse geschiedschrijver, redenaar en consul Publius Cornelius Tacitus (±56 - 117 n.Chr.). Hij beschrijft onder anderen het Vierkeizerjaar (68-69 n.Chr.) waarin na de door van keizer Nero (37 - 68 n.Chr.) Galba, Otho, Vitellius en uiteindelijk Vespasianus aan de macht waren als keizer. Het jaar bestond uit machtstrubbelingen waarin de generaals elkaar afwisselden. Toen Otho aan de macht was en door Vitellius' troepen werd verslagen, brak er volgens Tacitus onrust uit in het legerkamp van Otho's troepen. Generaals vluchtten en de onderbevelhebber Vedius Aquila van één van Otho's legioenen raakte daarin verzeild (Historiën 2.44):
Vedius Aquila, de onderbevelhebber van het dertiende legioen - zijn onberaden angst deed hem slachtoffer worden van de woede van de soldaten. Het was nog klaarlichte dag toen hij binnen de legerwal kwam en met luid getier de oproerlingen en degenen die wilden vluchten hem tot het middelpunt maakten van hun tumult. Voor geen scheldwoorden, voor geen handtastelijkheden ontzien zij zich zij jouwen hem uit voor deserteur en verrader, niet omdat nu juist híj zich aan een bijzonder misdrijf had schuldig gemaakt, doch naar de gewoonte van het grauw, dat man voor man de neiging heeft de schuld van eigen schande anderen in de schoenen te schuiven.
Het gewone volk, waar deze soldaten kennelijk tot hoorden, was voor de meeste schrijvers van de senatorenstand geen knip voor de neus waard en Tacitus laat hier ook duidelijk zien dat er geen eer te behalen was voor Aquila.