Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Marcus Porcius Cato Minor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marcus Porcius Cato Minor. Alle posts tonen

maandag 16 september 2013

Zittend eten

Marcus Porcius Cato de Jongere (95 - 46 v.Chr.) niet te verwarren met Cato de Oudere was een conservatieveling en een krachtige verdediger van de Romeinse Republiek, het systeem waar de senaat veel macht had. Toen Gaius Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) meer macht naar zich toe begon te trekken, meende Cato daar iets tegen te moeten doen waar hij indruk mee zou kunnen maken. De Griekse biograaf Plutarchus beschrijft wat het beste was dat Cato kon bedenken (Cato de Jongere LVI.4):
Hij genoot zijn avondmaal in een zittende houding vanaf het moment dat hij hoorde van de nederlaag bij Pharsalus; ja, hij voegde deze blijk van verdriet toe aan anderen en hij weigerde te gaan liggen, behalve om te slapen.
Zolang Caesar een grote bleef, at Cato zittend! Dat zal ze leren! Misschien is het overigens wel goed om te weten dat Romeinen liggend aten...

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën VI

dinsdag 26 februari 2013

Michael Jackson en Cato

Het is alweer járen geleden dat Michael Jackson zijn bekendste stommiteit uithaalde door een baby uit het raam te hangen. Iets minder lang geleden kwam ik tijdens mijn onderzoek naar de hier al eerder besproken Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.) op een deel van de biografie van de Romeinse politicus Cato de Jongere (95 - 46 v.Chr.) door de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr). Plutarchus beschrijft een episode uit de kindertijd van Cato waar één van de latere aanvoerders van de opstand tegen de Romeinen, Quintus Poppaedius Silo, een vriend in Rome bezoekt.

Het was in de hogere kringen van de Romeinse samenleving gebruikelijk om gastvriendschappen (hospitia) aan te gaan met de elite van andere volkeren. Silo onderhield een vriendschap met Marcus Livius Drusus (124 - 91 v.Chr.), de oom en pleegvader van de vierjarige Cato. Volgens Plutarchus ontstaat een joviale sfeer tussen Silo en de kinderen van het huis en dan probeert Silo de kinderen zo ver te krijgen bij Drusus te vragen om hem te steunen bij zijn poging burgerrecht te vergaren voor zijn volk. Plutarchus vertelt (Cato de Jongere 2.2-4):
Caepio, ging met een glimlach akkoord, maar Cato antwoordde niet en keek de vreemdelingen strak en sterk aan. Toen zei Pompaedius [Silo komt in verschillende namen voor in de bronnen]: "Maar jij, jonge man, wat zeg jij tegen ons? Kun je niet met je oom deelnemen met de vreemdelingen, net als je broer?" En toen Cato geen woord zei, maar met zijn stilte en de blik in zijn ogen liet blijken dat hij het verzoek weigerde, tilde Pompaedius hem uit het raar, alsiof hij hem naar buiten zou gooien en beval hem om akkoord te gaan of dat hij hem naar beneden zou gooien, terwijl hij tegelijkertijd de toon van zijn stem harder maakte en regelmatig schudde met de jongen terwijl hij hem buiten het raam hield. Maar toen Cato deze behandeling een lange tijd had doorstaan zonder tekenen van vrees of angst te tonen, zette Pompaedius hem neer en zei zachtjes tegen zijn vrienden: "Wat is het een geluk voor Italia dat hij slechts een jongetje is; want als hij een man was, dan denk ik niet dat we ook maar één stem zouden krijgen onder het volk."
Cato bleek niet de enige te zijn die Poppaedius' wensen niet steunde (als dit al zijn wensen waren, over die vraag ging mijn onderzoek destijds). De Romeinen en de Italische troepen raakten kort hierop verwikkeld in de Bondgenotenoorlog.