Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Cassius Dio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cassius Dio. Alle posts tonen

dinsdag 10 september 2013

Strikt genomen niet

Er wordt wel eens gezegd dat bij de Romeinse elite bij seks en bij executies geslacht en leeftijd niet uitmaakten. Hoeveel van de verhalen waar zijn, dat is niet duidelijk, maar het zorgt voor een mooie stroom aan anekdotes die voorlopig nog niet opgedroogd is. Ook zijn er verhalen over incestueuze relaties in de keizerlijke familie. De bekendste van deze relaties is die tussen keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) en zijn zus Julia Drusilla (16 - 28 n.Chr.), maar vandaag gaat het over Nero (37 - 68 n.Chr.) en zijn relatie tot zijn moeder, Agrippina de Jongere (15 - 59 n.Chr.).

Volgens de geruchten had Nero een oogje op zijn eigen moeder. Net als bij Caligula en zijn zusje zijn er geen bewijzen te vinden, maar dit soort verhalen zijn wel de geschiedenis in gegaan. De Romeinse geschiedschrijver Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) beschrijft wat hij ervan mee gekregen heeft, of beter, wat hoe Nero ermee omging (Romeinse Geschiedenis LXI.11.4):
Of dit [dat Agrippina haar zoon zou verleiden] echt gebeurd is of dat het was bedacht om bij hun karakter te passen, dat weet ik niet zeker, maar ik zal datgene dat door iedereen als waar is geaccepteerd, als feit presenteren, dat Nero een maîtresse had die op Agrippina leek en waar hij omwille van die overeenkomst bijzonder dol op was en dat hij, als hij met het meisje flikflooide of haar charmes aan anderen liet zien, dan deed hij alsof hij gemeenschap had met zijn moeder.
Strikt genomen deed hij dus niks verkeerd, maar dit is toch wel een beetje fout...

Boekentip voor vandaag:
Cassius Dio, Roman History

woensdag 4 september 2013

Koningin Caesar en zijn overspelige vrouw

Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.) ging scheiden van Pompeia Sulla, de dochter van de eerder genoemde Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeia was namelijk betrokken geraakt bij een schandaal. Caesar was Pontifex Maximus (hogepriester) en er was een rite die plaats had in zijn woning, maar waar geen mannen bij aanwezig mochten zijn. Pompeia leidde de boel daar, maar de eerder genoemde controversiële politicus Publius Clodius Pulcher (±93 - 52 v.Chr.) was daar wel aanwezig en dat er geruchten gingen dat  Pompeia en Clodius een affaire hadden. De Romeinse historicus Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) vertelt wat Caesar deed (Romeinse Geschiedenis XXXVII.45.2):
[M]aar hij scheidde van zijn vrouw, hoewel hij zei dat hij het verhaal niet geloofde, maar dat hij niet langer met haar kon leven, omdat ze eens verdacht was van overspel; want een kuize vrouw moet niet alleen niet over de schreef gaan, maar ze mag niet eens onder boosaardige verdenkingen vallen.
Een harde lijn, dat zeker, maar hier valt wat voor te zeggen als het allemaal gaat om reputaties en, zoals eerder gezegd, huwelijken in de Romeinse tijd iets anders zijn dan tegenwoordig hier. Caesar kon het voor zijn reputatie niet hebben als zijn vrouw een vreemdgangster zou zijn.

Nu had Caesar zelf af en toe wel wat uit te leggen, bijvoorbeeld toen koningin Cleopatra VII van Egypte (69 - 30 v.Chr.) door Rome werd rondgeleid met haar buitenechtelijke zoon Ptolemaios Caesartje (47 - 30 v.Chr.). Een ander voorval betreft de geruchten dat Caesar "zijn kuisheid had neergelegd aan koning" Nicomedes IV van Bithinië (r.±94 - 74 v.Chr.) (zie: Suetonius, Julius Caesar 2). Dit leverde hem nogal wat grappen op. De Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (68/69 - 140 n.Chr.) tekent even doodleuk op waar hij het allemaal niet over zal gaan hebben (Julius Caesar 49):
Ik spreek niet van de alom bekende versregel van Licinius Calvus: "Al wat Bithynië en Caesars minnaar ooit bezeten hebben." Ik zwijg over de redevoeringen van Dolabella en Curio senior, waarin Dolabella hem "de rivale van de koningin" en "de beste plaats in 's konings bedstee" noemde en Curio sprak van "de stal van Nicomedes" en "het bordeel van Bithynië". Ook ga ik voorbij aan de edicten van Bibulus [de consul samen met Caesar], waarin hij zijn collega betitelde als "de koningin van Bithynië" en verder opmerkte "dat hij vroeger verliefd was op een koning, nu op het koningschap." [...] maar zelfs zei hij [Cicero] tegen Caesar, toen deze in de senaat pleitte voor Nyssa, de dochter van Nicomedes, en van de gunsten sprak die de koning hem had bewezen: "Bespaart u ons dat, wat ik u bidden mag. Wij weten heel goed wat hij u en u hem hebt geschonken." In de Gallische triomftocht ten slotte zongen zijn soldaten bij de spotverzen [een gebruikelijk onderdeel van de triomftocht] die gewoonlijk gedebiteerd worden door de deelnemers aan de optocht ook dit beroemd geworden lied: 
Caesar is 't die Gallië knechtte, Nicomedes knechtte hem.
Zie nu Caesar triomferen, die heel Gallië onderwierp,
maar niet koning Nicomedes, die toch Caesar onderwierp.
Het is dat je niet van jezelf kunt scheiden...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

woensdag 3 april 2013

Crassus' gouden keeltje

Ruim een jaar geleden kwam Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v.Chr.) aan bod. Crassus manifesteerde zich als gierige geldwolf en deze reputatie bleek ben vooruitgesneld te zijn. Toen Crassus in Oosten oorlog aan het voeren was met de Perzen, kwam hij om. Zijn lichaam kwam in handen van de vijand en zij wisten wel raad met deze figuur. Volgens de Romeinse historicus Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) staken de Perzen de draak met zijn grote zwakte (Romeinse Geschiedenis XL.27.3):
En de Parthen, zo zeggen sommigen, goten spottend gesmolten goud in zijn mond; want hoewel hij een man van immense rijkdom was, verbond hij zoveel waarde aan geld om hen die geen heel legioen konden onderhouden uit hun eigen middelen zielig te vinden en hen te beschouwen als arme mensen.
Soms is het heel eenvoudig om de Oudheid en moderne populaire cultuur met elkaar in verband te brengen. Bij het kijken naar een scene in Game Of Thrones moest ik aan die arme Crassus denken.

woensdag 6 maart 2013

Iemand voor de vissen gooien

Slavernij was in de Oudheid (en eigenlijk lang daarna nog steeds) niets noemenswaardigs. Veel mensen hadden slaven en zij werden al eens beschreven als "gereedschappen met een stem". Dat betekende echter niet dat het gewaardeerd werd als je er erg wreed mee omging. Een lid van de Romeinse ridderstand en zelf zoon van een vrijgelatene, Publius Vedius Pollio (overleden in 15 v.Chr.) had een reputatie opgebouwd als zijnde wreed tegen zijn slaven.

Hij had zich als gouverneur van Azië zodanig verrijkt dat hij een gigantische villa met een vijver in de tuin had. In de vijver hield hij murenen die getraind waren om mensen te eten. Dat was leuk, want Vedius had de neiging af en toe een slaaf in de vijver te gooien als die iets verkeerd gedaan had. De Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) beschrijft een voorval rond het bezoek van keizer Augustus aan de villa van onze vriend (Romeinse Geschiedenis LIV.23.2-5):
Op een dag, toen hij Augustus ontving, brak zijn bekerdrager een kristallen beker en zonder op zijn gast te letten, beval Pollio om de jongen voor de murenen te gooien. Daarop viel de slaaf op zijn knieën voor Augustus en smeekte hem en Augustus probeerde Pollio eerst te overtuigen niet zoiets monsterlijks te doen. Toen, toen Pollio hem geen aandacht schonk, zei de keizer: "Breng alle andere drinkbekers van elke soort en al het andere van waarde dat je bezit, zodat ik er gebruik van kan maken." En toen ze gebracht waren, beval hij ze gebroken te worden. Toen Pollio dit zag, was hij uiteraard geërgers; maar omdat hij niet langer boos was over die ene beker, aangezien een groot aantal van de anderen waren geruïneerd, en omdat hij aan de andere kant zijn slaaf niet kon straffen voor iets wat Augustus ook had gedaan, hield hij zich rustig, zij het zeer tegen zijn zin.
Augustus had heel goed in de gaten hoe hij met Pollio's gedrag om moest gaan. Na Pollio's dood maakte de keizer zijn huis ook met de grond gelijk. Hij was duidelijk te ver gegaan.

Boekentip voor vandaag:
Cassius Dio, The Roman History

vrijdag 11 januari 2013

Reuzekreupelen doodknuppelen

Keizer Commodus (161 - 192 n.Chr.) wordt nogal eens gezien als het begin van het verval van het Romeinse rijk. De zoon en opvolger van Marcus Aurelius (121 - 180 n.Chr.) die in een veel beter licht de geschiedenis in is gegaan, geldt als één van de idiote keizers, samen met onder anderen de eerder genoemde keizers Caligula en Elagabalus. In deze bonanza van rampen voor de westerse wereld heeft Commodus een vreselijke reputatie opgebouwd en het spreekt dan ook boekdelen dat hij in The History of Rome Podcast van Mike Duncan (wat overigens een aanrader is) als de allerslechtste Romeinse keizer ooit werd beoordeeld. Dit is natuurlijk maar een mening, maar om met Caligula te wedijveren...

Commodus had een hobby, een passie: gladiatorengevechten. Zijn vader was daar niet bepaald een voorstander van en hield dan ook nauwelijks gladiatorengevechten, maar Commodus lustte er wel pap van. Het was bij hem zo opmerkelijk dat hij zelfs meedeed aan gevechten. Dat kan heel mooi klinken, maar de omstandigheden van de gevechten waar de keizer zich mee bezig hield, maken het wat grimmiger. De Romeinse historicus Lucius Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) leefde tijdens de regering van Commodus en zegt aanwezig te zijn geweest bij de gevechten van de keizer. Hij beschrijft er één van (Romeinse Geschiedenis 72.20.3):
[...] hij [Commodus] bracht alle mannen in de stad die hun voeten hadden verloren door een ziekte of een ongeluk samen en, nadat hij dingen die eruit zagen als de lichamen van serpenten rond hun knieën bond en hen sponsen in plaats van stenen gaf om te hooien, doodde hij hen met slagen met een knuppel, alsof het reuzen waren.
Commodus won al zijn gevechten...

Boekentip voor vandaag:
Cassius Dio, The Roman History
Olivier Hekster, Commodus, An Emperor At The Crossroads

vrijdag 30 november 2012

Modder gooien

Zoals inmiddels bekend was keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.) geen groot fan van de senatorenstand in Rome. Hij stond zich toe alles te doen waar hij zin in had en dat was niet zelden over de rug van de senatoren. Wat Caligula alleen niet wist, was dat de jonge ambtenaren die hij zo minachtend behandelde, later de geschiedenis in konden gaan als indrukwekkende personen. Zo vertelt de Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) dat de keizer eens te maken kreeg met ene Titus Flavius Vespasianus (9 - 79 n.Chr.) die destijds als aedile verantwoordelijk was voor het schoon houden van de stad (Romeinse Geschiedenis 59:12.3)
Later ontdekte hij [Caligula] een hoop modder in een steegje en hij beval dit op de toga van Titus Vespasianus te gooien, die destijds aedile was en de verantwoordelijkheid had over het schoon houden van steegjes. Deze actie werd op dat moment niet beschouwd als erg significant, maar later, toen Vespasianus het bestuur over de zaken had overgenomen toen er overal onzekerheid en beroering was en hij de orde overal wist te herstellen, leek dit te zijn door een soort goddelijke aanmoediging en dat het aangaf dat Gaius [Caligula] de stad ronduit aan hem [Vespasianus] had toevertrouwd om het te verbeteren.
Van putjesschepper tot keizer.

Boekentip voor vandaag: Cassius Dio, Roman History Volume VII

dinsdag 3 juli 2012

Ladies and gentlemen, we've got 'em

Iedereen herinnert zich de toespraak van Paul Bremer in 2003 toen ze Saddam Houssein hadden gevangen. De Grote Vijand van het Vrije Westen was gepakt en de rest is geschiedenis. Wat je ook vindt van deze situatie, iedereen is het er wel over eens dat Bremer een boodschap uitdroeg. We hebben de bad guy te pakken. De president van Irak zou een bedreiging zijn voor vrede en stabiliteit, dus hij moest weg.


In de Romeinse tijd kwam dit ook regelmatig voor en het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld dat van de bekendste politieke moord in de geschiedenis, die van Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.). Hij werd volgens de Romeinse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) door zoveel mensen tegelijk aangevallen met dolken dat dolken braken en de aanvallers elkaar verwondden (Brutus 17.4-7).


Uiteindelijk overleed Caesar en daarmee overleed het grote gevaar voor het voortbestaan van de door de senatoren gedomineerde Romeinse Republiek. Eén van de grote leiders van de samenzwering tegen deze potentiële koning was Marcus Junius Brutus (85 - 42 v.Chr.). Brutus stamde uit een familie die de Romeins-Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus "de Arrogante" zou hebben verdreven in 509 v.Chr. en daarmee de Republiek had ingesteld. Potentiële koningen zoals Caesar werden door Brutus en zijn medestanders met argusogen gevolgd. Dit belette hem niet om een vriendschappelijke relatie op te bouwen met Caesar. In de plooien van zijn toga bewaarde hij echter wel een dolk en die kwam er op 15 maart 44 v.Chr. uit.


Omdat Brutus niet de beschikking had over Youtube en televisie, moest hij zijn korte boodschap op een andere manier overdragen. Dat deed hij door een nieuwe munt te slaan, wat zeer gebruikelijk was om boodschappen over te brengen:
Bron: Wikipedia


Aan de linkerkant van de munt staat een beeltenis van Brutus, maar op de achterkant staat de ware boodschap. Twee dolken, een muts en een datum. De Romeinse historicus Cassius Dio licht dit verder toe (Romeinse Geschiedenis, 47.25.3):

Naast deze activiteiten [het opzetten van een leger en een aantal militaire handelingen daarmee] sloeg Brutus op de munten die werden geslagen zijn eigen gelijkenis, een muts [die aan slaven werd gegeven als ze vrijgelaten werden door hun meester] en twee dolken, waarmee - en met de inscriptie - hij aangaf dat hij en Cassius [een andere belangrijke samenzweerder] het vaderland had bevrijd.
De Republiek was gered, Ladies and gentlemen, We've got 'em. Alleen jammer voor Brutus dat het niet lang meer duurde voor Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) het toch voor elkaar kreeg de macht over te nemen. Gelukkig voor Brutus zelf had hij toen al zelfmoord gepleegd.

woensdag 22 februari 2012

Caligula en zijn paard

Volgens verschillende geschiedschrijvers was keizer Caligula (regerend van 37 tot 41 n. Chr.) weg van zijn paard Incitatus. In zijn biografie van de keizer schrijft Suetonius (Caligula, 55:3):
Ten gerieve van het paard Incitatus liet hij de dag voor de circusraces soldaten absolute stilte verordonneren, zodat het niet uit de slaap zou worden opgeschrikt. Hij gaf behalve een marmeren stal, een ivoren voederbak, purperen dekkleden en met parels bezette kettingen ook een huis, eigen bedienden en huisfraad om gasten die uit naam van het paard waren uitgenodigd in grote stijl te kunnen onthalen. Men vertelt zelfs dat hij het consulaat voor het paard in petto had. 
Cassius Dio schreef in zijn werk vergelijkbare dingen toe aan de keizer en zijn favoriete paard (Romeinse Geschiedenis, 59,14)
Eén van de paarden, die hij Incitatus noemde, nodigde hij uit voor het diner, waar hij hem gouden gerst aanbood en waar hij vanuit gouden bekers wijn dronk op zijn gezondheid; hij zwoer op het leven en geluk van het dier en beloofde zelfs hem als consul aan te stellen, een belofte die hij zeker zou hebben uitgevoerd als hij langer had geleefd.