Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Sumerië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sumerië. Alle posts tonen

dinsdag 31 december 2013

Een tien is te koop

Eerder besprak ik de positie van leraren in de Griekse Oudheid. Leraren waren tirannen, soms zó erg dat soldaten bang waren voor een generaal die zich gedroeg als een schoolmeester. In de Sumerische tijd was dat niet veel anders. De Sumeriërs hadden een uitgebreid schoolsysteem waarvan verschillende kleitabletten met schrijfoefeningen zijn teruggevonden.

Minstens zo interessant zijn de "dagboeken" die door leerkrachten zijn opgetekend. Een schoolmeester (of "schoolvader") tekent zijn dagelijks leven op en dat bevat wat eigenaardigheden, zoals de Oekraïense Sumeroloog Samuel Noah Kramer (1897- 1990) aangeeft. Een leerling is het zat dat hij steeds geslagen en genegeerd wordt door zijn schoolmeester en besluit het tegen zijn vader te zeggen. Die besluit op de PR-toer te gaan om de docent op andere gedachten te krijgen waar het zijn zoon aangaat. Wat volgde was een luxe behandeling (The Sumerians p. 239-240):
[...De vader sprak de leraar aan...] "Mijn kleine jongen heeft zijn handen geopend en u liet wijsheid daar binnen gaan. U toonde hem alle fijne kneepjes van het schrijversvak, je toonde hem de oplossingen van wiskundige problemen, je toonde hem hoe je het spijkerschrift diep moet maken."
Vervolgens draagt de vader zijn slaven op om de leraar goed te verwennen met geurige olieën en dat soort spul, en met extra salaris, kleding en een ring. De reactie van de leraar is ook opgetekend:
"Jongeman, omdat je mijn woorden niet gehaat hebt en ze niet hebt genegeerd, moge je de schriftkunst van begin tot einde afronden. Omdat je alles zonder karigheid hebt gegeven en me meer salaris dan mijn moeite verdient, en me hebt geëerd, laat Nidaba, de koningin van de beschermengelen, jouw beschermengel zijn; laat je puntige pen goed voor je schrijven en laat je oefeningen geen fouten bevatten." 
Met andere woorden: goeie punten zijn te koop!

Boekentip voor vandaag:
Samuel Noah Kramer, The Sumerians

woensdag 25 december 2013

Beschaving door hoerenbezoek

Koning Gilgameš van Uruk is eerder met wat wel eens een proto-democratie is genoemd, aan bod gekomen. Dit is echter niet de hoofdmoot van het verhaal van de koning. Gilgameš was op een epische tocht op zoek naar onsterfelijkheid, een tocht waarin hij overigens faalde. Wie ook niet onsterfelijk bleek te zijn, was Enkidu, de wilde man uit de bossen die vrienden werd met de koning, maar voor zijn rol in het verslaan van een monster door de goden werd gestraft met de dood.
Enkidu en Šamhat
Bron: Eclectic/Eccentric

Enkidu was door de goden geschapen om Gilgameš van zijn arrogantie af te helpen. Hij leefde in het bos met de dieren en kende de menselijke samenleving niet. Op een gegeven moment klaagt een jager bij de koning dat iemand in het bos zijn vallen sloopt. Gilgameš weet er wel raad mee en stuurt Šamhat, een prostituée en/of priesteres mee met de jager om Enkidu naar de mensen te krijgen zodat de jager weer aan de slag kan. Op een gegeven moment komt de kudde met een aantal beesten en één man drinken bij een plas en dan gebeurt het (Gilgameš-epos, p.4-5):

"Dat is hem, Šamhat! laat je geknepen armen los, toon je geslacht zodat hij zich kan vergapen aan je schoonheid. Wees niet beknot - neem zijn energie in je op! Zodra hij je ziet, zal hij naar je toe komen. Spreid je rok uit zodat hij op je kan liggen, en volbreng voor deze primitieveling de taak van vrouwelijkheid! Zijn dieren, die in de wildernis zijn gegroeid, zullen vreemd worden voor hem en zijn lust zijn over je kreunen."
en ja hoor...
[...] Zes dagen en zeven nachten  lang bleef Enkidu opgewonden en had gemeenschap met de prostituée, totdat hij voldaan was van haar charmes. Maar toen hij zijn aandacht op zijn dieren vestigde, zagen de gazellen Enkidu en renden weg, de wilde dieren namen afstand van zijn lichaam.
Enkidu was overstag. Hij ging mee naar Uruk en werd beste maatjes met de koning. De beste manier om beschaafd te worden is immers... hoerenbezoek.

Boekentip voor vandaag:
Andrew George, The Epic of Gilgamesh

zaterdag 19 januari 2013

Kan kun je alleen "helaas" zeggen

In mei vorig jaar besprak ik het Epos van Gilgamesh, één van de belangrijkste stukken literatuur uit de geschiedenis. Opmerkelijk was dat de koning, ook al was hij voor tweederde een god, niet zomaar zijn wil kon doordrammen tegen de wil van de elitelaag van de bevolking in. Vandaag blijkt dat er toch ontwikkelingen waren. De elite in de Mesopotamische stad Lagash begon zich bezig te houden met machtsmisbruik. Dat weten we omdat er een staatsgreep plaatsvond van iemand die zich tegen het machtsmisbruik keerde op een manier die aan de Rechten van de Mens doet denken.

De man die de macht overnam, dat was Uruinimgina (of Urukagina) (24e eeuw v.Chr.). Hij is bekend geworden als de eerste sociale hervormer, want hij vaardigde wetten uit die wat zouden moeten doen tegen de misstanden. Uruinimgina vertelt in zijn wettekst eerst dat er al een hele tijd, vanaf de tijd die we ons al niet meer kunnen herrinneren, scheve machtsverhoudingen waren. Het kon het voorkomen dat vissers van hun vangst werden beroofd, of zoals Uruinimgina verklaart (zij boekentip, online niet vindbaar):
Wanneer een arme man een fuik zette, nam men gewoonlijk de vis erin af; die man kon (dan alleen maar) "helaas" zeggen.
Hoe los je dit soort ellende op, moet de koning gedacht hebben. In zijn grote wijsheid liet hij optekenen:
Wanneer een arme man een fuik heeft gezet, zal niemand de vis erin afnemen.
Soms is het niet moeilijk. Het belang van deze wettekst zit hem dan ook niet zozeer in de maatregelen, maar in de insteek van de hele onderneming. We hebben bij Hammurabi dat er maatregelen genomen worden tegen mensen die de samenleving in de problemen brengen. Uruinimgina lijkt meer te zijn opgekomen voor de kleine man, iets dat je ruim 4000 jaar geleden niet verwacht.

Boekentip voor vandaag: 
K.R. Veenhof, Schrijvend Verleden

dinsdag 9 oktober 2012

De kinderen moeten dood, want ze maken lawaai!

Scheppingsmythen zijn een bijzonder soort verhalen. Vaak gaan ze over een grote epische strijd tussen het goede en het kwaden of tussen chaos en orde. Het bekendste verhaal is waarschijnlijk dat tussen de Griekse god Zeus en zijn vader Kronos, die zijn kinderen opat en er één liet ontsnappen. Minder bekend, maar zeker zo interessant is het Babylonische scheppingsverhaal Enûma Eliš waarin een groep goden onder leiding van Marduk de machten van de chaos, geleid door de oergodin Tiamat bestreden.

Tiamat had kinderen, de goden, maar zij maakten zoveel lawaai dat de zoetwatergod Apsu zich eraan ging ergeren en in deze setting waren de goden niet milder dan tegenwoordig, dus overtuigde Apsu Tiamat om haar nageslacht af te slachten. In het eerste van zeven tabletten waar dit verhaal op wordt verteld, staat (Tablet 1, 113-126):
Ummu-Hubur [Tiamat], die alle dingen had gevormd
Maakte verder onoverwinnelijke wapens, ze bracht monster-serpenten voort,
Met scherpe tanden, met genadeloze tanden;
Ze vulde hun lichamen met gif in plaats van met bloed,
Ze bekleedde gevaarlijke monster-adders met terreur,
Ze dostte hen uit met pracht en maakte hem van groots gestalte.
Een ieder die naar hen keek werd overmand door angst,
Hun lichamen steigerden en niemand kon hun aanval weerstaan.
Ze maakte adders en draken en het monster Lahamu,
En orkanen en woedende honden en schorpioen-mannen
en machtige stormen en vismannen en rammen
Zij droegen wrede wapens en waren niet bang voor de strijd.
Haar bevelen waren machtig en niemand kon hen weerstaan;
Op die manier maakte ze elf monsters, enorm in gestalte.
En dit omdat de kinderen nog even wilden lezen voor ze naar bed gingen...

dinsdag 19 juni 2012

De koning is groot

In het British Museum in Londen liggen aardig wat juweeltjes uit de Oudheid, waaronder de Standaard van Ur, een vondst van de Britse archeoloog Sir Leonard Wooley (1881 - 1960). Deze standaard, waarvan de functie niet bekend is, toont verschillende scenes uit het leven in het oude Sumer in het huidige Zuid-Irak. Aan de ene kant staan scenes die over oorlogsvoering gaan, aan de andere kant scenes die lijken te duiden op een soort feest, maar overduidelijk een vreedzame bedoeling. Op de site van de Khan Academy vond ik deze video die het overbodig maakt om er zelf veel over te zeggen:



(De vertaling is van mijn hand, dus mocht er wat mee zijn, dan hoor ik dat graag)

Naast het feit dat dit object op zichzelf bijzonder interessant is, valt bij objecten uit het oude Nabije Oosten altijd iets specifieks op. In de video wordt al kort aandacht besteed aan het feit dat sociale positie van figuren op dit soort objecten vaak wordt uitgedrukt in de grootte van het figuur. Op de tumbnail van de video is al te zien dat de centrale figuur op de stoel veel groter is dan de drie mannetjes om hem heen en dat het mannetje dat rechts zit daar een beetje tussenin zit. We hebben hier waarschijnlijk te maken met de koning, met mensen onder hem met een hoge rang (priesters bijvoorbeeld) en met bedienden. Als de koning zou gaan staan, zou hij twee keer zo lang zijn als de bedienden. We hebben al gezien dat koning Eannatum 2,79 meter zou zijn geweest en het ziet ernaar uit dat de Standaard van Ur ook zoiets zegt.

Ook in Egypte komt de sociale positie van figuren tot uiting in de grootte ervan. Zo is op het Narmerpalet deze scene te zien:

De koning, met de typische Hedjet-kroon van Boven Egypte staat op het punt een vijand te doden, terwijl naast hem een mannetje zijn sandalen vast houdt. Waarom je je sandalen uit zou doen voor een dergelijke handeling, dat is vraag twee (een interessante vraag waar ik later nog op terugkom), maar wat zeker opvalt is dat de grote koning een klein mannetje in zijn gevolg heeft die kennelijk belangrijk genoeg is om überhaupt op de  inscriptie gezet te worden, maar niet belangrijk genoeg om groter afgebeeld te worden.

donderdag 7 juni 2012

Acht koningen, één menselijke soort

Eergisteren hebben we geconstateerd dat je door adders te eten niet alleen van je hoofdluis af kon komen, maar ook dat je er heel oud mee kon worden. De mensen die vierhonderd jaar werden door dit dieet verbleken echter bij de eerste koningen van Sumer in het huidige Zuid-Irak. In de Sumerische Koningslijst, een in klei gehakt document uit ongeveer 2125 v.Chr. wordt beschreven dat deze heren vele malen langer leefden. Toen het koningschap afdaalde uit de hemel, begon het (Sumerische Koningslijst 1ff; ik geef toe dat mijn Akkadisch niet goed genoeg is om te achterhalen wat de regelnummers zijn.):
Toen het koningschap was afgedaald vanuit de hemel, was het koningschap in Eridug [de heilige stad van de Sumeriërs]. In Eridug werd Alulim koning. Hij regeerde 28800 jaar [de perioden werden uitgedrukt in eenheden van 3600 jaar, de sar]. Alalĝar regeerde 36000 jaar. 2 koningen; zij regeerden 64800 jaar. Vervolgens viel Eridug en werd het koningschap opgepakt door Bad-tibira. In Bad-tibira, regeerde En-men-lu-ana 43200 jaar. En-men-gal-ana regeerde 28800 jaar. Dumuzid [moet iets met de gelijknamige god van de landbouw te maken hebben], de herder, regeerde 36000 jaar. 3 koningen; zij regeerden 108000 jaar.
Zo gaat het nog even door met een aantal steden en waardoor er in totaal acht koningen samen 241200 (tweehonderd één en veertig duizend twee honderd) jaar regeerden, grofweg de hele geschiedenis van de homo sapiens. Dat is meer dan dertig duizend jaar regering per koning. Je vraagt je af wat zij te eten kregen!

vrijdag 18 mei 2012

Tweederde god en de Tweede Kamer

Over het algemeen wordt aangenomen dat democratie zijn oorsprong kent in het oude Griekenland. Omdat het vaak onmogelijk is om het begin van een fenomeen aan te wijzen en omdat het oude Sumerië (Zuid-Irak) als één van de belangrijkste vroege beschavingen veel te weinig aandacht krijgt, komt vandaag het Gilgameš-Epos aan bod. Gilgameš is de bekendste figuur uit de Sumerische Oudheid al weet niemand 100% zeker of hij een mythische of historische figuur is geweest. Als hij echt bestaan heeft, moet hij halverwege het derde millennium v.Chr. geleefd hebben, dus eigenlijk aan het begin van wat we "geschiedenis" kunnen noemen en vlak ná de "prehistorie", als die termen enige waarde hebben.


Volgens de schrijver van het Gilgameš -Epos was Gilgameš  de heerser over de stad Uruk dat een conflict had met de stad Kiš dat onder leiding stond van koning Agga. Op een gegeven moment stonden de legers van Kiš op de stoep bij Uruk en moest Gilgamesh iets doen: zich overgeven of oorlog voeren met Kiš. Voor een koning die voor tweederde deel goddelijk was, deed hij iets opmerkelijks: hij vroeg instemming bij zijn onderdanen! In het Gilgameš-Epos spreekt hij eerst een raad van ouderen (abba buru, "vaders van de stad") aan (Gilgameš en Agga 1-14):

De gezanten van Agga, de zoon van Enmebaraggesi
Trokken op vanuit Kiš naar Gilgameš in Uruk.
De heer Gilgameš, voor de oudsten van zijn stad
Brengt de zaak naar voren, zoekt [hun] woord:
“[Een opmerking over het graven van putten en over krachtige touwen volgt]
Laten wij ons niet overgeven aan het huis van Kiš. Laten we het neerslaan met onze wapens.”
De samengekomen vergadering van oudsten van zijn stad
Antwoordt Gilgameš:
“[de opmerking over de putten en de touwen wordt positief ontvangen]
Laten wij ons overgeven aan het huis van Kiš. Laten we het niet neerslaan met onze wapens.”
Dit was vermoedelijk niet de reactie die Gilgameš verwachtte en zéker niet de reactie die hij wenste, dus zoekt de koning zijn heil bij de vergadering van burgers van militaire leeftijd (guruš, "leden van de klaarblijkelijk identieke arbeids- en militaire organisatie van de stadstaat") en kijkt wat zij ervan vinden (Gilgameš en Agga 15-23):
Gilgameš, de heer van Kullab [Een deel van de stad Uruk]
Die de heldhaftige daden voor Innana [De stadsgod van Uruk] uitvoert
Neemt de woorden van de oudsten van zijn stad niet tot zijn hart.
Een tweede keer brengt Gilgameš, de heer van Kullab
De zaak voor bij de [wapendragende] mannen van zijn stad, zoekt hun woord:
“[de opmerking over de putten en de touwen volgt weer]
Laten wij ons niet overgeven aan het huis van Kiš. Laten we het neerslaan met onze wapens.”
De samengekomen vergadering van mannen van zijn stad
Antwoordt Gilgameš:
“[De gehele bevolking van Uruk wordt aangesproken, van hen die samen met de zonen van de koning opgroeiden tot hen die “het dijbeen van de ezel  indrukken”]
Ieder wie zijn [Uruk’s] leven dierbaar acht
Laten wij ons niet overgeven aan het huis van Kiš. Laten we het neerslaan met onze wapens.[...]"
Bij deze "Tweede Kamer" krijgt de koning wél voor elkaar dat er een leger wordt opgetrommeld om de stad te verdedigen tegen de vijand. Blijkbaar kun je dan nog zo tweederde goddelijk zijn, als je leger "nee" zegt, sta je in je eentje op het slagveld en dan verlies je meestal. Het is aan de lezer om te bepalen in hoeverre dit democratie is, maar het is in ieder geval geen typisch voorbeeld van een Oosterse despoot.

maandag 30 april 2012

De geboorte van de koning

Het is Koninginnedag! Een mooi moment om stil te staan bij monarchie in de Oudheid. Vandaag geen Romeinse keizers, maar de ensi (koning) van de verschillende stadstaden in Mesopotamië, het huidige Irak. In de Mesopotamische Oudheid hing het koningschap voor een groot deel aan de steun van de specifieke god die de leiding had over het gebied waar de koning de baas over was. Hoewel de koning normaal gesproken zelf geen god was, in tegenstelling tot de farao in Egypte die wél als god werd vereerd, bemoeide de godheid in kwestie zich wel met koninklijke zaken.
Gierenstèle
een deel van de Gierenstèle


In de de 25e eeeuw v.Chr. had koning Eannatum de leiding over de stadstaad Lagaš. Deze koning is interessant omdat we van hem veel weten door de vondst van de zegenaamde Gierenstèle dat wordt genoemd als één van de gegadigden voor de titel "oudste historische document", voor wat het waard is. Op de Stèle wordt over een veldslag tussen Lagaš en de rivaliserende stad Umma verteld, maar ook over de geboorte van koning Eannatum en de rol van de godheid Ningirsu of Ninurta van Lagaš:
Heer Ningirsu bracht het zaad van Eannatum in. Bau [Eannatum's moeder] nam het zaad op en baarde hem. Over haar kind verheugde Bau zich. Inanna deed hem naast zich lopen. [...] Ningirsu mat hem met gespreide hand [...] Hij mat vijf el en een span [ca. 2,79 meter]. Ningirsu, zich hierover zeer verheugend, gaf hem een koninklijke roepingsnaam.
Een indrukwekkende figuur (en een zware bevalling, tenzij Ningirsu daar ook wat op bedacht). Eannatum was niet zomaar iemand, dus. Het werd een groot leider en een opvallende verschijning. In processies moet hij indruk gemaakt hebben op het volk, net als Beatrix tegenwoordig met Koninginnedag.