Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label mythologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mythologie. Alle posts tonen

woensdag 25 december 2013

Beschaving door hoerenbezoek

Koning Gilgameš van Uruk is eerder met wat wel eens een proto-democratie is genoemd, aan bod gekomen. Dit is echter niet de hoofdmoot van het verhaal van de koning. Gilgameš was op een epische tocht op zoek naar onsterfelijkheid, een tocht waarin hij overigens faalde. Wie ook niet onsterfelijk bleek te zijn, was Enkidu, de wilde man uit de bossen die vrienden werd met de koning, maar voor zijn rol in het verslaan van een monster door de goden werd gestraft met de dood.
Enkidu en Šamhat
Bron: Eclectic/Eccentric

Enkidu was door de goden geschapen om Gilgameš van zijn arrogantie af te helpen. Hij leefde in het bos met de dieren en kende de menselijke samenleving niet. Op een gegeven moment klaagt een jager bij de koning dat iemand in het bos zijn vallen sloopt. Gilgameš weet er wel raad mee en stuurt Šamhat, een prostituée en/of priesteres mee met de jager om Enkidu naar de mensen te krijgen zodat de jager weer aan de slag kan. Op een gegeven moment komt de kudde met een aantal beesten en één man drinken bij een plas en dan gebeurt het (Gilgameš-epos, p.4-5):

"Dat is hem, Šamhat! laat je geknepen armen los, toon je geslacht zodat hij zich kan vergapen aan je schoonheid. Wees niet beknot - neem zijn energie in je op! Zodra hij je ziet, zal hij naar je toe komen. Spreid je rok uit zodat hij op je kan liggen, en volbreng voor deze primitieveling de taak van vrouwelijkheid! Zijn dieren, die in de wildernis zijn gegroeid, zullen vreemd worden voor hem en zijn lust zijn over je kreunen."
en ja hoor...
[...] Zes dagen en zeven nachten  lang bleef Enkidu opgewonden en had gemeenschap met de prostituée, totdat hij voldaan was van haar charmes. Maar toen hij zijn aandacht op zijn dieren vestigde, zagen de gazellen Enkidu en renden weg, de wilde dieren namen afstand van zijn lichaam.
Enkidu was overstag. Hij ging mee naar Uruk en werd beste maatjes met de koning. De beste manier om beschaafd te worden is immers... hoerenbezoek.

Boekentip voor vandaag:
Andrew George, The Epic of Gilgamesh

maandag 23 december 2013

De goden zijn ook maar een mens!

De meeste religies waar we tegenwoordig het meeste mee te maken hebben, zijn monotheïstische godsdiensten met een almachtige godheid. We hebben eerder al gezien dat deze kern van het godsbegrip in de oudheid niet altijd gold. In de Griekse oudheid was het minstens net zo ingewikkeld. Goden hadden relaties met elkaar en hadden zowel in het godenrijk als beneden bij de mensen zo hun lievelingetjes. Dit komt heel duidelijk naar voren in het verhaal van de Trojaanse Oorlog zoals dit door de dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.) wordt voorgesteld.


Thetis smeekt Zeus iets voor Achilles te doen.
Bron: Wikipedia
De Ilias, Homerus' werk over de Trojaanse Oorlog, begint met een ruzie tussen de machtige krijger Achilles en Agamemnon, de leider van de expeditie. Beide heren hadden de steun van de oppergod Zeus, dus daar was in eerste instantie niet veel van te verwachten. Als gevolg van de ruzie besloot Achilles niet meer mee te vechten onder Agamemnon. Hij zwoor dat de Grieken nog een moment zouden meemaken dat ze het zó moeilijk zouden hebben dat ze zouden wensen dat Achilles aan hun zeide zou meevechten. Vervolgens trok hij zich terug naar zijn tent.

Nu is Achilles de zoon van een man, Peleus, en een godin, Thetis. Thetis verhoorde Achilles' gebeden om ervoor te zorgen dat de Grieken iets zou overkomen en spoorde haar aan bij Zeus iets te regelen (Illias 395ff):
In mijn vaders huis vernam ik van u vaak het trotse verhaal, hoe jij alleen onder alle goden Zeus, die de hemel verduistert, redde van een smadelijk lot, toen de anderen, die de Olympus bewonen - Hera, Poseidon en Pallas Athena -, van plan waren om hem met ketenen te boeien. Jij, godin, bent toen gekomen om hem hiervan te redden. Vlug riep u naar de olympus het monster met de honderd armen, door de goden Briareus, door de mensen Aegaeon genoemd, een machtigere reus nog dan zijn vader. Naast Zeus zette hij zich neer, zo geweldig van uitzicht, dat de zalige goden afdeinsden van schrik en de ketenen geen kluisters werden van een god. Vertel hem dáárvan, bij hem gezeten, zijn knieën omklemd. Als je kunt, overreed hem de Trojanen te helpen, de Grieken terug te dringen naar hun schepen, met de zee in de rug hen af te slachten. Dan zullen ze weten wat hun koning waard is; dan zal hun koning weten wat een dwaas hij was om de edelste van allen te grieven.
Niet alleen toont Achilles zich wrokkig; hij is ook maar een mens (of tenminste voor een deel). Ook blijken de goden ook angsten te kennen voor iets dat veel groter is dan zijzelf. Een heel ander godenbeeld dan we gewend zijn. 

Boekentip voor vandaag:
Homerus, Ilias & Odyssee

zaterdag 23 november 2013

Waar de godenkoning woont

Goden zijn machtiger dan mensen en ze leven in hun eigen gebieden. Als mens kun je via orakels, offers en dergelijke zaken contact opnemen met de goden en invloed uitoefenen op hun gedrag. Het was niet de bedoeling dat je ze kwam opzoeken op de berg Olympus, maar als je ze vroeg, konden ze soms zelf wel langskomen. Goden waren gevoelig voor dat soort zaken, zoals we eerder hebben gezien. 

Ook onderling hadden de goden verschillende woonplaatsen. Ze woonden niet allemaal in hetzelfde gebied. Dit zorgde ervoor dat de goden wat moesten doen als ze samen moesten komen. Volgens de Romeinse dichter Ovidius (43 v.Chr. - 17 n.Chr.) riep de oppergod Jupiter de goden bijeen om een manier te bedenken om iets te doen aan het toenemende wangedrag van die "mensen" die ze op de wereld hadden gezet. De goden kwamen meteen (Metamorphosen I.173ff ):


De Melkweg
Bron: Wikipedia
Er is een pad over de hemel en het heet de Melkweg en het is beroemd om de helderheid. Over deze weg komen de goden naar het paleis van de machtige Donderaar [Jupiter was de god van het onweer] en naar zijn koninklijke huis. Aan de rechterkant en aan de linkerkant staan de huizen van de voorname goden, gevuld met een menigte die zich verdrukt bij de open deuren. De gewone bewoners van de hemel wonen elders, op andere plaatsen. Hier hebben de machtige en edele goden hun huizen gebouwd. Dit is de plek die ik, als ik zo vrij mag zijn, zonder aarzeling het Palatijndistrict van de hemel zou noemen.
In deze zin zijn de goden toch niet veel anders dan de mensen. De allergrootste mensen wonen op de Palatijn, de allergrootste goden wonen in die regio van de hemel. Ovidius kwam duidelijk een wit voetje halen bij de keizer...

Boekentip voor vandaag:
Ovidius, Metamorphosen

zondag 17 november 2013

God dobbelt wel!

Ajax en Achilles spelen een dobbelspel.
Bron: crapsdicecontrol.com
Einstein zat ernaast: God dobbelt wel. Of specifieker, onder goden wordt wel degelijk gedobbeld. Caesar wierp zijn teerling en Achilles en Ajax genoten van een spelletje toen het even rustig was gedurende de Trojaanse Oorlog. Of Caesar na zijn dood nog gedobbeld heeft, is niet bekend en Ajax en Achilles waren strikt gezien halfgoden, dus de stelling van Einstein kan niet zomaar onderuitgehaald worden met deze informatie. 

Beter bewijs dat goden dobbelen, vinden we in het werk van de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.). In zijn biografie van de eerste Romeinse koning Romulus besteedt Plutarchus aandacht aan een feest dat de Romeinen vierden, Larentia. Hij acht het waarschijnlijk dat het feest ter ere is van de vrouw die Romulus en Remus opvoedde, maar hij geeft ook een andere mogelijke verklaring en deze heeft te maken met een goddelijk dobbelspel (Romulus 5):
De bewaker van de temper van Herakles, die met zijn vrije tijd geen raad wist, stelde eens, naar het schijnt, de god voor, een spelletje met dobbelstelen te wagen, met de bepaling dat hij zelf, als hij won, een gunst van de god zou krijgen, maar als hij verloor, dat hij dan een rijkelijk voorziene dis aan de god zou voorzetten en een mooie vrouw om zich mee te verpozen. Toen hij op deze voorwaarde eerst voor de god en daarna voor zichzelf geworpen had, bleek dat hij verloren had. Van zins om volgens de afspraak te handelen en van mening dat hij zich aan de voorwaarden moest houden, maakte hij voor de god een avondmaal gereed en huurde Larentia, een mooie vrouw, die nog niet bekend was. Hij spreidde een ligbank voor haar uit in het heiligdom en onthaalde haar. Na het maal sloot hij haar op, in de overtuiging dat de god haar aldus zou bezitten.
Goden spelen dobbelspelletjes. Ik geef toe dat ze daar geen erg actieve rol in spelen, maar toch.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Plutarch's Lives of Romulus, Lycurgus, Solon and Others and His Comparisons

zaterdag 9 november 2013

Goudlokje's ergste vijand

Theseus doodt Procrustes
Bron; Wikipedia
De Griekse mythologie zit vol met merkwaardige figuren waarvan een aantal bijzonder sadistisch is. Een bijzondere figuur is Damastes Procrustes. Hij was herbergier en hield er een opvallende manier van moorden op na. In een werk dat toegeschreven is aan de Griekse schrijver Apollodorus vam Athene (2e eeuw v.Chr.) maar waarschijnlijk niet van hem is, komt Procrustes aan bod als slechtoffer van de held Theseus (Samenvatting  I.4) :
Als zesde doodde hij Damastes, die door sommigen Polypemon wordt genoemd. Hij had zijn huis aan de weg en had twee bedden gemaakt, een kleine en een grote; en gastvrijheid aan voorbijgangers aanbiedend legde hij kleine mensen op het grote bed en sloeg ze plat met een hamer zodat ze precies op het bed pasten; maar de lange mensen legde hij op het kleine bed en hij zaagde de lichaamsdelen die eruit staken af.
Theseus besloot Procrustes een koekje van eigen deeg te geven. Hij legde de herbergier op zijn eigen bed en doodde hem. Het is niet bekend of hij te groot of te klein was, maar hij was wel dood. Nadat Theseus met Procrustes had afgerekend, kon hij verder op zijn reizen.

Boekentip voor vandaag:
Apollodorus van Athene, The Library II

zaterdag 26 oktober 2013

De Vallende Magiër

Vorige maand besprak ik het Concilie van Nicaea (325 n.Chr.) een grote vergadering onder christelijke machtsdragers waarin aan aantal kwesties in de kerk werden opgelost. Gedurende dit concilie is ook een keuze gemaakt welke boeken er wel bij horen en welke niet, een soort voorbode op de boekenkeuze voor het Nieuwe Testament dat later vorm kreeg. Punt hier is dat een groot aantal teksten niet in de Bijbel terecht kwamen. Dit zijn de Apocriefen, veelal de boeken die in het nieuws komen als er een kruik met papyrusrollen wordt gevonden.

 Eén van de boeken die het uiteindelijk niet hebben gered, is het boek Handelingen van Petrus. Dit boek gaat over wat Petrus, of Sint Pieter als je wilt (overleden rond 64 n.Chr.) na de kruisiging van Jezus gedaan heeft. Een interessante sectie van het boek gaat over de persoon Simon Magus of Simon de Tovenaar (Simon the Sorcerer vind ik mooier klinken). Simon behoorde tot de eerder besproken groep de Magi en had magische krachten, volgens het boek. Op een gegeven moment besluit hij Petrus en het volk van Rome te laten zien hoeveel dan wel. Hij stijgt op en vliegt rondjes door de stad. Petrus is daar niet enthousiast om en besluit in te grijpen (Handelingen van Petrus XXXII):

En Petrus, die de vreemdheid van de aanblik zag, riep uit tot de Heer Jezus Christus: "Als U toestaat dat deze man bereikt waar hij aan begonnen is [aantonen dat hij kan vliegen en God daar niets aan kan doen], dan zullen allen die in U geloven beledigd zijn en de tekenen en wonderen die U hen door mij heeft gegeven, zullen zij niet geloven; haast U in Uw gratie, oh Heer, en laat hem uit de hoogte vallen en invalide raken; en laat hem niet sterven om niets, maar laat hem zijn been op drie plaatsen breken." En hij viel uit de lucht en brak zijn been op drie plaatsen. Vervolgens gooide iedereen stenen naar hem en ging naar huis en zodoende geloofden ze Petrus.
Val van Simon Magus, Benozzo Gozzoli (1461-1462)
Bron: Wikipedia

Het werkte wel...

Boekentip voor vandaag:

Jacob Slavenburgh, Valsheid in Geschrifte

zondag 6 oktober 2013

Liever een orgie dan een veldslag

Je kunt bijen beter met honing lokken dan met azijn. Dat geldt voor de meeste dingen, ook voor oorlogsvoering en zéker bij goden, want die hebben altijd toch meer middelen om dingen geregeld te krijgen. Zo kwam de god Dionysos tijdens zijn omzwervingen op het idee om India en de rest van Azië te veroveren. De Macedonische auteur Polyaenus (2e eeuw n.Chr.) merkt op dat de god wel een leger bij zich had, maar die anders toepaste dan andere aanvoerders (Krijgslisten I.1.1):
Om toegang te krijgen tot de steden gedurende zijn Indiase expeditie, kleedde Dionysos zijn troepen in witte linnen en hertenhuiden, in plaats van glimmende harnassen. Hun speren waren gedecoreerd met klimop en de punten van de speren waren verborgen onder een thyrsus. Zijn bevelen werden gegeven door cymbalen en trommels in plaats van trompetten en zijn vijanden dronken voerend met wijn, danste hij met hen en voerde Bacchische [Dionysos wordt in het Latijn Bacchus genoemd] orgiën uit. Zo waren de krijgsmethoden die die generaal gebruikte bij zijn verovering van India en de rest van Azië.
Handig, een god zijn. Je hebt toch liever een orgie dan een veldslag, nietwaar?

Boekentip voor vandaag:
Polyaenus, Les Ruses de Guerre de Polyen

donderdag 28 maart 2013

Assurbanipal meende het!

Bij het luisteren naar The Ancient World Podcast waar ik nu eindelijk helemaal bij ben, kwam de neo-Assyrische koning Assurbanipal (685 - 627 v.Chr.) aan bod en dat blijkt een bijzonder interessante figuur te zijn. Assurbanipal was de laatste grote koning van de Assyriërs, het volk met een reputatie van wreedheid vergelijkbaar met de Hunnen, maar dan met een machtig rijk. Hij voerde aan aantal belangrijke veroveringsoorlogen en bracht met de karakteristieke Assyrische wreedheid grote legers op de knieën. Daarnaast is Assurbanipal de enige Assyrische heerser geweest dit kon lezen en schrijven (ik zoek nog naar de inscriptie waarin hij hierover opschept, dus als iemand me kan helpen...). Onder Assurbanipal werd de Bibliotheek van Nineve opgezet.

Assurbanipal heeft veel kleitabletten achtergelaten, waaronder een inscriptie (artikel is gratis te downloaden als je je aanmeldt bij deze site) ter ere van Ningal, de godin van het rietland die verder ook met koninginnen verbonden lijkt te zijn geweest. Het blijkt dat Assurbanipal houten arken heeft laten vervaardigen voor de godin en daar is de koning heel trots op. Opvallend is dat hij in de gaten heeft dat houten voorwerpen geen eeuwigheid meegaan, dus besluit hij zijn inscriptie met richtlijnen voor het onderhoud van de arken. Volgende heersers moeten de arken repareren als ze versleten maken, maar geen wijzigingen aanbrengen, want daar heeft Assurbanipal een vloek over uitgeschreven (Keerzijde 15-22):
Maar hij die deze arken verandert en hun inhoud in iets anders verandert en de glorie van Ningal, mijn vrouwe, belastert en mijn naam verandert, laat Sin [de maangod], de machtige heerser, er dan voor zorgen dat hij gek wordt en laat de shedu-geest [een monsterlijke god] zijn leven afnemen. Laat Ningal, de machtige heerseres, de paarden van zijn strijdwagen losmaken en zijn juk vernielen!
Assurbanipal meende het.

Boekentip voor vandaag:
George Smith, History of Assurbanipal. Translated from the Cuneiform Inscriptions

donderdag 14 maart 2013

Wáár moet ik op gaan zitten, pa?!

Soms spelen de goden rare spelletjes met je en stellen ze merkwaardige eisen. Vaak hadden die eisen de geboorte van een bijzonder persoon of de stichting van een stad tot gevolg. Zo ook bij Romulus, de stichter en eerste koning van Rome. Het verhaal van Romulus en zijn broer die door een wolvin werden gezoogd is min of meer canoniek, dus daar ga ik nu niet op in, maar er zijn ook andere theorieën om de opkomst van Romulus te verklaren.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) noemt in zijn biografie van Romulus een aantal van diens oorsprong-verhalen. De merkwaardigste betreft een eis die Tarchetius, de koning van Alba Longa, kreeg van het orakel van Thetys (Romulus 2:3-4):
[...] en nog weer anderen [Plutarchus vertelt verschillende verhalen] vertellen wat betreft zijn afkomst iets volkomen fabuleus. Bijvoorbeeld, ze zeggen dat Tharchetius, de koning van de Albanen, die uiterst wreed en wetteloos was, werd bezocht door een vreemde geestverschijning in zijn huis, namelijk een penis die uit de grond opkwam en daar vele dagen bleef. Nu was er een Orakel van Thetys in Toscane en daar kwam een antwoord vandaan dat naar Tarchetius werd gebracht. een maagd moest gemeenschap hebben met deze geestverschijning en zij moest een zoon baren die zeer beroemd zou zijn om zijn moed en zeer veel geluk en grote kracht zou hebben. Tarchetius vertelde vervolgens deze profetie aan een van zijn dochters en verzocht haar om gemeenschap te hebben met de geestverschijning.
Het moet weinig verrassend zijn dat deze jongedame niet stond te springen om seks te hebben met een penis die uit de grond kwam opzetten, dus liet ze een dienstmaagd dat doen. Daar was Tarchetius weer niet enthousiast om. Lang verhaal kort: dit werd dus Romulus, de stichter van het machtigste rijk uit de Europese geschiedenis.

Boekentip voor vandaag:
Erich S. Gruen, Culture and National Identity in Republican Rome (met name hoofdstuk 1)
Plutarchus, Lives of Romulus, Lycurgus [...]

zaterdag 2 maart 2013

Nogal een vloek

Eergisteren kwam één van de twee bekendste Griekse epen aan bod. Vandaag de bekendste van de Romeinen, de Aeneis van de Romeinse schrijver Vergilius (70 - 19 v.Chr.). Waar in de Odyssee van gisteren de tocht vanuit de Trojaanse Oorlog naar huis van de Griekse held Odysseus wordt beschreven, komt in de Aeneis de vlucht van Aeneas van Troje aan bod en net als Odysseus maakt Aeneas van alles mee.

Zo duikt Aeneas op in Carthago waar hij een relatie krijgt met koningin Dido (of Elissa, afhankelijk van welke beschaving dat mag bepalen). Hij besluit echter toch het lot na te jagen en vertrekt. 's nachts wordt hij door een god aangespoord om meteen te gaan, zonder afscheid te nemen. Als Dido erachter komt dat Aeneas weg is, pleegt ze zelfmoord, maar niet voordat ze de volgende vloek uitspreekt (Aeneis IV.612-626):
Aanhoor mij [een aantal godinnen], en richt jullie verdiende macht op hulp in mijn ellende en verhoor onze beden. Als het dit afschuwelijke wezen [Aeneas] is beschoren een haven te bereiken en aan land te komen, en de beschikking van Juppiter dit vereist, dan blijft dat toch de grens, want gekweld door een oorlog met een krijgshaftig volk, verbannen uit zijn land, zonder de omhelzing van Iulus [Aeneas' zoon]  zal hij om hulp smeken en een onwaardige dood van de zijnen beleven; niet zal hij, ook al heeft hij zich overgegeven aan de condities van een onbillijke vrede, de vrucht zien van koningschap en zo gewenst leven, maar vóór die dag sneuvelen zonder graf in een zandvlakte.Dit is mijn bede, met deze laatste woorden stort ik mijn bloed uit. Bestook dan, Tyriërs [uit Tyrus, de moederstad van Carthago], met haat dit gebroed en alle toekomstige nazaat en breng dit geschenk als offergave aan mijn as. Geen enkele toenadering of verdrag mag de volken verbinden! Sta op, wreker, uit ons gebeente, wie jij ook bent, die met vuur en zwaard de Dardaanse [Trojaanse] landverhuizers zult vervolgen, nu of ooit, wanneer de krachten op sterkte zijn. Kust zal dan staan tegenover kust, en zee tegen zee, dat bid ik: zelf zullen zij vechten tegen hun kinderen.
Aeneas landt in Italië en later wordt Rome gesticht door zijn nazaten. Die kwamen ooit nog in conflict met Carthago. Dido zat er duidelijk mee...

Boekentip voor vandaag:
Vergilius, Aeneis

donderdag 28 februari 2013

"Niemand overweldigt mij arglistig!"

De Grieken uit de tijd van Homerus's epische gedichten hadden veel aandacht voor speciale deugden die de helden van de Trojaanse Oorlog allemaal in grote mate hadden. Zo had Achilles met name veel kracht en atletisch vermogen en was Odysseus de listige van het gezelschap. Dit zorgde voor hun aanzien. Het listige aan Odysseus is al eens eerder in dit blog aan bod gekomen, maar biedt een mooie voorraad aan interessante anekdotes uit de Oudheid, dus hier is er weer één.

In zijn tweede grote werk, de Odyssee beschrijft Homerus de terugkeer van Odysseus van het slagveld van Troje naar Ithaka, een eiland vlakbij de Westkust van Griekenland. Hoewel de goden besloten hebben om Odysseus' reis uiteindelijk succesvol te maken (Odysseus komt thuis) krijgen hij en zijn mannen nogal wat te verduren onderweg. Zo komt het gezelschap in contact met de cycloop Polyphemos die met een kudde schapen in een grot woont. De eetlust van de cycloop en het feit dat het aantal mannen onder Odysseus' commando afneemt, nopen de held tot het bedenken van een karakteristieke list. Hij pakt een grote stok en maakt daar een punt aan als de Polyphemos niet kijkt. Vervolgens biedt hij de cycloop wijn aan. Polyphemos is onder de indruk van de kwaliteit van de wijn en raakt dronken. Odysseus grijpt zijn kans op hem in te praten (Odyssee IX. 364f): 
"Wil je mijn naam weten, Cycloopje? Die zul je vernemen, maar vergeet toch vooral het gastgeschenk niet, dat je me beloofde! Ik heet Niemand, want zo noemen mijn moeder, mijn vader en mijn gezellen me."
De cycloop belooft Niemand dat hij Niemand als laatste zal opeten, pas als al zijn gezellen op zijn. Daar kwam hij echter niet aan toe, want Niemand had die scherpe stok nog en zodra Polyphemos sliep, stootten Odysseus en vier van zijn gezellen deze stok in het ene oog van de cycloop. Door de pijn schrikt hij wakker en begint te gillen, waarop de andere cyclopen eraan komen rennen. Homerus vertelt verder (Odyssee IX.405f):
"[...] Gaat er een sterveling vandoor met uw schapen en geiten? Of wordt je misschien zelf door een list overweldigd, gewurgd?"
Vanuit zijn hol gaf Polyphemos ten antwoord: "Niemand wurgt mij, vrienden! Niemand overweldigt mij arglistig!"
Daarop vertrokken de cyclopen weer. Wát een idioot...

Boekentip voor vandaag:
Homerus, Illias & Odyssee

zaterdag 16 februari 2013

Het ei van de mooie vrouw

De Griekse mythologie zit vol verhalen van goden die bij sterfelijke vrouwen kinderen verwekken. Vooral de oppergod Zeus liet zelden een kans ongemoeid om vrouwen te schaken (of jongentjes) en voor nageslacht te zorgen. Daarbij was hij vaak behoorlijk vindingrijk. Zeus maakte er namelijk een gewoonte van om een ander gedaante aan te nemen dan zijn gebruikelijke godengedaante. Eén van de kinderen van Zeus is de mooiste vrouw aller tijde (tenminste, tot 1987), Helena, die later de Trojaanse Oorlog op gang zou brengen.

Volgens verschillende bronnen verwekte Zeus Helena en haar broers Castor en Pollux (over wie de vader van de laatste twee is, bestaan wat verwarring) door in de gedaante van een zwaan de stoute zwemvliezen aan te trekken en op Leda, de koningin van Sparta, af te waggelen. De kinderen kropen enige tijd later uit een ei.

De Griekse schrijver Pausanias (±115 - 180 n.Chr.) beschrijft in zijn reisverslag Beschrijving van Griekenland verschillende culturele en religieuze zaken die hij tegenkomt. Zo weet hij ook te vertellen over Het Ei (Beschrijving van Griekenland 3.XVI.1):
Vlakbij is een heiligdom van Hilaeira en van Phoebe. De schrijver van het gedicht Cypria noemt hen de dochters van Apollo. Hun priesteressen zijn jonge maagden die, net als de godinnen, Leucippides (Dochters van Leucippus) werden genoemd. Eén van de beelden was verfraaid door een Leucippis [enkelvoud van Leucidppides] die de godin als een priesteres had gediend. Ze gaf het het gezicht van modern vakmanschap, in plaats van het oude; ze was in een droom verboden om de andere ook te verfraaien. Hier werd een ei aan het dak opgehangen aan linten en men zegt dat dit het het beroemde ei is waarvan de legende zegt dat Leda heft heeft voortgebracht.
Moet een indrukwekkend beeld zijn geweest...

Boekentip voor vandaag:
Pausanias, Beschrijving van Griekenland

dinsdag 12 februari 2013

Iets vergeten

Eén van de bekendste mythen uit het oude Griekenland is de mythe van Theseus en de Minotaurus. De Minotaurus was de zoon van de vrouw van  koning Minos en een offerstier (dat had de god Poseidon bedacht). Om die reden had hij een stierenkop en een mensenlichaam. Omdat hij mensenvlees nodig had, werd hij gevaarlijk en werd de eerder genoemde Daedalus ingezet om een labyrint te bouwen om het beest in op te sluiten. Jaarlijks werden vanuit Athene, waar Theseus vandaan kwam, kinderen naar Kreta gestuurd om nooit meer terug te keren. Theseus was de zoon van de koning en behoort tot de derde lichting kinderen die naar Kreta vertrok.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) heeft ook een biografie geschreven van deze mythische figuur. Hij schrijft dat Theseus voor het vertrek per schip nog een woord wisselt met zijn vader (Theseus 17.4):
De vorige twee keren onderhielden ze geen hoop op veiligheid en daarom stuurden stuurden ze het schip met een zwart zeil, overtuigd dat hun kinderen naar een zekere vernietiging gingen. Maar nu moedigde Theseus zijn vader aan en schepte luid op dat hij de Minotaurus zou verslaan, om een ander zeil aan de schipper te geven, een wit, en hij beval hem om, wanneer hij met Theseus veilig terugkeerde, het witte zeil te hijsen, maar anders met het zwarte en op die manier het verlies te laten zien.
Theseus vertrekt naar Kreta, verslaat de Minotaurus en keert terug. Hij had alleen die hele dag al het idee dat hij iets vergeten was. Bij de aanblik van het schip, sprong de koning van de rotsen in zee.

dinsdag 18 december 2012

De moord die ons de Gulden Middenweg gaf

Een paar maanden geleden was er een rechtzaak tussen Apple en Samsung waar Apple beweerde dat Samsung uitvindingen gejat had van Apple in de ontwikkeling van hun Android-telefoons. Apple won en Samsung moest een miljard betalen aan haar concurrent. Dit was vermoedelijk de moeite allemaal wel waard, want het waren goeie ideeën die Samsung gestolen had, maar de prijs was wel groot.

In de antieke geschiedenis mythologie zijn ook gevallen van kwesties rond uitvindingen, die vaak minder humaan werden opgelost. Eerder hebben we gezien dat de uitvinder van een ziekelijk moordwapen zijn vondst mocht testen. Vandaag hebben we het over Daedalus, de beroemde uitvinder die vleugels maakte voor zijn zoon Icarus, met rampzalige gevolgen. Daedalus was verbannen naar Kreta en bedacht iets om te kunnen ontsnappen.

De vraag is dan: waarom was hij verbannen? Het antwoord is dat Daedalus als uitvinder zijn vaardigheden van de godin Athena gekregen had en toch iemand tegenkwam die hem voor was met een uitvinding. De Romeinse schrijver en bibliothekaris Gaius Iulius Hyginus (1e eeuw v.Chr.) beschrijft in zijn bloemlezing van allerlei fabels en verhalen uit het verleden wat Daedalus vervolgens deed (Fabulae 39):
Daedalus, de zoon van Eupalamus, waarvan gezegd wordt dat hij de kunst van het vakmanschap van Athena had ontvangen, gooide Perdix, zoon van zijn zus, van het dak naar beneden, omdat hij jaloers was om diens vaardigheden, omdat hij als eerste de zaag had uitgevonden. Voor deze misdaad werd hij van Athene verbannen naar Kreta, naar koning Minos.
Op Kreta bouwde Daedalus het labyrint van de Minotaurus. Deze werd later gedood door de Atheense held Theseus, die hulp kreeg van prinses Ariadne. Om te ontkomen maakte hij grote vleugels voor zijn zoon gaf ons de frase "de gulden middenweg nemen" (want Icarus mocht niet te laag vliegen, want dan werden zijn vleugels nat en zwaar, maar ook niet te hoog, want dan zou de was die zijn vleugels bij elkaar hield, smelten door de zon). Daedalus' verblijf op Kreta heeft dus zoveel opgeleverd dat men zich bijna afvrage of de moord op Perdix hiermee een goede zaak is geweest.

zondag 18 november 2012

Je kind onvoldoende onderdompelen kan rampzalig zijn

Voetbalteams en politieke campagnes hebben bijna altijd een Achilleshiel, een zwak punt in een sterk geheel en het zal niemand verrassen dat deze benaming afkomstig is van de hiel van de Griekse held Achilles die in de Trojaanse Oorlog vocht. Achilles mag de hoofdpersoon van de Illias van Homerus genoemd worden. Homerus kwam al eens eerder aan bod in dit blog waar hij de Muzen aanriep om het verhaal over de wrok van Achilles te vertellen. In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, komt het verhaal van het Paard van Troje niet voor in de Illias.

Achilles' moeder, de zeenimf Thetis wist dat als Achilles naar de Oorlog zou gaan, hij daar roemrijk zou sterven en dat hij lang en gelukkig zou leven zonder roem als hij dat niet zou doen. Daarom probeerde hij te voorkomen dat dat zou gebeuren, zoals eerder vermeld. Bekender is nog wel de scene die op een werk van Rubens is afgebeeld. Vlak na diens geboorte, nam Thetis Achilles mee naar de Onderwereld en dompelde hem onder in de rivier de Styx. Daar word je kennelijk onsterfelijk door. Toch stierf Achilles en dat heeft te maken met de hiel. De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (43 v.Chr. - 17 n.Chr.) beschrijft in zijn al vaker genoemde Metamorphosen de dood van deze krijger. De god Apollo besluit een handje te helpen en ziet Paris met pijl en boog (Metamorphosen 598-606):
Gehuld in een wolk vond hij [Apollo] de Trojaanse troepen en daar vond hij temidden van de bloederige strijd de held Paris die zijn pijlen afschoot op naamloze Grieken. Terwijl hij zijn goddelijkheid bekendmaakte, zei hij: "Waarom besteed je je pijlen aan de normale mannen als je je volk kunt helpen door te richten op de grote Achilles en dan eindelijk je ongelukkige broer [Hektor werd eerder gedood en zijn lijk onteerd door Achilles] die hij doodde te wreken." Hij wees Achilles aan - die met zijn machtige speer de Trojaanse krijgers doodde. Naar hem toe draaide hij de welwillende boog van de Trojaan en en hij begeleidde met zijn hand de laatste pijl.
Dit overleefde Achilles niet, want de pijl trof de hiel van de held, de enige zwakke plek. Men vrage zich af waarom dan. De Romeinse dichter Publius Papinius Statius (±40 - 96 n.Chr.) vertelt in zijn biografie van Achilles dat Thetis zich een fout realiseerde toen het nieuws van Achilles' dood tot haar kwam (Achilleïs 1.269): 
"[...] Toen ik je je bij je geboorte beschermde met de krachtige waters van de Styx - ah, toen had ik dat helemáál moeten doen!"
Thetis hield Achilles achter aan zijn voet vast...

woensdag 31 oktober 2012

Het mooiste verhaal uit de Oudheid

Eén van de meest tijdloze verhalen uit de Griekse mythologie is het verhaal van de zanger Orpheus, zoon van de Muze Kalliope (zie dit bericht), en de nimf Eurydice. Dit liefdesverhaal gaat over een gelukkig stel dat uit elkaar werd gerukt omdat een slang Eurydice dood beet. Orpheus was begrijpelijkerwijs behoorlijk teneergeslagen, maar laat het er niet bij zitten en besluit te proberen wat nog nooit iemand geprobeerd had. Omdat hij zo gigantisch mooi muziek kon maken, ging hij proberen de god van de onderwereld, Hades, over te halen om Eurydice weer vrij te geven.

De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (43 v.Chr. - 17 n.Chr.) beschrijft het lied dat Orpheus zong en de uitwerking op de schimmen in de Onderwereld (Metamorphosen 10:40ff):
De bloedeloze schimmen weenden om hem, terwijl hij zulke dingen zei en de snaren bewoog bij zijn woorden: Tantalus greep niet naar het terugwijkend water, en het rad van Ixion stond verstomd, en de vogels pikten géén lever uit, en de Beliden hadden vrij van hun kruiken, en jij, Sisyphus, ging op je steen zitten. Toen voor het eerst, is het verhaal, werden de wangen van de Eumeniden, overwonnen door het lied, nat van tranen. En ook de koninklijke echtgenote is niet in staat, noch hij die het diepste regeert, hem te weigeren, terwijl hij smeekt: en zij roepen Eurydice. Zij was tussen de verse schimmen en liep met een pas, die traag was vanwege de wond. De held van de Rhodope ontvangt háár en tegelijk de voorwaarde, dat hij niet zijn ogen terug buigt, tot hij de Avernische dalen verlaten heeft; óf de geschenken zullen vergeefs zijn. 
Orpheus kreeg voor elkaar wat niemand ooit voor elkaar gekregen had en nooit meer iemand voor elkaar zou krijgen, want Eurydice mocht weer mee naar boven. Ovidius vertelt verder wat er gebeurde.
In zwijgende stilte wordt het oplopende pad schrede voor schrede afgelegd, steil, donker, dicht bedekt met duistere nevel. En zij waren niet ver (meer) van de rand van het aardoppervlak: bang, dat zij ontbrak en begerig haar te zien boog hij verliefd zijn ogen: en terstond gleed zij terug en haar armen uitstrekkend en zich inspannend om gepakt te worden en hem te pakken greep de ongelukkige niets dan wijkende lucht. En reeds voor de tweede keer stervend klaagde zij helemaal niet over haar echtgenoot - want wat had zij kunnen klagen, dan dat zij bemind was? - en zij zei een laatste "Vaarwel", dat hij nog maar net in zijn oren opving, en zij rolde weer terug naar dezelfde plaats.
Een tragisch liefdesverhaal. Orpheus was ontroostbaar en keek nooit meer een vrouw aan. Een aantal vrouwen was daar (in sommige versies van het verhaal) niet van gediend en de arme zanger werd door hen verscheurd. 

woensdag 17 oktober 2012

Hoe red je een schip met was en touwen?

Twee weken geleden kwam hij al aan bod, de Griekse epische dichter Homerus (8e eeuw v.Chr.). Vandaag gaan we niet alleen naar een ander werk van zijn hand, de Odyssee, maar ook meer naar het verhaal zelf. De Odyssee is misschien wel een interessanter werk dan de Illias dus is het onderhand tijd dat het aan bod komt. In dit werk wordt het laatste deel van de oorlog tegen Troje verteld, waarna één van de Griekse helden, Odysseus, probeert naar huis te komen. Odysseus komt van Ithaka, het huidige Thiaki aan de Griekse Westkust.

Onderweg komt Odysseus allerlei mythische wezens tegen, zoals Cyclopen en de tovenares Circe. Odysseus gevolg werd steeds kleiner door alle gevaren die ze tegen kwamen, maar Odysseus brengt zichzelf in gevaar als hij door Circe gewaarschuwd wordt voor de Sirenen. Zij zongen voor zeelieden die in de buurt van hun gebied kwamen en deden dat zó prachtig dat de zeelieden in vervoering raakten en schepen op de rotsen sloegen. Odysseus wilde dat uiteraard graag horen, maar begreep dat hij dan wel wat moest regelen als hij ooit thuis wilde komen, dus bedacht hij iets en legde het uit aan zijn mannen (Odyssee 12.158-164):
"[...] Zij [Circe] drukte ons op het hart vooreerst het gezang van de goddelijke Sirenen
te vermijden en hun weide, met bloemen bedekt.
Alleen ik, spoorde ze aan, zou het gezang mogen beluisteren; maar bind mij
dan vast in knellende boeien, zodat ik mij niet kan verroeren,
rechtop aan de mastvoet, daaraan moeten de lijnen bevestigd.
Als ik jullie nu zal smeken en bevelen mij los te maken,
bind mij dan vast met nog meer touwen".
 Vervolgens moest Odysseus wat bedenken om ervoor te zorgen dat de boot toch verder ging en niet op de rotsen te pletter sloeg. De mannen mochten dus niets horen. Odysseus had nog een idee, want zo was hij (Odyssee 12.173-180):
Maar ik sneed een grote klomp was met mijn scherpe zwaard
in kleine stukjes en kneedde ze met mijn stevige handen;
en al gauw werd de was zacht, want mijn grote kracht dreef het daartoe
alsook de gloed van de Zon, vorst Hyperion.
Langs mijn mannen gaand smeerde ik bij allen de oren in.
En zij bonden mij vast aan het schip, aan handen en voeten,
rechtop aan de mastvoet, en daaraan maakten zij de touwen vast.
Terug op hun plaats sloegen zij de grauwgrijze zee met hun riemen.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn!

dinsdag 9 oktober 2012

De kinderen moeten dood, want ze maken lawaai!

Scheppingsmythen zijn een bijzonder soort verhalen. Vaak gaan ze over een grote epische strijd tussen het goede en het kwaden of tussen chaos en orde. Het bekendste verhaal is waarschijnlijk dat tussen de Griekse god Zeus en zijn vader Kronos, die zijn kinderen opat en er één liet ontsnappen. Minder bekend, maar zeker zo interessant is het Babylonische scheppingsverhaal Enûma Eliš waarin een groep goden onder leiding van Marduk de machten van de chaos, geleid door de oergodin Tiamat bestreden.

Tiamat had kinderen, de goden, maar zij maakten zoveel lawaai dat de zoetwatergod Apsu zich eraan ging ergeren en in deze setting waren de goden niet milder dan tegenwoordig, dus overtuigde Apsu Tiamat om haar nageslacht af te slachten. In het eerste van zeven tabletten waar dit verhaal op wordt verteld, staat (Tablet 1, 113-126):
Ummu-Hubur [Tiamat], die alle dingen had gevormd
Maakte verder onoverwinnelijke wapens, ze bracht monster-serpenten voort,
Met scherpe tanden, met genadeloze tanden;
Ze vulde hun lichamen met gif in plaats van met bloed,
Ze bekleedde gevaarlijke monster-adders met terreur,
Ze dostte hen uit met pracht en maakte hem van groots gestalte.
Een ieder die naar hen keek werd overmand door angst,
Hun lichamen steigerden en niemand kon hun aanval weerstaan.
Ze maakte adders en draken en het monster Lahamu,
En orkanen en woedende honden en schorpioen-mannen
en machtige stormen en vismannen en rammen
Zij droegen wrede wapens en waren niet bang voor de strijd.
Haar bevelen waren machtig en niemand kon hen weerstaan;
Op die manier maakte ze elf monsters, enorm in gestalte.
En dit omdat de kinderen nog even wilden lezen voor ze naar bed gingen...

woensdag 3 oktober 2012

Oh muze, bezing mij over jezelf

Ik heb iemand leren kennen die prachtige gedichten schrijft. Toen ik haar muze noemde, riep ze uit dat iemand anders dat ook altijd doet, maar dat ze niet wist waarom. Dus daarom speciaal voor haar dit stukje.

De Grieken kenden een veelgodendom met voor allerlei zaken specifieke goden. Zo waren er de Olympische Goden (van de Olympus) en de negen Muzen. Deze hadden alle negen hun eigen functie in de kunst en de wetenschap (want dat deden ze). De bekendste is misschien wel Kalliope. Zij werd namelijk aangeroepen in de eerste zin van het bekendste werk uit de Griekse Oudheid, de Illias van Homerus (8e eeuw v.Chr.) (Illias I.1-7):

Bezing, godin [in sommige vertalingen staat hier "muze"], de wrok van Peleus' zoon Achilleus, die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde en veel krachtige levens voorwierp aan Hades van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden en alle vogels - zo ging Zeus' wil in vervulling - vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilleus.
 Het was de inspiratie van de muze die Homerus aanboorde voor zijn meesterwerk. De vrouw met de mooie gedichten, dat is Erato of Terpischore, afhankelijk van de vraag of er gezongen of gedanst wordt.

maandag 3 september 2012

De god en de Paralympics

De antieke Olympische Spelen roepen het beeld op van de naakte gespierde mannen uit de Oudheid. De beelden van de discuswerper en vergelijkbare beelden geven een ideaal, bijna goddelijk beeld bij deze atleten. Sport was in de Oudheid echt iets voor hen met een goddelijk lichaam.

Een goddelijk lichaam betekent tegenwoordig alleen iets anders dan in de Oudheid, want waar de God waar we het in de 21e eeuw over hebben, perfect heet te zijn, was er in de Griekse tijd een veelheid aan goden, waarvan Hephaistos een opvallende verschijning was. Deze god was namelijk zo mismaakt dat zijn moeder hem na zijn geboorte van de Olympus naar beneden gooide. Uit wraak bouwde Hephaistos een troon voor zijn moeder die zo ingesteld was dat ze meteen gevangengenomen zou worden als ze ging zitten. Alleen Hephaistos kon haar dan nog bevrijden. Op onderstaand fragment van een vaas uit het Kunsthistorisch Museum van Wenen valt te zien dat Hephaistos een flinke afwijking had aan zijn benen.


Hephaistos kreeg het voor elkaar een plaats op te eisen tussen de goden. Voor ons een reminder aandacht te besteden aan de Paralympics. Deze sporters hebben ook hun plaats binnen de sportwereld.