Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Plutarchus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Plutarchus. Alle posts tonen

dinsdag 28 januari 2014

Au!

We hebben eerder gezien hoe keizer Valentinianus I (321 - 375 n.Chr.) zichzelf in een woede-aanval doodbrieste. Dat soort dingen gebeurt soms. We hebben ook gezien dat niet alle grote veldheren uit de Oudheid altijd even vrij van nare ziektes waren. Eén van de grootste, Lucius Cornelius Sulla  (±138 - 68 v.Chr.) combineerde beide eigenaardigheden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) leverde dit een nogal onaangenaam schouwspel op. Plutarchus vertelt wat er gebeurde toen iedereen in Rome door begon te krijgen dat Sulla zeer binnenkort zou komen te overlijden en dit zorgde ervoor dat mensen daar wat mee deden (Sulla 37.3-4):
En één dag voor hij stierf, toen hij hoorde dat de magistraat daar [in Dicaearchia, vlakbij Napels], Granius, weigerde een schuld aan de schatkist terug te betalen omdat hij verwachtte dat hij [Sulla] snel zou sterven, riep hij hem bij zich in zijn kamer. stationeerde zijn slaven om hem heen en beval hen hem te wurgen; maar met de druk die hij op zijn stem en lichaam zetten, scheurde hij zijn abces en verloor een grote hoeveelheid bloed. Hierdoor verliet zijn kracht hem en na een verschrikkelijke nacht stierf hij, twee kinderen bij zijn Metella achterlatend.
Au! Gewoon au!

maandag 20 januari 2014

Het zwaard en het papierwerk

Het is voor hen die de Romeinse geschiedenis bestuderen moeilijk om mensen uit elkaar te houden en dat is niet in de laatste plaats omdat de Romeinen weinig origineel waren in hun keuze van namen. De keizerlijke familie van de Julisch-Claudische periode hing aan Gaiussen en Agrippina's aan elkaar en ook eerder leverde naamsverwarring problemen op, zoals we hebben gezien bij de onfortuinlijke dichter Gaius Helvius Cinna die toevallig dezelfde naam had als een gehaat vijand van het volk.

Precies dezelfde naam als het toen bedoelde slachtoffer van de lynchpartij had diens vader, de consul uit 87 v.Chr., Lucius Cornelius Cinna (±130 - 84 v.Chr.). Deze Cinna was diep betrokken in de strijd tussen de populares en de optimates waar de laatste fase van de Romeinse republiek grotendeels door bepaald werd. Hij was als popularis als consul verantwoordelijk voor de vervolging van zijn politieke tegenstanders. Aangezien dit er niet lichtzinnig aan toe ging, raakte hij in de problemen toen de optimates bleken te winnen. Een centurion wist de vluchtende Cinna in de kraag te vatten met als doel hem te doden. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) was dit wat er gebeurde (Pompeius 5):
Toen de vluchtende Cinna dor een van de centurions die hem met getrokken zwaard achtervolgde, was gepakt, viel hij voor hem op de knieën en overhandigde zijn zegelring die van grote waarde was. Maar de centurion zei met grote onbeschaamdheid: "Ik ben niet gekomen om documenten te verzegelen, maar om een wetteloze en kwaadaardige tyran te straffen," en hij doodde hem.
Dit was wél de goeie Cinna.

zaterdag 4 januari 2014

Strategisch buiten spelen

Vorige maand besprak ik dat de veldtocht van de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) tegen Gnaeus Domitius Ahenobarbus niet geweldig op gang kwam. Uiteindelijk won Pompeius met zijn troepen betrekkelijk eenvoudig en bracht de regio in Noord-Afrika stevig onder controle. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) bracht Pompeius bij de bevolking 'een gezonde angst en respect voor de Romeinen' terug. Daar bleef het echter niet bij, want Pompeius wilde echt indruk maken (Pompeius XII.5):
Hij verklaarde dat zelfs de wilde dieren in hun Afrikaanse holen niet gespaard zouden moeten worden van de moed en de kracht van de Romeinen en daarom besteedde hij een paar dagen aan het jagen op leeuwen en olifanten.
Nooit een excuus te slecht voor een feestje, nietwaar, Pompeius?

zondag 15 december 2013

De gwote wedenaaw en zijn spwaakgebwek

Vorige week besprak ik het werk van de Romeinse redenaar  Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) die zei dat een redenaar vooral veel kennis van zaken moest hebben om een goede speech te kunnen houden. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar het niet hebben van een spraakgebrek moet toch ook een pluspunt zijn voor een redenaar, toch?

Misschien wel de bekendste redenaar uit de Oudheid, naast Cicero, was Demosthenes van Athene (384 - 322 v.Chr.). Hij had een spraakgebrek, maar heeft dat overwonnen. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd hij geholpen door Eubulides van Milete (4e eeuw v.Chr.) (Euclides 108):
Demosthenes was waarschijnlijk zijn [Eubulides] leerling en verbeterde op die manier zijn verkeerde uitspraak van de letter R.
Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) had Demosthenes een aantal oefeningen om van zijn spraakgebreken (want het ging om veel meer dan alleen de letter R) af te komen. Of die in samenwerking met Eubulides zijn uitgevoerd, is niet bekend (Demosthenes XI.1):
Voor zijn lichamelijke tekortkomingen paste hij de oefening die in zal beschrijven toe, zegt Demetrius van Phalarum [(± 350 - 285)] die zegt dat hij er van Demosthenes zelf, die inmiddels oud is, over gehoord heeft. De onduidelijkheid en het geslis van zijn spraak corrigeerde hij en haalde hij weg door steentjes in zijn mond te nemen en vervolgens toespraken te reciteren. Hij oefende zijn stem door te spreken terwijl hij rende of steile hellingen op ging en door in één adem toespraken of verzen te reciteren. Verder had hij thuis een grote spiegel waar hij voor ging staan en door zijn oefeningen in uitspraak ging.
Demosthenes heeft duidelijk veel moeite moeten doen om te komen waar hij was en als dat hem niet gelukt zou zijn, zouden we hem waarschijnlijk allemaal allang vergeten zijn. Inspirerend verhaal voor mensen die iets willen bereiken waar ze op het eerste gezicht geen talent voor lijken te hebben.

Boekentip voor vandaag:
Malcolm Gladwell, David en Goliath
Niet over Demosthenes zélf, maar over mensen die against all odds toch dingen bereiken.

zaterdag 7 december 2013

Het spektakel op de werkvloer

Niets is frustrerender voor een generaal dan dat je mannen besluiten dat ze beter iets anders kunnen doen dan naar je luisteren. Zo had ook de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus (106 - 48 v.Chr.) een tijdje geen enkele mogelijkheid om zijn mannen te laten doen wat hij wilde. Ze hadden een ander idee en waren daar te druk mee bezig om naar hun bevelhebber te luisteren. 

In het begin van Pompeius' militaire carrière was er sprake van een groot conflict in de Romeinse elite. Twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar en voerden een bittere strijd. De ene groep werd geleid door Gaius Marius (157 - 86 v.Chr.) en de andere groep door  Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Pompeius schaarde zich onder de volgelingen van Sulla. Eén van de volgelingen van Marius was Gnaius Domitius Ahenobarbus en hij had een flink leger onder zich. Met dat leger vertrok hij vanuit zijn uitvalsbasis op Sicilië naar Noord-Afrika en bezette de regio. Sulla stuurde Pompeius om daar wat aan te doen. 

De biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) laat optekenen dat Pompeius bij aankomst al duizenden van Domitius' mannen liet overlopen, maar plotseling gebeurde er iets dat zelfs Plutarchus absurd vond (Pompeius 11.3-4):
Het schijnt dat een aantal soldaten op een schat was gestuit en er een grote hoeveelheid geld aan hadden overgehouden. Toen dit bekend werd, stelde de rest van het leger zich massaal voor dat de plaats vol geld dat de Carthagers  in een tijd van rampspoed hadden verstopt, lag. Zodoende kon Pompeius gedurende vele dagen niets met zijn soldaten doen omdat ze op zoek waren naar schatten, maar hij ging staan lachen om het spektakel van een ontelbaar aantal mannen die stonden te graven en te de grond stonden om te woelen. Uiteindelijk waren ze het zoeken beu en vroegen ze Pompeius om hen te leiden waarheen hij wilde, en hij verzekerde hem dat ze voldoende gestraft waren voor hun stompzinnigheid.
Wat is er frustrerender dan heel veel tijd en moeite besteden aan iets dat helemaal niets oplevert? De soldaten moeten geluk hebben gehad dat Pompeius er plezier aan had beleefd, want dit soort gedrag is wel eens anders afgelopen...

vrijdag 29 november 2013

Het gebroken touw en het verkeerde festival

Kylon van Athene (7e eeuw v.Chr.) was Olympisch kampioen. Waar hij Olympisch kampioen in was, is niet bekend, maar hij was kampioen. Hij had van het Orakel van Delphi de opdracht gekregen om de Akropolis van Athene te bezetten tijdens het Grote Festival dat gewijd was aan Zeus. Welk festival, dat zei het Orakel er niet bij, maar Kylon dacht aan de Olympische spelen. Hij verzamelde een legertje en bezette de Akropolis.

Deze actie zette echter kwaad bloed bij de Atheners en die belegerden Kylon en zijn mannen die zich hadden teruggetrokken in een tempel. Nu was het zo dat de goden het niet konden waarderen als er bloed zou worden vergoten in hun huis, dus er gebeurde een tijd niets, tot de mannen van Kylon honger begonnen te krijgen en daarvan omkwamen. De situatie werd onhoudbaar. In zijn biografie van de grote politiek denker Solon (±640 - ±560 v.Chr.) beschrijft de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) hoe dit 'probleem' werd opgelost. De mannen moesten terechtstaan, maar ze wilden wel veiligheid, dus gebeurde het volgende (Solon 12.1):
[...] Ze bevestigden een gevlochten draad om het beeld van de godin [Athena] en hielden het vast, maar toen ze het heiligdom van de Erinyes op hun weg naar beneden bereikten, brak de draad uit zichzelf, waarop Megakles en zijn mede-bestuurders hen snel grepen met de opmerking dat de godin hen het recht van smekelingen weigerde. Zij die zich buiten de tempel bevonden, werden tot de dood gestenigd en zij die hun toevlucht hadden gezocht bij de altaren, werden daar afgeslacht.
Dit was een weinig succesvolle staatsgreep van Kylon. Gelukkig weet de Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) een reden voor dit drama. Het waren namelijk niet de Olympische Spelen, maar het festival Diasia ter ere van Zeus de Vrijgevige (De Peloponnesische Oorlog I.126.6). Dat hadden ze moeten weten!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men
Thucydides, History of the Peloponnesian War

zondag 17 november 2013

God dobbelt wel!

Ajax en Achilles spelen een dobbelspel.
Bron: crapsdicecontrol.com
Einstein zat ernaast: God dobbelt wel. Of specifieker, onder goden wordt wel degelijk gedobbeld. Caesar wierp zijn teerling en Achilles en Ajax genoten van een spelletje toen het even rustig was gedurende de Trojaanse Oorlog. Of Caesar na zijn dood nog gedobbeld heeft, is niet bekend en Ajax en Achilles waren strikt gezien halfgoden, dus de stelling van Einstein kan niet zomaar onderuitgehaald worden met deze informatie. 

Beter bewijs dat goden dobbelen, vinden we in het werk van de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.). In zijn biografie van de eerste Romeinse koning Romulus besteedt Plutarchus aandacht aan een feest dat de Romeinen vierden, Larentia. Hij acht het waarschijnlijk dat het feest ter ere is van de vrouw die Romulus en Remus opvoedde, maar hij geeft ook een andere mogelijke verklaring en deze heeft te maken met een goddelijk dobbelspel (Romulus 5):
De bewaker van de temper van Herakles, die met zijn vrije tijd geen raad wist, stelde eens, naar het schijnt, de god voor, een spelletje met dobbelstelen te wagen, met de bepaling dat hij zelf, als hij won, een gunst van de god zou krijgen, maar als hij verloor, dat hij dan een rijkelijk voorziene dis aan de god zou voorzetten en een mooie vrouw om zich mee te verpozen. Toen hij op deze voorwaarde eerst voor de god en daarna voor zichzelf geworpen had, bleek dat hij verloren had. Van zins om volgens de afspraak te handelen en van mening dat hij zich aan de voorwaarden moest houden, maakte hij voor de god een avondmaal gereed en huurde Larentia, een mooie vrouw, die nog niet bekend was. Hij spreidde een ligbank voor haar uit in het heiligdom en onthaalde haar. Na het maal sloot hij haar op, in de overtuiging dat de god haar aldus zou bezitten.
Goden spelen dobbelspelletjes. Ik geef toe dat ze daar geen erg actieve rol in spelen, maar toch.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Plutarch's Lives of Romulus, Lycurgus, Solon and Others and His Comparisons

maandag 11 november 2013

De zwerende generaal, de vrouwen en het ongedierte

Eerder kwam de fysieke conditie van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) aan bod. Achter de grote staatsman en meesterdelegeerder (vraag maar aan Gaius Cilnius Maecenas (70 - 8 v.Chr.) en Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.)) schuilde een man met veel fysieke ongemakken. Een andere grote man uit de Romeinse geschiedenis komt er niet veel beter vanaf. We hebben het al vaak gehad over Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.), in zijn hoedanigheid van generaal of politicus, maar ook deze grote man had wat fysieke problemen.

Sulla had grote fysieke problemen, als we de biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) moeten geloven - en dat komt ons hier goed uit. In zijn biografie van de politicus beschrijft Plutarchus dat het niet altijd even goed ging met Rome's eerste dictator voor onbepaalde tijd (gebruikelijk werd een dictator voor een periode van zes maanden aangesteld). Sulla had thuis een vrouw zitten, vertelt Plutarchus, maar dat zorgde er niet voor dat hij zich niet bezig hield met andere vrouwen. Hij vertelt verder (Sulla 36.2-3):
Door deze levenswijze verergerde hij een ziekte die in het begin onbelangrijk was en gedurende lange tijd had hij niet eens in de gaten dat er zweren op zijn darmen zaten. Deze ziekte beschadigde zijn hele vlees ook en zette het om in wormen, zodat, ook al had hij velen in dienst om hen dag en nacht te verwijderen, datgene dat ze van hem afnamen was niets vergeleken met datgene dat er bij kwam bij hem. Zijn kleding, wastafels en voedsel waren geïnfecteerd met de stroom van bederf, zo gewelddadig was datgene dat zijn lichaam afstootte. Om die reden dompelde hij zichzelf vele keren per dag onder in water om zichzelf te reinigen en te schuren. Maar dit maakte niets uit, want de verandering haalde hem snel weer in en de zwerm van ongedierte tartte elke zuivering.
...En toch wilden de vrouwen bij hem in de buurt komen.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV

vrijdag 1 november 2013

Kleine of grote dingen afhakken

Tijdens de Peloponnesische Oorlog (431 - 404 v.Chr.) maakten de Atheners zich gereed voor een aanval op Syracuse op Sicilië in 415 v.Chr. toen de nacht voor het vertrek een grote misdaad plaats had in de stad.  De stad stond destijds stampvol met Hermen, standbeelden die aan de god Hermes waren gewijd. Deze waren in één nacht op grote schaal geschonden. Een heiligschennis als deze zorgde ervoor dat de Atheners grote twijfels hadden aangaande de op hande zijnde aanval. 
 Een Herme, bron: Wikipedia

                                                                                     
De Hermen hadden een opmerkelijk uiterlijk en het laat zich raden welke gruwelen met de arme standbeelden zouden zijn uitgevoerd. De Griekse historicus Thucydides (±460 - 400 v.Chr.) maakt melding van datgene dat we allemaal wel in kunnen vullen (De Peloponnesische Oorlog VI.27.1):
Te midden van deze voorbereidingen [voor de aanval op Syracuse], waren bij alle Hermen in de stad Athene, dat zijn de gebruikelijke vierkante figuren die vaak voorkwamen in de toegangspoorten tot privé-woningen en tempels, in één nacht bij de meesten hun gezichten verwoest.
Niet alleen de gezichten blijken doelwit van de vandalen te zijn geweest. Volgens de Griekse Historicus Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) waren ook andere vormen beschadigd (Alkibiades XVIII.3) maar veel concreter dan dat wordt deze opmerking niet. Uiteindelijk volgt een soort proces waar met name Thucydides niet bepaald om te spreken is. Verschillende hooggeplaatsten worden gearresteerd en ter door gebracht om hun vermeende rol in dit schandaal. De aanval op Syracuse werd uiteindelijk doorgezet, maar leverde een gigantische nederlaag op voor de Atheners. Als zij Hermes aan hun kant zouden hebben gehad, zouden ze er een stuk beter voor hebben gestaan. De militaire ramp die volgde wordt algemeen gezien als één van de belangrijkste redenen voor de Atheense nederlaag in de hele oorlog. Het ligt soms aan kleine (of grote) dingetjes...

Boekentip voor vandaag:
Debra Hamel, The Mutilation of the Herms

zaterdag 28 september 2013

Ik deelde je studentenkamer!

Eerder besprak ik de reactie van de Romeinse elite op de rags-to-riches-story van Lucius Cornelius Sulla (±138 - 68 v.Chr.). Zijn verhaal ligt voor een groot deel aan de basis van het feit dat hij zo controversieel was tijdens zijn leven. Waar hoorde hij bij? Wie was hij?

Het lijkt erop dat Sulla zich zélf bij de Romeinse elite schaarde. Hij reageerde behoorlijk bruusk op de kritiek die hij over zich heen kreeg om zijn verhaal. Toen Sulla de macht overnam in Rome, liet hij velen van hen die hem in het verleden dwars hebben gezeten, executeren. Je kunt zeggen dat de grootschalige politieke moorden op tegenstanders van een regime voor een groot deel aan Sulla en zijn tijdgenoten toe te schrijven zijn. Als blogger kan ik hem daar alleen maar hartelijk voor bedanken.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) merkt op dat Sulla in zijn jeugd een kamer huurde in een soort schuur en dat hij daar weinig voor hoefde te betalen. Toen hij aan de macht kwam en overging tot het uitroeien van zijn tegenstanders, kwam hij een vrijgelatene tegen op zijn lijst. Plutarchus vertelt verder (Sulla I.):
Een vrijgelatene die iemand op de Zwarte Lijst zou hebben laten onderduiken en die daarvoor van de Tarpeïsche Rots naar beneden gegooid zou worden, zei dat hij lang in één schuurhuis had gewoond met hem, waar hijzelf de bovenverdieping huurde voor tweeduizend sestertiën en Sulla de benedenverdieping voor drieduizend sestertiën. Het verschil in hun fortuin was dus maar duizend sestertiën.
Is deze man uiteindelijk gedood? Vermoedelijk wel, Sulla een beetje kennende. Dat is alleen wel het probleem bij figuren als Sulla. Kennen we hem? Er zijn bronnen over hem overgeleverd, maar om nu af te gaan op het werk van Plutarchus is hier bijzonder riskant, niet in de laatste plaats omdat Sulla ooit een grote veldslag vocht in Plutarchus' geboorteplaats. Wat is waar, wat is laster, wat is een vergissing? Dit maakt Sulla wel een bijzonder enerverende persoon.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën IV

vrijdag 23 augustus 2013

Reuzenpaarden dronken hier

Een halfjaar geleden besprak ik een opmerking van de Romeinse schrijver Publilius Syrus (1e eeuw v.Chr.) die zei dat een plan dat niet veranderd kan worden, een slecht plan is. Vandaag aandacht voor Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) die een plan zag mislukken. Hij stond met zijn leger aan de Ganges, duizenden kilometers van huis en het leger besloot dat het niet meer verder wilde. Alexander liet zich volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) overhalen om terug te gaan, maar had "omwille van de roem" nog wat in petto voor wie hem zou achtervolgen of een kijkje in het kamp wilde nemen (Alexander 62.7):
Zo liet hij bijvoorbeeld ongewoon grote wapenrustingen en paardenruiven en abnormaal zware bitten vervaardigen, om ze her en der verspreid achter te laten
Die Alexander die daar zat, was zeven meter groot en had paarden van dertig ton, moeten ze gedacht hebben. Geen wonder dat ze het leger van Alexander niet hebben achtervolgd!

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


zondag 11 augustus 2013

"Als ik jou was..."

In het leven van een groot generaal komt eens in de zoveel tijd een moment waar een beslissing genomen kan worden. Dan roept hij zijn belangrijkste adviseurs bij elkaar, vraagt om hun mening en doet vervolgens precies wat hij zelf wil. We hebben een tijdje geleden gezien wat Hannibal naar zijn hoofd geslingerd kreeg na de Slag bij Cannae in 216 v.Chr. Vandaag hebben we het over Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.). Gedurende zijn verblijf in Azië krijgt Alexander een brief van koning Darius III van Perzië (±380 - 330 v.Chr.). Darius wist welke kant de wereld op ging en besloot Alexander een aanbod te doen: vrede, zijn dochter, een bak met geld, een bondgenootschap en de helft van het rijk in ruil voor vrede.

Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) besprak Alexander het aanbod met zijn generaals, waaronder Parmenion (±400 - 330 v.Chr.) en laatsgenoemde nam het woord (Alexander XXIX.8-9):
"Als ik Alexander was," zei Parmenion, "zou ik dit aanbod accepteren." "Dat zou ik ook doen," zei Alexander, "als ik Parmenion was." Maar hij schreef naar Darius: "Kom naar me toe en je zult alle hoffelijkheid ontvangen; maar doe je dat niet, dan zal ik meteen naar je toe marcheren."
Parmenion wist gelijk dat hij zijn mond beter kon houden...

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander


woensdag 24 juli 2013

Uiteindelijk komt het allemaal goed

Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) was één van de grootste leiders van de wereldgeschiedenis en het is bij hem ook geen wonder dat hij als De Grote bekend staat tegenwoordig. Alexander was in de wieg gelegd om als grote leider de wereld aan zijn voeten te hebben, zoals we hebben gezien bij de voortekenen rond zijn verwekking en geboorte en het temmen van zijn paard.

Alexander was ook ambitieus. Hij spiegelde zich aan de Homerische held Achilles die, toen hij voor de keuze werd gezet, koos voor een kort en eervol leven boven een lang en gelukkig leven dat daarna geen eeuwige roem zou brengen. Alexander was, net als Achilles uit op eeuwige roem. Daarbij had Alexander wel een probleem, want zijn vader, Philippus II (382 - 336 v.Chr.) was ook een indrukwekkende figuur die nogal aan de weg timmerde om zélf heel veel grootse daden te verrichten. Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) tot het chagrijn van zijn zoon (Alexander V.4-5):
Iedere keer, zo vaak als berichten werden gebracht dat Philippus een beroemde stad had veroverd of had gezegevierd in een vermaarde veldslag, was Alexander niet echt blij dat te hore, maar zei tegen zijn vrienden: "Jongens, mijn vader zal me overal in voor zijn; en voor mij laat hij geen geweldige prestaties over om met jullie hulp aan de wereld te tonen." Hij had geen afgunst voor plezier, niet eens voor rijkdom, maar voor grootsheid en roem. En hoe meer hij van zijn vader zou krijgen, dacht hij, des te minder zou hij zelf kunnen presteren.
Alexander heeft niet al te lang hoeven knarsetanden tot hij van die eergrijper af was. Toen Alexander 20 jaar was, overleed zijn vader en kreeg Alexander de kans die hij met beide handen zou grijpen. Alles komt toch nog goed.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Alexander

vrijdag 14 juni 2013

Gaan we nog ingrijpen?

Toen de Romeinen bezig waren de opstand van bondgenoten neer te slaan in Italië (de eerder genoemde Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.)) veroorzaakte de koning van Pontus (Noord-Turkije), Mithradates VI (±119 - 63 v.Chr.) in het Oosten grote problemen toen hij bezig was de regio te veroveren. In 88 v.Chr. gaf hij een bevel dat door de Romeinen niet onbeantwoord kan blijven. Volgens de Griekse historicus Memnon van Heraclea (1e eeuw n.Chr.) constateerde Mithradates dat sommige steden zich niet zomaar lieten veroveren en dat de Romeinen daar wat mee te maken hadden. Memnon vertelt (Geschiedenis van Heraclea 22.9):
Toen schreef Mithradates alle steden aan, omdat hij hoorde dat de Romeinen die verspreid in de steden waren, zijn plannen dwarsboomden, en instrueerde hen om de Romeinen in hun midden op een specifieke dag te doden. Velen gehoorzaamden deze instructies, waardoor ze een slachting aanrichtten op die dag en 80.000 mensen werden gedood door het zwaard.
De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) legt de cijfers nog hoger. Volgens hem werden op die dag 150.000 Romeinen gedood (Sulla 24.4). De Romeinse redenaar Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) is één van de schrijvers die meent dat álle Romeinen die dag zijn afgeslacht, wanneer hij zijn verontwaardiging uit over het feit dat Mithradates 23 jaren later nog steeds de baas is (Voor de wet van Manilius 5.11).

Een discussie over het aantal slachtoffers van deze genocide is wellicht niet zinvol, maar duidelijk wordt dat een gigantisch aantal Romeinen door dit bevel van de koning hun dood vonden. Met name de opmerking va Cicero spreekt hier boekdelen. Het feit dat Mithradates nog 25 jaar heeft geleefd nadat hij zijn gruweldaad gepleegd heeft, zegt veel over zijn vermogen zichzelf te beschermen, maar zeker ook over het feit dat de Romeinen destijds in de touwen hingen. Mithradates is misschien vergelijkbaar met Hannibal, de grote Carthaagse generaal die op dit blog één van de meest genoemde mensen is. Voor Mithradates is dit de eerste keer. Gaan we wat aan doen.

Boekentip voor vandaag:
Adrienne Mayor, The Poison King. The Life and Legend of Mithradates 

maandag 10 juni 2013

Bonen, driehoeken en wat oma altijd zegt

Na anderhalf jaar kom ik erachter dat één van de grootste filosofen uit de oudheid (misschien wel de bekendste onder leerlingen op de middelbare school) nog nooit aan bod is geweest. We hebben het over Pythagoras (±572 - ±500 v.Chr.), die man met zijn Stelling over het uitrekenen van de lengte van een zijde van een driehoek. Wat de middelbare scholier niet weet, is dat Pythagoras veel meer deed dan over driehoeken nadenken. Hij had een hele cultus om zich heen verzameld, compleet met allerlei regels, en daar gaat het vandaag over.

Eén van de regels die Pythagoras en zijn cultus naleefden, was "blijf uit de buurt van bonen". Tenminste, sommige bronnen beweren dat. De Romeinse schrijver Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) ontkende dit bijvoorbeeld (Attische Nachten IV.11.5). Dat gezegd hebbende, een verbod op het eten van bonen is merkwaardig, dus de vraag waar dat dan vandaan komt is iets dat we moeten leggen bij de bronnen die wél zeggen dat Pythagoras dit naleefde.

Dit is een goed moment om nog iets te vertellen over de meest geciteerde schrijver op dit blog, die hier toevallig een verklaring voor heeft. Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) kennen we als biograaf en dat levert altijd mooit stukjes over de groten der aarde op (nummer 2 (Diogenes Laërtius) en 3 (Suetonius) zijn ook biografen trouwens). Naast dat werk was Plutarchus ook actief als filosoof. In die hoedanigheden heeft hij hele bibliotheken nagelaten en daar kunnen we als historici alleen maar heel blij mee zijn. Over de bonen schrijft hij (Over de opvoeding van je kinderen XVII):
"Blijf van bonen af," betekent dat je je niet met politiek moet bemoeien, want bonen werden vroeger gebruikt bij het stemmen over het afzetten van een magistraat uit zijn functie.
Het is maar goed dat iemand dit toelicht. Het verbod op bonen, als het er geweest is, heeft volgens Plutarchus niets te maken met het eten van bonen, maar met de toepassing ervan in het politieke leven. Een beetje wat mijn oma altijd zegt: "Over geloof en politiek spreekt men niet." Ik zal oma eens vragen over de driehoeken.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Moralia II, opvoeding, onderwijs, studie en vriendschap

zaterdag 8 juni 2013

Hij stal een appel! Onthoofd hem!

De Atheense democratie is niet van de ene op de andere dag gevestigd. Van een situatie waar een aantal rijke families de macht hebben naar eentje waarin alle Atheense burgers (overigens was dit ook lang niet iedereen in de polis) de beslissingen maken, daar is een hele tijd overheen gegaan. Vaak worden bij de ontwikkeling van de democratie twee namen genoemd: de eerder genoemde Solon (±640 - ±560 v.Chr.) en Cleisthenes (±570 - ±507 v.Chr.). Hier wordt echter een belangrijke naam vergeten, Draco (7e eeuw v.Chr.).

Draco is de man achter het woord "Draconisch" en dat was omwille van een aantal wetten die hij vaststelde (of die hij opschreef hoewel ze al wel gebruikt werden). Deze wetten waren op veel fronten heel eenvoudig: als je wat verkeerd deed, werd je ter dood gebracht. Toen Solon later zijn wetten bracht, verklaarde hij als eerste vrijwel alle wetten van Draco ongeldig. Dat doodstraf-verhaal voor het stelen van een appel was ook wel heel... draconisch. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) kenschetst de wetten op de volgende manier (Solon 17):
[Solon maakte de wetten van Draco bijna allemaal ongedaan] want één straf was aangewezen voor bijna alle vergrijpen, namelijk de dood, zodat zelfs zij die veroordeeld waren voor luiheid ter dood werden gebracht, en zij die salade of fruit stalen ontvingen dezelfde straf als zij die veroordeeld werden voor heiligschennis of moord. Om die reden sloeg Demades [een redenaar uit de 4e eeuw v.Chr.] de spijker op de kop door te stellen dat Draco's wetten niet waren geschreven in inkt, maar in bloed. En Draco zelf, zegt men, toen hem gevraagd werd waarom hij voor de meeste vergrijpen de doodstraf voor ogen had, antwoordde dat hij vond dat de kleinere het verdienden en dat hij voor de grotere geen zwaardere straf kon bedenken.
De wetten van Draco waren zeer streng en Solon stripte ze daarom toen hij zijn gematigdere wetten doorvoerde. Dit neemt echter niet het belang van de wetten van Draco weg, want het was Draco die als eerste wetten opschreef. Hierdoor was het machtsspelletje van rijken en machtigen over de interpretatie van wetten opeens een stuk moeilijk, een belangrijke basis voor democratie, al hebben veel citroendieven en luiwammesen dat met hun leven moeten bekopen.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Lives of Solon, Pericles, and Philop Men

donderdag 14 maart 2013

Wáár moet ik op gaan zitten, pa?!

Soms spelen de goden rare spelletjes met je en stellen ze merkwaardige eisen. Vaak hadden die eisen de geboorte van een bijzonder persoon of de stichting van een stad tot gevolg. Zo ook bij Romulus, de stichter en eerste koning van Rome. Het verhaal van Romulus en zijn broer die door een wolvin werden gezoogd is min of meer canoniek, dus daar ga ik nu niet op in, maar er zijn ook andere theorieën om de opkomst van Romulus te verklaren.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) noemt in zijn biografie van Romulus een aantal van diens oorsprong-verhalen. De merkwaardigste betreft een eis die Tarchetius, de koning van Alba Longa, kreeg van het orakel van Thetys (Romulus 2:3-4):
[...] en nog weer anderen [Plutarchus vertelt verschillende verhalen] vertellen wat betreft zijn afkomst iets volkomen fabuleus. Bijvoorbeeld, ze zeggen dat Tharchetius, de koning van de Albanen, die uiterst wreed en wetteloos was, werd bezocht door een vreemde geestverschijning in zijn huis, namelijk een penis die uit de grond opkwam en daar vele dagen bleef. Nu was er een Orakel van Thetys in Toscane en daar kwam een antwoord vandaan dat naar Tarchetius werd gebracht. een maagd moest gemeenschap hebben met deze geestverschijning en zij moest een zoon baren die zeer beroemd zou zijn om zijn moed en zeer veel geluk en grote kracht zou hebben. Tarchetius vertelde vervolgens deze profetie aan een van zijn dochters en verzocht haar om gemeenschap te hebben met de geestverschijning.
Het moet weinig verrassend zijn dat deze jongedame niet stond te springen om seks te hebben met een penis die uit de grond kwam opzetten, dus liet ze een dienstmaagd dat doen. Daar was Tarchetius weer niet enthousiast om. Lang verhaal kort: dit werd dus Romulus, de stichter van het machtigste rijk uit de Europese geschiedenis.

Boekentip voor vandaag:
Erich S. Gruen, Culture and National Identity in Republican Rome (met name hoofdstuk 1)
Plutarchus, Lives of Romulus, Lycurgus [...]

dinsdag 26 februari 2013

Michael Jackson en Cato

Het is alweer járen geleden dat Michael Jackson zijn bekendste stommiteit uithaalde door een baby uit het raam te hangen. Iets minder lang geleden kwam ik tijdens mijn onderzoek naar de hier al eerder besproken Romeinse Bondgenotenoorlog (91-88 v.Chr.) op een deel van de biografie van de Romeinse politicus Cato de Jongere (95 - 46 v.Chr.) door de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr). Plutarchus beschrijft een episode uit de kindertijd van Cato waar één van de latere aanvoerders van de opstand tegen de Romeinen, Quintus Poppaedius Silo, een vriend in Rome bezoekt.

Het was in de hogere kringen van de Romeinse samenleving gebruikelijk om gastvriendschappen (hospitia) aan te gaan met de elite van andere volkeren. Silo onderhield een vriendschap met Marcus Livius Drusus (124 - 91 v.Chr.), de oom en pleegvader van de vierjarige Cato. Volgens Plutarchus ontstaat een joviale sfeer tussen Silo en de kinderen van het huis en dan probeert Silo de kinderen zo ver te krijgen bij Drusus te vragen om hem te steunen bij zijn poging burgerrecht te vergaren voor zijn volk. Plutarchus vertelt (Cato de Jongere 2.2-4):
Caepio, ging met een glimlach akkoord, maar Cato antwoordde niet en keek de vreemdelingen strak en sterk aan. Toen zei Pompaedius [Silo komt in verschillende namen voor in de bronnen]: "Maar jij, jonge man, wat zeg jij tegen ons? Kun je niet met je oom deelnemen met de vreemdelingen, net als je broer?" En toen Cato geen woord zei, maar met zijn stilte en de blik in zijn ogen liet blijken dat hij het verzoek weigerde, tilde Pompaedius hem uit het raar, alsiof hij hem naar buiten zou gooien en beval hem om akkoord te gaan of dat hij hem naar beneden zou gooien, terwijl hij tegelijkertijd de toon van zijn stem harder maakte en regelmatig schudde met de jongen terwijl hij hem buiten het raam hield. Maar toen Cato deze behandeling een lange tijd had doorstaan zonder tekenen van vrees of angst te tonen, zette Pompaedius hem neer en zei zachtjes tegen zijn vrienden: "Wat is het een geluk voor Italia dat hij slechts een jongetje is; want als hij een man was, dan denk ik niet dat we ook maar één stem zouden krijgen onder het volk."
Cato bleek niet de enige te zijn die Poppaedius' wensen niet steunde (als dit al zijn wensen waren, over die vraag ging mijn onderzoek destijds). De Romeinen en de Italische troepen raakten kort hierop verwikkeld in de Bondgenotenoorlog.

dinsdag 12 februari 2013

Iets vergeten

Eén van de bekendste mythen uit het oude Griekenland is de mythe van Theseus en de Minotaurus. De Minotaurus was de zoon van de vrouw van  koning Minos en een offerstier (dat had de god Poseidon bedacht). Om die reden had hij een stierenkop en een mensenlichaam. Omdat hij mensenvlees nodig had, werd hij gevaarlijk en werd de eerder genoemde Daedalus ingezet om een labyrint te bouwen om het beest in op te sluiten. Jaarlijks werden vanuit Athene, waar Theseus vandaan kwam, kinderen naar Kreta gestuurd om nooit meer terug te keren. Theseus was de zoon van de koning en behoort tot de derde lichting kinderen die naar Kreta vertrok.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) heeft ook een biografie geschreven van deze mythische figuur. Hij schrijft dat Theseus voor het vertrek per schip nog een woord wisselt met zijn vader (Theseus 17.4):
De vorige twee keren onderhielden ze geen hoop op veiligheid en daarom stuurden stuurden ze het schip met een zwart zeil, overtuigd dat hun kinderen naar een zekere vernietiging gingen. Maar nu moedigde Theseus zijn vader aan en schepte luid op dat hij de Minotaurus zou verslaan, om een ander zeil aan de schipper te geven, een wit, en hij beval hem om, wanneer hij met Theseus veilig terugkeerde, het witte zeil te hijsen, maar anders met het zwarte en op die manier het verlies te laten zien.
Theseus vertrekt naar Kreta, verslaat de Minotaurus en keert terug. Hij had alleen die hele dag al het idee dat hij iets vergeten was. Bij de aanblik van het schip, sprong de koning van de rotsen in zee.

zondag 10 februari 2013

Die irritante goeie reputatie altijd!

De Atheense democratie die eerder aan bod is gekomen, kende een opmerkelijk fenomeen: ostracisme. Middels deze procedure konden Atheners zonder dat ze iets verkeerd gedaan hebben nam een stemming worden verbannen uit de polis. Als besloten werd tot een ostracisme kregen alle burgers de gelegenheid om de naam van iemand op een potscherf (ostrakon) te krassen en die in te leveren. Als er voldoende stemmen uitgebracht waren, werd degene met de meeste scherven met zijn naam erop, verbannen voor een bepaalde periode, om daarna gewoon weer toegelaten te worden alsof er niets gebeurd is.

Over wat hier de bedoeling van was, daar is discussie over, maar vast staat dat een aantal prominente staatslieden, soms zelfs met een uitstekende reputatie, de stad hebben moeten verlaten om deze reden. Eén van deze prominenten was Aristides (530 - 468 v.Chr.), bijgenaamd De Rechtvaardige. Hij was verwikkeld in een politieke strijd met Themistokles (524 - ±460 v.Chr.), die overigens naast zijn hoofdrol in de Slag bij Salamis (480 v.Chr.) zelf bekend geworden is door een vondst van potscherven met zijn naam erop.


Potscherf met "Themistokles, zoon van Neokles" erop
Bron: Wikipedia

Terug naar Aristides. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) vermeldt dat Aristides in de periode dat er een ostracisme plaatsvond een analfabeet tegen kwam die zijn hulp nodig had (Aristides 7.5-6):
In de tijd waarover ik heb had, toen ze kiezers bezig waren hun scherven te beschrijven, zegt men dat een ongeletterde en compleet stompzinnige kerel zijn scherf overhandigde aan Aristides en hem vroeg om er "Aristides" op te schrijven. Hij vroeg verbijsterd wat Aristides hem misdaad had. "Helemaal niets," was het antwoord, "ik ken die kerel niet eens, maar ik ben het zat dat iedereen hem overal 'De Rechtvaardige' noemt." Na dit aangehoord te hebben, antwoordde Aristides niet, maar schreef zijn naam op de scherf en gaf het terug. Tenslotte, toen hij de stad verliet [hij had dus de meeste stemmen], hief hij zijn handen tot de hemel en bad - een tegengesteld gebed aan dat van Achilles [die nogal geobsedeerd was met eer en waardering], zo lijkt het - dat geen crisis Athene onder de duim zou krijgen, waardoor het volk gedwongen zou zijn zich Aristides te herinneren.
Uiteindelijk werd Aristides snel weer teruggeroepen om Athene te helpen bij Salamis. 

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën VI
S. Forsdyke, Exile, Ostracism and Democracy