Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen

zaterdag 26 oktober 2013

De Vallende Magiër

Vorige maand besprak ik het Concilie van Nicaea (325 n.Chr.) een grote vergadering onder christelijke machtsdragers waarin aan aantal kwesties in de kerk werden opgelost. Gedurende dit concilie is ook een keuze gemaakt welke boeken er wel bij horen en welke niet, een soort voorbode op de boekenkeuze voor het Nieuwe Testament dat later vorm kreeg. Punt hier is dat een groot aantal teksten niet in de Bijbel terecht kwamen. Dit zijn de Apocriefen, veelal de boeken die in het nieuws komen als er een kruik met papyrusrollen wordt gevonden.

 Eén van de boeken die het uiteindelijk niet hebben gered, is het boek Handelingen van Petrus. Dit boek gaat over wat Petrus, of Sint Pieter als je wilt (overleden rond 64 n.Chr.) na de kruisiging van Jezus gedaan heeft. Een interessante sectie van het boek gaat over de persoon Simon Magus of Simon de Tovenaar (Simon the Sorcerer vind ik mooier klinken). Simon behoorde tot de eerder besproken groep de Magi en had magische krachten, volgens het boek. Op een gegeven moment besluit hij Petrus en het volk van Rome te laten zien hoeveel dan wel. Hij stijgt op en vliegt rondjes door de stad. Petrus is daar niet enthousiast om en besluit in te grijpen (Handelingen van Petrus XXXII):

En Petrus, die de vreemdheid van de aanblik zag, riep uit tot de Heer Jezus Christus: "Als U toestaat dat deze man bereikt waar hij aan begonnen is [aantonen dat hij kan vliegen en God daar niets aan kan doen], dan zullen allen die in U geloven beledigd zijn en de tekenen en wonderen die U hen door mij heeft gegeven, zullen zij niet geloven; haast U in Uw gratie, oh Heer, en laat hem uit de hoogte vallen en invalide raken; en laat hem niet sterven om niets, maar laat hem zijn been op drie plaatsen breken." En hij viel uit de lucht en brak zijn been op drie plaatsen. Vervolgens gooide iedereen stenen naar hem en ging naar huis en zodoende geloofden ze Petrus.
Val van Simon Magus, Benozzo Gozzoli (1461-1462)
Bron: Wikipedia

Het werkte wel...

Boekentip voor vandaag:

Jacob Slavenburgh, Valsheid in Geschrifte

donderdag 26 september 2013

Mag ik nu priester worden?

Eerder hebben we gezien dat de Babylonische koning Hammurabi (±1795 - ±1750 v.Chr.) in zijn wetten vastlegde dat het laakbaar is als iemand door het verwaarlozen van zijn dammen de landerijen van iemand anders door overstroming laat vernielen. Een mooi voorbeeld van een wet die ontstaat omdat gedrag van mensen (het verwaarlozen van het onderhoud aan een dam) negatieve gevolgen opleverde (vernielde oogst met alle gevolgen van dien). Als de overheid daar wat aan kan doen en de baten zijn groter dan de lasten, krijg je wetgeving.

Met dit principe in het achterhoofd is het interessant eens te kijken naar misschien wel hét document uit de geschiedenis van het christendom. Laten we het voor het gemak de notulen van het Eerste Concilie van Nicaea (325 n.Chr.) noemen. Naar aanleiding van onenigheid aangaande de positie van God de Vader en diens Zoon, riep de heersende keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) de hele christelijke wereld (aan bischoppen met een aantal helpers) bijeen in Nicaea, in het huidige West-Turkije. Omdat toch iedereen er was, werd besloten om onder leiding van de keizer een heleboel doctrinaire conflicten te beslechten. Constantijn had een gruwelijke hekel aan verdeeldheid in de kerk, dus was dit zijn kans.

Gedurende het Concilie kwam een breed scala aan de orde. Het Arrianisme werd afgewezen als ketters. Daarnaast kwamen zoals gezegd andere zaken aan bod. Het allereerste besluit (Canon) van de wijze bisschoppen behelst de mogelijkheid aan te blijven tussen de geestelijkheid, wanneer sprake is van een bepaalde fysieke toestand (Canon 1):
Als iemand die ziek is onderhevig is geweest aan een operatieve ingreep van een arts of als hij is gecastreerd door barbaren [buitenlanders], laat hem dan onder de geestelijkheid blijven; maar als iemand in goede gezondheid zichzelf heeft gecastreerd, dan betaamt het dat zo iemand, als hij lid is van de geestelijkheid, zijn taken dient te staken en dat van nu af aan zo iemand niet meer dient te worden gepromoveerd.[...]
De problemen die self-castrated mensen veroorzaken, die moet je niet onderschatten...

Boekentip voor vandaag:
Lewis Ayres, Nicaea and its Legacy

zondag 16 december 2012

Jij krijgt mijn macht

Het Romeinse rijk kreeg in de vierde eeuw n.Chr. te maken met een aantal belangrijke ommezwaaien waarin de keizer Constantijn (±280 - 337 n.Chr.) een hoofdrol in speelde. Belangrijk was met name het feit dat het centrum avn de Romeinse wereld van Rome naar Constantinopel (het huidige Istanbul) werd verplaatst en dat er voor een nieuwe religie, het christendom, meer ruimte was dan in het verleden.

Volgens velen was de keizer zelf ook christen. Hoewel deze opmerking niet onomstreden is, kunnen we wel stellen dat Constantijn zich actief bemoeide met conflicten en geloofsrichtingen in het christendom. Dit blijkt uit het Edict van Milaan uit 313 waarmee godsdienstvrijheid keizerlijke goedkeuring kreeg en het Eerste Concilie van Nicaea uit 325 waarin de inhoud van wat we later het Nieuwe Testament zijn gaan noemen, door een door Constantijn voorgezeten vergadering was bepaald.

Een ander document dat lange tijd aan Constantijn is toegeschreven, is de Donatio Constantini, de Schenking van Constantijn, een oorkonde waarin de schrijver namens Constantijn formuleert dat de paus boven de keizer staat in de machtshiërarchie. Hoewel de Italiaanse humanist Lorenzo Valla (±1407 - 1457 n.Chr.) ontdekte dat dit om een achtste-eeuwse vervalsing ging en Constantijn nooit een dergelijk document had uitgevaardigd, heeft het een grote invloed gehad op de positie van de kerk in de Middeleeuwen.

In het document geeft "Constantijn" een aantal redenen waarom de religie van de Romeinen diende te worden afgezworen ten faveure van het christendom. Zo blijkt hij op een gegeven moment aan lepra te leiden en hier vanaf te winnen komen (Donatio Constantini 6):
Want toen een zware en smerige melaatsheid heel het vlees van mijn lichaam was binnengedrongen en er veel artsen bijeengekomen waren om mij hiertegen te behandelen, kreeg ik van geen één mijn gezondheid terug. Bovendien kwamen de priesters van het Capitool erbij en zeiden dat er voor mij een brongebouw moest komen op het Capitool, dat dat bad gevuld moest worden met het bloed van onschuldige kinderen en dat ik gereinigd kon worden door een bad in dat warme bloed. Er waren heel veel onschuldige kinderen bijeengebracht, zoals ze gezegd hadden. Toen de goddeloze, heidense priesters hen wilden slachten en het bad met hun bloed wilden vullen, zag onze Hoogheid de tranen van hun moeders. Meteen huiverde ik voor de daad en vol medelijden met hen gaven wij bevel aan hen de eigen kinderen terug te geven.
Zoals eerder in dit blog vermeld werden mensenoffers door Romeinen niet getolereerd. Het feit dat dit document toch van zo'n grote invloed is geweest op de kerk, honderden jaren lang, zegt wat over de goedgelovigheid van mensen, met name als er machtige instituten in het spel zijn.

Boekentip voor vandaag: Lorenzo Valla, The Treatise on the Donation of Constantine

donderdag 8 november 2012

Ze is mooier zonder krokodillenpoep op haar gezicht!

Het vroege christendom kende een aantal toonaangevende theologen en schrijvers die de geschiedenis in gegaan zijn als Kerkvaders. Deze mannen (geen vrouwen) schreven de documenten die tot de dag van vandaag naast de Bijbel een belangrijke rol spelen in de christelijke theologie. Het bekendste werk van deze groep mensen is Over de Stad van God van Augustinus van Hippo (354 - 430 n.Chr.), waar ik het al eens eerder over heb gehad.

Vandaag komt een andere kerkvader aan bod: Clemens van Alexandrië (±125/150 - 215 n.Chr.). In één van zijn werken, de Paidagogos ("de Leraar") besteedt hij een boek aan het gedrag dat mensen dienen te vertonen. Hij beschrijft zijn beeld van schoonheid en heeft niets op met poedertjes, zalfjes en... krokodillenpoep. Kennelijk was het in zijn tijd gebruikelijk dat vrouwen die aanbrachten op hun huid. Clemens geeft onomwonden zijn mening (Paidagogos 3.2; net boven het lange citaat): 
Driemaal, zeg ik, niet één keer, verdienen zij te sterven, die de uitwerpselen van krokodillen gebruiken en zichzelf insmeren met het schuim van verdorven lichaamssappen [?] en die hun wenkbrouwen bevlekken met roet en hun wangen insmeren met witte lood.
Vrouwen die zich zo gedragen, zegt Clemens, ruïneren hun echtgenoot. Laten we zeggen dat mooie vrouwen meestal helemaal geen make-up nodig hebben. 

zondag 17 juni 2012

Als je mij niet dood, dood ik jou!

De late Oudheid kenmerkt zich met name door de opkomst van het christendom in de Romeinse wereld. De eerste paar eeuwen, met name sinds de Byzantijnse keizers de religie als onderdeel van hun bestuur gingen beschouwen en/of de religie voor zichzelf aannamen, kreeg het christendom de vorm waar het mee de Middeleeuwen in ging. Belangrijk daarbij zijn de werken van de Kerkvaders, invloedrijke theologen waar Aurelius Augustinus (354 - 430 n.Chr.) de bekendste van is.


Augustinus (die later heilig is verklaard omdat hij iemand genezen zou hebben) is met name bekend geworden door zijn werk De Civitate Dei (Over de stad van God), maar verschillende van zijn andere werken zijn bewaard gebleven. Eén van de werken is zijn 185e brief aan ene Bonifatius. Hij noemt daarin een aantal christenen die heidense rituelen bezoeken met één doel (Brief 185.12, chapter 3):
Maar zij die wisten wat ze gewend waren te doen voordat de wetten werden aangenomen, stan niet stil bij hun dood, maar bij hun karakter; en vooral hoe grote groepen van hen in processie naar de best bezochte ceremonies van de heidenen kwamen, wanneer de verering van afgoden nog steeds doorging - niet met het doel om de afgoden kapot te maken, maar om ter dood te worden gebracht door hen die ze vereerden. Want als ze zouden hebben geprobeerd de afgoden te breken onder sanctie van de rechtmatige autoriteiten, dan zouden ze als hen wat zou overkomen, een schim van een claim om als martelaar beschouwd te worden, hebben; maar hun enige doel was dat, terwijl de afgoden onaangeroerd bleven, zij zelf de dood zouden vinden. Want het was het algemene gebruik onder de sterkste jongeren onder de vereerders van afgoden dat zij elk slachtoffers die ze zouden hebben gemaakt aan de afgoden zouden geven als offer. Sommigen gingen zó ver dat ze zichzelf aanboden om af te slachten aan reizigers die ze tegenkwamen en die wapens droegen, waarbij ze gewelddadige bedreigingen gebruikten dat ze hen zouden vermoorden als ze hun dood niet zouden vinden door hun hand.

donderdag 15 maart 2012

"Alexamenos, vereer God!"

In het Oudheidkundig Museum op de Palatijn in Rome bevindt zich een stuk dat vermoedelijk in de eerste, tweede of derde eeuw van onze jaartelling tot stand is gekomen, maar nu nog relevant is:


Dit is een gekraste afbeelding, een beetje van het type "I was here" dat je op monumenten tegenkomt en het staat bekend als de Alexamenos Graffito of il graffito blasphemo (de godslasterlijke graffiti). Er zijn twee figuren afgebeeld, aan de linkerkant staat een man met een arm omhoog en aan de rechterkant staat een man met een kop van een ezel die gekruisigd is. Onder de afbeelding (hier duidelijker als tekening) staat:
AlEXAMENOS
CeBETE
QEWN
"Alexamenos, vereer God," staat hier, als bevel. Deze afbeelding geeft heel duidelijk aan wat de houding van veel Romeinen (en Grieken, dit is Grieks) en opzichte van de opkomende nieuwe godsdienst was. In een tijd waarin goden kracht uitstraalden was het vreemd dat er een god vereerd werd die bovenal bekend stond om het feit dat hij heeft geleden aan het kruis.  Wat is een god waard als hij je niet beschermt tegen de gevaren van de wereld en zich zelfs laat doden?