Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label retoriek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label retoriek. Alle posts tonen

donderdag 16 januari 2014

Als jij zo goed bent, zegt dat niets over anderen

Eerder kwam de redenaar Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) al eens aan bod toen hij tips gaf voor het geven van een goede voordracht. Wat ik toen niet vertelde was dat de tekst die Cicero schreef de vorm had van een gesprek tussen een aantal anderen. Dit hebben we eerder ook bij de filosoof Plato (± 427 - 347 v.Chr.) gezien trouwens. Het gesprek over redenaarskunst gaat tussen twee leden van een belangrijk Romeins priestercollege, Quintus Mucius Scaevola Augur (± 170 - ± 87 v.Chr) en Lucius Licinius Crassus (140 - 91 v.Chr.). Crassus stelt in de discussie dat de redenaarskunst de hoogste kunst is en dat die alles eromheen beheerst. Scaevola is het hier niet mee eens en antwoordt op karakteristieke wijze voor dit soort elite-gesprekken (De ideale redenaar I.44):
Marcus Tullius Cicero
Het is al heel wat, dat je ervoor kunt instaan, dat bij processen de zaak die jij bepleit [redenaarskunst was vooral bruikbaar in rechtszaken; Cicero was boven alles vooral jurist] de beste en geloofwaardigste lijkt te zijn, dat jouw woorden de grootste overtuigingskracht hebben bij het verzamelde volk en bij senaatsoverleg, kortom dat wat jij zegt door verstandige mensen ervaren wordt als goed geformuleerd en door onnozele lieden zelfs als de waarheid. Alles wat je meer kunt dan dit, zal voor mij niet behoren tot het vermogen van de redenaar, maar tot dat van Crassus, en wel door zijn eigen bijzondere vaardigheid, niet door de vaardigheid van de redenaar als zodanig.
Interessant in dit stukje is de verwijzing naar slimme en domme mensen. De Romeinse elite was behoorlijk elitair. De naam Scaevola is eerder als held naar voren gekomen in dit blog en het is geen verrassing dat de Scaevola uit dit stukje diens bijnaam ("de linkshandige") nog steeds droeg, al had hij zelf zijn rechterhand niet laten verbranden. Het is iets om trots op te zijn om uit een belangrijke en roemrijke familie af te stammen en het is zelfs iets dat noodzakelijk is, wil je überhaupt iets snappen van de slimmigheden van dat milieu.

Boekentip voor vandaag:

Cicero, De ideale redenaar

zondag 15 december 2013

De gwote wedenaaw en zijn spwaakgebwek

Vorige week besprak ik het werk van de Romeinse redenaar  Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) die zei dat een redenaar vooral veel kennis van zaken moest hebben om een goede speech te kunnen houden. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar het niet hebben van een spraakgebrek moet toch ook een pluspunt zijn voor een redenaar, toch?

Misschien wel de bekendste redenaar uit de Oudheid, naast Cicero, was Demosthenes van Athene (384 - 322 v.Chr.). Hij had een spraakgebrek, maar heeft dat overwonnen. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) werd hij geholpen door Eubulides van Milete (4e eeuw v.Chr.) (Euclides 108):
Demosthenes was waarschijnlijk zijn [Eubulides] leerling en verbeterde op die manier zijn verkeerde uitspraak van de letter R.
Volgens de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr.) had Demosthenes een aantal oefeningen om van zijn spraakgebreken (want het ging om veel meer dan alleen de letter R) af te komen. Of die in samenwerking met Eubulides zijn uitgevoerd, is niet bekend (Demosthenes XI.1):
Voor zijn lichamelijke tekortkomingen paste hij de oefening die in zal beschrijven toe, zegt Demetrius van Phalarum [(± 350 - 285)] die zegt dat hij er van Demosthenes zelf, die inmiddels oud is, over gehoord heeft. De onduidelijkheid en het geslis van zijn spraak corrigeerde hij en haalde hij weg door steentjes in zijn mond te nemen en vervolgens toespraken te reciteren. Hij oefende zijn stem door te spreken terwijl hij rende of steile hellingen op ging en door in één adem toespraken of verzen te reciteren. Verder had hij thuis een grote spiegel waar hij voor ging staan en door zijn oefeningen in uitspraak ging.
Demosthenes heeft duidelijk veel moeite moeten doen om te komen waar hij was en als dat hem niet gelukt zou zijn, zouden we hem waarschijnlijk allemaal allang vergeten zijn. Inspirerend verhaal voor mensen die iets willen bereiken waar ze op het eerste gezicht geen talent voor lijken te hebben.

Boekentip voor vandaag:
Malcolm Gladwell, David en Goliath
Niet over Demosthenes zélf, maar over mensen die against all odds toch dingen bereiken.

maandag 9 december 2013

De hoofdregel voor politici

Eerder besprak ik een stukje van de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollo (± 85 - 20 v.Chr.) die meende dat een architect van alle markten thuis moest zijn in de kunsten en de wetenschappen. Idee hierachter was dat bij de Romeinen werkzaamheden veel minder verdeeld waren dan tegenwoordig. Waar het leger tegenwoordig speciale infanteriegeneraals en artillerie-leiders had die elkaar niet kunnen vervangen, en waar het bouwen van een huis tegenwoordig allerlei specialisten vergt (van een landmeter tot een architect en van een metselaar tot een stucadoor) deed een beetje Romeins vakman alles zoveel mogelijk zelf. Een mooi voorbeeld hiervan is de steun en toeverlaat van keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.), Marcus Vipsanius Agrippa (63 - 12 v.Chr.) die niet alleen de veld- en zeeslagen voor Augustus uitvocht, maar ook het Pantheon bouwde.

Architectuur is een toegepaste tak van sport; je hebt er allerlei kennis voor nodig, zeker als je alles zelf moet regelen. Ditzelfde geldt voor een andere bezigheid, eentje waar één van de grote zwaargewichten uit de Romeinse Republiek, Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.), zich vaak mee bezighield. Dit is de welsprekendheid. In de Oudheid, met name in Griekenland, is altijd een discussie geweest tussen filosofen en redenaars. Socrates (± 470 - 399 v.Chr.) verzette zich tegen de welsprekende sofisten die veel aandacht besteedden aan de vorm van een argument en niet alleen aan de inhoud, Socrates' kindje. Volgens Socrates leidde het mooie taalgebruik van een redenaar af van de inhoud van zijn betoog.

Cicero houdt een rede tegen Catilina
Bron: Wikipedia
Cicero kijkt er op een andere manier naar, meer zoals Vitruvius. Goed kunnen spreken is een machtig wapen, maar alleen als aan een belangrijke voorwaarde is voldaan (De ideale redenaar I.20 (p. 17)):
Naar mijn mening zal niemand een onvolprezen redenaar kunnen zijn, als hij zich geen kennis heeft verworven op alle belangrijke gebieden van kunst en wetenschap; immers, uit kennis van zaken moet de redevoering opbloeien en tot volheid komen. Heeft de redenaar niet terdege kennisgenomen van zijn stof, dan is de stilistische inkleding van zijn betoog leeg en zinloos, ja bijna onnozel.
Een mooi stukje advies voor de politici van tegenwoordig.

Boekentip voor vandaag:
Cicero, De ideale redenaar