Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Symposion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Symposion. Alle posts tonen

donderdag 3 januari 2013

Alkibiades komt het feestje verzieken

Zoals eerder aan bod kwam, hielden mannen in de Griekse Oudheid zich vaak bezig met drinkfestijnen, Symposia. Mensen genieten samen drank en wat er verder gebeurt, dat hangt af van het gezelfschap. Soms waren er interessante filosofische discussies, soms dronk men zichzelf lam en maakte gebruik van de diensten van ingehuurde dames. Soms was het van alles een beetje.

In zijn werk Symposion brengt de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) twee van die feesten samen. De filosofen van het Symposium worden vergezeld door één van de merkwaardigste mannen uit de Griekse geschiedenis, de generaal Alkibiades (450 - 404 v.Chr.) die stomdronken aan de deur verschijnt en verwelkomd wordt onder de aanwezigen. Dan komt Alkibiades de filosoof Socrates tegen. Plato brengt verslag uit van wat over en weer werd uitgesproken (Symposion 213b-d, pagina 37):
[Alkibiades zei:] "Bij Herakles. Wat is dat nu? Sokrates? Wat doet gij hier? Uitgerekend gij ligt daar weer te loeren - zoals altijd - klaar om plotseling weer op te duiken op die momenten dat ik dat het minste verwacht! Hoe zijt ge nu juist hier weer terecht gekomen? Waarom ligt ge net op deze plaats aan tafel? Waarom niet naast Aristophanes of bij een ander die ook geestig is en zin heeft in een geestig gesprek? Hoe hebt ge het nu weer zo klaargespeeld dat ge precies naast de mooiste man van alle aanwezigen aanligt?""Agathoon [de gastheer]," riep Sokrates, "probeer me toch te hulp te komen. Want de liefde voor deze mens is mij geen geringe last geworden. Sinds de tijd dat ik hem lief kreeg, mag ik naar geen enkele schone jongeling meer kijken of een gesprek aangaan, zonder dat Alkibiades zich wonderlijk gaat gedragen, jaloers en afgunstig als hij is. Dan gaat hij schelden en hij kan zijn handen slechts met moeite thuis houden. Pas dus op dat hij ook nu niet iets begint, maar probeer ons te verzoenen. En als hij er toch op los wil slaan, bescherm me dan, want ik ben werkelijk doosbenauwd voor zijn razernij en zijn alles opeisende aanhankelijkheid."
Het was zo gezellig...

Boekentip voor vandaag: Plato, The Symposium of Plato

donderdag 27 september 2012

Geniaal en merkwaardig

Het is opvallend dat misschien wel hét klassieke voorbeeld van de filosoof uit de oudheid, Socrates (±470 - 399 v.Chr.) nog nooit prominent is gepasseerd in dit blog. Het is zelfs zó erg dat we in de antieke filosofie spreken van een waterscheiding tussen de presocratics en de filosofen ná Socrates. Vandaar ook dat ik een verzoeknummertje uithaal en hem bespreek. Socrates heeft zelf nooit iets geschreven en we moeten voor zijn leven en zijn werk terugvallen op latere bronnen als Plato (±427 - 347 v.Chr.), Xenophon (± 430 - 355 v.Chr.) en de onvermijdelijke Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.).

Socrates komt vooral prominent voor in de dialogen van Plato, waaronder het al eens eerder genoemde Symposion. In dit werk laat Plato een aantal mannen opdraven op een drinkfeest, waaronder Socrates. Voor het feest komt Socrates zijn goede vriend Aristodemos tegen en vraagt hem mee te gaan. Socrates was uitgenodigd, maar Aristodemos niet, dus ging hij als gast van Socrates mee. Alleen onderweg raakte Socrates steeds verder in gedachten verzonken en raakte achter. Aangekomen bij het feest kwam hij de gastheer tegen. Plato vertelt verder (Symposion 174e, pagina 5):
En zodra Agathoon [de gastheer] hem opmerkte, riep hij: Beste Aristodemos, ge bent precies op tijd om de maaltijd met ons te nuttigen. Maar als ge om een andere reden zijt gekomen, vergeet die dan maar even, want ik heb u gisteren al lopen zoeken om u voor deze maaltijd uit te nodigen maar ik kon u nergens vinden. Maar waarom is Sokrates niet meegekomen? Aristodemos keek achterom maar Sokrates was in geen velden of wegen te bekennen. Dus moest hij nu zelf het verhaal doen waarom hij met Sokrates was meegegaan en deze hem voor dit feestmaal had uitgenodigd.
Omdat Socrates nergens te bekennen was, liet Agathoon Aristodemos vast plaatsnemen in de zaal en liet een tafeljongen Socrates zoeken. Plato vertelt verder (Symposion 175a, pagina 6)

Toen kwam juist een van de andere tafeljongens binnenlopen met de mededeling, dat die Sokrates die ze 
moesten zoeken, zijn toevlucht had gezocht in het portiek van de buren en dat hij daar maar bleef staan en niet naar binnen wenste te komen, zelfs niet als ze hem riepen.
Merkwaardige figuur, die genie. Valt soms geen pijl op te trekken!

donderdag 21 juni 2012

Dubbele mensen die zich met radslagen voortbewogen

Zoals eerder aangegeven schreef de Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) meestal in dialoogvorm. Hij legt verschillende mensen verschillende opvattingen in de mond en laat anderen daar dan op ingaan. Een heel interessant werk van Plato is de Symposion, dat gaat over een aantal gasten op een drinkfeest. Omdat het gisteren heel laat is geworden, besluiten de gasten niet teveel te zuipen, maar allemaal iets te zeggen over de god Eros van de liefde. Wat is liefde en hoe moeten we dat zien? Op een gegeven moment komt de beroemde komediedichter Aristophanes (446 - 386 v.Chr.) aan het woord. Hij vertelt over het ontstaan van liefde en begint door uit te leggen dat de mensheid er in het verleden anders bij liep (Symposium 189d-190b)
Nu zal ik trachten u over deze kracht te vertellen zodat gij deze kennis op uw beurt aan anderen kunt doorgeven. Welnu, allereerst moet ge dan iets weten over de gedaante van de mens en zijn gevoelens. Want onze allereerste verschijningsvorm als mens was heel anders dan nu. Zo waren er, wat het menselijk geslacht betreft, drie soorten en niet twee zoals tegenwoordig het mannelijk en het vrouwelijk geslacht. Nee, er bestond ook een derde geslacht dat het gemeenschappelijke van de twee andere in zich droeg. Nu bestaat alleen de naam ervan nog, en de geslachtsvorm zelf is verdwenen. In de oertijd was er dus een man/vrouw-vorm die bestond uit het gemeenschappelijke tussen man en vrouw, zowel in naam als in vorm. Nu kennen wij dat begrip nog uitsluitend als een scheldwoord. De verschijningsvorm van ieder mens was toen bovendien helemaal rond, want rug en zijde waren cirkelvormig. Ieder mens had vier handen en evenveel benen. Bovendien had hij twee gezichten die geheel identiek waren en op een ronde nek stonden. Maar op de beide gezichten, die een tegengestelde kant uitkeken, was een schedel geplaatst. Wel waren er vier oren, twee geslachtsdelen en voorts alle andere organen in hun overeenkomstige verhouding. Het schepsel liep rechtop, net als wij, en kon gaan waar het wilde. En wanneer die mens het op een lopen zette, deed hij dat als een ware acrobaat met gestrekte benen die in een cirkelvormige beweging rond- en rondgingen, en ook zijn armen gebruikte hij zodat hij op acht ledematen steunde die razendsnel rondgingen.
Interessante theorie. Uiteindelijk zijn deze mensen tegen de goden gaan ageren en hebben de goden besloten ze uit elkaar te halen. Mensen zijn sindsdien wezens met twee armen, twee benen en één hoofd en liefde is de wanhopige zoektocht weer in verbinding te komen met je wederhelft, letterlijk.