Als een raaf onheilspellend krast, laat je dor dit verschijnsel niet van je stuk brengen, maar trek van begin af aan een duidelijke scheidslijn en zeg: "Voor mij persoonlijk heeft dit geen enkele consequentie, hooguit voor mijn voze lijf, mijn armzalige bezit, mijn onbeduidende reputatie of voor mijn vrouw en kinderen. Ieder voorteken is pas gunstig als ik dat zelf wil. Wat er ook gebeurt, ík ben degene die beslist of ik daar iets aan heb of niet."Wat ik me afvraag: hoezo zou ik me sowieso zorgen maken over wat het onheilspellende gekras van een raaf doet met mijn reputatie?
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
zondag 26 januari 2014
Hoe een raaf de wereld aan gort krast
Het is weer een tijd geleden dat we de Romeinse filosoof Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) voor het laatst gezien hebben, maar zijn stoïsche filosofie geeft denkbeelden die interessant zijn voor een blog. Zoals bekend, de stoa stelt onder meer dat de wijsheid bestaat uit het zélf bepalen wat je doet met de dingen die je meemaakt. Een gebeurtenis is niet goed of slecht; de manier waarop je ermee omgaat, dát bepaalt of het goed is of slecht. Hij weet wel altijd een manier te vinden om dat te verwoorden (Zakboekje 18):
donderdag 21 november 2013
Ga niet met filosofen naar bed!
Je weet hoe het gaat: je bent dronken, zij is dronken, het is een leuke avond, een héle leuke avond... Dan loop je het risico dat ze een paar weken later aanklopt bij je, terwijl je daar eigenlijk toch niet echt zin in hebt. Dit overkwam de Griekse filosoof Aristippos (5e en 4e eeuw v.Chr.) en hij had er duidelijk toch niet echt zin in. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo'n leuke avond met een courtisane.Toen die kwam vertellen over de gevolgen, volgde een zeer kort gesprek dat vermoedelijk niet voor iedereen even bevredigend is geweest (Aristippos 81):
Aan een courtisane die hem had verteld dat ze zwanger was van hem, antwoordde hij: "Je bent hier niet zekerder van, dan dat je, wanneer je door een doornenstruik zou rennen, zou zeggen welke specifieke doorn je geprikt heeft.
Tsja, wat moet ik anders zeggen dan "dames, ga niet met filosofen naar bed!"
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
maandag 28 oktober 2013
De juiste dingen willen
Een hele tijd geleden besprak ik een korte uitspraak van de Griekse filosoof Epicurus (341 - 270 v.Chr.), één van mijn favoriete filosofen (en dan bedoel ik niet dat hij er grappige gedachten op nahield). In een gratis boekje zijn de doctrines van Epicurus op een rijtje gezet. Epicurus en zijn volgelingen meenden dat de beste weg naar succes de vervulling van behoeften was, maar het is te makkelijk om hedonisten van hen te maken in de zin dat iemand blind achter zijn verlangens aanloopt. Epicurus maakt dan ook sterk onderscheid tussen verschillende soorten verlangens (Doctrines 15):
Boekentip voor vandaag:
Cassius Amicus, A Life Worthy of the Gods (gratis)
De rijkdom die nodig is voor de natuur is beperkt en eenvoudig te vinden, maar de rijkdom die nodig is voor ijdele idealen, rijkt tot het oneindige.Behoeften die natuurlijk zijn, zo meent Epicurus, die zijn in vervulling haalbaar en vaak eenvoudig te vervullen, maar als je dingen gaan verwachten die je niet kunt verwachten, omdat het er simpelweg niet in zit, blijf je er in investeren en komt het er niet uit. Dit is geen pleidooi tegen ambitie, maar tegen arrogante ambitie. Daarmee is het een citaat dat bij mij toch wel een grinnik losmaakt.
Boekentip voor vandaag:
Cassius Amicus, A Life Worthy of the Gods (gratis)
woensdag 16 oktober 2013
Een goeie tragedie en een open deur
Zonder het te weten, kent iedereen een beetje Aristoteles (384 - 322 v.Chr.). Een tekst moet om een goede tekst te zijn, voldoen aan een simpele eis: het moet een begin, een middenstuk en een einde bevatten. Iedereen heeft deze kreet al eens gehoord bij werkstukken op school of bij het schrijven van documenten op het werk. Aristoteles heeft het hier vooral over toneelstukken, tragedies.
Zoals we eerder vaak genoeg hebben gezien, Griekse filosofen zijn vaak nogal uitgebreid in de toelichting van hun principes. Aristoteles heeft er een sectie in zijn werk Poetica (±335 v.Chr.) aan gewijd. Wat bedoelen we precies met begin, middenstuk en einde? Hij vertelt (Poetica 1450b):
Fijn, Aristoteles! Bedankt! Nu is het allemaal duidelijk.
Boekentip voor vandaag:
Aristoteles, Poetica
Jay Clayton, 'Online Games: Literature, New Media, and Narrative,' op Coursera.org. (gratis online cursus)
Zoals we eerder vaak genoeg hebben gezien, Griekse filosofen zijn vaak nogal uitgebreid in de toelichting van hun principes. Aristoteles heeft er een sectie in zijn werk Poetica (±335 v.Chr.) aan gewijd. Wat bedoelen we precies met begin, middenstuk en einde? Hij vertelt (Poetica 1450b):
Een geheel is datgene dat een begin, een middenstuk en een einde bevat. Een begin is datgene dat zelf noodzakelijkerwijs nergens op volgt, maar waarna iets is of komt. Een einde, bij contrast, is datgene dat in zijn aard ergens op volgt, ofwel noodzakelijkerwijs, ofwel als een regel, maar dat niets heeft dat erop volgt. Een middenstuk is datgene dat op iets volgt en waar iets anders op volgt.
Boekentip voor vandaag:
Aristoteles, Poetica
Jay Clayton, 'Online Games: Literature, New Media, and Narrative,' op Coursera.org. (gratis online cursus)
dinsdag 27 augustus 2013
Tien is perfect!
Tegenwoordig zijn we zo bekend met een telsysteem van tientallen - één, tien, honderd, duizend enzovoorts - dat we er niet bij stilstaan en het systeem met voeten, inches, mijlen en ponden als onhandig terzijde schuiven. Op één of andere manier is het systeem van tientallen zo gegroeid. Het had net zo goed anders kunnen zijn, zoals een systeem met acht als basis of met twintig. En wat te denken van het binaire systeem waar computers mee werken?
De Grieken en de Romeinen waren altijd al wel bezig met het nadenken over dit soort dingen. Aangezien telsystemen vast wel ergens een praktische toepassing hebben, heb je de garantie dan de Romeinse architect Vitruvius (± 85 - 20 v.Chr.) er een mening over heeft en dat heeft hij ook. Vitruvius bespreekt in zijn introductie op een boek over tempels over symmetrie en komt op de discussie tussen voorstanders van het telsysteem met tientallen en die van een telsysteem op basis van zestallen. Tientallen zijn perfect, want (Over architectuur III.1.5.):
Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture
De Grieken en de Romeinen waren altijd al wel bezig met het nadenken over dit soort dingen. Aangezien telsystemen vast wel ergens een praktische toepassing hebben, heb je de garantie dan de Romeinse architect Vitruvius (± 85 - 20 v.Chr.) er een mening over heeft en dat heeft hij ook. Vitruvius bespreekt in zijn introductie op een boek over tempels over symmetrie en komt op de discussie tussen voorstanders van het telsysteem met tientallen en die van een telsysteem op basis van zestallen. Tientallen zijn perfect, want (Over architectuur III.1.5.):
[...D]e mensen van de Oudheid stelde het perfecte nummer vast op tien. Want de palm is gevonden uit het aantal vingers van de hand en de voet van de hand. Nogmaals, omdat tien natuurlijk perfect is omdat het bestaat uit de vingers van twee handpalmen, stelde Plato ook dat het nummer perfect is omdat het bestaat uit de individuele eenheden die door de Grieken monades worden genoemd. Maar zodra elf of twaalf worden bereikt, is het getal excessief en kan het niet meer perfect worden tot ze weer voor een tweede keer bij tien uitkomen; want de samengestelde delen van dat getal zijn de individuele eenheden.Ik heb ook geen idee waar hij het over heeft!
Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture
zondag 25 augustus 2013
Die kan veel drank hebben!
Zoals we eerder bij Epictetus hebben gezien, filosofen stonden in de Oudheid wel in aanzien, maar ook een beetje buiten de samenleving. Vandaag slaan de filosofen terug, want wat is een vervelender slag mensen dan die mensen die een beetje populair lopen te doen?
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
De snob van dienst is vandaag de Griekse filosoof Aristippos (5e en 43 eeuw v.Chr.. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo zijn woordje klaar over de populairen (Aristippos 73):
Tegen iemand die opschepte dat hij heel veel kon drinken zonder dronken te worden, wierp hij tegen: "dat kan een muilezel ook."
Eigenlijk is het allemaal helemaal niet zoveel meer dan dat.
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
dinsdag 13 augustus 2013
Een paar noten naar de Zon
Denkers in de Oudheid beperkten zich hoogst zelden tot één specialistisch onderwerp. We hebben bij Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) eerder gezien dat bijvoorbeeld een architect een heel breed kennispakket moest hebben. Zo werkte het ook bij andere takken van de wetenschap, zoals astronomie. De Grieken waren zeer bedreven in het meten en uitrekenen van afstanden en posities van locaties op de wereld. Eratosthenes van Cyrene (276~273 - ±194 v.Chr.) rekende de omtrek van de wereld uit door de lengte van de schaduwen van zuilen op verschillende plaatsen in Egypte, de afstand tussen deze plaatsen en het feit dat de wereld rond is (dat wisten ze toen al!), met elkaar in verband te brengen. Hij kwam uit tot een omtrek van zo'n 250.000 sportstadions (stadiën), een antieke lengtemaat, dat overeenkomt met een omtrek van tussen de 40.000 en 46.000 km, afhankelijk van welke stadionmaat hij aanhield. Ik ga dit vandaag niet bespreken, maar voor de liefhebbers, een filmpje van Carl Sagan:
Een andere schrijver, de minder bekende Censorius (3e eeuw n.Chr.) schreef over de afstand tussen verschillende hemellichamen en bracht dat in verband met iets verrassends (Over de geboortedag II):
Een andere schrijver, de minder bekende Censorius (3e eeuw n.Chr.) schreef over de afstand tussen verschillende hemellichamen en bracht dat in verband met iets verrassends (Over de geboortedag II):
[...] Pythagoras dacht dat het van de Aarde naar de Maan 126.000 stadiën was, hetgeen overeenkomt met de interval van een muzieknoot; dat het van de Maan naar Mercurius de halve afstand is, dus een halve noot; vanaf die ster [Mercurius] naar Venus was er ongeveer even veel, dus ook een halve noot; hiervandaan naar de Zon was driemaal die afstand, hetgeen overeenkomt met anderhalve noot [...]Censorius gaat verder om ook Mars, Jupiter en Saturnus binnen een hele of halve noot afstand te leggen. Afgezien van het feit dat de afstanden onderschat zijn (de afstand van de Aarde naar de Zon legt hij rond de 50.000 km, in werkelijkheid ongeveer 150 miljoen km) is het opmerkelijk te zien dat deze afstanden in verband worden gebracht met muzieknoten. Zo denken we er tegenwoordig niet meer over na.
vrijdag 26 juli 2013
Laat ze maar lachen
Over dingen nadenken, écht nadenken, is iets wat tegenwoordig in de wereld nauwelijks een plaats heeft. Dat is iets nieuws, zou je denken, maar ook de Romeinen hadden te maken met dit euvel. De Romeinse filosoof Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) realiseert zich dat een filosoof het niet makkelijk heeft in een wereld vol zakenlieden, politici en straatsloebers. Maar hij heeft een tip (Zakboekje 22):
Boekentip voor vandaag:
Epictetus, Zakboekje
Wanneer je als wijsgeer wilt leven, stel je er dan maar vast op in dat een heleboel mensen je zullen uitlachen en achter je rug gekke bekken trekken. Je krijgt opmerkingen te horen als: "Hij is plotseling mijnheer de filosoof geworden!" en "Hoe zou hij toch aan die denkrimpels komen?" Probeer die dan ook maar niet te trekken. Bepaal je liever tot de dingen die in jouw ogen van wezenlijk belang zijn, alsof jouw plaats je van godswege is toegewezen. Wees ervan overtuigd dat de aanvankelijke spotvogels je nog eens zullen bewonderen, als jij in die houding volhardt, maar dat je, als je je aan hun praatjes stoort, dubbel zo hard uitgelachen wordt.Eigenlijk hoef je hier niet zoveel aan toe te voegen. Epictetus is niet bepaald mijn favoriete filosoof, zoals eerder besproken. Toch heeft het stoïcijnse zo haar voordelen als je niet te ver gaat.
Boekentip voor vandaag:
Epictetus, Zakboekje
woensdag 26 juni 2013
Prioriteiten
Veel Griekse filosofen waren vooral bezig met het te pas en te onpas wijze lessen leren aan anderen. De Noord-Afrikaanse filosoof Aristippos van Cyrene (5e en 4e eeuw v.Chr.) was daarin geen uitzondering. Onderwijs werd in die tijd nog als zeer belangrijk gezien (dit kun je beschouwen als kritiek op de huidige tijd) en de filosofen speelden hierin een rol. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) beschrijft hoe in de persoon van Aristippos zijn rol als onderwijzen en die als casual lessengever wordt gecombineerd (Aristippos 72):
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
[...] Toen iemand zijn zoon bracht als een leerling, vroeg hij[Aristippos] een bedrag van 500 drachmae [beduidend meer dan een jaarinkomen van een Athener in die tijd]. De vader bracht hier tegenin: "Voor dat geld kan ik een slaaf kopen". "Dan doe je dat toch," was het antwoord, "en dan heb je er twee." Hij zei dat hij geen geld van zijn vrienden aannam voor zijn eigen doeleinden, maar om hen te leren aan welke dingen hun geld besteed zou moeten worden.Onderwijs zorgt ervoor dat jongeren de gelegenheid krijgen te ontsnappen aan de slavenrol en zich kunnen richten op vrijere dingen, of het nu filosofie is of een ambacht dat kennis en vaardigheden vereist. Hoewel de situatie in het Griekenland van de 5e eeuw v.Chr. anders is dan de huidige situatie, onderwijs is het waard om veel geld aan te besteden en hier ligt zeker een taak voor de overheid.
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
maandag 10 juni 2013
Bonen, driehoeken en wat oma altijd zegt
Na anderhalf jaar kom ik erachter dat één van de grootste filosofen uit de oudheid (misschien wel de bekendste onder leerlingen op de middelbare school) nog nooit aan bod is geweest. We hebben het over Pythagoras (±572 - ±500 v.Chr.), die man met zijn Stelling over het uitrekenen van de lengte van een zijde van een driehoek. Wat de middelbare scholier niet weet, is dat Pythagoras veel meer deed dan over driehoeken nadenken. Hij had een hele cultus om zich heen verzameld, compleet met allerlei regels, en daar gaat het vandaag over.
Eén van de regels die Pythagoras en zijn cultus naleefden, was "blijf uit de buurt van bonen". Tenminste, sommige bronnen beweren dat. De Romeinse schrijver Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) ontkende dit bijvoorbeeld (Attische Nachten IV.11.5). Dat gezegd hebbende, een verbod op het eten van bonen is merkwaardig, dus de vraag waar dat dan vandaan komt is iets dat we moeten leggen bij de bronnen die wél zeggen dat Pythagoras dit naleefde.
Dit is een goed moment om nog iets te vertellen over de meest geciteerde schrijver op dit blog, die hier toevallig een verklaring voor heeft. Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) kennen we als biograaf en dat levert altijd mooit stukjes over de groten der aarde op (nummer 2 (Diogenes Laërtius) en 3 (Suetonius) zijn ook biografen trouwens). Naast dat werk was Plutarchus ook actief als filosoof. In die hoedanigheden heeft hij hele bibliotheken nagelaten en daar kunnen we als historici alleen maar heel blij mee zijn. Over de bonen schrijft hij (Over de opvoeding van je kinderen XVII):
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Moralia II, opvoeding, onderwijs, studie en vriendschap
Eén van de regels die Pythagoras en zijn cultus naleefden, was "blijf uit de buurt van bonen". Tenminste, sommige bronnen beweren dat. De Romeinse schrijver Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) ontkende dit bijvoorbeeld (Attische Nachten IV.11.5). Dat gezegd hebbende, een verbod op het eten van bonen is merkwaardig, dus de vraag waar dat dan vandaan komt is iets dat we moeten leggen bij de bronnen die wél zeggen dat Pythagoras dit naleefde.
Dit is een goed moment om nog iets te vertellen over de meest geciteerde schrijver op dit blog, die hier toevallig een verklaring voor heeft. Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) kennen we als biograaf en dat levert altijd mooit stukjes over de groten der aarde op (nummer 2 (Diogenes Laërtius) en 3 (Suetonius) zijn ook biografen trouwens). Naast dat werk was Plutarchus ook actief als filosoof. In die hoedanigheden heeft hij hele bibliotheken nagelaten en daar kunnen we als historici alleen maar heel blij mee zijn. Over de bonen schrijft hij (Over de opvoeding van je kinderen XVII):
"Blijf van bonen af," betekent dat je je niet met politiek moet bemoeien, want bonen werden vroeger gebruikt bij het stemmen over het afzetten van een magistraat uit zijn functie.Het is maar goed dat iemand dit toelicht. Het verbod op bonen, als het er geweest is, heeft volgens Plutarchus niets te maken met het eten van bonen, maar met de toepassing ervan in het politieke leven. Een beetje wat mijn oma altijd zegt: "Over geloof en politiek spreekt men niet." Ik zal oma eens vragen over de driehoeken.
Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Moralia II, opvoeding, onderwijs, studie en vriendschap
donderdag 6 juni 2013
De wind komt uit een bal
De Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) heeft ons enige tijd geleden al eens uitvoerig uitgelegd dat hij van alle markten thuis is en naar mate ik zijn werk verder lees, begin ik steeds meer te vinden dat hij daar volkomen gelijk in heeft. Bij het stichten van een stad moet volgens hem rekening gehouden worden met een veelheid aan dingen, zoals de locatie en de stadsmuren, zoals we eerder hebben gezien. Vandaag legt hij uit hoe je het beste wegen kunt neerleggen om ervoor te zorgen dat mensen geen last hebben van de wind. Maar eerst legt hij uit wat volgens hem wind precies is (Over Architectuur I.6.2):
Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture
Wind is een drijvende golf van lucht die oneindig op en neer beweegt. Het ontstaat wanneer hitte in aanraking komt met vochtigheid, waarmee de stormloop van hitte een machtige stroom van ucht voortbrengt. Dit kunnen we leren van de bronzen eolipiles en door een wetenschappelijke uitvinding kunnen we zo de goddelijke waarheid die zich in de lucht bevindt, ontdekken. Eolipiles zijn holle bronzen ballen met een kleine opening waardoor er water in gegoten wordt. Wanneer je ze bij een vuur zet, komt er geen briesje uit voordat ze warm zijn, maar zodra ze beginnen te koken, komt er een krachtige luchtstroom uit door het vuur. Dus door dit eenvoudige en hele korte experiment kunnen we de machtige en wonderbaarlijke wetten van de hemelen en de kenmerken van de wind begrijpen en beoordelen.Dat Vitruvius hier stoom zit te verklaren en niet wind, dat is wel waar, maar de wetenschappelijke houding is bijzonder interessant.
Boekentip voor vandaag:
Vitruvius, The Ten Books On Architecture
dinsdag 4 juni 2013
Deels rottende koe, leeft niet als een arend
Eerder deze week las ik een artikeltje over bijen en de honingraatstructuur van hun nesten. De Romeinse schrijver Marcus Terrentius Varro (116 - 27 v.Chr.), die volgens Wikipedia beter bekend is onder een andere naam die ik nog nooit gehoord heb, blijkt gelijk te hebben in zijn verklaring waarom de structuur van de honingraat hangt op zeshoeken en niet op vierkanten, driehoeken of andere vormen. In het artikeltje staat dit allemaal toegelicht en aan het einde van dit blog zal ik aangeven waar in de tekst van Varro zijn opmerkingen te vinden zijn.
Waar het vandaag over gaat, is wat Varro nog meer te vertellen had over bijen. Antieke "biologie" kan soms op een bepaalde (vaak rare) manier waar zijn, zoals we hebben gezien bij Empedocles en zijn evolutietheorie. Varro constateert met de hulp van ene Achelaus (Over Rustieke Zaken III.16.4):
Het stuk over de zeshoeken en een lofdicht naar de morele grootsheid van bijen ten opzichte van smerige, destructieve en laffe beesten volgt ná het hier getoonde citaat, vanaf III.16.5 in hetzelfde boek.
Boekentip voor vandaag:
Varro, On Agriculture
Waar het vandaag over gaat, is wat Varro nog meer te vertellen had over bijen. Antieke "biologie" kan soms op een bepaalde (vaak rare) manier waar zijn, zoals we hebben gezien bij Empedocles en zijn evolutietheorie. Varro constateert met de hulp van ene Achelaus (Over Rustieke Zaken III.16.4):
Om te beginnen, bijen worden gemaakt, deels uit bijen en deels uit het rottende karkas van een os. En zo stelt Archelaus in een epigram dat ze "de zwervende kinderen van een dode" koe zijn; en dezelfde schrijver zegt: "Daar waar wespen van paarden komen, komen bijen van kalveren." Bijen leven niet in afzondering, zoals arende dat doen, maar zijn als mensen.Het is natuurlijk raden wat Varro en Achelaus bedoelen met de opmerking dat bijen deels gemaakt zijn van rottende koeienkaskassen. Interessanter is de manier van categoriseren die we eerder hebben gezien bij de cynische opmerking van Diogenes van Sinope tegenover Plato. De bij dient volgens Varro geplaatst te worden in een andere categorie dan arenden, maar meer in die van mensen. Een heel andere manier van taxonomie dan die wij tegenwoordig toepassen.
Het stuk over de zeshoeken en een lofdicht naar de morele grootsheid van bijen ten opzichte van smerige, destructieve en laffe beesten volgt ná het hier getoonde citaat, vanaf III.16.5 in hetzelfde boek.
Boekentip voor vandaag:
Varro, On Agriculture
donderdag 23 mei 2013
Ik wist wel dat mijn zoon sterfelijk was
De Griekse filosoof en geschiedschrijver Xenophon (±430 - 355 v.Chr.) had twee zonen: Gryllus en Diodorus. Toen de Atheners besloten een leger te sturen om Sparta te helpen in een conflict met de stad Thebe, stuurde Xenophon zijn beide zonen mee op de expeditie. Diodorus overleefde het, Gryllus sneuvelde. De Spartaans-Atheense samenwerking won uiteindelijk wel. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) beschrijft de reactie van Xenophon toen hem verteld werd over het lot van Gryllus (Xenophon 54-55):
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
Op dit moment [toen hij de boodschap dat zijn zoon dood was, kreeg] zou Xenophon aan het offeren zijn geweest, met een rozenhoedje op zijn hoofd, die hij afdeed toen werd aangekondigd dat zijn zoon dood was. Maar nadien, toen hij leerde dat zijn zoon glorierijk gesneuveld was, zette hij het hoedje terug op zijn hoofd. Sommigen zeggen dat hij niet eens huilde, maar uitriep: "Ik wist wel dat zijn zoon sterfelijk was."Griekse filosofie zit vol met opvattingen als deze rond het overlijden van dierbaren. Eerder besprak ik een vergelijkbare opvatting van de Romeinse filosoof Epictetus die zich vóór de dood van zijn geliefden al met het onafwendbare verzoend had. Als dat allemaal zo makkelijk was...
Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers
woensdag 1 mei 2013
Wat ik vind dat hij zou hebben moeten zeggen in die situatie
Gek genoeg kwam ik er onlangs achter dat misschien wel de grootste historicus uit de Oudheid, Thucydides (±460 - ±400 v.Chr.) nog nooit aan bod is gekomen op mijn blog. Thucydides beschreef in zijn verbazingwekkend modern en wetenschappelijk overkomend werk de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) waar Athene en Sparta elkaar de tent uit vochten en waarin hij zelf ook een rol speelde. In zijn inleiding geeft hij een aantal disclaimers door, waaronder eentje over toespraken, die een belangrijke rol spelen in de geschiedschrijving in de Oudheid.
Toespraken zijn al eerder aan bod gekomen op dit blog (vorige week en helemaal in het begin) en in die eerste blogpost noemde ik Thucydides al. Eén van de bekendste scenes uit zijn werk is een grafrede die de Atheense politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) zou hebben uitgesproken. Opvallend is dat Thucydides wel 'citeert', maar in de inleiding op zijn werk duidelijk aangeeft wat hij doet (De Peloponnesische Oorlog I.22.1):
Boekentip voor vandaag:
Thucydides, The History of the Peloponnesian War
Toespraken zijn al eerder aan bod gekomen op dit blog (vorige week en helemaal in het begin) en in die eerste blogpost noemde ik Thucydides al. Eén van de bekendste scenes uit zijn werk is een grafrede die de Atheense politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) zou hebben uitgesproken. Opvallend is dat Thucydides wel 'citeert', maar in de inleiding op zijn werk duidelijk aangeeft wat hij doet (De Peloponnesische Oorlog I.22.1):
Wat betreft de toespraken in deze geschiedenis, sommigen waren gedaan voor de oorlog begon en anderen terwijl die bezig was; sommigen heb ik zelf gehoord, anderen kreeg ik van mijn verschillende informanten; het was in alle gevallen moeilijk om ze woord voor woord te onthouden, dus heb ik er de gewoonte van gemaakt om de sprekers te laten zeggen wat de situatie in mijn mening vereiste van hen, terwijl ik natuurlijk zo dicht mogelijk tegen het algemene gevoel van wat ze werkelijk zeiden, bleef.Het is wonderlijk je te realiseren dat ik een paar regels terug nog zei dat Thucydides een hele wetenschappelijke aanpak had. Het is altijd goed opletten bij het lezen van deze bronnen. Dat blijkt maar weer.
Boekentip voor vandaag:
Thucydides, The History of the Peloponnesian War
zaterdag 27 april 2013
Het onvermogen van mijn collega
Een collega van mij heet Andreas en hij zit altijd op te scheppen over de betekenis van zijn naam in het Oudgrieks ("mannelijk"). Grappig is dat de Romeinse filosoof Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) de komst van Andreas heeft zien aankomen, want zijn woorden blijken profetisch geweest (Zakboekje 41):
Boekentip voor vandaag:
Epictetus, Zakboekje
Het is een brevet van onvermogen dat iemand al zijn tijd besteedt aan de lichamelijke behoeften, bijvoorbeeld veel sporttraining, veel eten en drinken, graag en lang op het toilet zitten en veel seks. Al deze dingen moet men terloops doen; de geest moet alle aandacht krijgen.Ik hoop dat hij ervan leert!
Boekentip voor vandaag:
Epictetus, Zakboekje
zondag 21 april 2013
Schapen en vrienden
Een klein jaar geleden besprak ik de grote Griekse filosoof Epicurus (341 - 270 v.Chr.) en wat hij over vriendschap zei. Vandaag komt de visie op vriendschap van de eerste naam die bij de meeste mensen opkomt als je het hebt over oudgriekse filosofie: Socrates (±470 - 399 v.Chr.). De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) is één van de bronnen over het leven van Socrates die zelf (als hij al bestaan heeft, waar niemand zeker van is) geen teksten heeft geschreven die de tand des tijds hebben overleefd. In zijn biografie van Socrates zegt hij niet zozeer wat Socrates van vriendschap vond (Alkibiades misschien?). Wel merkt hij op dat er op een merkwaardige manier wordt gekeken naar vriendschap (Socrates 30):
Hij zei altijd dat het gek was dat, als je een man vroeg hoeveel schapen hij had, hij makkelijk het precieze aantal kon zeggen; maar hij kon zijn vrienden niet noemen of zeggen hoeveel hij er had, zo weinig waarde werd daaraan toegekend.Als ik er over nadenk, kan ik wel een aantal vrienden specifiek aanwijzen of tellen, maar wanneer ben je een vriend?
dinsdag 9 april 2013
We gaan toch allemaal dood!
Eerder besprak ik de Oudgriekse kiemen van iets dat op de evolutietheorie lijkt en een opmerkelijk modern overkomende kosmische theorie. Vandaag komt de Griekse filosoof Anaxagoras (5e eeuw v.Chr.) aan bod. Deze filosoof kan gezien worden als één van de vaders van de natuurkunde. Zo stelde hij onder anderen dat wind ontstaat door verschillen in luchtdruk, dat donder ontstaat door botsende wolken en dat bliksem met frictie te maken heeft.
Hij stelde verder dat de zon niet alleen groter was dan de Peloponnesus (het Zuidelijke schiereiland van van vasteland van Griekenland) , maar bovendien bestond uit gesmolten metaal. Dit laatste kwam hem op een proces te staan. In een proces dat sterk op de christelijke processen tegen wetenschappers doet denken, werd de doodstraf tegen de filosoof uitgesproken. Uiteindelijk was het de beroemde politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) die dáár een stokje voor stak. De ellende was echter al aangericht en kort daarna pleegde Anaxagoras zelfmoord.
Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) ging Anaxagoras behoorlijk stoïcijns om met zijn naderende doodstraf. Diogenes vertelt (Anaxagoras 13):
Hij stelde verder dat de zon niet alleen groter was dan de Peloponnesus (het Zuidelijke schiereiland van van vasteland van Griekenland) , maar bovendien bestond uit gesmolten metaal. Dit laatste kwam hem op een proces te staan. In een proces dat sterk op de christelijke processen tegen wetenschappers doet denken, werd de doodstraf tegen de filosoof uitgesproken. Uiteindelijk was het de beroemde politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) die dáár een stokje voor stak. De ellende was echter al aangericht en kort daarna pleegde Anaxagoras zelfmoord.
Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) ging Anaxagoras behoorlijk stoïcijns om met zijn naderende doodstraf. Diogenes vertelt (Anaxagoras 13):
Toen het nieuws dat hij was veroordeeld en dat zijn zonen dood waren, was zijn commentaar op de straf: "Lang geleden veroordeelde de natuur zowel mijn rechters als mijzelf ter dood." En over zijn zonen: "Ik wist dat mijn zonen waren geboren om te sterven."Deze uitspraak doet sterk denken aan de eerder genoemde Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) die ook op deze kille manier naar de dood van zijn dierbaren kon kijken. Anaxagoras leefde duidelijk een aantal eeuwen te vroeg.
woensdag 6 februari 2013
One Ring to rule them all
Jaren geleden las ik het fantasyboek Lord Foul's Bane, van Stephen Donaldson, want er stond op de achterkant dat het "comparable to Tolkien at its best" was. Uitstekend, want dat vind ik leuke boeken. Het was alleen zo dat een belangrijk deel van het plot heel bekend voor kwam. Een anti-held had een ring en als hij die om deed, kreeg hij bijzondere krachten. Dan was er nog een Dark Lord die ze Lord Foul hadden genoemd omdat ze niets beters konden bedenken, en die wilde de ring hebben. Komt me bekend voor. Het was wel een goed boek trouwens, in een hele trilogie.
Waarom deze anekdote op dit blog? Omdat magische ringen niets nieuws zijn. De Griekse filosoof Plato (±427 - 347 v.Chr.) schreef er al over in zijn bekendste werk, De Staat. Daarin vertelt Plato over de eergisteren geïntroduceerde Gyges die op een rare manier aan de macht kwam in Lydië. Plato maakt het nog merkwaardiger. In zijn verhaal is Gyges namelijk niets meer dan een herder die toevallig ergens het lijk van iemand die "meer dan sterfelijk" leek. Dit lijk had een ring met een steen erop. Gyges nam het mee. Plato vertelt (De Staat II.359e-360a):
Boekentip voor vandaag:
Plato, The Republic
J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings
S. Donaldson, Lord Foul's Bane
Waarom deze anekdote op dit blog? Omdat magische ringen niets nieuws zijn. De Griekse filosoof Plato (±427 - 347 v.Chr.) schreef er al over in zijn bekendste werk, De Staat. Daarin vertelt Plato over de eergisteren geïntroduceerde Gyges die op een rare manier aan de macht kwam in Lydië. Plato maakt het nog merkwaardiger. In zijn verhaal is Gyges namelijk niets meer dan een herder die toevallig ergens het lijk van iemand die "meer dan sterfelijk" leek. Dit lijk had een ring met een steen erop. Gyges nam het mee. Plato vertelt (De Staat II.359e-360a):
Bij de maandelijkse beraadslaging van de herders om rapport uit te brengen aan de koning over de gang van zaken bij de kudden was ook hij aanwezig met de ring om zijn vinger. En terwijl hij daar zo zat tussen de andere herders, speelde hij wat met de ring en draaide de ringsteen naar de palm van zijn hand. Op dat moment werd hij onzichtbaar voor de anderen, zodat zij over hem spraken als iemand die even was weggegaan. Hij was hierover natuurlijk stomverbaasd en draaide de steen weer naar buiten, waardoor hij weer zichtbaar werd. Om deze eigenschap van de ring nog verder uit te proberen, draaide hij de steen nogmaals naar binnen en constateerde toen inderdaad dat hij daardoor onzichtbaar werd en zichtbaar als hij de steen weer naar buiten draaide.De functie van de ring in het verhaal is om de vraag of mensen van nature geneigd zijn tot rechtvaardigheid te beantwoorden. Wat in ieder geval ook interessant is, is dat we hier drie boeken hebben die een magische ring bevatten die voor een outsider grote gevolgen heeft.
Boekentip voor vandaag:
Plato, The Republic
J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings
S. Donaldson, Lord Foul's Bane
zondag 27 januari 2013
Business Filosofie
Mensen zijn mensen en in essentie waren de Romeinen 2000 jaar geleden hetzelfde als wij tegenwoordig. De Romeinen liepen tegen dezelfde soort problemen aan als wij, zij het binnen hun eigen context. De regels die voor ons gelden, golden ook voor de Romeinen en andersom ook. We kunnen veel leren van de Romeinen, zeker ook omdat zij in tegenstelling tot de Grieken, pragmatisch en praktisch ingesteld waren met hun wijsheid.
Twee Romeinse schrijvers pakken de handschoen op. De eerste is Lucius Annaeus Seneca (±4 v. Chr. - 65 n.Chr.). Seneca is bekend geworden als stoïcijns filosoof en als degene die keizer Nero (37-68 n.Chr.) in de beginfase van diens heerschappij onder controle wist te houden. Zijn bekendste quote staat vermoedelijk op alle mission statements van bedrijven, hoewel waarschijnlijk ook niemand weet wie dit ooit gezegd heeft. In een brief aan een vriend schrijft Seneca (Brief aan Lucilius 71.2-3):
Lucius Annaeus Seneca, Letters from a Stoic
Hardmod Carlyle Niclao, Publilius Syrus
In een tijd met rampzalig verlopende (infrastructuur)projecten in Nederland wordt het toch eens tijd om te kijken hoe de Romeinen hiermee omgingen. Niet het uitvoeren en het uitwerken van de plannen, want daarin missen de Romeinen de kennis van mensen als Newton en Einstein, maar projectmanagement. Het beeld dat ik altijd krijg bij mislukte projecten is tweeledig. Soms lijkt niet goed nagedacht te zijn wat de bedoeling uiteindelijk is, soms is er geen plan B voor als er wat op je pad komt.
Twee Romeinse schrijvers pakken de handschoen op. De eerste is Lucius Annaeus Seneca (±4 v. Chr. - 65 n.Chr.). Seneca is bekend geworden als stoïcijns filosoof en als degene die keizer Nero (37-68 n.Chr.) in de beginfase van diens heerschappij onder controle wist te houden. Zijn bekendste quote staat vermoedelijk op alle mission statements van bedrijven, hoewel waarschijnlijk ook niemand weet wie dit ooit gezegd heeft. In een brief aan een vriend schrijft Seneca (Brief aan Lucilius 71.2-3):
Zo vaak als je wilt weten wat je moet vermijden of wat je moet zoeken, beschouw de relatie ervan met het Opperste Goede, met het doel van je hele leven. Want alles wat we doen moet daarmee in harmonie zijn; geen man kan de details uitstippelen tenzij hij van tevoren het hoofddoel van zijn leven voor ogen heeft. De kunstenaar kan zijn kleuren allemaal al hebben voorbereid, maar hij kan geen gelijkenis produceren als hij niet van tevoren bedacht heeft wat hij wil schilderen. De reden dat we fouten maken, is omdat we de delen overwegen, maar nooit het leven als geheel. De boogschutter moet weten wat hij wil raken om iets te raken; vervolgens moet hij richten en het wapen beheersen door zijn vaardigheid. Onze plannen mislukken omdat we geen doel hebben. Als een man niet weet naar welke haven hij vaart, heeft hij nooit wind mee.Het andere probleem wordt aangevlogen door de mimespeler, acteur en schrijver Publilius Syrus (1e eeuw v.Chr.). Zijn aandeel in de mission statements van bedrijven bestaat uit een paar woorden (Sententiae, 1 ongeveer 1/3 deel):
Het is een slecht plan als je het niet kunt veranderen.Boekentip voor vandaag:
Lucius Annaeus Seneca, Letters from a Stoic
Hardmod Carlyle Niclao, Publilius Syrus
zaterdag 10 november 2012
Oud-Griekse evolutietheorie
Misschien wel de interessantste figuren uit de Oudheid, zijn de Griekse filosofen van vóór Socrates. De vroegste periode van de Westerse wijsbegeerte brengt ons merkwaardige gedachten. Helaas is van de meeste filosofen uit die tijd alleen maar via-via af en toe een fragment van hun werk bewaard gebleven. Gelukkig zijn er mensen die dit uitzoeken en er een prachtige podcast van maken waar ik voor mijn blog al vaak genoeg gebruik van heb gemaakt.
Vandaag komt de Sicilische filosoof Empedocles (±492 - 432 v.Chr.) aan bod. Van deze filosoof hebben we meer fragmenten dan van de meeste andere filosofen. Dat is maar goed ook, want hij komt met een wonderlijke manier om het bestaan van levende wezens te verklaren (Fragment 57-61):
Er kwam menig hoofd zonder nek op en armen zwierven zonder schouders en kaal rond. En ogen die voorhoofden wilden, dreven voorbij. In isolatie zwierf ieder ledemaat heen en weer en in afwachting van een verbinding. Maar doordat de goddelijkheid verder mengde met de goddelijkheid, vielen deze onderdelen samen waar ze elkaar tegenkwamen en veel geboorten vonden plaats in een lange rij van gevarieerd leven. Wezens met talloze handen en achterblijvende voeten. Velen werden geboren met een dubbel voorhoofd en borst, soms met een menselijk gezicht op een ronderlichaam, ook enkelen met een menselijk lichaam onder een runderkop. Gemengde vormen van wezens met beschaduwde geheime delen, soms gelijkend op mannen en soms op vrouw-groeisels.Een bijzonder opmerkelijk verhaal en dat dan vooral omdat Empedocles achteraf dichter bij de waarheid blijkt te zitten dan de mens in ruim tweeduizend jaar na zijn dood heeft kunnen denken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
