Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Procopius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Procopius. Alle posts tonen

maandag 6 januari 2014

Een extra graantje meepikken

Het begint na al die opmerkingen van de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) over vermeende gruwelijkheden van keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) een beetje opvallend te worden. Gelukkig voor de keizer begin ik langzaam door het betreffende werk van Procopius heen te komen, maar nog niet helemaal. Justinianus zou namelijk iets heel kwaadaardigs hebben bedacht om geld bij elkaar te krijgen. Procopius vertelt (Geheime Geschiedenis XXII.14-16):
Op een gegeven moment was er een grote hoeveelheid graan getransporteerd naar Byzantium, maar nadat het grootste deel daarvan al verrot was, verkocht hij [Justinianus] het in proportionele hoeveelheden aan verschillende steden in het Oosten, ook al was het niet geschikt voor menselijke consumptie; en hij verkocht het niet voor de prijs dat het beste graan waard was, maar voor een veel hogere prijs; en het was noodzakelijk voor de kopers dat ze, nadat ze grote sommen geld hadden neergeteld om de onderdrukkende prijzen te betalen, het graan in zee of in het riool gooiden. En aangezien een gigantische hoeveelheid goed graan dat nog niet verrot was, daar opgeslagen lag, besloot hij dit ook te verkopen aan de grote steden die graan nodig hadden. Op die manier wist hij twee keer zoveel geld te verdienen als dat uit de schatkist kortgeleden was betaald aan schatplichtige staten voor hetzelfde graan.
Zo kon Justinianus dus een extra graantje meepikken... 

vrijdag 13 december 2013

Ik heb ze nog nodig... ergens voor!

We weten inmiddels dat de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) het niet zo hoog op had met keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.). De keizer komt uit zijn werk naar voren als een vreselijk monster en een incompetente heerser. Alles dat hij deed, lijkt te zijn gericht op het onderdrukken van zijn volk. Het is aan de lezer om een beoordeling te maken op de vraag wat er waar is en wat niet. Procopius had hoe dan ook duidelijk een appeltje te schillen met Justinianus.

Het gezicht van de duivel van Procopius zoals
afgebeeld op een mosaïek in
de Basiliek van San Vitale in Ravenna.
Bron: Wikipedia
Procopius vertelt dat de randen van het rijk gedurende de regering van Justinianus te maken hadden met invallen van de eerder in dit blog besproken Hunnen. Zoals je van de Hunnen kan verwachten, leverde dat nogal wat verstoringen op. Procopius vertelt wat de reactie van de machthebbers was (Geheime Geschiedenis XXI.26):
Steeds weer, wanneer een vijandig leger van Hunnen het Romeinse Rijk had geplunderd en haar inwoners tot slaaf had gemaakt, maakten de generaals uit Thracië en Illyrië plannen om ze aan te vallen als ze zich terugtrokken, maar ze trokken hun plannen in, wanneer ze een brief van keizer Justinianus zagen, waarin hij hen verbood om de barbaren aan te vallen, omdat ze noodzakelijk waren voor de Romeinen als bondgenoten tegen de Goten, misschien, of tegen een of andere andere vijand.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

zondag 22 september 2013

Een onterechte-executie-quotum

We hebben de Byzantijnse keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) inmiddels al zó vaak besproken dat het lijkt alsof hij de belangrijkste (en verschrikkelijkste) man uit de Oudheid was en we zijn er nog niet meer klaar omdat het werk van de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) zoveel kleur heeft en Justinianus had gewoon de pech dat hij de keizer was toen Procopius schreef, los van de vraag of alles wat we lezen waar is.

De Byzantijnse keizer uit de 6e eeuw n.Chr. had beschikking over een soort geheime dienst waar officials met de positie van Quaesitor (niet te verwarren met quaestor) die volgens Procopius een stroom aan mensen moest aanleveren zodat de keizer die kon executeren. Dit ging uiteraard allemaal zonder bewijs of zelfs de geringste aanleiding en diende om de keizer de gelegenheid te geven om het bezit van zijn slachtoffers te confisqueren. Om dit op een efficiënte manier te laten verlopen en zoveel mogelijk resultaat te boeken, zo stelt Procopius, ontwikkelde het ambt van Quaesitor zich tot het volgende (Geheime Geschiedenis XX.13-14):
Later commandeerde dit monster [Justinianus] deze ambtsdragers en de Prefect van de Stad om alle verdenkingen zonder onderscheid te behandelen, en hij zei hen dat ze met elkaar moesten wedijveren om uit te vinden wie van hen de meeste mensen met de grootste snelheid kon vernietigen. En ze zeggen dat toen iemand hem rechtstreeks vroeg wie de punten zou krijgen als drie man dezelfde persoon tegelijk in een kwaad daglicht hadden gesteld, antwoordde de keizer onmiddellijk, "degene van u die er als eerste bij was."
Dit geeft toch een heel ander beeld aan onze afkeer voor parkeerbonnen-quota!

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

vrijdag 12 juli 2013

Ik heb het zelf gezien!

Eerder hebben we gezien dat de Byzantijnse keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) door de historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) werd gepresenteerd als een vreselijke man. Opmerkelijk genoeg hebben we nog lang niet alles gezien over de gruwelen van deze keizer. Zo merkt dezelfde Procopius op dat Justinianus' eigen moeder toegegeven zou hebben dat ze geen gemeenschap had gehad met haar man of met een andere man, maar met een demoon en dat daaruit haar zoon geboren werd (Geheime Geschiedenis XII.18-19). Dat zorgde ervoor dat hij als keizer vreemd gedrag ging vertonen. Zoals Procopius het heeft begrepen, vonden er hele merkwaardige dingen plaats (Geheime Geschiedenis XII.21-23):
Een van hen [getuigen] gaf aan dat hij plotseling opstond van zijn keizerlijke troon en daar rond zou lopen (hij was sowieso niet in gewend lang stil te zitten), en het hoofd van Justinianus verdween dan plotseling, maar de rest van zijn lichaam leek door te gaan met zijn lange rondes, waardoor hij zelf gedurende heel lange tijd verstoord en verbijsterd stilstond en dacht dat er iets mis moest zijn met zijn gezichtsvermogen. Later, echter, toen het hoofd terugkeerde op het lichaam, dacht hij tot zijn verbazing dat hij datgene dat net nog ontbrak kon invullen. En een andere persoon zei dat hij naast hem stond terwijl hij zat en dat hij plotseling zag dat zijn gezicht veranderde in een vormloze homp vlees, want noch wenkbrouwen, noch ogen waren op hun juiste plaats en er was ook geen enkele andere manier van identificatie te herkennen; na een tijdje zag hij de vorm van zijn gezicht echter terugkeren. Deze dingen schrijf ik, hoewel ik ze niet zelf heb gezien, maar ik doe dit omdat ik het verhaal heb gehoord van hen die zeggen dat ze deze gebeurtenissen destijds hebben zien gebeuren.
Tsja, hij zegt dat hij het zelf heeft gezien. Dan zal het wel waar zijn!

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

dinsdag 2 juli 2013

Verdeel en heers

Twee weken geleden besprak ik de Byzantijnse keizeres Theodora (±500 - 548 n.Chr.) die een belangrijke rol speelde in de regering van haar man, Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.). We hebben al gezien dat de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) weinig op had met de beide mensen, maar samen maakten ze het erg bont (Geheime Geschiedenis X.16-18):
En Theodora aan de ene kant, deed alsof ze met al haar macht aan de zijde van de Blauwen [factie in de stad die bestond uit supporters van het blauwe wagenrennersteam] en door hen de vrijheid van handelen tegenover hun tegenstanders te geven, gaf ze hen groen licht, op een behoorlijk onechte manier, om hun misdaden te plegen en hun verderfelijke daden van geweld uit te voeren. Justinianus, aan de andere kant, maakte de indruk verstoord en in het geheim haatdragend te zijn naar zijn vrouw, maar niet in staat haar direct tegen te werken en vaak wisselden de twee de schijn van gezag om en volgden de tegengestelde richting met betrekking tot elkaar. Want wanneer hij erop stond de Blauwen te straffen voor hun misdaden, zou zij, woede veinzend, een hele scène maken wanneer zij zou zeggen dat ze tegen haar zin overstemd was door haar man.
De reden dat deze twee verschillende delen van de samenleving tegen elkaar uitspeelden, was volgens Procopius omdat ze daarmee meenden te voorkomen dat de verschillende facties hun geschillen zouden bijleggen en samen tegen de keizer en zijn vrouw zouden strijden, iets dat ze niet hebben kunnen voorkomen.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

dinsdag 18 juni 2013

De hoer waar de schurk mee getrouwd was

De Byzantijnse keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) regeerde tijdens een uitbreek van de Pest en werd getroffen door de ziekte. Gelukkig voor hem herstelde hij daarvan, maar hij is door zijn ziekte toch een lange tijd uit de roulatie geweest. Gedurende zijn ziekte werden de honneurs van het keizerschap waargenomen door zijn vrouw Theodora (±500 - 548 n.Chr.). We hebben eerder gezien dat de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) Justinianus geen bijster geweldige vent vond. Theodora komt er ook niet best vanaf. Procopius schildert de keizeres af als de grootste slet die ooit op de wereld rond heeft gelopen. Het begon al toen ze zeer jong was en haar zus indruk maakte als prostituee. Het kleine zusje mocht mee (Geheime Geschiedenis IX.10):
Voor een poosje was was Theodora, omdat ze nog een kind was, niet in staat om met een man te slapen of gemeenschap te hebben op de manier van een vrouw, maar ze liet zich wel in met gemeenschap van een mannelijk soort van ontucht met de ellendelingen, slaven als ze waren, die, wanneer zij hun meester volgden naar het theater, gebruik maakten van de gelegenheid die hen werd aangereikt om deze monsterlijke zaak uit te voeren, en ze bracht veel tijd in het bordeel door in het onnatuurlijke verkeer van het lichaam.
Het hele hoofdstuk over Theodora puilt uit van de onzedelijkheid van de keizeres. Wat ervan waar is, het is lastig om daar achter te komen, maar feit is dat het beeld van Theodora voor een groot deel bepaald is door anecdotes als deze.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

maandag 27 mei 2013

De bedrieger die makkelijk voor de gek te houden is

De Byzantijnse geschiedschrijver Procopius (6e eeuw n.Chr.) was, zoals eerder gezien, niet te spreken over het intellect van keizer Justinus (±450 - 527 n.Chr.). Waar Justinus nog als een idioot wordt neergezet die verder geen kwade bedoelingen had, was zijn opvolger Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) uit een heel ander hout gesneden. Procopius vertelt dat de gewelddadige ontwikkelingen waarbinnen de eerder genoemde Nika Oproer te plaatsen is, in het niet vielen bij wat de keizer zijn volk aandeed (De Geheime Geschiedenis VIII.22):
[...]Maar zijn karakter kan ik niet precies beschrijven. Want deze man was zowel een schurk als eenvoudig van het pad af te brengen, het soort mensen dat men morele perverseling noemt. Hij sprak nooit uit eigen beweging de waarheid tegen de mensen waar hij mee converseerde, maar hij had achter elk woord en elke daad een bedriegelijke en slinkse bedoeling, terwijl hij op het zelfde moment zichzelf als eenvoudige prooi toonde voor hen die hem wilden misleiden.
Dit zijn van die dingen die je het beste pas ná je dood kunt publiceren, moet Procopius gedacht hebben, want als dit voor zijn dood zou zijn geweest, zou dat kort voor zijn dood geweest zijn.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

donderdag 9 mei 2013

Tuig!

In de week waarop het Nederlandse kampioenschap voetbal is beslist, zie je overal supporters uitdragen dat ze voor Ajax zijn. Sommigen lopen er net iets excentrieker bij dan gebruikelijk en soms, als je goed kijkt, krijg je echte hooligans te zien. Goed moment om eens naar het Oudheid-equivalent van de voetbalsupporter te kijken. Een half jaar geleden kwamen we de hooligans tegen die het keizer Justinianus (482/483 - 565 n.Chr.) erg moeilijk maakten. Vandaag komen ze terug. De Byzantijnse geschiedschrijver Procopius (kort voor 500 - na 562 n.Chr.) vertelt hoe deze mensen eruit zagen (De Geheime Geschiedenis VI.8-10):
In de eerste plaats veranderden de leden van de groeperingen hun haardracht naar een nogal nieuwe stijl, want ze knipten het totaal niet zoals de andere Romeinen dat deden. Ze raakten hun snor en baard namelijk niet aan, maar ze wilden altijd dat het haar daarvan heel lang groeiden zoals de Perzen dat doen. Maar het haar op hun hoofd knipten zij af tot aan de slaap, terwijl ze het deel erachter naar beneden lieten hangen met een enorme lengte en een belachelijke stijl, net als de Massagetae dat doen. Daarom noemde men dit de "Stijl van de Hunnen".
Dit doet me denken aan het Duits Elftal en aan New Kids...

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

maandag 29 april 2013

De keizer en zijn speelgoed

Twee weken geleden besprak ik het werk De Geheime Geschiedenis van de Byzantijnse historicus Procopius van Caesarea (6e eeuw n.Chr.) voor het eerst. Twee weken geleden maakte Procopius de grond gelijk met de grootste generaal uit de Byzantijnse geschiedenis. Vandaag besteedt hij aandacht aan de adoptiefvader van de bekendste Byzantijnse keizer (als je Constantijn de Grote niet meetelt), Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) die vooral bekend is door het beroemde mozaiek in de Basiliek van San Vitale in Ravenna.

Deze adoptiefvader was Justinus I (±450 - 527 n.Chr.) en Procopius meldt dat hij met twee anderen vanuit Dardania (het gebied rond het huidige Kosovo) naar Constantinopel was gelopen om in het leger te kunnen en te ontsnappen aan armoede. Toen hij daar aan kwam, werkte hij zich omhoog in het gevolg van de keizer Anastasius (±430 - 518 n.Chr.), waarna hij de opvolger werd. Justinus had echter een probleem, zo lezen we bij Procopius. Hij kon niet lezen. Gelukkig had hij een adviseur, ene Proclus, en die had wel een idee (De Geheime Geschiedenis VI.13-16):
[...]Proclus, die als Quaestor diende, bekeek alle zaken destijds met onafhankelijke beoordeling. Maar om zeker te zijn van de autoriteit hiervoor [voor de beoordeling] in het handschrift van de keizer, deden zij die er verantwoordelijk voor waren, het volgende. Uit een kort stukje gepolijst hout sneden ze een sjabloon in de vorm van vier letters "LEGI" ["ik heb het gelezen"]. Vervolgens doopten ze een pen in de speciale inkt voor de keizer en legden die in de hand van de keizer Justinus. Daarna pakten ze het stukje hout dat ik net heb beschreven en legden het op het document [dat de keizer moest tekenen], pakten de hand van de keizer en leidden hem over het patroon van de vier letters, terwijl hij de pen vast had, waarmee ze hem langs alle bochten in het houten sjabloon namen. Vervolgens gingen ze weg, in het bezit van het handschrift van de keizer.

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

zaterdag 13 april 2013

"De buit verbergen"... Jaja!

De Byzantijnse historicus Procopius van Caesarea (6e eeuw n.Chr.) wordt vaak gezien als de laatste grote historicus uit de Oudheid (volgens sommige definities leefde hij in de Middeleeuwen). Hij schreef met name over de regering van keizer Justinianus I (482/483 - 565 n.Chr.) en diens oorlogen en bouwprojecten. Van Procopius zijn drie werken bewaard gebleven waarvan in dit blog één werk eerder aan bod is geweest: De Geschiedenis van de Oorlogen. Zijn tweede werk betreft een werk over gebouwen, waarin hij het bouwprogramma van de keizer bespreekt. Opvallend in deze twee werken is dat Justinianus hierin als een goede keizer naar voren komt.

Dit staat in contrast met Procopius' derde werk, dat in vertalingen De Geheime Geschiedenis wordt genoemd. In dit werk, dat vermoedelijk ook geheim was gedurende Procopius' leven, bespreekt hij een andere kant van het leven van de keizer en zijn gevolg. Zo komt de generaal Belisarius (505 - 565 n.Chr.), bepaald geen lichtgewicht, aan bod. Belisarius had een vrouw, Antonina en volgens Procopius nam zij het niet zo nauw met de huwelijkse trouw. Antonina kreeg een affaire met een zekere Theodosius. Theodosius en Antonina waren mee op veldtocht met de generaal en dan gebeurt er wel eens wat. Procopius vertelt (Geheime Geschiedenis I.18-20):
[...] Op een gegeven moment betrapte Belisarius hen gedurende de daad in Carthago, maar hij stond toe dat hij voor de gek werd gehouden door zijn vrouw. Want, hoewel hij hen samen in een kelder aantrof en gek van woede was, merkte zij op zonder de lafaard te plegen of te proberen de daad te verbergen: "Ik kwam hier beneden om met de hulp van de jongen het meest waardevolle van onze oorlogsbuit te verstoppen, zodat de keizer er niet achter zou komen." Nu zei ze dit als niets meer dan een voorwendsel, maar hij liet de zaak vallen, als was hij gerustgesteld, hoewel hij kon zien dat de riem die de broek van Theodosius ophield en die zijn private parts bedenkt, los was gemaakt. Want onder de druk van zijn liefde voor de vrouw, dacht hij dat de getuigenis van zijn eigen ogen volkomen onbetrouwbaar was.
Niemand zal ervan staan te kijken dat Antonina hierna nog wat meer uitgehaald had...

Boekentip voor vandaag:
Procopius, The Secret History

zaterdag 16 maart 2013

Gelukkig niet de kip!

De Romeinen hadden niet echt de beste herinneringen aan hun jongenskeizers. De goede keizers waren eigenlijk vrijwel allemaal bij hun aantreden al gearriveerde generaals of politici. De keizers die de geschiedenis in gegaan zijn als de rampen (keizers als Caligula, Nero en Elagabalus) zijn als tieners of jonge twintigers aan de macht gekomen. Je wilt tieners geen absolute macht geven, of wel?

Een minder bekende "gekke keizer" is Honorius (384 - 423 n.Chr.). Hij kwam als negen kind aan de "macht" en liet het rijk in een rampzalige toestand na. Bekendste gebeurtenis uit Honorius' regeerperiode was  de plundering van Rome in 410 n.Chr door de Visigothen onder koning Alarik I (±370 - 410 n.Chr.). Volgens de Byzantijnse historicus Procopius (6e eeuw n.Chr.) reageerde de keizer hier verheugd op. Gelukkig was het de stad maar (Geschiedenis van de Oorlogen III.2.25-26):
Op dat moment zegt men dat keizer Honorius in Ravenna [waar het keizerlijke hof zich bevond] het bericht ontving van een van de eunuchen, klaarblijkelijk de eunuch die verantwoordelijk was voor het pluimvee, dat Roma was omgekomen. Hij riep toen: "En hij heeft net nog uit mijn handen gegeten!" Want hij had een zeer grote haan, met de naam Roma. De kamerling die de vergissing begreep merkte op dat de stad Roma ten onder was gegaan tegen Alarik. De keizer slaakte een zucht van verlichting en antwoordde snel: "Maar ik dacht dat mijn haan Roma was omgekomen". Zo groot, zeggen zij, was de dwaasheid van deze keizer.
Het is maar de vraag of keizers zó idioot waren als historici ons willen doen geloven, maar het is wel een interessante anecdote voor een blog, nietwaar?

zondag 23 september 2012

Supportersrellen lopen uit de hand

Met de gebeurtenissen van eergisteren in Haren in het achterhoofd ga ik het vandaag hebben over rellen in de Oudheid. Dit is zo'n klassiek voorbeeld van het feit dat mensen in al die eeuwen niet veranderd zijn. Er kwamen dit keer geen Facebook-feestjes of voetbalwedstrijden aan te pas in Constantinopel (het huidige Istanbul), maar de grote volkssport van de Romeinse tijd: wagenrennen. Bij het wagenrennen was er sprake van een aantal teams die een supportersschare hadden in de stad. De teams hadden een bepaalde kleur en stonden bekend als De Blauwen of De Groenen. Tussen deze groepen werd regelmatig gereld, net zoals bij voetbalwedstrijden tegenwoordig, maar in 532 n.Chr. liep het volledig uit de hand.

De Byzantijnse filosoof en historicus Procopius (kort voor 500 - na 562 n.Chr.) beschrijft in zijn werk de opstand die binnen de kortste keren uitliep op een volksopstand tegen de keizer. Na gebruikelijke rellen waren leden van de verschillende groeperingen opgepakt voor moord. De reactie was als volgt (Geschiedenis van de Oorlogen I.24.8-13):
Maar deze keer leden de gezagsdragers van de stadsoverheid van Byzantium [Constantinopel] sommige relschoppers naar hun dood. Maar de leden van de twee groeperingen spanden samen, stelden een staakt-het-vuren in met elkaar, pakten de gevangenen af en gingen vervolgens rechtstreeks de gevangenis in, waar ze alle gevangenen vrijlieten, of ze nu beschuldigd waren van relschopperij of opruiing, of voor een andere onrechtmatige daad. En alle toezichthouders in dienst van de stad werden gedood; ondertussen vluchtten de weldenkende burgers naar de overkant van het vasteland en de stad werd in brand gestoken toen het in handen van de vijand viel. Het heiligdom van Sophia en het badhuis van Zeuxippus en een deel van de keizerlijke residentie vanaf de propyleeën tot zo ver als het Huis van Ares werd verwoest door vuur. Verder werden de beide grote zuilengalerijen die liepen tot het marktplein dat de naam van Constantijn droeg verwoest, alsmede veel huizen van rijken en een gigantische hoeveelheid rijkdommen. 
Keizer Justinianus (482/483 - 565 n.Chr.) sloeg de rellen keihard neer en volgens Procopius kwamen meer dan dertig duizend burgers om (I.24.50-56). Een zwarte dag in de geschiedenis. Niet om de gebeurtenissen in Haren te bagatelliseren, maar om aan te tonen dat we soms allemaal net Romeinen  rond een wagenren-wedstrijd zijn.