Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen

maandag 24 december 2012

Vrolijke Saturnaliën

Wanneer we Kerstmis vieren, vieren we de geboorte van Jezus, is ons verteld. Dat is maar een deel van het verhaal en zeker niet de oorspronkelijke betekenis van het feest. Toen het christendom een leidende positie kreeg in Europa, werd besloten om een aantal bestaande feesten in het christendom te incorporeren. Het bekendste voorbeeld hiervan heeft geleid tot het huidige Kerstfeest.

Eind december vierden de Romeinen het feest van de Saturnaliën en onder anderen de goden Sol Invictus, Mithras en Isis vieren hun verjaardagen op 25 december.  Ik had me voorgenomen hier een stuk over te schrijven, maar door ziekte ben ik niet aan het research toe gekomen, dus hou ik het bij een stukje over de Saturnaliën.

Tijdens de Saturnaliën deden de Romeinen iets waar ze de rest van het jaar niet over zouden nadenken: een rollen-omwisseling tussen slaaf en meester. De Romeinse schrijver Theodosius Ambrosius Macrobius (4e en 5e eeuw n.Chr.) vertelt (Saturnalia 1:24:22-23):
Ondertussen vermaande het hoofd van de slaven, wiens verantwoordelijkheid het was om te offeren aan de huisgoden, om de voorraden te beheren en de activiteiten van de huisbedienden te leiden, de familie van zijn meester om het diner te vieren volgens het jaarlijkse rituele gebruik. Want bij dit festival eren ze eerst de slaven met een diner dat is klaargemaakt door de meester in huizen die de juiste religieuze gebruiken aanhouden; en slechts daarna werd de tafel weer klaargezet voor de heer des huizes. Dus, toen kwam de hoofdslaaf binnen om het tijdstip van het diner aan te kondigen en de meester naar de tafel te roepen.

Boekentip voor vandaag: Macrobius, Saturnalia Volume I

zondag 16 december 2012

Jij krijgt mijn macht

Het Romeinse rijk kreeg in de vierde eeuw n.Chr. te maken met een aantal belangrijke ommezwaaien waarin de keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) een hoofdrol in speelde. Belangrijk was met name het feit dat het centrum avn de Romeinse wereld van Rome naar Constantinopel (het huidige Istanbul) werd verplaatst en dat er voor een nieuwe religie, het christendom, meer ruimte was dan in het verleden.

Volgens velen was de keizer zelf ook christen. Hoewel deze opmerking niet onomstreden is, kunnen we wel stellen dat Constantijn zich actief bemoeide met conflicten en geloofsrichtingen in het christendom. Dit blijkt uit het Edict van Milaan uit 313 waarmee godsdienstvrijheid keizerlijke goedkeuring kreeg en het Eerste Concilie van Nicaea uit 325 waarin de inhoud van wat we later het Nieuwe Testament zijn gaan noemen, door een door Constantijn voorgezeten vergadering was bepaald.

Een ander document dat lange tijd aan Constantijn is toegeschreven, is de Donatio Constantini, de Schenking van Constantijn, een oorkonde waarin de schrijver namens Constantijn formuleert dat de paus boven de keizer staat in de machtshiërarchie. Hoewel de Italiaanse humanist Lorenzo Valla (±1407 - 1457 n.Chr.) ontdekte dat dit om een achtste-eeuwse vervalsing ging en Constantijn nooit een dergelijk document had uitgevaardigd, heeft het een grote invloed gehad op de positie van de kerk in de Middeleeuwen.

In het document geeft "Constantijn" een aantal redenen waarom de religie van de Romeinen diende te worden afgezworen ten faveure van het christendom. Zo blijkt hij op een gegeven moment aan lepra te leiden en hier vanaf te winnen komen (Donatio Constantini 6):
Want toen een zware en smerige melaatsheid heel het vlees van mijn lichaam was binnengedrongen en er veel artsen bijeengekomen waren om mij hiertegen te behandelen, kreeg ik van geen één mijn gezondheid terug. Bovendien kwamen de priesters van het Capitool erbij en zeiden dat er voor mij een brongebouw moest komen op het Capitool, dat dat bad gevuld moest worden met het bloed van onschuldige kinderen en dat ik gereinigd kon worden door een bad in dat warme bloed. Er waren heel veel onschuldige kinderen bijeengebracht, zoals ze gezegd hadden. Toen de goddeloze, heidense priesters hen wilden slachten en het bad met hun bloed wilden vullen, zag onze Hoogheid de tranen van hun moeders. Meteen huiverde ik voor de daad en vol medelijden met hen gaven wij bevel aan hen de eigen kinderen terug te geven.
Zoals eerder in dit blog vermeld werden mensenoffers door Romeinen niet getolereerd. Het feit dat dit document toch van zo'n grote invloed is geweest op de kerk, honderden jaren lang, zegt wat over de goedgelovigheid van mensen, met name als er machtige instituten in het spel zijn.

Boekentip voor vandaag: Lorenzo Valla, The Treatise on the Donation of Constantine

maandag 10 december 2012

Waar de jonge Caesar zijn teennagels begroef

Julius Caesar (100 - 42 v.Chr.) was één van de bekendste figuren uit de wereldgeschiedenis door wat hij in de politieke arena en oorlogsvoering heeft laten zien. Dit had echter net zo goed anders kunnen zijn, want het begin van de politieke carrière van Caesar was een priesterschap, de Flamen Dialis. Dit priesterschap rondom de god Jupiter. Hoewel deze positie bijzonder veel aanzien genoot, was het voor een Flamen Dialis  parktisch bezwaarlijk ooit het ambt van consul te bekleden en daar ging het de Romeinen uiteindelijk om.

De Flamen Dialis had wel meer beperkingen. De Romeinse taalgeleerde Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) somt er hier een aantal van op (Attische Nachten X.15:3-25):
Het is onwettig voor de priester van Jupiter om een paard te berijden; het is ook onwettig voor hem om de legers buiten de stadsgrenzen, dat is in gevechtsformatie, te zien; [...] Alleen een vrije man [dus geen slaaf of vrouw] mag de haren van de Dialis knippen. Het is niet gebruikelijk voor de Dialis om een vrouwelijke geit, rauw vlees, een klimop or bonen aan te raken ofz zelfs te noemen.De priester van Jupiter mag niet onder een gewelf van wijnstokken door lopen. De poten van de bank waarop hij slaapt moeten ingesmeerd worden met een dikke laag klei en hij mag niet drie nachten achter elkaar ergens anders dan in zijn bed slapen en niemand anders mag in zijn bed slapen. Aan het voeteneinde van zijn bed moet een doos met offerkoeken staan. De afgeknipte nagels en haren van de Dialis moeten begraven worden onder een vruchtenboom. Elke dag is een heilige dag voor de Dialis. Hij mag niet in de buitenlucht lopen zonder zijn muts [...]
De priester van Jupiter mag geen brood dat gist bevat aanraken. Hij zal zijn ondergoed niet uittrekken, behalve onder een dak, als ware hij onder de ogen van Jupiter. [...] Als de Dialis zijn vrouw verliest, legt hij zijn functie neer. [...] Hij betreedt nooit een begraafplaats, hij raakt nooit een dood lichaam aan; maar hij is niet verboden aanwezig te zijn bij een begrafenis.
Caesar moet toch blij geweest zijn dat deze prachtige baan hem afgepakt werd, waardoor hij er niet zijn hele leven aan vast zat.

Boekentip voor vandaag: Aulus Gellius, The Attic Nights

dinsdag 20 november 2012

Kinderen levend verbranden voor het goede doel

Wat vaak opvalt als je kijkt naar de geschiedenis en dan in het bijzonder die van lang geleden of van ver weg, is dat normen anders kunnen zijn. De meest in het oog springende zaken zijn misschien wel het ritueel om het leven brengen van mensen. Het bekendste voorbeeld daarvan is ongetwijfeld te vinden bij de Azteken in Midden-Amerika, maar dichter bij huis zijn ook voorbeelden. De Romeinen moesten er niets van hebben, al wordt gezegd dat de hier al eerder genoemde Hannibal (247 - 183 v.Chr.) hen wel zo ver kreeg om tot het uiterste te gaan om de setun van de goden te vinden. Het was voor de Romeinen hoe dan ook niet normaal om te doen.

Bij Hannibal thuis, in Carthago, is reden aan te nemen dat er wél sprake was van mensenoffers. Rondom verschillende Carthaagse steden zijn tophets gelokaliseerd. Dit zijn locaties waar grote aantallen kruiken met resten van jonge kinderen bij elkaar gevonden zijn. Hoewel deze tophets ook gewoon begraafplaatsen kunnen zijn geweest, worden ze in verband gebracht met het offeren van kinderen aan de god Baäl. De Siciliaanse historicus Diodorus Siculus (±90 - ±30 v.Chr.) geeft een duidelijk en expliciet beeld van hoe het er volgens hem aan toe ging (Bibliotheek 20.14.5-6)
Toen ze hadden nagedacht over deze dingen [dat de goden boos waren] en de vijand in het kamp voor hun muren hadden gezien, waren ze vervuld van bijgelovige angst, want ze geloofden dat ze de eer van de goden die door hun vaders waren gevestigd, hadden verwaarloosd. In hun geestdrift om vergoeding te verschaffen voor deze nalating, kozen ze tweehonderd van de edelste kinderen uit en offerden hen openlijk; en anderen die verdacht waren, offerden zichzelf vrijwillig, in aantal niet minder dan zeshonderd. Er was een bronzen beeltenis van Cronus [Baäl of Moloch] in de stad, die zijn armen uitstrekte, palmen omhoog en naar de grond aflopend, zodat wanneer er een kind in geplaatst zou worden, deze naar beneden zou rollen en in een soort gapend gat, gevuld met vuur zou vallen.
Dit was voor de Romeinen een gruwel van de eerste orde, net als voor ons. Of het waar was dat dit gebeurde, daar zijn archeologen het nog niet over eens, maar dit stuk van Diodorus was voor Romeinen als de eerder genoemde Marcus Porcius Cato de Oudere (234 - 149 v.Chr.) wel koren op de molen. De Romeinen moesten de Carthagers aanvallen! Zo geschiedde en omdat de geschiedenis altijd geschreven wordt door de winnaars, weten we niet wat er nou precies gebeurde.

donderdag 8 november 2012

Ze is mooier zonder krokodillenpoep op haar gezicht!

Het vroege christendom kende een aantal toonaangevende theologen en schrijvers die de geschiedenis in gegaan zijn als Kerkvaders. Deze mannen (geen vrouwen) schreven de documenten die tot de dag van vandaag naast de Bijbel een belangrijke rol spelen in de christelijke theologie. Het bekendste werk van deze groep mensen is Over de Stad van God van Augustinus van Hippo (354 - 430 n.Chr.), waar ik het al eens eerder over heb gehad.

Vandaag komt een andere kerkvader aan bod: Clemens van Alexandrië (±125/150 - 215 n.Chr.). In één van zijn werken, de Paidagogos ("de Leraar") besteedt hij een boek aan het gedrag dat mensen dienen te vertonen. Hij beschrijft zijn beeld van schoonheid en heeft niets op met poedertjes, zalfjes en... krokodillenpoep. Kennelijk was het in zijn tijd gebruikelijk dat vrouwen die aanbrachten op hun huid. Clemens geeft onomwonden zijn mening (Paidagogos 3.2; net boven het lange citaat): 
Driemaal, zeg ik, niet één keer, verdienen zij te sterven, die de uitwerpselen van krokodillen gebruiken en zichzelf insmeren met het schuim van verdorven lichaamssappen [?] en die hun wenkbrouwen bevlekken met roet en hun wangen insmeren met witte lood.
Vrouwen die zich zo gedragen, zegt Clemens, ruïneren hun echtgenoot. Laten we zeggen dat mooie vrouwen meestal helemaal geen make-up nodig hebben. 

vrijdag 13 juli 2012

Bomen omhakken

In de vroege Middeleeuwen werden grote delen van Europa door rondtrekkende missionarissen gekerstend (christelijk gemaakt). Een beproefde methode daarvoor was om iets te doen wat de goden nooit zouden accepteren en dan vervolgens niet bestraft te worden. Een bekend voorbeeld hiervan is Bonifatius (7e en 8e eeuw n.Chr.) die een heilige en aan de god Donar gewijde eik zou hebben omgehakt en op die manier veel volgelingen zou hebben vergaard toen Donar niet ingreep.


Dergelijk gedrag was echter doorgaans gewoon not done in de Oudheid. Er is een inscriptie bewaard gebleven van een wet die dit duidelijk strafbaar stelde en mensen wilde motiveren brekers van deze wet aan te geven bij het tempelpersoneel in het Zuiden van Griekenland (Inscriptiones Graecae V,1 1390):
Wat betreft het hakken van hout in het Heiligdom: niemand mag hout van deze heilige plaats hakken en als iemand erop betrapt wordt, moet hij, als hij slaaf is, gegeseld worden door de heilige mannen en als hij een vrijgeborene is, dan moet hij een boete betalen waarvan de hoogte door de heilige mannen wordt bepaald. Degene die wetbrekers betrapt, moet hen naar de heilige mannen brengen en zal de helft van de boete ontvangen.
Lijkt me een effectieve wet, maar de vraag is: wat krijg je als je een slaaf betrapt?

vrijdag 29 juni 2012

Kippen verdrinken

Voordat de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) in zijn biografie over de keizers tot zijn tijd begint aan het hoofdstuk over keizer Tiberius (42 v.Chr - 37 n.Chr.), besteedt hij aandacht aan de familie van deze adoptiefzoon van keizer Augustus. De familie bleek al eeuwenlang een belangrijke politieke factor in Rome, maar bevatte ook een aantal merkwaardige figuren.


Eentje daarvan is Publius Claudius Pulcher, één van de consuls van 249 v.Chr. Hij was betrokken bij een belangrijke zeeslag tijdens de Eerste Punische Oorlog, de Slag bij Drepana. De religieuze Romeinen probeerden voor de slag met allerlei rituelen te achterhalen aan welke zijde de goden stonden. Eén van deze rituelen was eenvoudig: je neemt een stel kippen mee en geeft ze te eten. Als ze gaan eten, zijn staan de goden aan je kant. De consul haalde dit ritueel uit. Suetonius vertelt (Tiberius 2.3):
[...]Claudius Pulcher ging een zeegevecht aan in de wateren van Sicilië, nadat de kippen, die bij het waarnemen van de vogeltekens weigerden te eten, zonder een grein van eerbied voor de wil van de goden in zee had verdronken, met de woorden: "Als ze niet willen eten, moeten ze maar drinken."
Pulcher werd verslagen.

donderdag 15 maart 2012

"Alexamenos, vereer God!"

In het Oudheidkundig Museum op de Palatijn in Rome bevindt zich een stuk dat vermoedelijk in de eerste, tweede of derde eeuw van onze jaartelling tot stand is gekomen, maar nu nog relevant is:


Dit is een gekraste afbeelding, een beetje van het type "I was here" dat je op monumenten tegenkomt en het staat bekend als de Alexamenos Graffito of il graffito blasphemo (de godslasterlijke graffiti). Er zijn twee figuren afgebeeld, aan de linkerkant staat een man met een arm omhoog en aan de rechterkant staat een man met een kop van een ezel die gekruisigd is. Onder de afbeelding (hier duidelijker als tekening) staat:
AlEXAMENOS
CeBETE
QEWN
"Alexamenos, vereer God," staat hier, als bevel. Deze afbeelding geeft heel duidelijk aan wat de houding van veel Romeinen (en Grieken, dit is Grieks) en opzichte van de opkomende nieuwe godsdienst was. In een tijd waarin goden kracht uitstraalden was het vreemd dat er een god vereerd werd die bovenal bekend stond om het feit dat hij heeft geleden aan het kruis.  Wat is een god waard als hij je niet beschermt tegen de gevaren van de wereld en zich zelfs laat doden?