Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Diogenes Laërtius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Diogenes Laërtius. Alle posts tonen

zondag 12 januari 2014

Riet: lévensgevaarlijk!

Twee weken geleden besprak ik de dood van de grote Egyptische koning Narmer die door een nijlpaard zou zijn gedood. Vandaag hebben we het over de filosoof Alexinus (±339 - 265 v.Chr.) Wie niet sterk is, zoals een machtige heerser, die moet toch slim zijn, zoals een filosoof. Dat is niet altijd het geval, zoals we eerder hebben gezien. Volgens de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Alexinus een filosofische school opgezet, maar dat werd een zooitje, dus besloot hij met één slaaf in afzondering te leven.

Riet langs de oevers van de Alfeios
Bron: Panoramio, Costas Athan
Wat toen gebeurde, was bijzonder noodlottig (Euclides 110):
Ik [Diogenes] heb de volgende verzen voor hem gedicht:
Het was geen ijdel verhaal dat eens een ongelukkige man zijn voet op één of andere manier met een nagel prikte terwijl hij aan het duiken was; want voordat de grote man Alexinus de overkant van de Alfaios wist te bereiken, werd hij door een rietstengel geprikt en stierf.
Bijzonder noodlottig! 

zondag 15 december 2013

De gwote wedenaaw en zijn spwaakgebwek

Vorige week besprak ik het werk van de Romeinse redenaar  Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) die zei dat een redenaar vooral veel kennis van zaken moest hebben om een goede speech te kunnen houden. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar het niet hebben van een spraakgebrek moet toch ook een pluspunt zijn voor een redenaar, toch?

Misschien wel de bekendste redenaar uit de Oudheid, naast Cicero, was Demosthenes van Athene (384 - 322 v.Chr.). Hij had een spraakgebrek, maar heeft dat overwonnen. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd hij geholpen door Eubulides van Milete (4e eeuw v.Chr.) (Euclides 108):
Demosthenes was waarschijnlijk zijn [Eubulides] leerling en verbeterde op die manier zijn verkeerde uitspraak van de letter R.
Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) had Demosthenes een aantal oefeningen om van zijn spraakgebreken (want het ging om veel meer dan alleen de letter R) af te komen. Of die in samenwerking met Eubulides zijn uitgevoerd, is niet bekend (Demosthenes XI.1):
Voor zijn lichamelijke tekortkomingen paste hij de oefening die in zal beschrijven toe, zegt Demetrius van Phalarum [(± 350 - 285)] die zegt dat hij er van Demosthenes zelf, die inmiddels oud is, over gehoord heeft. De onduidelijkheid en het geslis van zijn spraak corrigeerde hij en haalde hij weg door steentjes in zijn mond te nemen en vervolgens toespraken te reciteren. Hij oefende zijn stem door te spreken terwijl hij rende of steile hellingen op ging en door in één adem toespraken of verzen te reciteren. Verder had hij thuis een grote spiegel waar hij voor ging staan en door zijn oefeningen in uitspraak ging.
Demosthenes heeft duidelijk veel moeite moeten doen om te komen waar hij was en als dat hem niet gelukt zou zijn, zouden we hem waarschijnlijk allemaal allang vergeten zijn. Inspirerend verhaal voor mensen die iets willen bereiken waar ze op het eerste gezicht geen talent voor lijken te hebben.

Boekentip voor vandaag:
Malcolm Gladwell, David en Goliath
Niet over Demosthenes zélf, maar over mensen die against all odds toch dingen bereiken.

donderdag 21 november 2013

Ga niet met filosofen naar bed!

Je weet hoe het gaat: je bent dronken, zij is dronken, het is een leuke avond, een héle leuke avond... Dan loop je het risico dat ze een paar weken later aanklopt bij je, terwijl je daar eigenlijk toch niet echt zin in hebt. Dit overkwam de Griekse filosoof Aristippos (5e en 4e eeuw v.Chr.) en hij had er duidelijk toch niet echt zin in. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo'n leuke avond met een courtisane.Toen die kwam vertellen over de gevolgen, volgde een zeer kort gesprek dat vermoedelijk niet voor iedereen even bevredigend is geweest (Aristippos 81):
Aan een courtisane die hem had verteld dat ze zwanger was van hem, antwoordde hij: "Je bent hier niet zekerder van, dan dat je, wanneer je door een doornenstruik zou rennen, zou zeggen welke specifieke doorn je geprikt heeft.
Tsja, wat moet ik anders zeggen dan "dames, ga niet met filosofen naar bed!"
Boekentip voor vandaag:

Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

maandag 14 oktober 2013

Hoe een octopus het einde betekende

Eergisteren hebben we gezien dat de Griekse filosoof Diogenes van Sinope (404 - 323 v.Chr.) naast een doelwit voor boogschutters ging zitten. De boogschutter die in de buurt aan het oefenen was, zei ik, moest weggelopen zijn. Diogenes is namelijk niet omgekomen door een pijl van deze goedbedoelende amateur. Volgens Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd de filosoof bijna 90 jaar en stierf niet van ouderdom. Er zijn een aantal versies van zijn dood die de biograaf noemt. Twee daarvan hebben met een octopus te maken en een andere is helemaal in character. Diogenes Laërtius somt ze op (Diogenes van Sinope 76-77)
Diogenes zou bijna negentig jaar geweest zijn toen hij stierf. Aangaande zijn dood zijn er verschillende berichten. Eén daarvan is dat hij stierf door koliekpijnen die hij opgelopen had bij het eten van een rauwe octopus en dat hij zo zijn einde vond. Een andere is dat hij vrijwillig stierf door zijn adem in te houden [... door zijn lip stevig tegen zijn tanden dicht te houden...]. Een andere versie is dat hij, terwijl hij een octopus over de honden probeerde te verdelen, zo hard in de pees van zijn voet was gebeten, dat het zijn dood veroorzaakte.
Een opmerkelijke dood voor een opmerkelijke man en zeker niet een man waar we nu over uitgesproken zijn.

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers II

zaterdag 12 oktober 2013

Weinig geduld voor prutsers

We zijn hem eerder tegengekomen, Diogenes van Sinope (404 - 323 v.Chr.), de vreemdste filosoof uit de Oudheid. Hij had zo zijn eigen manier om naar de wereld te kijken. Simpel gezegd: niets maakte hem wat uit. Door zijn houding werd hij populair, maar toch vooral als merkwaardige man. Het feit dat Alexander de Grote de moeite nam hem te bezoeken en te woord te staan, spreekt boekdelen.

Ook beledigen was geen probleem voor Diogenes. Een naamgenoot van hem, de Griekse filosofenbiograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt hoeveel geduld de filosoof had met prutsers (Diogenes van Sinope 68):
Toen hij een slechte boogschutter zag, ging hij naast het doelwit zitten met de woorden: "zodat ik niet geraakt word."
Dit moet voor de arme boogschutter reden geweest zijn om maar wat anders te gaan doen, lijkt me.

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers II

zondag 25 augustus 2013

Die kan veel drank hebben!

Zoals we eerder bij Epictetus hebben gezien, filosofen stonden in de Oudheid wel in aanzien, maar ook een beetje buiten de samenleving. Vandaag slaan de filosofen terug, want wat is een vervelender slag mensen dan die mensen die een beetje populair lopen te doen?

De snob van dienst is vandaag de Griekse filosoof Aristippos (5e en 43 eeuw v.Chr.. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had Aristippos zo zijn woordje klaar over de populairen (Aristippos 73):
Tegen iemand die opschepte dat hij heel veel kon drinken zonder dronken te worden, wierp hij tegen: "dat kan een muilezel ook."
Eigenlijk is het allemaal helemaal niet zoveel meer dan dat. 

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

woensdag 26 juni 2013

Prioriteiten

Veel Griekse filosofen waren vooral bezig met het te pas en te onpas wijze lessen leren aan anderen. De Noord-Afrikaanse filosoof Aristippos van Cyrene (5e en 4e eeuw v.Chr.) was daarin geen uitzondering. Onderwijs werd in die tijd nog als zeer belangrijk gezien (dit kun je beschouwen als kritiek op de huidige tijd) en de filosofen speelden hierin een rol. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) beschrijft hoe in de persoon van Aristippos zijn rol als onderwijzen en die als casual lessengever wordt gecombineerd (Aristippos 72):
[...] Toen iemand zijn zoon bracht als een leerling, vroeg hij[Aristippos] een bedrag van 500 drachmae [beduidend meer dan een jaarinkomen van een Athener in die tijd]. De vader bracht hier tegenin: "Voor dat geld kan ik een slaaf kopen". "Dan doe je dat toch," was het antwoord, "en dan heb je er twee." Hij zei dat hij geen geld van zijn vrienden aannam voor zijn eigen doeleinden, maar om hen te leren aan welke dingen hun geld besteed zou moeten worden.
Onderwijs zorgt ervoor dat jongeren de gelegenheid krijgen te ontsnappen aan de slavenrol en zich kunnen richten op vrijere dingen, of het nu filosofie is of  een ambacht dat kennis en vaardigheden vereist. Hoewel de  situatie in het Griekenland van de 5e eeuw v.Chr. anders is dan de huidige situatie, onderwijs is het waard om veel geld aan te besteden en hier ligt zeker een taak voor de overheid.

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

donderdag 23 mei 2013

Ik wist wel dat mijn zoon sterfelijk was

De Griekse filosoof en geschiedschrijver Xenophon (±430 - 355 v.Chr.) had twee zonen: Gryllus en Diodorus. Toen de Atheners besloten een leger te sturen om Sparta te helpen in een conflict met de stad Thebe, stuurde Xenophon zijn beide zonen mee op de expeditie. Diodorus overleefde het, Gryllus sneuvelde. De Spartaans-Atheense samenwerking won uiteindelijk wel. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) beschrijft de reactie van Xenophon toen hem verteld werd over het lot van Gryllus (Xenophon  54-55):
Op dit moment [toen hij de boodschap dat zijn zoon dood was, kreeg] zou Xenophon aan het offeren zijn geweest, met een rozenhoedje op zijn hoofd, die hij afdeed toen werd aangekondigd dat zijn zoon dood was. Maar nadien, toen hij leerde dat zijn zoon glorierijk gesneuveld was, zette hij het hoedje terug op zijn hoofd. Sommigen zeggen dat hij niet eens huilde, maar uitriep: "Ik wist wel dat zijn zoon sterfelijk was."
Griekse filosofie zit vol met opvattingen als deze rond het overlijden van dierbaren. Eerder besprak ik een vergelijkbare opvatting van de Romeinse filosoof Epictetus die zich vóór de dood van zijn geliefden al met het onafwendbare verzoend had. Als dat allemaal zo makkelijk was...

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

vrijdag 3 mei 2013

Dan niet hè!

Een klein halfjaar geleden kwam de dood van de grote Griekse filosoof Socrates (±470 - 399 v.Chr.) al eens aan bod. Socrates stierf door het drinken van gif. Dat was zijn straf omdat hij veroordeeld was voor het niet eren van de traditionele goden, het introduceren van nieuwe goden en het hebben van een negatieve invloed op de jeugd van Athene. Dit verhaal is wel bekend.

Socrates had echter wel een aantal medestanders, waaronder de redenaar Lysias die een speech had geschreven om Socrates vrij te pleiten. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt wat Socrates' reactie op de speech was (Socrates 40-41):
[...] De filosoof [Socrates] las, nadat Lysias een verdedigingsrede voor hem had geschreven, deze door en zei: "Een prachtige speech, Lysias; maar het is niet geschikt voor mij." Want het was simpelweg meer gerechtelijk dan filosofisch. Lysias zei: "Als het een prachtige speech is, hoe kan het dan niet geschikt voor je zijn?" "Nou," antwoordde hij, "zouden een prachtig gewaad en prachtige schoenen niet net zo ongeschikt zijn voor mij?"
Dan niet hè!

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminent Philosophers

zondag 21 april 2013

Schapen en vrienden

Een klein jaar geleden besprak ik de grote Griekse filosoof Epicurus (341 - 270 v.Chr.) en wat hij over vriendschap zei. Vandaag komt de visie op vriendschap van de eerste naam die bij de meeste mensen opkomt als je het hebt over oudgriekse filosofie: Socrates (±470 - 399 v.Chr.). De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) is één van de bronnen over het leven van Socrates die zelf (als hij al bestaan heeft, waar niemand zeker van is) geen teksten heeft geschreven die de tand des tijds hebben overleefd. In zijn biografie van Socrates zegt hij niet zozeer wat Socrates van vriendschap vond (Alkibiades misschien?). Wel merkt hij op dat er op een merkwaardige manier wordt gekeken naar vriendschap (Socrates 30):
Hij zei altijd dat het gek was dat, als je een man vroeg hoeveel schapen hij had, hij makkelijk het precieze aantal kon zeggen; maar hij kon zijn vrienden niet noemen of zeggen hoeveel hij er had, zo weinig waarde werd daaraan toegekend.
Als ik er over nadenk, kan ik wel een aantal vrienden specifiek aanwijzen of tellen, maar wanneer ben je een vriend?

dinsdag 9 april 2013

We gaan toch allemaal dood!

Eerder besprak ik de Oudgriekse kiemen van iets dat op de evolutietheorie lijkt en een opmerkelijk modern overkomende kosmische theorie. Vandaag komt de Griekse filosoof Anaxagoras (5e eeuw v.Chr.) aan bod. Deze filosoof kan gezien worden als één van de vaders van de natuurkunde. Zo stelde hij onder anderen dat wind ontstaat door verschillen in luchtdruk, dat donder ontstaat door botsende wolken en dat bliksem met frictie te maken heeft.

Hij stelde verder dat de zon niet alleen groter was dan de Peloponnesus (het Zuidelijke schiereiland van van vasteland van Griekenland) , maar bovendien bestond uit gesmolten metaal. Dit laatste kwam hem op een proces te staan. In een proces dat sterk op de christelijke processen tegen wetenschappers doet denken, werd de doodstraf tegen de filosoof uitgesproken. Uiteindelijk was het de beroemde politicus Perikles (495 - 429 v.Chr.) die dáár een stokje voor stak. De ellende was echter al aangericht en kort daarna pleegde Anaxagoras zelfmoord.

Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) ging Anaxagoras behoorlijk stoïcijns om met zijn naderende doodstraf. Diogenes vertelt (Anaxagoras 13):
Toen het nieuws dat hij was veroordeeld en dat zijn zonen dood waren, was zijn commentaar op de straf: "Lang geleden veroordeelde de natuur zowel mijn rechters als mijzelf ter dood." En over zijn zonen: "Ik wist dat mijn zonen waren geboren om te sterven."
Deze uitspraak doet sterk denken aan de eerder genoemde Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.) die ook op deze kille manier naar de dood van zijn dierbaren kon kijken. Anaxagoras leefde duidelijk een aantal eeuwen te vroeg.

vrijdag 22 maart 2013

De Aarde is rond

Er wordt weleens gezegd dat in de tijd van Columbus (late 15e en vroeg 16e eeuw n.Chr.) algemeen gedacht werd dat de aarde plat was en dat je er met een boot vanaf kon varen. Iedereen heeft die tekeningen wel eens gezien. Feit is dat dit niet het geval was. Onder geografen was wel consensus over de vorm van de Aarde (niet over de grootte). De Alexandrijnse geograaf Claudius Ptolemaeus (2e eeuw n.Chr.) wordt vaak gezien als dé autoriteit voor de theorie dat de aarde rond is en het feit dat die theorie niet nieuw is. Hij is daarin alleen zeker niet de eerste geweest.

Anaximander van Mylete (611 - 546 v.Chr.) was in zijn tijd al zeker van zijn zaak over hoe de Aarde eruit moet zien. Volgens de biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) had hij een aantal interessante ideeën over dit onderwerp (Anaximander II.1):

[hij was ervan overtuigd] dat de Aarde, die een bolvorm had, in het midden [ergens van] lag en de plaats van een centrum innam; dat de maan, die schijnt met geleend licht, haar verlichting van de zon krijgt; verder dacht hij dat de zon net zo groot was als de aarde en dat het bestaat uit het puurste vuur.
Anaximander was ook niet de eerste met deze opvatting en hij zit er feitelijk hier en daar ook naast, maar dat is ook niet het punt. Het punt is vergelijkbaar met de eerder besproken Empedocles en zijn opvattingen die iets weg hebben van de evolutietheorie. De oude Grieken waren in sommige opzichten heel ver. Anaximander's opvattingen zijn wellicht niet zo vergezocht als die van Empedocles, maar in ieder geval behoorlijk modern.

Boekentip voor vandaag;

C.H. Kahn,  Anaximander And The Origins Of Greek Cosmology
Diogenes Laërtius, The Lives of Eminemt Philosophers Volume 1

dinsdag 12 maart 2013

"Sleep me mee en begraaf me morgen"

Pherecydes (6e eeuw v.Chr.)was een Grieks denker van het eiland Syros. Volgens de biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) was hij de eerste die ik het Grieks over de natuur en over de goden schreef. Daarnaast maakt hij melding van drie verschillende scenario's rond zijn dood. Volgens de versie die Diogenes de meeste aandacht geeft, stierf Pherecydes door een ziekte met zweren (hij schreef nog in een brief aan de grote Thales (±624 - 545 v.Chr.) dat hij zijn vinger door het sleutelgat van zijn kamerdeur stak om duidelijk te maken dat het afgelopen was met hem(Pherecydes 122)). Een andere theorie laat hem van een berg springen en daarbij overlijden.

Een derde versie die één van Diogenes' bronnen aandraagt, heeft betrekking op een conflict tussen de steden Ephese en Magnesia waarin Pherecydes de kant van Ephese koos. Wat er gebeurd is, is niet helemaal duidelijk, maar ergens in dit conflict komt hij om. Diogenes vertelt wat er gebeurt als Pherecydes iemand uit Ephese tegenkomt (Pherecydes 117-118):
[...H]ij zei: "sleep me bij de benenen leg me op het grondgebied van Magnesia neer; en neem een boodschap naar je landgenoten dat ze me daar moeten begraven na jullie overwinning en dat dit de laatste voorspelling van Pherecydes is [hij voorspelde volgens Diogenes wel meer dingen]." The man gaf de boodschap door; een dag later vielen de Ephesiërs aan en versloegen de Magnesiërs; ze vonden Pherecydes dood en begroepen hem ter plekke met grote eer.
Geen idee wat er precies gebeurd is, maar hij had het wel voorspeld dat het ging gebeuren...

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of eminent Philosophers

vrijdag 8 februari 2013

Het smoesje van Epimenides

Iedereen komt wel eens te laat op zijn werk. Vaak is dat omdat de fietsband lek was, de brug open stond, de trein vertraging had of de laatkomer zich verslapen heeft. Dat kan gebeuren. De Kretenzische ziener Epimenides (6e eeuw v.Chr.) maakte het wel erg bont. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) bleef hij lang weg toen hij erop uit gestuurd was om een schaap te vinden (Epimenides 109):
op een dag werd hij het land in gestuurd door zijn vader om naar een weggelopen schaap te zoeken en rond het middaguur verliet hij de weg en ging slapen in een grot, waar hij zeveneenvijftig jaar heeft geslapen. Hierna stond hij op en ging verder zoeken naar het schaap, in de veronderstelling dat hij maar eventjes had geslapen. Toen hij het niet kon vinden, ging hij naar de boerderij waar hij ontdekte dat alles veranderd was en iemand anders het bezat. Volkomen verbijsterd ging hij vervolgens naar de stad; daar liep hij bij het betreden van zijn eigen huis mensen tegen het lijf die wilden weten wie hij was. Uiteindelijk vond hij zijn jongere broer, nu een oude man, en die vertelde hem de waarheid.
Je denkt toch niet dat ik dát geloof?!

woensdag 23 januari 2013

Oh, kom dan maar binnen!

In de Griekse oudheid was burgerschap in de stadstaten van Griekenland een privilege, geen recht. Slechts een klein deel van de bevolking van een polis bezat het burgerrecht en het kon aan mensen gegeven of van mensen afgenomen worden als daar reden voor was. De Atheense democratie die zo bekend is geworden, is in die zin niet vergelijkbaar met de huidige Westerse democratie, want lang niet iedereen mocht zich met de politieke besluitvorming bemoeien.

Het burgerrecht werd soms verleend aan buitenstaanders, mensen die niet uit de polis kwamen. Voor Athene is de eerste die dit privilege toegedeeld kreeg, naar verluid iemand uit de Noordelijke Zwarte-Zee-Regio, op het grensgebied van het huidige Oekraïne en Rusland. Het was de zoon van een Griekse moeder en een Scythische vader en hij heette Anarcharsis (6e eeuw v.Chr.). Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) was hij na zijn bezoek aan Athene enthousiast om de Griekse cultuur (hoewel hij niet begreep was er nou zo leuk was aan die vechtsporten (Anarcharsis 5)) en probeerde daar van alles van mee te nemen naar huis.

In Athene kwam Anarcharsis op bezoek bij de grote Solon (±640 - ±560 v.Chr.) en verzocht een audiëntie. Hij dook op voor de deur van Solon. Diogenes vertelt (Anarcharsis 3):
En Hermippus stelt dat hij [Anarcharsis] naar Solon's huis kwam en een van de bedienden beval om zijn meester te vertellen dat Anarcharsis was aangekomen om hem te bezoeken en dat hij hem graag wilde zien en, als dat mogelijk was, zijn gast zou worden. Maar toen de bediende de boodschap had gegeven, beval Solon hem te antwoorden: "Mannen beperken dergelijke relaties normaal gesproken tot hun eigen landgenoten." Als antwoord hierop betrad Anarcharsis het huisen zei tegen de bediende dat hij nu in Solon's was en dat het best consistent was als ze op deze manier met elkaar verbonden zouden worden. Hierop bewonderde Solon de bereidwilligheid van de man, liet hem toe en maakte hem een van zijn beste vrienden.
Solon kon je dus wel overtuigen...

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Leven en leer van de beroemde filosofen


zaterdag 22 december 2012

Kalm je vrouw van de trap gooien

Eén van de eerste filosofen uit de Westerse geschiedenis is Periander (7e eeuw v.Chr.), de tyran van Korinthe. Hij stond bekend om zijn afkeer van geweld en het doen van dingen voor geldelijk gewin. Verder sprak hij zich uit voor gematigdheid en kalmte. Eén van zijn belangrijkste politieke zetten was het afschaffen van belastingen in de stad.

Zijn familieleven kende echter wel wat ingewikkelde kanten. De Griekse biograaf Diogenes Laërtius (vermoedelijk 3e eeuw n.Chr.) begint zijn biografie van Periander als volgt (Periander 94):
[...] Hij trouwde met Lyside (die hij zelf Melissa ["Honingbij"] noemde), de dochter van Procles, de tyran van Epidauros, en van Eristhenea, de dochter van Aristocrates en zus van Aristodemos, die bijna heel Arcadia overheerste. [...] Op een gegeven moment trapte of gooide hij zijn vrouw van de trap toen ze zwanger was en doodde haar, op aandringen van de onterechte beschuldigingen van zijn concubines, die hij vervolgens levend verbrandde. En hij stuurde zijn kind die Lycophron heetteweg naar Korfu omdat hij verdriet had om zijn moeder.
Gematigd en kalm allemaal...

woensdag 12 december 2012

Een raadsel waar Gollem trots op zou zijn

Vannacht is de pre-première van The Hobbit en ik zal binnenkort ook in de bioscoop te vinden zijn. Eén van de scènes die ik heb onthouden van toen ik als jongentje het boek las, was de Bilbo in de grot van Gollem de Ring stal. Gollem had nog wel een raadsel voor zijn bezoeker en andersom. "Wat heb ik in mijn zak?"

De oude Grieken deden ook aan raadsels. Een merkwaardige blijkt van de hand van de Griekse filosoof Cleobulus van Lindus (6e eeuw v.Chr.). In zijn biografie van deze filosoof citeert Diogenes Laërtius (vermoedelijk 3e eeuw n.Chr.) een raadseltje en het antwoord (Cleobulus 91)
Er is een vader en hij heeft twaalf zonen en die hebben elk twee maal dertig dochters die er verschillend uit zien; sommigen van hen zijn blank en anderen zijn zwart; ze zijn allemaal onsterfelijk, maar ze gaan allemaal dood. En het antwoord is, "het jaar."
"Anticlimax" is van oorsprong een Oudgrieks woord. Het betekent "tegenover de ladder".

Boekentip voor vandaag: Diogenes Laërtius, Lives of Eminent Philosophers I-V

donderdag 22 november 2012

Vetgemeste lastdieren

Bias van Priëne (6e eeuw v.Chr.) is één van de minder bekende filosofen die de Griekse Oudheid rijk is, hoewel hij wel tot de Zeven Wijzen van Griekenland werd gerekend, met meer legendarische mensen als Solon en Pittakos die beide al aan bod zijn gekomen in dit blog. Vrijwel alles dat we over deze man weten, komt van Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) en ook hij heeft slechts enkele pagina's over Bias overgeleverd.

In deze pagina's komt Bias over als een bedachtzaam en hij is bekend geworden door zijn uitspraak "De meeste mensen zijn slecht." Omdat ik in mijn blog altijd op zoek ben naar interessante slimmigheden, ga ik het niet over zijn filosofische opvattingen hebben, maar over een slinkse truuk in oorlogstijd. Priëne, aan de Turkse Westkust (want daar zaten vrijwel alle filosofen in die tijd) was in oorlog met koning Alyattes II van Lydië (619 - 561 v.Chr.). Alyattes belegerde de stad en dacht de bevolking in overgave te kunnen verhongeren zonder dat er een gevecht zou hoeven plaatsvinden. Dit was een gebruikelijke tactiek in de oorlogsvoering, maar Bias wist hier wel wat op. Hij zette zijn pokerface op. Diogenes schrijft (Bias 83.5ff):
Een verhaal is verteld dat Bias, toen Alyattes Priëne aan het belegeren was, twee pakezels vetmestte en hen naar het kamp [van de vijand] leidde en dan de koning onder de indruk was van het feit dat de goede gezondheid van de bevolking tot in de lastdieren doordrong, toen hij hen zag. Hij besloot om te gaan onderhandelen en stuurde een bode. Bias hoopte zand op met een laagje koren en liet die aan de man [de bode] zien en uiteindelijk sloot Alyattes vrede met de mensen van Priëne nadat hij hiervan op de hoogte was gebracht. Kort daarna, toen Alyattes iemand stuurde om Bias uit te nodigen op zijn hof, antwoordde deze: "Zeg tegen Alyattes, van mij, dat hij maar uien moet eten," dus dat hij moest gaan huilen.
Het is interessant om te zien dat in de verhalen de filosofen altijd maar weer weg komen met dergelijke brutaliteiten, zoals we ook zagen bij Diogenes van Sinope. Bias overleed volgens Diogenes van Laërtius in de armen van zijn zoon toen hij net klaar was met een speech in de rechtzaal, waar hij heel goed in was. 

vrijdag 2 november 2012

Genade voor een moord met een bijl

De Griekse filosoof en policicus Pittakos van Mytilene (±640 - 568 v.Chr.) stond bekend als een uiterst milde man. Hij is met name bekend geworden als één van de Griekse componenten van wat we tegenwoordig de Gulden Regel noemen en wat onterecht vaak in verband wordt gebracht met het christendom als grondlegger. Een bekende uitspraak van Pittakos is "Doe je buurman niet aan wat je hem kwalijk zou nemen" (Fragment 10.3). Hele milde man dus, vooral voor Oudheid-begrippen.

Wat wellicht bekender is over deze man is het verhaal over zijn zoon Tyrraeus. De inmiddels bekende Griekse filosofen-biograaf Diogenes Laërtius (derde eeuw n.Chr.) noemt in zijn biografie van Pittakos het werk van ene Pamphilia over Tyrraeus en Pittakos (Pittakos 3):
Maar Pamphilia zegt in het tweede boek van haar Commentaren, dat hij [Pittakos] een zoon had die Tyrrhaeus heette, die toen hij in de kapperszaak in Cyma zat, werd gedood door een bronssmit die een bijl naar hem gooide; en dat de bewoners van Cyma de moordenaar naarb Pittakos hadden gestuurd, die de man vrijliet nadat hij het verhaal hoorde, en zei: "Genade is beter dan spijt." 
Dat is heel erg mild.

woensdag 5 september 2012

Van criminaliteit afkomen

Eén van de grondleggers van de Atheense democratie was de dichter en filosoof Solon (±640 - ±560 v.Chr.). Aangezien de verkiezingen in Nederland steeds dichterbij komen, ontkomen we er niet aan hem een keer de revue te laten passeren. Een belangrijk punt in de verkiezingsstrijd is steeds weer veiligheid: hoe gaan we ervoor zorgen dat er niet teveel criminaliteit is? De Griekse Biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd Solon ook gevraagd hoe criminaliteit verminderd kon worden. Solon's antwoord spreekt boekdelen (Solon 59):
Als het net zoveel afkeer in hen die geen slachtoffers zijn zou brengen, als in hen die wel slachtoffer zijn.
Eigenlijk zit hij er niet zo ver vandaan. Als iedereen een daad afkeurt, gebeurt het minder. Misschien wel te makkelijk, maar het zet je wel aan het denken.