Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Titus Livius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Titus Livius. Alle posts tonen

donderdag 29 augustus 2013

Romeinen uitroken met kippenveren

Het gebruik van chemische wapens zoals in Syrië lijkt te zijn gebeurd, lijkt een modern verschijnsel. Niet iets dat je verwacht bij de Oudheid. Daar vochten ze met zwaarden en bogen. Dat is tenminste het beeld. Toch is dat niet helemaal waar. In de Oudheid werden chemische wapens toegepast, al was dat allemaal niet zo sophisticated en naar ik weet niet tegen de eigen bevolking, maar tegen de legers van de vijand.

In 189 v.Chr. waren de Romeinen bezig met het belegeren van de stad Ambracia in het Westen van Griekenland. De stad bleek erg goed verdedigd te zijn en de Romeinen waren niet in staat de stad te veroveren. Als plan B besloten de Romeinen een tunnel onder de muren door te graven. Dit bleef lang onopgemerkt, maar na verloop van tijd kregen de verdedigers door wat er aan de hand was. Zij groeven een tunnel om de Romeinen te onderscheppen. Daar zetten ze geen zwaarbewapende soldaten neer, maar iets anders. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) vertelt wat dan wel (Vanaf de stichting van de stad XXXVIII.7.11-13):
Ze maakten een vat met gaten in de bodem klaar waar een pijp van gemiddelde omvang in kon worden gestoken en zo een ijzeren pijp en een ijzeren deksel voor het vat, dat ook op een paar plekken was geperforeerd. Dit vat, gevuld met lichte veren [van kippen] plaatsten ze met de opening naar de tunnel [naar de Romeinen]. Om de vijand op afstand te houden bevestigden ze lange speren die ze "sarisae" noemden in de gaten in het deksel. Ze wakkerden een lichte vonk bij de veren aan door te blazen met de blaasbalgen van een smid die bij de uitgang van de pijp waren geplaatst. Vervolgens was bijna niemand in staat in de tunnel te blijven, omdat rook, die niet alleen in grote hoeveelheid de tunnel vulde, maar vooral omdat het zo vreselijk stonk door de brandende veren. 
Geen rijen levenloze kinderen; dit is een heel ander soort chemische oorlogsvoering dan tegenwoordig. Eigenlijk een best sympathieke manier. Niet alle verandering is een verbetering. De Romeinen wisten de stad overigens uiteindelijk wel te veroveren.

Boekentip voor vandaag:
Livius, Ab urbe condita XI (38-39)

donderdag 15 augustus 2013

De linkshandige gepakte huurmoordenaar

Huurmoordenaren onder mijn lezers zullen het wel weten: als je gepakt wordt, heb je een probleem. Vandaag komt een huurmoordenaar aan bod die duidelijk maakt dat je als je het heel goed aanpakt, heel veel uit de situatie kunt halen.

Toen de Romeinen hun koning Tarquinius Superbus (r. 534 - 509 v.Chr.) hadden verjaagd, zocht hij zijn toevlucht tot een Etruskische koning, Lars Porsena. Met de hulp van Porsena probeerde Tarquinius Rome te heroveren, maar dat mislukte door een aantal heldendaden van individuele Romeinen die oh-zo-nobel waren in hun plichtsbesef. Grote delen van de geschiedenis van de Romeinen uit deze periode zijn meer legende dan wat anders, maar bekend is dat Porsena Rome heeft geprobeerd te veroveren en dat dit uiteindelijk niet gelukt was.

Volgens de Romeinse historicus Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) probeerden de Romeinen Porsena te doden door huurmoordenaars te sturen. De eerste daarvan was Gaius Mucius Scaevola. Hij wist door te dringen tot vlakbij de koning, maar werd gegrepen. Mucius maakte zichzelf bekend en vertelde dat hij net zo moedig zou sterven als dat hij zou doden. Livius vertelt verde (Vanaf de stichting van de stad II.12.13):
De koning, heet van wrok en ontzet door zijn gevaar, beval boos onmiddellijk om de gevangene in de vlammen te werpen als hij niet meteen het plot waar hij zo onduidelijk mee driegde, uit de doeken zou doen. Daarop riep Mucius uit: "Kijk, zodat je kunt zien hoe laag zij wiens ogen gericht zijn op erkenning, hun lichaam schatten!" en hij gooide zijn hand in het vuur dat was gestookt voor het offer. Toen hij zijn hand liet branden alsof zijn geest zich niet bewust was van de prikkel, was de koning bijna buiten zichzelf van verbazing.
De koning was zó onder de indruk dat hij Mucius vrij liet en vredesonderhandelingen begon. Die Romeinen lieten zich duidelijk niet wegpesten. Als roemrijke prijs mocht Mucius de bijnaam Scaevola, "linkshandige" dragen, want hij had zijn rechterhand verbrand!

Boekentip voor vandaag:
Livius, Books I. and II. Volume 1

zondag 28 juli 2013

Je zoon onthoofden omdat je niet anders kan

De Romeinse legers hebben eeuwenlang alle vijanden die ze tegenkwamen verslagen. Dat kwam voor een groot deel door de superieure organisatie en discipline onder de legioenen. Als je een een legioen denkt, denk je aan een grote groep mensen met samen één wil, die van de generaal. Dit is een belangrijk deel geweest van de basis van de Romeinse macht.

De discipline ging zeer ver, blijkt uit het werk van de Romeinse historicus Titus Livius (±59 v.Chr - 17 n.Chr.). Het niet opvolgen van een bevel was een grove misdaad, ook al het een overwinning zou opleveren. Zo beschrijft Livius dat Titus Manlius, de zoon van consul Titus Manlius Torquatus met zijn legertje opdracht van zijn vader kreeg om niets te doen, maar dat hij zich liet uitdagen tot een tweegevecht met een vijand. Manlius won het gevecht en hield er buit aan over. Onder luid gejuich van zijn mannen vervoegde hij zich tot zijn vader, maar die was not amused (Vanaf de stichting van de stad VIII.7.15-19):
"Aangezien jij, Titus Manlius, omdat je noch de macht van de consul, noch de waardigheid van de vader respecteert en ondanks ons edict, je plek hebt verlaten om met de vijand te vechten en daarmee de militaire discipline, waarbij de Romeinse staat tot nu toe ongeroerd heeft gestaan, te breken en je mij op die manier dwingt om ofwel de publieke zaak, ofwel mijzelf te vergeten, zullen we eerder de straf voor onze misdaden ondergaan dan dat we de publieke zaak opzadelen met een misdrijf dat zo zwaar is voor haar; wij zullen een zwaar maar heilzaam voorbeeld stellen voor de jonge mannen van de toekomst. Ikzelf ben bewogen door niet alleen de instinctieve liefde van een man voor zijn kinderen, maar door dit voorval heb je je moed laten vervallen tot een zinloze show van eer. Omdat de autoriteit van de consuls ofwel wordt bevestigd door jouw dood of voor altijd wordt opgeheven door jou niet te straffen, en omdat ik denk dat jij, als je een druppel van mijn bloed in je hebt, niet zult weigeren door je straf de militaire discipline die door je misdrijf is uitgegleden en gevallen, te doen herrijzen - lictor, bind hem aan de staak."
Tot de verbijstering van alle omstanders liet Torquatus zijn zoon ter plekke terechtstellen. Een streng voorbeeld van discipline.

Boekentip voor vandaag:
Livius, History of Rome 8-10

zondag 5 mei 2013

Oorlog om een overdreven doodstraf

Oorlogen worden soms gestart om hele specifieke gebeurtenissen, hoewel er vaak iets achter zit. Dat was met de Eerste Wereldoorlog volkomen duidelijk. De hele wereld stortte zich in een frenzy die feitelijk niets te maken had met de moord op Franz Ferdinand van Oostenrijk. Zo was het ook in de Oudheid. In 200 v.Chr. brak er in Griekenland een oorlog uit tussen Macedonië en Athene (waar snel andere mogendheden bij betrokken raakten) en deze oorlog kwam voort uit een incident rond de Mysteriën van Eleusis, een voor de Atheners belangrijke cultus die onder meer de eerder genoemde kykeon-drank van de godin Demeter bevatte.

Volgens de Romeinse historicus Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) werd het Mysterie opgeschrikt door het bezoek van twee jongemannen (Vanaf de stichting van de stad XXXI.14.7-8):
Twee jonge mannen uit Acarnania [een gebied geallieerd aan de Macedoniërs] hadden de tempel van Demeter gedurende de Mysteriën van Eleusis betreden, hoewel ze niet geïnitieerd waren, zonder dat ze wisten dat ze heiligschennis pleegden en door gewoon de menigte te volgen. Hun woorden hadden hen eenvoudig verraden, want ze stelden domme vragen; en hoewel het duidelijk was dat ze openlijk en per ongeluk waren gekomen, werden ze ter dood gebracht alsof ze een vreselijke misdaad hadden gepleegd.
Dit incident leidde tot een reactie van de Macedoniërs, waarna terug werd geslagen en er was een oorlog. Je ontkomt niet aan de indruk dat dit anders had kunnen worden opgelost, zoals zoveel van dit soort gevallen in de geschiedenis, oud en nieuw.

Boekentip voor vandaag:
Livius, The History of Rome from its Foundation

donderdag 11 april 2013

De man die Hannibal berispte

Eén van de grote vragen rond de veldtocht van de Carthaagse generaal Hannibal Barca (247 - 183 v.Chr.) is waarom hij na de hier reeds besproken Slag bij Cannae in 216 v.Chr. niet direct naar Rome ging om de stad te veroveren. Het Romeinse leger was compleet afgeslacht, alsmede een groot deel van het potentieel aan generaals om opgetrommelde vervangers te kunnen leiden. In zijn uitstekende podcast over Hannibal besteedde host Jamie Redfern al eens een special aan deze opvallende beslissing.

Er was ook een special over de te nemen beslissing in het Carthaagse kamp. Gaan we Rome belegeren? Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) was het geen uitgemaakte zaak wat de Carthagers gingen doen en er kwam een meeting bijeen. Het ene kamp was voorstander van een pauze voor de soldaten om te herstellen en vervolgens een volgende stap te zetten. Hannibal's cavaleriecommandant Maharbal was een grote voorstander van direct handelen. Hannibal stelde voor er een nachtje over te slapen voor hij een definitieve beslissing zou nemen. Dit is wat Maharbal zei volgens Livius (Vanaf de Stichting van de Stad 22.51.4):
Toen zei Maharbal: In alle eerlijkheid geven de goden dezelfde man niet alle talenten. Je weet hoe je een overwinning kunt behalen, Hannibal; je weet niet hoe je er een kunt gebruiken." Die vertraging van een dag wordt algemeen beschouwd als de redding van de stad en het rijk.
Hannibal ging uiteindelijk niet naar Rome en de kansen in de oorlog sloegen langzaam om. Of dat niet was gebeurd als Maharbal Hannibal had kunnen overtuigen, dat zullen we nooit weten, maar misschien is dit wel zo'n moment waar de geschiedenis er heel anders uit had kunnen zien als het net anders was gegaan. Dat maakt Hannibal misschien wel zo interessant.

Boekentip voor vandaag:
Livius, History of Rome

zondag 2 december 2012

Dan bouw ik mijn huis toch hier?

Van sommige mensen uit de geschiedenis vraag je je af hoe het kan dat deze niet veel bekender zijn. Iedereen kent figuren als Caesar en Alexander de Grote en mensen als Ramses II en Hannibal zijn ook bij velen bekend. Dat geldt niet voor één van de grondleggers van de Romeinse Republiek, Publius Valerius Publicola (gestorven in 503 of 499 v.Chr.). Publicola genoot in zijn tijd enorm veel aanzien en duikt op de merkwaardigste plaatsen op, zoals als "schrijver" van een aantal documenten over de Amerikaanse Grondwet uit de achttiende eeuw.

Publicola werd consul in Rome toen zijn voorganger Lucius Tarquinius Collatinus werd afgezet omdat hij familie was van de afgezette koning Lucius Tarquinius Superbus en daardoor weinig populariteit kon genieten bij de bevolking, wat hij ook deed. Dit ambt deelde hij met Lucius Iunius Brutus (die overigens ook familie van de oud-koning was, maar zijn naam mee had). 

Publicola kreeg een bijnaam, Poplicola ("Vriend van het volk") en dat was omdat hij besloot de plaats waar hij zijn huis wilde bouwen, op aandringen van de bevolking wijzigde. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) was het aanvankelijk Publicola's bedoeling geweest om zijn huis op een heuvel neer te zetten, maar in een tijd dat iedereen koningschap in zijn hoofd had en Brutus net gesneuveld was in een oorlog, zagen velen dit als een poging een koninklijk paleis te bouwen dat op de heuvel goed te verdedigen was. Publicola trad het volk tegenoet en Livius tekent het volgende op (Vanaf de Stichting van de stad II.7.): 
"[...] Zal dan geen enkele verdienste, zegt hij, ooit getest en goed bevonden worden door jullie, waardoor iemand vrijgesteld zal zijn van de aanvallen van verdachtmakingen. Kan ik het mezelf voorstellen dat ik, de bitterste vijand van koningen, ooit zal vallen voor het verlangen naar koningschap? Zou ik geloven dat ik, ook als ik zou ik wonen in de citadel en het Capitool, gevreesd zou worden door mijn landgenoten? Hangt mijn karakter bij jullie af van een dergelijke kleinigheid? Is mijn integriteit zo zwak gefundeerd dat het meer uitmaakt waar ik ben, dan wát ik ben? Het huis van Publius Valerius zal niet in de weg van jullie vrijheid staan, Romeinen. De Velische heuvel zal veilig zijn voor jullie. Ik zal niet alleen mijn huis naar beneden naar de vlakte halen, maar ik zal het beneden aan de heuvel bouwen, zodat jullie boven mij, een verdacht burger, kunnen wonen. Laat hen aan wie vrijheid vaster kan worden toevertrouwd dan aan P. Valerius op de Velische heuvel bouwen."
Deze veeg uit de pan voor de bevolking werd opgevolgd door een set wetten waar zij het zeker wel mee eens konden worden. Publicola bouwde een naam op en kan gezien worden als de eerste van de Grote Romeinen uit de Republiek.

Boekentip voor vandaag: Titus Livius, History of Rome Volume I

zaterdag 13 oktober 2012

Een hamer, een beitel en een olifant

Het mag bekend verondersteld worden dat de Carthaagse legers gebruik maakten van olifanten tijdens veldslagen. Deze dieren worden nogal eens gezien als de tanks van de Oudheid, maar die eer komt ook nogal eens bij twee andere gevechtsmethoden op, bij de Griekse Falanx-formatie en bij de strijdwagens van het Nabije Oosten. Er is echter een groot verschil tussen die drie verschillende soorten tanks. Een Falanx bestaat uit mensen en is daarmee redelijk te besturen en ook voor een strijdwagen geldt dat je vrij goed kunt voorspellen waar die heen gaat. Een olifant is daarentegen een wild dier en dat betekent dat hij opeens kan omdraaien en naar de eigen legers kan stormen. Hoe voorkom je dat?

Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) meldt ons dat de Carthaagse generaal Hasdrubal daarmee geen risico nam. Hij instrueerde de olifantenmenners in zijn leger de olifanten te doden als ze niet meer te controleren waren (Vanaf de stichting van de stad 27.49.1-2):
Meer olifanten werden gedood door hun menners dan door de vijand. Zij hadden een beitel en een houten hamer van een timmerman bij zich en als het gek geworden beest richting hun eigen mannen stormde, plaatste de menner de beitel tussen de oren, precies waar het hoofd in de nek over ging en sloeg hem aan met al zijn kracht. Dit was de snelste manier die ze hadden gevonden om deze enorme dieren te doden als er geen hoop meer was ze onder controle te houden en het was Hadrubal die dit als eerste introduceerde.
In een wereld van Romeinse gevechten in computerspelletjes kan makkelijk gedacht worden dat je formaties met olifanten met een muisklik op de vijand kunt laten aanvallen, maar zo makkelijk gaat dit natuurlijk niet. Olifanten die opeens omdraaien moeten veel ellende hebben aangericht onder de bevriende legers. Hasdrubal heeft hier waarschijnlijk heel wat levens mee gespaard.

vrijdag 21 september 2012

World Peace Day

Vandaag is het World Peace Day en een goeie reden om het te hebben over vrede in de Romeinse periode. Hoewel de Romeinen eerder bekend staan om hun legioenen en oorlogsvoering, is Pax Romana (Romeinse Vrede) een begrip dat ook wat bekendheid heeft weten te vergaren en wat ervoor gezorgd heeft dat Europa min of meer dezelfde cultuur heeft.

Wat doe je om na een grote oorlog een Pax Romana te beginnen? Dan sluit je de deur van een tempel. Het was de legendarische tweede koning van de Romeinen Numa Pompilius (716 - 673 v.Chr.) die de tempel aan de tweekoppige god Janus. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 17 n.Chr.) had Numa de tempel een specifiek doel gebouwd (Geschiedenis van Rome I.19):
Nadat hij op die manier de kroon overnam, bereidde Numa voor de stad [Rome] die zo kort geleden middels de kracht van wapens was gesticht, opnieuw te stichten met wetten en gebruiken. Hij zag dat dit onmogelijk was zo lang er oorlog was, want het verdierlijkte mensen. In de veronderstelling dat de wreedheid van zijn onderdanen zou afnemen door het niet gebruiken van wapens, bouwde hij de tempel van Janus aan de voet van de Aventijn [één van de zeven heuvels van Rome] als een teken van vrede en oorlog, om aan te tonen dat het open was als de staat in de wapenen was, en dat het gesloten was als alle omringende landen vrede hadden.
Hoe interessant die oorlogen van de Romeinen ook waren, laten we hopen dat we de poorten van de tempel eens kunnen sluiten.

zaterdag 12 mei 2012

Verboden ondernemerschap

Gaius Flaminius Nepos (? - 217 v.Chr.) was in de Romeinse republiek een belangrijke politicus in de klassenstrijd tussen patriciërs(aristocraten) en plebejers(gewoon volk). Hij was senator en had zich niet populair gemaakt bij zijn collega's aan de top. Toen de volkstribuun (een belangrijke politieke figuur aan de kant van de plebejers) Quintus Claudius in 218 een wetsvoorstel deed om de positie van senatoren te verzwakken, was het Flaminius die het voorstel als consul door de senaat duwde (verder was niemand het ermee eens).


De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v.Chr. - 18 n.Chr.) legt uit waar deze Lex Claudia (wet van Claudius) over ging (Vanaf de stichting van de Stad 61.63.3-5):
Hij[Flaminius] was ook gehaat bij de senatoren vanwege een wet zonder die zijn weerga niet kende die Quintus Claudius, de volkstribuun had geïntroduceerd, de tegenstand van de senaat ten spijt, met de steun van alléén Gaius Flaminius, waardoor een senator en zijn zoon geen schepen mochten bezitten met een laadvermogen van meer dan 300 kruiken [ongeveer 7 ton] - hetgeen als voldoende beoordeeld werd om de gewassen van het veld te transporteren, en al het ondernemerschap werd als onbehoorlijk voor een senator gezien. Deze maatregel die grote tegenstand genoot, was erg productief in het veroorzaken van afkeer van de edelen jegens Flaminius, die de bekrachtiging ervan had gesteund; maar het leverde hem wel de steun van het volk of en nadien een tweede consulaat [men was consul voor een periode van één jaar].
Doordat Flaminius de Lex Claudia wist door te duwen, was handel juridisch onmogelijk voor senatoren. Dit betekende niet dat het niet meer gebeurde, want men huurde gewoon een slaaf in of legde een andere omweg aan om de regel te omzeilen, maar het geeft wel aan dat er in die tijd krachten bestonden in de Romeinse samenleving die de politieke elite uit de buurt van handels-ondernemerschap probeerden te houden. Tegenwoordig is dan duidelijk anders.

zaterdag 3 maart 2012

Camillus de godenlokker

In een wereld waarin de meeste religies uit gaan van het bestaan van één god is het Romeinse concept van religie voor veel mensen vreemd. Naast het feit dat er sprake was van een meergodendom was een god een wezen waar je veel invloed op kon uitoefenen. Goden waren feitelijk hele sterke en onsterfelijke mensen, met allerlei nukken die je bij mensen verwacht. Ze woonden daarnaast fysiek in standbeelden.

Eén van de vroege vijanden van de Romeinen waren de Etrusken uit de stad Veii. In 396 v.Chr raakten Rome en Veii in oorlog en werd voor de Romeinen volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (±59 v.Chr. - 17 n.Chr.) Marcus Furius Camillus  (±446 – 365 v.Chr.), één van de helden uit de Romeinse geschiedenis, aangesteld als dictator (een tijdelijke positie met zeer veel macht). Hij begon aan de voorbereidingen voor de belegering van Veii en Livius schrijft dat de soldaten bezig werden gehouden om in ploegendienst belegeringswerktuigen te bouwen. Toen alles ongeveer klaar was, sprak Camillus zijn evocatio uit waarin hij Twee goden aanriep: een Romeinse en eentje uit Veii (Livius, Vanaf de stichting van de stad V 21:3-4):
"Onder uw leiderschap," riep hij uit,"Pythische Apollo, en geïnspireerd door uw wil, zal ik de stad Veii vernietigen en ik beloof u een tiende van de opbrengsten [van de plunder]. Tegelijkertijd vraag ik u, Koningin Juno, die nu in Veii verblijft, om zodra we hebben gewonnen met ons mee te komen naar onze stad - die binnenkort ook van u zal zijn - waar een tempel die uw grootsheid waardig is, u zal ontvangen."
Voor Romeinen bestonden alle goden. Daar was geen twijfel over mogelijk en dat was ook niet eens belangrijk. Wat gold is dat je er het beste maar voor kon zorgen dat je ze niet tegen de haren streek, want als puntje bij paaltje komt, zijn het net mensen!